zaterdag 24 november 2012

Fatimata en de familie .....deel 2


De volgende dag feliciteerde ik Baba met zijn beeldschone zuster. “Waarom heb ik haar nog nooit ontmoet?”, vraag ik.
Hij heeft geen idee waar ik het over heb dus vertel ik over het bezoek van Fatimata.
Baba moet vreselijk lachen en zegt: “ja ze is mijn zuster, maar geen echte zuster, eigenlijk is ze mijn nicht maar dat noemen we hier zuster.”

De kleine grandfamille Traore bestaat bij elkaar uit ongeveer 60 personen.
De mannen zijn meester metselaar of Maraboet. (Baba is de eerste die deze traditie doorbroken heeft, gevolgd door zijn broers)
Vroeger woonden ze allemaal bij elkaar in Djennee en deelden alles met elkaar. 


het intérieur van de moskee

Inmiddels zijn het drie groepen. Er zit nog altijd een belangrijke groep in Djenee waar de grote beroemde moskee staat waar de voorouders als meestermetselaars nog aan gewerkt hebben. In de schoolvakanties bezoeken de jonge jongens van de familie daar drie maanden lang de Koranschool en logeren in het gezin van Sekou, een oom van Baba en Maraboet.
koranschool in Djenne
Sekou de maraboet en een andere oom in Djene
Dan is er een groep in Mopti, de directe familie van Baba. Baba’s vader was de tweede zoon van een groot gezin en chef de famille (zijn oudere broer stierf jong). Hij regeerde met ijzeren hand en volledig conform de traditionele wetten en gebruiken. Toen Baba 29 was stierf hij na een 10 jarig ziekbed en Baba volgde hem op hoewel de veel oudere broers van zijn vader nog leefden tot op vandaag.

Dan is er de tak Sevare. Daar zit een zoon  van de oudste broer van zijn vader, Sidi. Hij is dus een neef van Baba maar veel ouder, 85 jaar.
Sidi is een oude vos die zijn streken nog niet verleerd heeft. Hij is meester metselaar, heeft op zijn minst negen vrouwen gehad, verdeeld over Mali, Cote d’Ivoir en Togo. In de eerste jaren werkte hij mee op Here Bugu en gaf de jongeren les in metselen. 

Dat hij op zijn 80 ste weer geld verdiende gaf hem zo’n kick dat hij op een dag besloot zijn 2 laatste vrouwen de deur uit te gooien en er een nieuwe jonge voor in de plaats te nemen. 
Als chef de famille was aan Baba de taak om hem tot rede te brengen en de rust in de familie te herstellen. 
Op Here Bugu ging hij inmiddels tekeer als een oude tiran. Na zijn ochtendgebed in de moskee verscheen hij al om half zes en begon iedereen opdrachten te geven. Hij grauwde en snauwde de hele dag en sloeg de jongeren wat aanleiding gaf tot ernstige gesprekken tussen hem en mij over eerst bidden en dan slaan.
Inmiddels werkt hij hier niet meer maar ik zie hem regelmatig en mag hem ergens wel, het is gewoon een oude bandiet.
Sidi aan het werk op het dak


Sidi, 85, weer verzoend met zijn huidige vrouw die hij voor een nog jongere wilde inwisselen
Fatimata uiteindelijk is de zuster van Sidi. En ze is geen 25 zoals ik geschat had maar loopt tegen de 50.

De familiebijeenkomsten waarover Fatimata het had zijn een mannenaangelegenheid. Het is niet meer zoals vroeger dat zij toestemming moeten geven voor individuele besluiten maar ze hebben een adviserende en ondersteunende rol. Een man vraagt overigens altijd eerst raad aan zijn moeder en haar mening telt zwaar. Maar aan de bijeenkomsten nemen vrouwen geen deel en daar wringt de schoen bij Fatimata.

Ik heb een aparte plek in de familie Traore. Ben ik op bezoek dan ben ik samen met de mannen en eet ik met het familiehoofd, meestal Baba. Ben ik in Djennee dan eet ik met Sekou en Baba. Ik heb weleens geprobeerd bij de vrouwen en kinderen te eten maar daar doe ik niemand een plezier mee, ze voelen zich gegeneerd. De mannen praten met mij, over het dagelijks leven, godsdienst en politiek. 
In de eerste jaren kon het behoorlijk botsen tussen Baba en mij omdat hij van mij vond dat ik hem als man geen respect betoonde. Dat is inmiddels verleden tijd, we hebben een modus gevonden en kunnen om de problemen lachen. Zijn vrienden en familie hebben onze relatie geaccepteerd hoewel ik niet weet wat ze ervan denken. Njaga, de vrouw van Baba heeft ooit geprobeerd me de familie in te trekken door een matras aan te bieden dat ik zou kunnen delen met Baba.

