zondag 29 september 2019

Vooruitgang en /of ontwikkeling

Zaterdag 26 oktober gaan wij in gesprek met Baba over de keuzes die wij met ons project Here Bugu gemaakt hebben in de afgelopen 12 jaar, over de uitdagingen waarvoor wij ons geplaatst zien en wat wij met elkaar daarin voor Baba en het project kunnen betekenen.

Wij nodigen u van harte uit voor deze ontmoeting. Komt u ook? Wij zien er naar uit!
Wanneer: zaterdag 26 oktober van 14.00- 16.00 uur
Waar: op de woonboot van ons bestuurslid Ira van Eelen, Borneokade 92, 1019AW Amsterdam


Op de boot is ruimte voor ca. 70 mensen. We horen graag of u komt via het email-adres: malikolder@gmail.com

De volgende blog is tevens te zien als opmaat voor het gesprek

Alice in Wonderland

Als ‘leek’ op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en zonder kennis van Afrika of Mali, ben ik twaalf jaar geleden ingegaan op de vraag van een Malinees om in Mali, op het platteland, een alternatief model te ontwikkelen voor verbetering van de situatie van de armen. Here Bugu, plaats van vrede, werd de naam van het project en ons streven was: Samenwerking in Ontwikkeling, met de nadruk op ontwikkeling, ontwikkeling door samenwerking, wederkerig dus.
Was ik naïef? Jazeker. En toen ik geconfronteerd werd met de realiteit van de ‘werkvloer’ werd ik ook nog eens eigenwijs en betweterig. En boos. Mijn kritiek is bij iedereen wel bekend. Hoe was het mogelijk dat er in de afgelopen decennia zoveel geld was gespendeerd, vroeg ik me af, zonder ogenschijnlijk resultaat voor de doelgroep?

Naïviteit heeft een voordeel, namelijk de onbevangen blik. En verder was ik uitgerust met een behoorlijke dosis mensenkennis, zelfkennis, humor, uithoudingsvermogen en alle vaardigheden die ik mij in mijn veelzijdige beroepsleven had eigengemaakt. Een ‘leek’ dus maar wel een met bagage. Ik kon het met mijn temperament dan ook niet voorkomen dat er confrontaties met mensen van de reguliere ontwikkelingssamenwerking plaatsvonden. Die waren toen op het platteland nog volop aanwezig in de vorm van internationale en lokale Ngo’s. Ik zag te veel en ik vond er teveel van.

Het was altijd weer Baba die mij dringend adviseerde om ‘de andere kant’ uit te kijken. Om geen energie te verliezen, niet zuur te worden maar in tegendeel al mijn positieve energie in ons project te stoppen. Daar heb ik veel van geleerd en het heeft me als mens veranderd. Een mooi voorbeeld van ‘Samenwerking in Ontwikkeling’.

Ontwikkelingssamenwerking

Ondertussen bleef en blijft de vraag naar de problematiek van ontwikkelingssamenwerking mij bezig houden. Er is tenslotte heel veel geld, goede bedoelingen en menselijke inzet mee gemoeid. En actueler dan ooit, zeker in samenhang met de vluchtelingenproblematiek.

Wanneer je niet bekend bent met de geschiedenis van de ontwikkelingssamenwerking, zoals ik, dan word je allereerst verrast door de term Ngo die je in het kader van ontwikkelingssamenwerking steeds tegen komt. Ngo betekent:

Niet gouvermentele organisatie.
Wikipedia: ”een niet-gouvermentele organisatie is een organisatie die onafhankelijk is van de overheid en zich op een of andere manier richt op een maatschappelijk belang.”

Bij dat woord ‘onafhankelijk’ zit wel een addertje onder het gras. De ontwikkelingshulp van Nederland komt op drie manieren op zijn plaats terecht:
  • direct, van regering naar regering; 
  • via internationale organisaties (Wereldbank, VN):
  • via Ngo’s; deze hebben lokale partnerorganisaties in de betreffende landen: een soort door de lokale bevolking gerunde dependances.
Ngo’s ontvangen een groot gedeelte van hun financiën uit de Nederlandse ontwikkelingspot, van de regering dus. Daar zitten voorwaarden aan vast en bovendien werken ze samen met lokale regeringen. In Mali worden bijvoorbeeld lokale ngo’s opgezet om bepaalde subsidies binnen te halen, maar de lokale regering heeft daar veelal ook zijn aandeel in of eist daarin een bonus.

Hulp of samenwerking


Wikipedia:
De termen ontwikkelingshulp en ontwikkelingssamenwerking worden in praktijk door elkaar gebruikt. Van oudsher spreekt men van ontwikkelingshulp, maar in de jaren zeventig van de vorige eeuw werd de term ontwikkelingssamenwerking geïntroduceerd. Daarmee drukken donoren uit dat zij ontvangende landen en organisaties als gelijkwaardige partners beschouwen”.

De ontwikkelingshulp bestond al ten tijde van de koloniën maar nog lang na de onafhankelijkheid van de betreffende landen bleef het koloniale, patriarchale karakter in de hulpverlening nagalmen. Achter de verandering van het woord ‘hulp’ naar het woord ‘samenwerking’ zat een goede intentie maar het kwaad was al geschied. Zo zie ik in Mali dat de lokale partners het koloniale gedrag van hun Westerse voorgangers hebben overgenomen en dat koesteren. Zijzelf zijn immers voortgekomen uit de groep van behoeftigen en richten zich nu liever op het geld uit het Westen dan op de lokale hulpverlening.

De laatste jaren wordt kritischer gekeken vanuit de internationale Ngo’s naar het resultaat van hun lokale partners. Omdat die nogal eens tegenvielen, zijn er veel subsidies geschrapt. Dat hebben wij op Here Bugu de laatste jaren veel om ons heen zien gebeuren. Regelmatig kregen we afvaardigingen van lokale partnerorganisaties op bezoek. Wanhopig vanwege hun gereduceerde budget kwamen ze bij ons polshoogte nemen. Met spiksplinternieuwe auto’s met chauffeur reden ze het terrein op, op zoek naar de directeur van dit wonderlijke project zonder kantoor met de gebruikelijke airco installatie.