Dat is niet zo gek als het lijkt. Een tweede vrouw nemen is hier vaak een sociale verplichting, soms opgelegd door de moeder, om een weduwe of een jonge vrouw die overblijft in het nest als tweede of derde vrouw te nemen en zo een status en een kind te geven. De moeder van Baba is bijvoorbeeld toen ze weduwe werd met de broer van zijn vader, de maraboet uit Djennee getrouwd om haar eer te redden maar ze is gewoon thuis blijven wonen. Regelmatig kwamen vaders hun dochter aan Baba voorstellen en het wordt als sociaal pijnlijk ervaren als hij dat afwijst. Als ik tweede vrouw zou worden, (wat ik overigens voor de duidelijkheid nooit gewild heb en ook niet wil), vorm ik een veiligheid en een buffer.

Ik ben er inmiddels achter gekomen dat er nogal wat mensen zijn die denken en/of vermoeden dat ik de eigenzinnige tweede vrouw van Baba ben. Ze spreken me gewoon aan als Yvonne Traore en vragen waar hij is.
Toen ik Baba daarnaar vroeg glimlachte hij en ontkende noch bevestigde. Maar hij zei wel dat het een bescherming voor me is tegen opdringerige mannen en dat hij de onduidelijkheid gewoon zo laat. Een vrouw alleen wordt hier niet met rust gelaten. Het zou wel eens kunnen zijn dat het ook voor hem een bescherming is.

Fatimata tenslotte is een lastige tante in de familie. Zij heeft moeite met haar positie als vrouw en heeft geen andere mogelijkheid dan via manipulaties invloed proberen uit te oefenen op de familiebijeenkomsten. Dit keer was zij kwaad omdat zij niet was uitgekozen om op kosten van de familie naar de bruiloft in Bamako te gaan. Zij wilde weten wat voor een positie ik heb en dat kan ik begrijpen.




Ik ben een vrouw in Afrika op de rand van traditie naar een nieuwe sociale samenleving, maar een vrouw met een bevoorrechte positie. Ik doe mijn best om vrouwen de helpende hand te bieden maar niet alle vrouwen willen dat. Veel vrouwen hier kiezen voor de rol van underdog van waaruit zij hun methodes kennen om invloed uit te oefenen. Een kwestie van tijd en geduld!

 
Wordt vervolgd: Morre en de liefde

vrijdag 23 november 2012

Ik ben Fatimata, de echte zuster van Baba deel 1

Baba in zijn jeugd

De grote, gele kanari verraadt altijd waar ik ben. Dus als hij voor het hotel van Martine staat komen allerlei mensen even langs om naar mijn gezondheid te informeren.

Op een dag klopte Martine op de deur van mijn kamer waar ik zat te werken.
“Er zit een vrouw op het terras die je wil spreken, ze zegt dat ze de echte zuster is van Baba Traore, maar ik vertrouw het niet, ze is heel hautain en agressief”.

Ik liep het terras op en daar zaten rond een tafeltje een Malinese arts die op werkbezoek was en in het hotel logeerde, een wat slordige dikke Peulse vrouw met een zwart getatoeëerde mond en een ongelooflijk mooie, jonge en lange vrouw.
Ik gaf iedereen een hand en ging op een stoel naast de vrouw zitten, een beetje schuin naar haar toegedraaid. Om mij te zien moest ze haar hoofd naar me toedraaien wat ze duidelijk niet wilde. 
Ze zat daar als koningin Cleopatra en was giftig als een slang. Ze droeg een lange tuniek over een pofbroek, beide van soepel vallende zwarte zijde. Zowel de broek als de tuniek waren afgezet met brede manchetten van zachtgele zijde eenvoudig versierd met wat pailletten. Op haar hoofd van dezelfde combinatie een kunstig gedraaide doek die soepel langs haar hals viel. Ze had prachtige handen met lange slanke vingers die ontspannen op de stoelleuning rustten, een lange slanke hals, een glanzend mooie huid. Ze hield haar kin omhoog en keek met onbewogen blik voor zich uit terwijl ze af en toe probeerde uit haar ooghoeken naar mij te kijken. Ik schatte haar tussen de 25 en 30 jaar.
Ik begon een gesprekje met de arts tegenover me over het weer en de warmte toen ze ineens in perfect Frans luid riep: “Ik ben Fatimata, ik ben de zuster van Baba Traore, zelfde vader en moeder!”.
Ik lachte naar haar en zei: “dat is ook toevallig, ik ken ook een Baba Traore maar we hebben het vast niet over dezelfde want ik ken zijn zuster en broers en jou heb ik nog nooit ontmoet”.
Haar ogen schoten vuur en ze begon één voor één de namen op te noemen van de familie van Baba. Ze was niet meer te stuiten: “weet je dat Makan nu in Bamako is voor een familiehuwelijk, weet je dat Sidi in Sevare woont, dat Sekou, de maraboet van de familie in Djennee woont…, weet je hoe zijn vader en moeder heten?” en ze ging maar door.
“Ik ken ze allemaal” zei ik en ook in Djennee ben ik vaak op bezoek geweest. Maar jou ken ik nog niet”.
Ik legde mijn hand op haar arm en zei: ”Ik wil wel even zeggen dat ik je erg mooi vind en dat je een prachtige jurk aan hebt, heel smaakvol en helemaal niet Malinees”.
“Wil je ook zo’n jurk”, zei de Peul begeleidster/slaaf.
“Nee, dat hoeft niet”, zei ik “maar ik vind hem erg mooi.” 
Ik vroeg aan Fatimata of ze getrouwd was en wat voor werk ze deed. Ze was niet getrouwd en handelaar van beroep. Waarin ze handelde wilde ze niet vertellen.

Het gesprek ging duidelijk niet de kant op die zij wilde en ineens stak ze een fel verhaal af in het Bambara tegen de arts. Deze begon een beetje ongemakkelijk te draaien op zijn stoel en zei tenslotte tegen mij:

“ ik moet tegen je zeggen dat als Baba een tweede vrouw wil nemen hij toestemming van de familie nodig heeft. Hij is wel chef de famille maar de families uit Djennee, Mopti en Sevare moeten bij elkaar komen om daarover te besluiten.”
 “O” zei ik en richtte me weer tot Fatimata, “is hij dan van plan een tweede vrouw te nemen?”
Als blikken konden doden had ik nu niet meer geleefd en weer stak ze een verhaal in het Bambara af.

“Baba heeft drie maanden in jouw huis gewoond” zei de arts tegen me. 
Nu viel bij mij het kwartje echt.
 “Jaa, hij was ziek en ik heb hem verzorgd en de familieraad heeft daar toestemming voor gegeven" zei ik ."Baba is nu weer terug bij zijn vrouw. We werken elke dag samen maar daar hoeft de familie geen toestemming voor te geven, nietwaar?”

“ Baba of de familie moet voor alles toestemming geven” zei ze. Ze richtte zich nu rechtstreeks tot mij. “Praten ze met jou?” vroeg ze, “weet jij alles?”.
“Nee”, zei ik, “ik praat met Baba over het werk en ik ben niet op de hoogte van familieaangelegenheden, dat hoeft ook niet.”

Langzaam begon ik een idee te krijgen waar dit over zou kunnen gaan.
Ze stond op, gaf me licht glimlachend een hand en schreed het hotel uit met haar Peul-slaaf hobbelend met een grote tas achter haar aan.
Missie volbracht.

“Ja, je zit hier nog midden in de traditie”, zei de arts, “sterkte”.

De volgende dag feliciteerde ik Baba met zijn beeldschone zuster.

wordt vervolgd...

Baba is de jongen rechts op de foto


donderdag 22 november 2012

Horen, zien en ...............



Ondanks de dure melarone om me te beschermen tegen de malaria moest ik er dus toch aan geloven. Het is een rare ziekte omdat je gezond en vrolijk rondloopt en dan plotseling pijn in je knie krijgt of in je oor of waar dan ook, daarna verkrampt je lichaam, de koorts gaat snel omhoog en binnen een uur ben je doodziek. Slapen, medicijnen en met paracetamol de koorts naar beneden proberen te krijgen, omdat door de koorts de parasieten snel vermeerderen, is de enige remedie. Zo gaat dat althans met de zware aanvallen. Je moet er snel bij zijn en hopen dat de medicijnen weer hun werk doen. In het beste geval ben je dan 36 uur later weer de oude, maar zo niet deze keer. 

De zware medicijnen breken ook je weerstand af. De afgelopen week vecht ik met bronchitis, te hoge temperatuur, vermoeidheid en pijn in mijn gewrichten. Sedou volgde me al snel met dezelfde malaria en ook bij hem blijft het terugkomen. 

Tollend op zijn benen kwam hij het hotel binnenstrompelen om me te begroeten en geld te halen voor medicijnen. Met de grote helm op zijn hoofd, de klep naar beneden, stond hij hulpeloos naast het tafeltje waar ik net voorzichtig mijn eerste ontbijt at. Hij had in vier verschillende kleuren overgegeven zei hij en met zijn dikke vinger zocht hij zijn weg over het bonte tafelkleed om me precies de kleuren aan te wijzen, knalgroen, knalgeel, roze en bruin. Martine heeft daarna het kleed verwisseld!

Sedou met zijn helm

Sedou op de motor met Piet op de rug van Sali en kleine Baba voorop. Er is ook een helm voor Sali maar volgens Sedou heeft alleen de bestuurder er een nodig!


toen de helm verplicht werd leverde dat veel protesten op, zoals deze hier. inmiddels is de verplichting weer ingetrokken.

Inmiddels ben ik terug op Here Bugu. De kinderen zijn weer naar school, bij hen lijkt het voorlopig over, de oude buurman ligt weer in het ziekenhuis aan het infuus. Baba heeft soms vier begrafenissen per dag, iedereen wordt getroffen en overleven hangt ervan af of je medicijnen kunt kopen. In principe zijn medicijnen voor jonge kinderen en zwangere vrouwen gratis, een investering vanuit de ontwikkelingshulp in de gezondheidszorg. De realiteit is anders, zowel ziekenhuis als apotheek laten je op de stoep doodvallen als je geen geld hebt, een alternatieve manier om te verdienen aan hulpgelden. Er is een sterk sociaal systeem aan de ene kant maar overal waar geld in het spel komt lost dat op als sneeuw voor de zon.