Soms ontstonden er interessante gesprekken. Zo wilden ze meestal weten hoe de relatie lag tussen Baba en zijn organisatie. Grote klacht was bijna altijd dat de door het Westen voorgeschreven programma’s, die gekoppeld zaten aan hun budget, niet uitvoerbaar waren. Ze pasten niet binnen de lokale cultuur zeiden ze, en de communicatie daarover was moeilijk omdat de standpunten vanuit de cultuur van de donorateurs en die van de ontvangers niet op elkaar aansloten. Dat ze zich in duizend bochten moesten wringen, vertelden ze, om er toch een rapport over te schrijven dat de donor-organisatie bevredigde en overtuigde van de noodzaak van nieuwe subsidies. Door de steeds grotere controle op de besteding van het budget raakten ze hun gevoel kwijt, zo zeiden ze, voor wat de donor- organisatie van hun wilde horen om opnieuw te investeren. Ook werd duidelijk dat voorwaarden om het werk uit te kunnen voeren, zoals gebouwen, auto’s, en vele andere overheadkosten voor hen absolute prioriteit had boven het uitvoerende werk. Dit verantwoordden ze omdat in hun ogen ‘status’ in hun maatschappij voorwaarde is voor hulpverlening (een goed voorbeeld van een koloniale erfenis). Anderzijds hoorden we vaak van de uitvoerende werknemers van de lokale organisaties, bijvoorbeeld de mensen die de vaccinatieprogramma’s moesten uitvoeren of die in de dorpen voorlichting moesten geven over gezinsplanning, dat hun salarissen niet betaald werden maar in de zakken verdwenen van hun leidinggevenden. Dat ze bedreigd werden met ontslag als ze daarover protesteerden en dat al het werk alleen maar om het geld leek te draaien.

Status

Ik had een Franse vriendin met een hotel in de nabije omgeving van Here Bugu. Zij kon het na 2012, het begin van de onrust in Mali, nog heel lang volhouden zonder toeristen. Dit omdat haar gasten voornamelijk hooggeplaatsten uit de regering waren of medewerkers van lokale partnerorganisaties (Ngo’s) die vanuit de hoofdstad bij haar kwamen logeren en vergaderen met de directies van plaatselijke organisaties uit Mopti en omstreken. Jarenlang ging ik regelmatig even bij haar zwemmen en bijkletsen en kon ik met haar gasten kennismaken en/of ze observeren. Het zou niet netjes zijn om uit de school te klappen over de intieme details maar het verschafte me wel een unieke inkijk in die wereld. En wat me opviel in al die jaren was het enorme decorum die de mensen van deze beroepsgroep ontleenden aan hun positie als medewerker van een Ngo.

De mannen steevast in donkerblauw kostuum met overhemd en das. Vrouwen in enorme jurken met strikken op hun hoofd en behangen met (klater)goud en gucci-tassen. Dit waren de mannen en vrouwen die beschikten over de macht om geld voor projecten aan te vragen. Het ontwikkelingsgeld vervolgens te verdelen en aannemers in te huren om de beoogde projecten tegen woekerprijzen, anders dan in de begrotingen berekend was, te realiseren. Om dubbele hotelrekeningen aan te maken voor hun declaraties, hun dagelijkse séjour, kosten voor eten en verblijf, te innen maar niet aanwezig te zijn op de vergaderingen. Maar het allergekste van alles was dat ze zelf dit gedrag als vanzelfsprekend onderdeel van hun positie ervaarden. Waar ik mezelf plaatsvervangend voor hen schaamde, hadden zij daar geen enkele last van. Integendeel zij vonden dit gedrag normaal en nog sterker, zij gedroegen zich zoals de witten hun dat eeuwenlang hadden voorgedaan, dachten ze.

Op een dag raakte ik in gesprek met een aardige vrouwelijke minister uit de regering. En, heel bijzonder, ze ging met me mee kijken op Here Bugu. Ze keek haar ogen uit maar toen ik haar terugbracht zei ze oprecht : “Madame, ik begrijp u niet. Waarom doet u dit?” Op mijn vragende blik zei ze vervolgens: “Geen Malinese vrouw kan u begrijpen. Wij willen ons ontwikkelen, we willen vooruit zodat we een beter leven hebben. Ik vind het niet geloofwaardig dat u een heleboel stappen achteruit zet!”

Economische vooruitgang of ontwikkeling

Ik heb de indruk dat met deze opmerking de vinger op de zere plek van de problematiek van de ontwikkelingssamenwerking en op de problemen waarin Mali zich bevindt wordt gelegd. Er bestaat een substantiële verwarring over ‘economische vooruitgang’ aan de ene kant en ‘ontwikkeling’ aan de andere kant.

Vooruitgang
In de afgelopen decennia heeft in het extreem arme Mali een groeiende groep mensen financieel kunnen profiteren van het geld dat binnenstroomde. Er is een groep rijke mensen ontstaan tegenover het extreem arme, overgrote deel van de bevolking. Hiermee is eigenlijk in het klein een afspiegeling ontstaan van de situatie in de grote wereld: “De 26 rijkste mensen op aarde hebben samen meer vermogen dan de armste helft van de wereldbevolking; 3,8 miljard mensen.”, aldus onderzoek van Oxfam Novib.
Die extreem arme bevolking kijkt in aanbidding naar hun rijke landgenoten die, evenals de vertegenwoordigers van onze westerse samenleving, in dure auto’s rijden, mooie huizen hebben, geld uit de muur trekken, paspoorten hebben en kinderen op privéscholen en studerend in het buitenland. En als ze hen niet persoonlijk kennen dan zien ze deze landgenoten wel elke avond op de televisie waar het succes van de vooruitgang getoond wordt.