Liggend in bed of in de hangmat heb ik de afgelopen week gebruikt om alle literatuur over Mali die ik maar vinden kon te lezen. De vraag die me voortdurend bezighoudt is hoe het toch mogelijk is dat een mooi land met zulke prachtige mensen in de huidige situatie terecht komt. 
De corruptie is zo verstikkend en een algemeen aanvaard onderdeel van het leven geworden. En nu de werkeloosheid, honger en ellende zijn weerga niet kent neemt de corruptie een ongekende vlucht waarbij de arme mensen, bij wie juist de traditie van het sociale vaak nog intact is, de allergrootste slachtoffers zijn. 
Het geld dat "nog" via internationale hulpverlening binnenkomt lijkt, wanneer ik hier in Mopti om me heen kijk, eerder de rijken te verrijken. Onderwijzers en gezondheidswerkers ontvangen vaak hun salaris niet, voedselhulp komt niet bij de doelgroep terecht maar wordt verkocht. (later zal ik meer schrijven over onze graanbank).
Ik heb me ingezet om hulp te krijgen voor de groep van 5000 Bella, het is niet gelukt. De betreffende hulpverlenende instantie (ik wil hier geen namen noemen) blijft elke keer opnieuw om digitale lijsten met namen vragen, ook als ze die al hebben. 

Een andere grote groep mensen, aan de andere kant van de rivier zijn met een delegatie naar Mopti gekomen om bij een andere internationale organisatie om hulp te vragen. Dat is een enorme stap voor deze trotse en ook ongeletterde mensen. Ook zij moesten een digitale lijst maken. Toen ze zeiden dat ze dat niet konden werd voorgesteld dat ze aan de secretaresse die de lijst wel wilde invoeren in de computer van de organisatie 1000 CFA moesten  betalen per ingeschreven persoon. ( euro 1,52). Ze schraapten 100.000 CFA bij elkaar (als gebaar want het gaat ook hier om veel mensen) maar het hielp niet, de lijst kwam er niet en de hulp ook niet. 
Als er een delegatie uit Bamako komt om te kijken hoe goed de hulpverlening loopt worden ze met veel egards ontvangen en met de pers erbij worden 10 zakken suiker aangeboden. En waag het niet je mond open te doen. 

De Bella troosten me en zeggen:”Yvonny, het is altijd zo geweest, dank voor je hulp maar wij weten dat het in de eeuwigheid niet gaat gebeuren”. De gouverneur zet de burgemeester onder druk, hij heeft privé geld nodig en dat moet uit de gemeentekas komen. Een andere bobo heeft geld nodig en zet de politie onder druk om geld te innen van passanten. De dokter in dienst van Unicef betaald de helft van de salarissen van verpleegsters uit. Drie maanden in plaats van de vijf die ze gewerkt hebben en die in hun contract met Unicef staan. Het verschil gaat (wordt aangenomen) in zijn zak en waag het niet er iets van te zeggen, dan is er de volgende keer geen werk voor jou.

Al schrijf ik er weinig over, Ik zit vol van verhalen over het onrecht dat ik hier zo open en bloot zie. Baba wijst me er steeds op dat ik een keuze moet maken. Horen, zien en zwijgen. Ik vertaal het in horen, zien en accepteren. Je verzetten tegen het kwaad maakt dat je geïnfecteerd wordt met kwaad. Ik wordt boos, ongelukkig en zwak.
Daarom schrijf ik niet vaak over de oorlog en de ellende. Daarom lukt het de armen te overleven. Zij weten nog elk teken van leven te koesteren en waarderen omdat er meer energie in zit dan in welke materie en imaginaire angst ook. En dat is wat ik van ze leer.

Nemen en van je laten nemen staat tegenover geven en ontvangen.
In het eerste zit vrijheid: je neemt van de ander wat je nodig hebt en je laat de ander nemen wat hij van jou wil hebben, je stelt je beschikbaar.

Geven en ontvangen is niet per definitie verkeerd maar er zit altijd een onvrij element in omdat ik geef wat ik denk dat de ander nodig heeft of ik geef omdat het mij een plezier doet om te geven. De ontvanger is nooit gelijkwaardig, hij kan dankbaar ontvangen of ondankbaar weigeren.

Ergens in die richting moet het gaan als we het hebben over hoe wij mensen van het westen en de mensen uit de zogenaamde ontwikkelingsgebieden iets voor elkaar willen en kunnen betekenen.

Ik neem levenskunst  en vermogen tot dankbaarheid en gelukkig zijn met wat er is van e mensen hier om mij heen. Zij nemen geld en ideeën die ze kunnen gebruiken en nieuwe omgangsvormen van mij in samenwerking met iedereen die meedoet.

Wij nemen geld van onze donateurs en daarmee worden ze deelnemer en we zijn iedereen daar heel dankbaar voor!!!!
In mijn presentaties in Nederland en in mijn blogs stel ik mijn ervaring ter beschikking en probeer de energie uit het leven hier te laten doorvloeien.

Amen of amina zoals ze hier zeggen.

Morgen ga ik het echt over de valse zuster van Baba hebben en over Morre die verliefd is geworden op een gemeen wijf en al zijn geld verliest!



er zijn nu twee klassen, eerste klas 's morgens, tweede 's middags. hier zitten een paar kinderen te wachten tot de juf komt.

het voetbalspel is een belangrijk vermaak na het werk. links Baba die het opneemt tegen de rest en moet winnen!