Want dat is vooruitgang in de ogen van de economen. Meer hebben, en nog meer en nog meer.De indicator voor deze economische groei is de procentuele toename van het bruto inkomen per hoofd van de bevolking. Met een paar extreem rijke mensen zou je dus als je naar de statistieken kijkt kunnen veronderstellen dat er minder armoede is terwijl het tegendeel het geval is.


Ontwikkeling
Ontwikkeling heeft een hele andere curve en dynamiek dan vooruitgang. Het vraagt om een andere aanpak en andere meetinstrumenten. Waar bij economische vooruitgang de kwantiteit van het ‘hebben’ wordt gemeten gaat het bij ontwikkeling om de kwaliteit van het ‘zijn’. Ontwikkeling is niet op dezelfde manier zichtbaar omdat het van binnenuit begint en meer tijd nodig heeft.

Iedereen kan bedenken dat groei niet eeuwig doorgaat. Het is actueler dan ooit. In de krant stond onlangs: “Die klimaatcrisis komt ons eigenlijk best van pas: De grenzen aan de groei worden ineens tastbaar”(Volkskrant, 14 september 2019).

In Mali kun je zien dat er ontwikkelt is op ‘economische vooruitgang' maar dat de ontwikkeling die de groei van binnenuit moet ondersteunen achtergebleven is. De Nigeriaanse filosoof Claude Ake schreef: ”het probleem is niet zozeer dat ontwikkeling heeft gefaald als wel dat ze nooit echt op de agenda heeft gestaan.” Baba zegt hierover: “ We hebben nooit de kans gehad om onszelf te ontwikkelen. Generatie na generatie waren het autoritaire regimes (koloniale heersers en communistische regiems) die ons vertelden hoe we het doen moesten. Wij volgden wat ons werd opgedragen. Zelf nadenken werd niet gewaardeerd. Eigen initiatief evenmin. We hebben geen identiteit meer. De mensen weten inmiddels niet meer wie ze zijn en wat ze willen.”

Onderwijs 

Zeventig procent van de bevolking is onder de 18 jaar. Een kans en een uitdaging.

Het onderwijs is een groot probleem in Mali. Er zijn te weinig scholen voor de enorme hoeveelheid kinderen. Daarom wordt in Nederland veel geld opgehaald voor onderwijs in landen als Mali. Maar ik zie in Mali tegelijkertijd dat slechte scholen ook een tegengestelde werking kunnen hebben. Ook hier zal het moeten gaan over kwaliteit boven kwantiteit.

Trendforcaster Lidewij Edelkoort verwoordde het in haar interview van april 2019 in het tijdschrift Elle als volgt: ”We moeten vooral het onderwijssysteem rigoureus aanpakken. Belangrijk zal zijn dat we zelfondernemerschap in de vingers krijgen en zelf dingen leren maken…

Van nature heeft elk gezond kind een hevig verlangen om te leren, om te ontwikkelen. Wanneer er geen kwalitatieve inhoud geboden wordt op een manier dat het kind leert zich de stof zelf eigen te maken, dan ontstaat een honger naar inhoud die te vergelijken is met fysieke honger naar voedsel. De Griekse wijsgeer Heraklites zei: “Onderwijs in niet het vullen van een vat maar het ontsteken van een vuur".

Het dramatische in Mali is dat in de scholen dat vuur niet ontstoken wordt. Passie vinden de kinderen aan de ene kant bij de soaps op televisie ( jaloezie, ijverzucht, romantiek, ruzies, bedrog) waar ze ’s avonds naar kijken en bij de reclames en televisieshows over de wereld van de rijken met hun pracht en praal. Passie vinden ze aan de andere kant bij het fundamentalisme, het gepassioneerde gepreek over het ware geloof. Twee kanten van het ‘koude vuur’. “Koud vuur” omdat bij beide de warmte van een liefhebbend hart ontbreekt.

Voor het werkelijk samenwerken in ontwikkeling moeten we het warme vuur aansteken. Scholen en projecten zouden de plaatsen moeten zijn waar mensen leren creatief te denken, fantasie te ontwikkelen, ondernemend te zijn, zelf dingen leren maken en warme passie te vinden. Onderwijs waar de hele mens bij betrokken is, hoofd en hart en ledematen (dingen doen!) om een gezonde leergierigheid wakker te maken. Dat is het allerbelangrijkste wat de mensen in Mali nodig hebben om aan hun toekomst te bouwen.

Here Bugu is zo’n project waar we nu ruim 10 jaar op die manier aan het bouwen zijn. We lopen daarbij zeker ook tegen veel vragen op en zoeken voortdurend naar creatieve oplossingen. Dat is iedere keer een grote uitdaging want die oplossingen kunnen alleen ontstaan in de samenwerking en door de wederzijdse inspiratie.

De dijken die gebouwd zijn voor de complexe rijstcultuur

Onkruid wieden, onkruid wieden (we gebruiken geen pesticiden)

en zo moet het worden, met vissen en eenden tussen de rijstplanten
Het land voorbereiden was een enorme klus

en dan valt de regen zo hard dat de weg naar HB er 3 dagen zo uitziet

Here Bugu is dan voor korte tijd een oase van groen
voorbereidingen voor de nieuwe collectie armbanden voor Return to Sender

woensdag 19 juni 2019

Een zorgwekkende situatie

Voor een beter beeld hieronder wat kaarten en feiten over Noord- Afrika en Mali:

Noord-Afrika en Middenoosten


De landen die behoren tot West-Afrika. 



In het nieuws wordt vaak gesproken over de landen die in de Sahel liggen. De Sahel is een landstreek in Afrika die gelegen is tussen vochtig tropisch gebied in het zuiden en de Sahara-woestijn in het noorden. Aan de westzijde wordt zij begrensd door de Atlantische Oceaan en aan de oostzijde door de Rode Zee.





             Oppervlakte Mali:                  1.240.192 
             Oppervlakte Nederland:              41.543

het inwonersaantal van beide landen was in 2017 rond de 18 miljoen
In Mali woont het grootste percentage in en om de hoofdstad Bamako

Mali heeft 8 regio's waarvan de regio Mopti centraal ligt. Alles ten noorden en noordoosten van de regio Mopti is woestijn.


De regio Mopti waar de meeste problemen zich nu afspelen met als hoofdstad Mopti-Ville, de stad Mopti. Rechtsonder bevindt zich de Dogon (Bandiagara, Koro en Bankass) met zijn wereldberoemde cultuur. Ten zuiden van de provincie Mopti de provincie Djenne waar onze armbandenvrouwen vandaan komen. Om een idee te geven, Moptistad-Bandiagarastad  is 63 km; Mopti- Djenne is 75 km




Tot slot een kaart van het dogongebied, onderdeel van de regio Mopti, genoemd naar zijn bevolking de Dogon.  De conflicten die zich hier afspelen gaan tussen de twee voornaamste etnische groeperingen de Dogon (landbouwers) en de Peul (veetelers), aangewakkerd door terroristen van verschillende komaf (er gaan geruchten over Engels-sprekenden) en zelfverdedigingsmilities. Dorpen worden aangevallen en mensen op afschuwelijke wijze vermoord en verbrand. De staat is afwezig, het staatsleger is zwak, de buitenlandse troepen (Minusma) hebben geen mandaat om in te grijpen, het land is groot. De hoeveelheid wapens in omloop groeit. 
Here Bugu ligt links op de kaart tussen Mopti en Sevare in.
In paniek zijn grote groepen van de bevolking op de vlucht, vaak Dogon en Peulen samen, beide bang voor wraakacties van elkaars milities.
Onze 'gardien' Sedou komt uit de buurt van Koro, rechtsonder. De dorpen van zijn familie worden nu ook bedreigd.

Nederlanders werkzaam in de regio Mopti.
Niet ver van Here Bugu vandaan woont en werkt Willem Snapper die in de afgelopen jaren onder andere negen grote tuinen heeft aangelegd en beheerd voor vrouwen die een klein perceeltje krijgen toegewezen waar ze groenten kunnen verbouwen voor eigen gebruik en verkoop. Baba leidt de equipe die voor het dagelijks beheer van de tuinen zorgt.
In de Dogon is de Nederlandse Stichting Partners Pays-Dogon actief die is ontstaan uit het samengaan van drie stichtingen in Nederland die al jarenlang werkten aan hetzelfde ideaal; bijdragen aan de regionale ontwikkeling in het land van de Dogon. Zij hebben een enorm programma en werken aan de uitvoering van programma’s voor scholenbouw, onderwijsvernieuwing, vrouwengroepen, cultuurbehoud, watervoorziening, landbouw, woestijnvergroening en boomaanplant.
Daarnaast is er nog de Stichting Scholen en Stichting Vive l'Initiative die, vanwege de gevaarlijke situatie ter plaatse, vanuit elders scholen en schoolkinderen ondersteunen.

Here Bugu
In de afgelopen maanden is het werk op Here Bugu onverminderd doorgegaan. Alle projecten zijn actief. Het meeste werk wordt nu verzet op het voorbereiden van de nieuwe derde en vierde hectare voor de complexe rijstcultuur die we hier gaan toepassen. Complexe rijstcultuur is een systeem waarbij kort gezegd vissen en eenden zwemmen tussen de rijstplanten. Er worden geen pesticiden en kunstmest gebruikt en als alles goed verloopt is de opbrengst van de rijstoogst hoog. We worden hierin bijgestaan door een deskundige uit Wageningen en Warmonderhof. Wageningen onderzoekt ook de kwaliteit van onze compost.
Om dit mogelijk te maken werd de afgelopen maanden koortsachtig gewerkt aan het aanleggen van dijkjes binnen de twee hectare en aan het bouwen van de muur ter bescherming eromheen.
De leiding van het werk is in handen van 8 ervaren metselaars uit Djenne. 
De biologische rijstteelt sluit goed aan bij de oude tradities en de arbeiders, die allen tegen kleine vergoedingen werken genieten dat hun oude vaardigheden hier zo goed te pas komen.


plattegrond voor de dijkjes verdeeld over de 2 hectares.Zo ontstaan bassins voor de rijst, eendenkooien aan de kant enz.

een voorbeeld hoe het eruit kan gaan zien

Vluchtelingen
Ondertussen hebben zich meer dan 100 Peulen die geen kant uit konden zich met hun families en vee op en om Here Bugu gesetteld. Een logistieke uitdaging. Hoewel Peulen altijd op zichzelf blijven worden voorzichtige en succesvolle integratie initiatieven ondernomen. Het begon ermee dat we hun twee watertappunten ter beschikking stelden (de vrouwen vullen hier hun jerrycans)) wat nu kan door de bouw van de tweede watertoren. Daarna kwamen de mannen. Zij verdelen zich strategisch over Here Bugu om te zorgen dat hun vee geen schade aanricht. Inmiddels doen ze mee met de ochtend-oefeningen en spelen de kinderen op de speelplaatsen. Het einde van de Ramadan is afgesloten met het slachten van één van onze eigen koeien met een gezamenlijk feest.
Als binnenkort het regenseizoen en dus het zaai-seizoen begint mogen de Peulen niet meer met hun kuddes in dit gebied verblijven tot na de oogst in januari. Peulen zijn halfnomaden en zij trokken dan met hun kuddes over de grote vlaktes van het Noorden. Daar kunnen ze vanwege alle aanvallen niet meer heen. Niemand weet nog wat er nu gaat gebeuren. 
Oorlog verwoest alles en dus ook de eigen voedselvoorziening die uit landbouw en veeteelt komt.

Steun
Het is van het allergrootste belang dat we het werk op Here Bugu onverminderd kunnen voortzetten. Bijna elke dag sta ik met hen in contact via WhatsApp  FaceTime en telefoon.  Baba en alle medewerkers voelen zich gesterkt door onze ondersteuning en door de groep die alle medewerkers met elkaar kunnen vormen op Here Bugu.
Elke  bijdrage helpt. 