Aboeba en zijn hoofdvrouw Moukoeltoe. Zij zijn verantwoordelijk voor het paard van Dialangou dat de kar moet trekken. Het paard is te mager en zwak. Een probleem want de Bella hebben niet genoeg te eten en dan kun je niet een zak van 100 kilo gierst geven voor het paard. We hebben nu een voedermengsel gemaakt dat niet geschikt is voor mensen maar het blijft pijnlijk.


januari 2012 in Timbouctou met de zuster van Shindouk. Ik weet niet hoe het met haar gaat maar denk dagelijks aan ze

en tot slot een foto van echte Peulen!


woensdag 14 november 2012

Malaria.....8

ondanks melarone malaria met hoge koorts tot later.

dinsdag 13 november 2012

Gastvrijheid deel 7



Op het afrikaanse platteland bestonden vroeger geen hotels. Het kwam met de kolonisatie mee uit Europa en was bedoeld voor blanken. In de volksmond hier heet het ook wel “betaalde gastvrijheid”. Al naar gelang Afrika bezet werd door blanken tijdens de kolonisatie en later openging voor hulpverleningsorganisaties, reizigers en toeristen ontstonden meer en meer hotels, van zeer eenvoudig tot Hilton niveau in Bamako. 
Het is inmiddels al lang niet meer exclusief voor blanken. Ook de Malinezen die werken voor ontwikkelingshulporganisaties, de lokale O.N.G’s (niet regeringsgebonden organisaties) maken gebruik van de hotels wanneer ze op werkbezoek zijn. 

Voor de gemiddelde Malinees hier op het platteland echter is echte gastvrijheid nog altijd een heilig goed. De gast wordt met open armen ontvangen, krijgt direct een glas water aangeboden en mag plaatsnemen op de enige stoel die het huishouden rijk is. Vaak een stoel waarvan de bekleding nog maar uit drie draadjes plastic bestaat waarop het ongemakkelijk zitten is. De gast krijgt bij het gezamenlijk eten uit de pot de beste stukjes vlees uit de saus toegeschoven en om te slapen wordt een mat of een oud matras tevoorschijn getoverd. Bij sommige etnische groeperingen (o.a. de Peul) biedt de gastheer tot op de dag van vandaag ook zijn vrouw aan. Niemand vraagt hoelang je blijft of wanneer je weer weggaat.

In de huidige situatie in Mali, waarbij duizenden en duizenden mensen ontheemd zijn, zit maar een klein gedeelte in de vluchtelingenkampen. De rest is ondergebracht bij familie en vrienden of mensen die ze helemaal niet kennen. Ze eten mee uit de pot zonder dat iemand de onbeleefde vraag zal stellen om mee te delen in de kosten. Het beschikbare budget wordt gewoon verdeeld over meer personen, er wordt gierst gegeten in plaats van rijst, maar steeds komt het welzijn van de gasten op de eerste plaats. In Toguel, de wijk waar Baba woont lopen veel familiehoofden elke dag radeloos rond om de middelen bij elkaar te schrapen om aan de plichten van hun gastvrijheid te voldoen. Heb je een goede gast dan zal hij dankbaar zijn en je zijn leven niet meer vergeten en je beschouwen als vriend waarvoor hij iets terug doet als de tijd daar is.

De maatschappij is echter in rap tempo aan het veranderen onder invloed van onderwijs, televisie en de vele Malinezen die in het buitenland hebben gestudeerd. 
Het “banditisme” slaat overal toe zegt Baba. Het is hem tot 2 keer toe overkomen dat gasten zijn huis hebben leefgeroofd. 
“Als er nu gasten aan de deur kloppen stel ik 3 vragen: waar kom je vandaan, wat kom je hier doen en wat is je familienaam”. Maar mijn moeder is het er niet mee eens dat ik die vragen stel en ik moet mezelf overwinnen om het te doen want het voelt slecht en wantrouwend.”
Het zijn vooral gasten uit de grote steden die misbruik maken van de traditionele gastvrijheid op het platteland en profiteren van een soort “onbetaalde gastvrijheid” zonder zelf de traditionele en respectvolle omgangsvormen in acht te nemen.

Goed, ik ga dus geen gebruik maken van deze gastvrijheid maar kies voor de komende week voor “betaalde gastvrijheid” zolang het probleem met de elektriciteit op Here Bugu niet is opgelost. De meeste hotels zijn al lang gesloten maar Martine in Village Can draait nog omdat zij veel lokale mensen die voor Unicef, Care, Internationale Rode Kruis enz. enz. werken, herbergt. Zit ik meteen tussen de "ontwikkelingswerkers".

’s Morgens en ’s avonds kan ik schrijven, overdag trotseer ik de hitte  op Here Bugu en laat de mensen merken dat ik er ben. Iedereen maakt zich zorgen over de toekomst, elke dag wordt er gesproken over oorlog en militair ingrijpen. Iedereen vraagt zich af of we zullen stoppen.
Maar dat is niet aan de orde stel ik hun gerust.
We zitten in een crisis maar op Here Bugu hebben we altijd gezegd dat de slechte dingen er zijn om te transformeren tot goede, het kost deze keer alleen een beetje tijd.