P.S in oktober komt Baba als het lukt naar Nederland. Er is een bijeenkomst met hem en vrienden en sympathisanten gepland op zaterdagmiddag 26 oktober in Amsterdam.
Exacte tijd en plaats worden nog bekendgemaakt.

Download hier de laatste Nieuwbrief met prachtige foto's en verhalen: http://www.rondombaba.nl/pdf/2019%20ProjectinformatieHereBugu%20def%20spread.pdf


de kinderen van de Peulen spelen op Here  Bugu



dankzij onze rijstacties in december en januari 2018-2019 kunnen we onze eigen arbeiders plus mensen in acute nood door de moeilijkste periode heen helpen, maar er is natuurlijk nooit genoeg. Medewerkers van Here Bugu brengen de rijst en gierst 's nachts naar de gezinnen of dragen het langs de weg over op een ezelkar zodat onze auto niet bij de huizen gespot wordt. (Al onze medewerkers, die allemaal een kleine vergoeding krijgen, zetten zich voortdurend en ten allen tijden in omdat  ze werken voor hun 'eigen' project Here Bugu)

de traditionele verdeling van het vlees van de koe voor het Suikerfeest. in kleine zakjes voor elk gezin en daarnaast nog een gezamenlijke maaltijd

het schoonmaken van het terrein, ontdoen van oeroude stronken en struiken is zwaar werk. op de achtergrond de paar honderd meters muur.

de aanleg van de dijken van cementen en lemen bakstenen met afwateringssystemen is een secuur werk
al het werk vindt plaats bij zeer hoge temperaturen tot 50 graden

een peul houdt zijn siësta op natte doeken vanwege de hitte


even uitrusten in de oase

maandag 25 februari 2019

BEN JIJ EEN KIP?

Als ik de berichten moet geloven zijn er sinds 2012 in Mali 4.500 Franse militairen, 12.000 militairen en medewerkers van de VN (de Minusma) en dan nog een troepenmacht van 5000 man uit Mali, Niger, Burkina Faso, Tsjaad en Mauritanië om de vrede te bewaren. Veilig is het er niet  en voor de bevolking en voor mij is het niet duidelijk uit welke hoek het grootste gevaar komt.


dat vragen zij zich trouwens ook af
Are you a poel?
Op een zondag ga ik, begeleid door Baba, boodschappen doen in een klein supermarktje in Sévaré om mijn rantsoen van de markt een beetje aan te vullen. Ik ken de winkel en de eigenaren goed. Het is een soort Winkel van Sinkel waar ze boter verkopen en kaas, koekjes, koffie, potjes olijven en soms blikjes chocoladepudding, ongekende luxeproducten voor de gemiddelde Malinees. Ook deze keer nemen we een paar jongeren van Here Bugu mee om ze kennis te laten maken met deze wereld.

Het stampvolle winkeltje staat deze dag ook nog eens vol met grote blanke mannen die er hun boodschappen doen. Het zijn militairen in burger van de Minusma, de legereenheden die voor de UN in Mali verblijven en die er op zondag ook hun inkopen doen. Het zijn de mannen die in het onrustige Mali moeten helpen het uitbrekende geweld tussen de verschillende etnische groeperingen te beteugelen. Bij deze conflicten vallen veel slachtoffers, vooral onder de Peulen, vaak door toedoen van militairen. De mannen vullen kartonnen dozen met de spullen van hun keuze. Een lucht van alcohol hangt om hun heen. 

Ik sta in het Frans een beetje te kletsen met de vrouw van de eigenaar die achter een krakkemikkig tafeltje zit met een rekenmachientje en het geld in een laatje van de tafel. 
Één van de mannen wil afrekenen en komt naast me staan. Hij wijst naar de vrouw en zegt tegen haar: “are you a poel?”. De vrouw kijkt hem niet begrijpend aan. En hij zegt, terwijl zijn wijsvinger bijna haar gezicht aanraakt: “Yes I know, you must be a poel, your skin is lighter then the others, so you must be a poel". Iedereen in de winkel kijkt nu gespannen naar wat er gebeurt. Met militairen valt niet te spotten. Ik vraag de man in het Engels wat hij bedoelt en begrijp ineens dat hij vraagt of ze een ‘Peul’ is. (In het Frans is een ‘poule’ een kip, vandaar de verwarring). Ik vertaal en de vrouw zegt enigszins nerveus nu: “ik ben een Malinees, mijn moeder is Peuls maar mijn vader een Sonrai”. Ik vertaal en vraag dan aan de man: “and you, you are a what?”. Achter me wordt Baba nerveus, hij voelt een mogelijke onaangename situatie ontstaan. De man kijkt om zich heen naar de andere mannen en zegt dan met zijn witte kop: “I’m a Malian from Timbouctou”. Hij gooit een bundel geld op tafel, draait zich om en verlaat schaterlachend met zijn vrienden het winkeltje. 

Survival of the fittest
Als ik in oktober op Here Bugu aankom is het alsof ik nooit ben weggeweest en al snel ben ik opgenomen in de dagelijkse gang van zaken. Maar ik ontdek ook dat we voor een nieuwe uitdaging staan. Het is oorlog op Here Bugu. Onder de dieren woedt een strijd van de survival of the fittest. Volgens Baba komt dat omdat we op ons land geen pesticiden en kunstmest gebruiken. Alles wat vluchten kan vlucht naar ons toe. Ratten, zo groot als katten nestelen zich om mijn huis, muizen, zeer giftige slangen, padden, kikkers, wilde katten, roofvogels, wilde honden en bunzings. Ze vinden het hier allemaal heerlijk die dieren maar doden ook ons vee. De slangen beten al 3 honden dood met hun verwoestende gif, maar ook een paard en een aantal schapen en soms slikken ze hele kuikens van kippen in en ze stelen de eieren onder de broedende kippen vandaan. De ratten pakken de kippenkuikens maar houden ook huis in de moestuinen, de muizen knagen de rijst- en gierstzakken open, de padden en kikkers (duizenden) storten zich op de vissen in de kweekvijver. En dan natuurlijk ook nog de insecten die ook erg van ons houden en ziektes als malaria verspreiden. En de termieten die in één nacht de poten van een houten tafel kunnen doorknagen. Ik vergeet nog de schorpioenen, de kakkerlakken en de wilde bijen die heel gevaarlijk kunnen zijn. De roofvogels pakken de zangvogeltjes en sommige de eendenkuikens die overigens ook geliefd zijn bij de slangen. De wilde katten krabben gaten in de lemen muren om de duiven te pakken in de duiventorens en ze kunnen een kip ook wel aan. De kippen pikken de hagedissen dood maar lusten ook wel een schorpioen en de eenden stoppen hun snavel in een slang en blazen hem op. De jongens die op Here Bugu wonen jagen op alles met stokken, scheppen en katapulten en roosteren op vuurtjes hun buit zoals wij vroeger deden met kastanjes.

een schorpioen, voor de veiligheid aan een touwtje

deze kwamen ze laten zien, ze wilden hem ook aan een touwtje ter vermaak, hebben we niet gedaan
Dierenleed
Baba en ik krabben ons achter de oren hoe je vreedzaam met een dergelijke situatie omgaat. We willen onze eigen dieren en planten beschermen maar we willen niet die agressiviteit tegen de dieren hier op deze plek. In Mali is nog geen besef voor dierenwelzijn. Op alles wordt gejaagd, opgegeten, met stenen bekogeld, vergiftigd. Honden zijn onrein, kippen hangen urenlang  op hun kop aan een brommerstuur voordat ze geslacht worden. Het transport van schapen en koeien is niet om aan te zien, ezels en paarden worden afgepeigerd. Respect voor dieren is iets wat je moet leren en niet vanzelfsprekend aanwezig is. Ik denk dat Ghandi gelijk had toen hij zei:“De mate van beschaving van een samenleving valt af te meten aan de wijze waarop ze omgaat met dieren”.
Ondertussen loop ik met een verband om mijn hand omdat ik werd gepikt door de scherpe snavel van een broedende kip die ik wilde beschermen.
Ik zoek op internet en vind adviezen. Voor elke slang die je doodt komen er vijf terug, lees ik, maar als je mensenhaar bij de gaten legt blijven ze weg. (We zijn inmiddels klant bij de kapper voor afgeknipt haar maar vroegen ons wel af of kroeshaar wel werkt). Het planten van citroengras is ook goed. En zout strooien tegen overschot aan padden, vallen voor katten (maar wat doe je dan met die kat in die val). Wat me vooral aanspreekt is dat ‘bewustzijn voor hun aanwezigheid’ al zou helpen om de boel in evenwicht te krijgen.

Een muur
Al jaren bouwen we stukje bij beetje een muur om Here Bugu heen. Twee meter hoog met glas erop. Die muur beschermt ons tegen dieven en foute belangstelling. ’s Nachts kunnen we de toegangspoorten sluiten. We hebben nog 450 meter muur te gaan. En ik bedacht me dat die muur ook nodig is om het evenwicht onder de dieren op Here Bugu te herstellen. Dus toekomstperspectief. Slangen blijven buiten, wilde katten ook, het geeft rust. Ik had dit nog maar net bedacht toen er ’s morgens drie zwarte  bolletjes langs mijn voeten rolden. Het bleken kleine poesjes te zijn, kleiner dan mijn vuist, en ze waren meteen weer verdwenen achter rotzooi aan de zijkant van mijn huis. Ik besloot dat ik zou gaan proberen deze kittens te domesticeren en tot Here Bugu katten te maken. Iedereen werd geïnstrueerd om deze katjes met rust te laten. Elke dag gaven we ze te eten. Deze katten van Yvonne werden argwanend maar ook met belangstelling gevolgd. Ik legde uit dat we goede katten nodig hebben om het evenwicht hier te herstellen, zoals we goede honden nodig hebben tegen inbrekers, en padden, kikkers en de vele hagedissen tegen insecten, en al die anderen zullen ook wel ergens goed voor zijn. En ’s avonds vertoon ik films van Planet 
Earth over het leven van dieren.








Kwetsbaar
Na drie maanden lijkt er verandering in de situatie te komen. De poezen zijn nog schuw en zien er nog wild uit (dat verander je niet in 1 generatie), maar de ratten zijn vertrokken en er worden veel minder slangen gesignaleerd. De hond heeft geleerd samen met Sedou de nachtelijke rondes te doen en verkent het terrein evenals de kleine katjes die niet meer mensenschuw zijn. Ik leg uit dat als wij van Here Bugu houden en de dieren respecteren dat de dieren dan ook met ons mee zullen werken. (en ik hoop zo dat ik gelijk krijg).  De atmosfeer op Here Bugu wordt beter maar ik zie ook de andere kant van de medaille. Toen er weer een hond stierf (deze keer was de doodsoorzaak onbekend) huilden we dikke tranen en de jongens maakten een graf voor de hond. De wijze waarop we met de dieren omgaan maakt ook kwetsbaarder, gevoeliger. Is dat de beschaving waar Ghandi over spreekt? Kunnen we dat aan? Kunnen we dat in een land met zoveel mensen die de vrede bedreigen en zoveel mensen die de vrede moeten beschermen maar zelf de beschaving lijken te zijn kwijtgeraakt?

Elke dag krijgen we filmpjes binnen en foto’s van de strijd die om ons heen woedt, afschuwelijke beelden. We horen over moordpartijen in de dorpen, over bekenden die zijn vermoord. De Peulen, waarvan velen op de vlucht zijn, schurken zich aan tegen Here Bugu.  Maar als we ’s morgens hand in hand in de kring staan en elkaar een goede dag toewensen, dan voel ik ook de kracht die van deze gemeenschap uitgaat. Ja, het maakt kwetsbaarder en ja, het maakt sterker, veel sterker.