“Wederkerigheid en ontwikkelingshulp.. een paradox?”  had ik gisteravond als werktitel opgeschreven. Als ik het vanochtend zie staan wordt ik bijna onpasselijk, wat een vreselijke titel, daar kan ik geen woord over schrijven. De  woorden alleen al: “ontwikkelingshulp”, of “ontwikkelingssamenwerking “ zijn gewoon foute woorden . 

Hulp is al een omstreden begrip, samenwerking dat doen we met managers,  maar ontwikkeling? Waarover hebben we het dan? Meer eten op je bord? Meer Afrikanen in driedelige costuums met een vet salaris en maitresse in de hotels? Meer kinderen naar school met een slecht schoolsysteem die later geen baan zullen krijgen en niet meer weten hoe te overleven omdat ze dat niet geleerd hebben? geen besnijdenissen meer? Geen plastisch operaties zoals bil- en borstvergroting, anusbleken om aantrekkelijker te zijn? Geen corruptie meer bij politici, makelaars, politie, rechtbank, wereldbank? Het westen vertelt aan Afrika hoe "ontwikkeling" eruit ziet ???

Terwijl ik dit schrijf stijgt de koorts en de pijn in mijn botten en spieren komt opzetten. Een nieuwe malaria aanval-ondanks de melarone. Ik heb de goede medicijnen bij de hand maar het is een optater voor mijn lichaam. Ik slik braaf de artefan, morgen voel ik me vast al beter.

P.S.In de volgende blogs verschijnen beetje bij beetje antwoorden op de vragen die me gesteld werden, hoe gaat het met de kinderen, met de graanbank, met de pelikaan enz. 

Morgen:
Fatimata, een ontmoeting met een sorciere uit de familie van Baba

maandag 12 november 2012

Sint Maarten en de oude man...deel 6

De volgende ochtend ben ik toch weer vol goede moed. Tenslotte heb ik uit Koutiala de transformator meegenomen en die zal straks geïnstalleerd worden.

Adama, onze lokale deskundige op het gebied van zonnepanelen die altijd paraat staat wordt gebeld maar blijkt voor een klus in Bandiagara, 60 km. hiervandaan te zitten. Bovendien, blijkt uit het telefoongesprek, heb ik de verkeerde transformator meegenomen: een 12 volt terwijl we een 24 volt nodig hebben.
Hamsa komt en brengt de veearts mee die naar een geit komt kijken die op apegapen ligt en haalt meteen de benzine generator op om hem naar de mecanicien terug te brengen.

Sedou vraagt of ik naar zijn kinderen wil kijken. Een maand geleden hadden ze zoals ik al schreef een zware malaria en kregen een infuus in het ziekenhuis. Maar Oumou en Kaziem zijn eigenlijk niet opgeknapt. Ik schrik want ik realiseer me ineens dat ik Oumou en Kaziem sinds ik terug ben niet gehoord heb. Ik heb er helemaal geen aandacht aan besteed. Als ik bij het schooltje kom waar ze nu tijdelijk wonen hoor ik de kinderen van de schoolklas met krijsende stemmetjes het volkslied van Mali zingen. Kaziem zit tegen een boomstam geleund, zijn ogen wagenwijd open maar hij ziet me niet. Oumou ligt op een mat, haar gezicht ziet er vreemd uit, helemaal niet Oumou.
Ik heb geen auto, Hamsa is met de Kanari weg. De waterpomp voor de Nissan is inmiddels uit Bamako gekomen voor een heleboel geld maar zit er nog niet in. Ik zeg tegen Sedou dat hij met ze naar het ziekenhuis moet, zo snel mogelijk en geef hem geld mee. Ze zijn te slap om ze tegelijk te vervoeren dus rijdt hij heen en weer en brengt ze er één voor één naar toe. Twee uur later is hij terug met de kinderen en een grote plastic zak met medicijnen. Ze hebben injecties gekregen en de rest gaat met druppels en pillen.
Ik ben er niet helemaal gerust op, we zullen de komende dagen afwachten.

Intussen is Baba gearriveerd. Hij ziet er moe uit. Na mijn telefoontje gister is hij naar een bevriende maraboet in Mopti gegaan.

Een maraboet is in de islamitische traditie in West-Afrika een ascetisch persoon, die gezien wordt als een soort wijsgeer, een heilige man. Je gaat naar een maraboet toe als je een probleem hebt, advies wilt, ziek bent of wanneer je denkt dat iemand zijn best doet om jou ziek te maken. Maraboets bezitten twee soorten kennis: religieuze kennis over 'de islam' en kennis van traditionele magische praktijken. Hiertoe behoren onder andere het waarzeggen en het vervaardigen van amuletten.