Als ik terug ben in Nederland gaat na een paar dagen in de tram op weg naar Scheveningen de telefoon. Here Bugu op het scherm. De poezen hebben kuikens gedood en opgegeten. Kuikens van Morre en die is woedend. Wat moeten ze nu doen? Maar wat blijkt dan na enig overleg? Na mijn vertrek hebben ze vergeten om eten voor de poezen neer te zetten en de hond, verdrietig door mijn vertrek, joeg op ze en trok hun verblijfplaats aan flarden.


verdrietig op mijn stoel

Het is weer in orde en de toekomst zal leren hoe het verder gaat.




De zeer oude zingt


er is niet meer bij weinig

noch is er minder

nog is onzeker wat er was

wat wordt wordt willoos

eerst als het is is het ernst

het herinnert zich heilloos
en blijft ijlings

alles van waarde is weerloos
wordt van aanraakbaarheid rijk
en aan alles gelijk

als het hart van de tijd
als het hart van de tijd

zondag 10 februari 2019

Ik bied een feestmaal aan omdat ik heb wat daarvoor nodig is

"Door onze manier van leven zien we onderontwikkeling vaak als een zaak van gebrek en ontbering. In die optiek bestaat er alleen een onderontwikkeling van het 'hebben'. Hoe het met de ontwikkeling of onderontwikkeling van het 'zijn' is gesteld blijft vaak onderbelicht.

Met z'n allen proberen we te helpen om dit gebrek aan 'hebben' in de derde wereld op te lossen. Door mijn leven in Mali ben ik met de neus op de feiten gedrukt dat we moeten beginnen bij het respect voor het 'zijn'. Op dat niveau kunnen we veel leren van elkaar en van daaruit de stappen vooruit zetten. Wanneer alleen of voornamelijk ontwikkeld wordt op het niveau van het 'hebben' trekken we de gemeenschap omlaag met alle catastrofale gevolgen die we om ons heen zien.

Ik heb er al vaker over geschreven hoe Baba en ik in de eerste jaren regelmatig met elkaar botsten omdat we onze weg moesten zoeken in het overbruggen van deze twee werelden.

In zijn omgeving functioneerde het leven op basis van de 'troc', de ruilhandel. De 'troc' overbrugt verschillen, houdt de samenleving met al zijn verschillende etnische groeperingen bij elkaar en versterkt de onderlinge afhankelijkheid. Geld creëert ogenschijnlijk vrijheid, maakt individuele ontwikkeling mogelijk maar lost menselijke maat en verhoudingen op. De markt regeert dan.

Hieronder wat voorbeelden over delen, lenen, ruilen uit de wereld van Baba.

De naaste familie van Baba bestaat uit zijn moeder, de gezinnen van hem en zijn vier broers en zuster. Bij de 'grande famille', waar hij de 'chef de famille ' van is horen alle broers en zussen van zijn moeder en zijn overleden vader en hun kinderen, partners en kleinkinderen.
Zijn naaste familie heeft 3 kleine huisjes in de dichtbevolkte oudste wijk van Mopti. Daar wonen ze allemaal samen en hebben hun gemeenschappelijke huishouding.
Bovendien slapen en eten daar ook familieleden die 'onderweg' zijn maar ook allerlei zwervers die er tijdelijk onderdak vinden tot ze weer op de een of andere manier verder kunnen. Naast de 'eigen' kinderen zijn ook een heel aantal andere kinderen opgenomen in het gezin. 's Nachts is geen plekje meer vrij in de kamertjes en op de hof waar op de matten zij aan zij geslapen wordt. Privacy bestaat nauwelijks.

Delen

Wanneer iemand uit de familie bijvoorbeeld een paar schoenen koopt en thuis ontdekt dat ze te klein zijn of niet lekker zitten, dan zal hij ze nooit terugbrengen. Hij zoekt iemand die ze wel past, er blij mee is en het feit dat hij dan zelf geen schoenen heeft is een nieuwe realiteit.
Wanneer Baba bij zijn zuster een mooie sprei ziet liggen die hij graag wil hebben of waarvan hij vindt dat hij die nodig heeft dan neemt hij die, privé bezit is niet belangrijk.
Lenen
Lenen is een onbekend begrip bij de mensen om mij heen. Ik moest langzaam ontdekken dat spullen van mij die ik uitleende, nooit terug kwamen. Als ik iets niet nodig heb en een ander wel dan is bij hun de ander vrij om het te nemen. Natuurlijk niet zonder overleg. Als het duidelijk is dat ik het zelf nodig heb en gebruik blijft het bij mij en ze houden ook rekening met mijn cultuur die ze van de 'blanken' kennen.

Microkredieten
We hebben een aantal jaren gewerkt met microkredieten, wel met een veel lagere rente dan de banken kennen. De kredieten werden altijd verleend aan de vrouwen van een groep. Als iemand pech had en niet kon terugbetalen stond de groep garant. De vrouwen gebruikten de kredieten voor klein vee en graan waarmee ze konden handel drijven. Zij betaalden alles terug voornamelijk door de controle van de groep. De mannen kochten een kar met ezel. Zij werkten individueel, betaalden niet terug maar besteedden het geld aan het bouwen van een huisje voor hun gezin. In hun cultuur besteed de man zijn verdiende geld als het goed gaat aan het gezin. De vrouw mag wat ze verdient zelf houden en besteden zoals ze wil, wat erop neerkomt dat ze de extra's betaald zoals medicijnen maar ook een mooie jurk en sieraden.

Als je geld hebt, heb je niets
Geld wordt niet gespaard maar omgezet in spullen. Als de vrouwen van de armbanden hun geld hebben ontvangen kopen ze er mooie stoffen van, een koelkastje, een bagagekarretje, herstellen hun huis, kopen voorraden rijst en gierst tot het op is. Als ze iets nodig hebben ruilen ze daar iets van voor hetgeen wat ze op dat moment nodig hebben. Met het koelkastje kunnen ze zakjes koud water verkopen, met het karretje vrachtjes vervoeren en het verdiende geld zetten ze direct weer om.