Daar moet ik even rustig voor gaan zitten. De rol van maraboets in Mali is nog groot en er zijn charlatans en echte. Toen er in het verleden een keer een aanzienlijk bedrag gestolen werd op Here Bugu stelde Baba voor om de maraboet in te schakelen. Op mijn vraag wat er zou gebeuren kreeg ik als antwoord: “ hij vult een schaal met hemelwater dat de aarde niet aangeraakt heeft. Iedereen op Here Bugu moet zich spiegelen in die schaal en hij zal de dief aanwijzen”. Ik had er niet zo’n goed gevoel bij en bedankte. Uiteindelijk deed ik zelf onderzoek en werd mij duidelijk wie de dief was. Het was toen wederom Baba die me ervan weerhield dat op mijn manier openlijk aan de kaak te stellen. De betreffende persoon werd medegedeeld dat we geen werk meer voor hem hadden en hij zal zich altijd afvragen of we wisten wat hij gedaan had. Ondertussen kan hij ons er niet van beschuldigen dat we hem beschuldigd hebben en dat in ons nadeel over ons rondstrooien. Zo werkt dat hier!

Dus, Baba is naar de maraboet gegaan. Toen ik met hem in Bamako was in mei, alwaar de arts constateerde dat hij een levensbedreigende hepatitis had, legde hij zijn hoofd op tafel en huilde met gierende uithalen. “Mijn familie gaat dit nooit accepteren”, bracht hij snikkend uit. In Mali is ziek zijn “not done”. Je houdt je groot tot je erbij neervalt en het te laat is. De familie, en in dit geval zijn moeder, raadpleegt de maraboets, betaald hun met pagnes (stoffen) en schapen om van de maraboets hun “benedicties”(aflaten) te kopen, ruïneert de financiële positie van de familie en de patiënt is overgeleverd aan tal van magische handelingen die hem beter zouden maken. Zoals bekend uit mijn blogs hebben we dat weten af te wenden. Baba was drie maanden op Here Bugu, ik heb hem verzorgd en het gaat beter met hem dan ooit tevoren. Ik heb dus op zijn minst een twijfelachtige verhouding tot maraboets.

“Hoeveel zwarte koeien moeten we slachten en hoeveel kippen doneren aan de armen” vraag ik enigszins geladen.
Maar Baba weet me te overtuigen dat “zijn maraboet” anders is. Nadat Baba het verhaal aan hem verteld had vroeg de maraboet of we voldoende hebben geëvalueerd. Of we de goede en de kwade daden voldoende kunnen onderscheiden. De streek waar we zitten staat sinds oudsher bekend als een gebied waar de “djinns” heersen.
Een djinn is een bovennatuurlijk onzichtbaar wezen, dat volgens islamitische overleveringen bezit kan nemen van mensen. Samen met mensen en Engelen zijn Djinns volgens de koran de drie levensvormen met een bewustzijn gemaakt door Allah.

Djinn zouden een nieuwsgierige geaardheid hebben; zij vallen daarom vaak als een soort van kaartenhuis uiteen wanneer zij worden verjaagd van het "hemelse licht" dat hun ook aantrekt. Allah geeft engelen hiervoor de opdracht. De slechte djinn (met een slechte intentie) geeft het opgevangen woord als roddel door. Een waarzegger kan dit opvangen en proberen te interpreteren.

Iedereen heeft zich erover verbaasd dat in dit gebied Here Bugu in de afgelopen drie jaar zo gegroeid is. Dat er zoveel goede dingen gebeuren. “We moeten ons uiteenzetten met de Djinns”, zegt Baba en “we moeten op 25 november “benedicties” doen”.

Baba heeft aan mij een goeie. Als klein kind zag ik wat men “elfen en kabouters” noemt in de natuur en niemand kan me ervan overtuigen dat het niet bestaat, al zie ik het niet meer. Die “benedicties” gaat de maraboet nog bepalen maar het zal er op neer komen dat elke bewoner van Here Bugu iets offert wat hem dierbaar is en wat hij kan opbrengen. “OK” hier kan ik mee leven.

Baba is zichtbaar vermoeid, de koorts begint weer en hij heeft een opkomende angina, een bekend probleem bij hem als het teveel wordt. Hamsa belt dat de benzine generator niet te repareren valt. De mecanicien verklaart nog nooit zoiets gezien te hebben, het motorblok is compleet doormidden gescheurd. Geen verandering in de situatie dus. Er knapt iets in me en ik zeg dat ik niet op Here Bugu kan blijven zonder mijn gezondheid in gevaar te brengen. Ik bel mijn vriendin Martine en reserveer een kamer in haar hotel met internet en airconditioning.

Ik pak wat spullen bij elkaar. Hamsa komt me ophalen en brengt ook Baba naar huis. Als ik naar de auto ga komt er een man aanlopen in een onderbroek en een hemdje. Een paar meter bij me vandaan werpt hij zich in het stof, kruipt naar me toe en grijpt mijn voeten vast. Het is de gardien van de burgemeester die ik naar het ziekenhuis bracht en die inmiddels weer genezen en terug is. Sedou, die erbij staat, gebaart me dat hij niet helemaal normaal is. De man is brood en brood mager. Ik help hem opstaan en zeg tegen Sedou dat hij hem een bord eten moet geven.

Het is tenslotte de tijd van Sint Maarten!!!
Dikke jassen, mutsen en wanten. Rode wangen van de kou en zelfgemaakte lantaarns waarmee we met de kinderen door de straten liepen. En daarna een lekkere pompoensoep. Heimwee!

Het lied dat we zongen voor het slapen gaan?

Sint Maarten reed door weer en wind
Zijn vurig paard draagt hem gezwind
Sint Maarten reed met volle moed
Zijn mantel dekt hem warm en goed

Een oud man stond aan de baan
Hij keek de ridder smekend aan
Och help mij, help mij in de nood
Ik vind hier in de kou de dood

Sint Maarten was zeer aangedaan
Hij keek de oude met medelij aan
Hij trok zij slagzwaard uit de schee
En sneed zijn mantel vlug in twee.

De oude man kwam 's nachts weerom
Hij had de halve mantel om.
Hij sprak tot Maarten zonder spot
En zei " ik ben de lieve God"

OK, neem het met een korrel zout, het wordt wat sentimenteel. Maar doneren mag,velen gingen al voor, een incasso tussen de 5 en 25 euro per maand. Email aan yvonne@rondombaba.nl We komen er de donkere tijden mee door.


Morgen: wederkerigheid, een vorm van ontwikkelingshulp

zondag 11 november 2012

Nog geen licht.......... deel 5


Om zes uur ‘s morgens vertrekken Hamsa en ik richting Koutiala. Al gauw zit de achterbak vol met zwaarbewapende militairen die meeliften op weg naar een ander legerkamp. Zo passeren we soepel de grensposten onderweg en hoeven geen papieren te laten zien. Het is nog steeds drukkend heet, we wachten allemaal op de omslag in het weer naar de koelere periode.

Onderweg zien we overal Peulherders met hun enorme kuddes magere koeien die rondhangen totdat de oogsten binnen zijn en ze weer voor een half jaar in de nabije omgeving van Mopti mogen neerstrijken. Normaal wordt het land rondom Here Bugu vanaf januari pas door Peulen bezet. Dit jaar komen ze eerder omdat ze door de oorlog niet naar de graaslanden in het Noorden konden gaan. Ze zetten hun geimproviseerde hutjes neer van stokken en palmbladeren en leven met hun vrouwen en kinderen tussen de beesten in de meest armoedige omstandigheden die je je maar kunt voorstellen. Twee maal per dag lopen de mannen met hun koeien, schapen en geiten heen en terug over het zandpad langs Here Bugu naar een ven om de beesten te drenken. De magere koeien sloffen met neerhangende kop met de grote horens over het zand en binnen twee dagen zijn de harde zandpaden verandert in mul zand dat opstuift en bij elke windvlaag mijn huis binnenstuift. Bovendien kappen de peulen elke boom die ze tegenkomen voor hun vuurtjes en laten de twijgjes met vlijmscherpe doornen in het zand achter. Het rijden met auto en motor door het zand wordt moeilijker en we hebben voortdurend lekke banden. Door hun leefwijze en gedrag zijn de Peulen hier niet geliefd maar wij staan op goede voet met ze, ondanks het feit dat Sedou ze haat. “Bij een Peul weet je nooit of hij slaapt of alleen maar zijn ogen dichtheeft” waarschuwt hij me keer op keer.

onze Peul buren
In Koutiala aangekomen halen we de transformator op en worden uitgenodigd om te komen eten op de hof van een bevriende familie van Baba. Ze excuseren zich in alle toonaarden dat uitgerekend vandaag de electriciteit is uitgevallen en er geen ventilator is om ons te verkoelen. Het zal wel aan mij liggen denk ik gelaten, iets in mijn vorige leven of zo, electriciteit en Yvonne, het matcht gewoon niet.

Tegen de avond zijn we terug op Here Bugu. De honden zijn uitgelaten van vreugde en Sedou staat stralend naast de gerepareerde benzine generator. “Rien de problemes a Here Bugu, vanavond is er licht” zegt hij. Maar eerst heeft hij geld nodig om een tankje benzine te gaan kopen.
Ik schenk een flink glas warme whisky/ cola in, constateer verbaasd dat er minder whisky in de fles zit dan ik dacht en ga op het dak zitten bijkomen.

Kort daarop hoor ik het geronk van de benzinemotor, de lichten floepen aan, de koelkast begint te zoemen en een ventilator draait. Iedereen komt aanrennen om zijn mobiele telefoons in de opladers te zetten. Verheugd zet ik internet aan en begin mijn mails te lezen.

Ik neem geen tijd om te koken en knabbel al lezend op een stukje droog brood als een luide explosie te horen is gevolgd door diepe stilte en inktzwarte duisternis.
Op handen en voeten kruip ik door het huis op zoek naar mijn zaklamp, een leger van zoemende muggen om mijn hoofd, als Sedou verschijnt met zijn supersonische led lamp uit Nederland. 
“Ca va allez, Alhamdulillahi (het zal goed komen, zo God het wil) zegt hij beteuterd. 
Ik bel Baba en vertel wat er gebeurt is. Het blijft lang stil aan de andere kant van de lijn. Dan zegt hij: ”Toen hij gerepareerd was heb ik hem 2 uur bij de mecanicien laten draaien en alles was goed. Hier is iets anders in het spel. Yvonne, kruip onder je muskietennet en ga slapen.”
En dat is wat ik doe.

een schaal met Here Bugu vruchten, na 3 jaar de eerste oogst