Jongeren die geld verdienen geven dat meestal in zijn geheel aan hun ouders of de familie waar ze wonen.








bij de foto: een jonge koeherder van de Peul
Mensen die geld overhebben investeren dat vaak in koeien die uitbesteed worden aan de koeherders. Die lopen rond met een enorm kapitaal maar leven zelf in armoede





















Kopen en ruilen

Baba koopt onze rijst en gierst niet bij de handelaren. hij verdeelt het contante geld met een getuige over een groot aantal jongens uit de dorpen waar families hun verbouwde rijst en gierst beetje bij beetje verkopen om geld te verdienen voor hun huishouding. De jongens bouwen een band op met deze mensen. Als ze het geld bij ons hebben opgehaald trekken ze de dorpen in. Als ze 10 zakken van 100 kilo hebben laden ze die op een ezelkar en brengen het naar de weg waar onze eigen mensen het ophalen met de auto's, vaak in het donker. Of ze komen per pinassen over de rivier. Bij ons worden de zakken gewogen. bijna altijd zit er teveel in, dat is het cadeau en versterkt de relatie. Ze worden opgeslagen en later verdeeld over het jaar afgegeven bij de mensen die het het hardst nodig hebben.
aankomst van de rijst op Here Bugu in het donker
Baba trekt deze tijd van het jaar elke zaterdag naar de dorpen in de omgeving om voorraden veevoeder in te slaan, bepaalde grassen en kruiden, voor onze koeien, schapen en andere dieren. In Mopti slaat hij suiker, zeep, snoepgoed, bloem en dergelijken in, artikelen die in de dorpen moeilijk te verkrijgen zijn. De mensen wachten al op hem. In sommige dorpen, op de markten bijvoorbeeld waar de oude mannen hun waren verhandelen betaald hij contant, wisselgeld kennen ze niet. Maar hij ruilt ook voor de spullen die hij heeft meegenomen uit Mopti. Een intensieve procedure waarbij de tevredenheid aan beide kanten met de onderhandeling bepalend is. In de onderhandeling gaat het over de waarde en het belang van de waren maar ook over de waardigheid van de onderhandelaars.




overleg met de Peulen om ons heen

De jonge mensen op Here Bugu leren bij ons om een deel van het geld voor zichzelf te behouden en met kleine groepjes een soort spaarsysteem op te zetten waar ze samen over waken.
Hamidou en Aminata leren boekhouden


Handel
Bij het opbouwen van onze kleine onderneminkjes, kippen, kippengaas, moringa e.a. stuiten we op problemen. Verkopen we bijvoorbeeld 10 rollen kippengaas dan is het niet de gewoonte dat je meteen afrekent, in het Malinese systeem. Vertrouwen speelt ook hier een grote rol. Ook bij de winkels wordt veel op de pof gekocht (zoals in mijn jeugd in Amsterdam ook nog gebeurde). Je bent dus afhankelijk van het moment dat de ander geld heeft. Dus je hebt niet snel geld om te herinvesteren. Verder zijn de grondmaterialen die je nodig hebt meer niet dan wel voorradig. Ook dat onderbreekt voortdurend de productie. De bakker van Mopti is rijk geworden omdat hij contracten kon sluiten met Minusma ( de legers van de UN). Lokaal bots je hier als startende ondernemer direct met het oude systeem en worden de nadelen daarvan zichtbaar.
10 rollen gaas verkocht aan een collega-project, wel direct betaald dus

de rollen ijzerdraad voor de productie van het kippengaas komen uit Bamako maar zijn  zelden in voorraad aanwezig, dat komt ook omdat er opgekocht wordt door grote handelaren en de Minusma
de lijm voor de leerbewerking wordt gemaakt op Here Bugu


Zand, dat we nodig hebben voor het cement komt met de pinassen aan en wordt door dragers aan land gebracht en met een tuk tuk naar HB vervoerd. De onderhandelingen gaan op de oude manier.

Op Here Bugu en vanuit Here Bugu werken we zo dat we aansluiten aan de oude systemen. Door onze begeleiding begrijpen ze dat we hun oude vertrouwde systemen die de relaties tussen de mensen beschermen en het sociale systeem respecteren, dat we daar rekening mee houden en niet willen vernietigen. Gezamenlijk zetten we de stappen naar een andere manier van met geld omgaan maar wel een die verbonden blijft met het hart. Warm geld, geld dat geschonken wordt vanuit een goed hart voor de medemens, Geld dat kan worden ingezet als een middel tot ontwikkeling van het 'hebben' en van het 'zijn'.

zondag 3 februari 2019

'OPVANG IN DE REGIO"

Wanderjahre
Er bestaat geen vertaling voor het Duitse woord "Wanderjahre". Het is een woord dat uit de middeleeuwen komt en gaat over een vooral oud Duits fenomeen waarbij jongeren een bepaalde tijd op stap werden gestuurd om de wereld en zichzelf te leren kennen en om in hun vakgebied van leerling tot meester (gildes) te worden door stages bij vaklui. Daarna keerden ze terug naar huis. In het gunstigste geval verdienden ze onderweg ook wat en stuurden dat per omgaande naar huis. In de literatuur kom je dit fenomeen tegen o.a in de sprookjes van Grimm; bij Goethe-Wilhelm Meister s Wanderjahre; en in het prachtige boek " De alchemist" van Paulo Coelho. Het is de fase tussen de adolescentie en jonge volwassenheid. Tegenwoordig vind je het terug in de vorm van een jaar vrij reizen na de middelbare school, au-pair gaan maar ook sommige universiteiten bieden een zogenaamd 'vrij jaar' aan waar jongeren zich kunnen oriënteren.
Situatie op het platteland van Mali
Hier op het platteland van Mali komt dit gebruik nog veel voor. Jongeren uit arme families worden in groepjes op pad gestuurd, zonder geld, met wat schamele kleding en de opdracht om volwassen terug te keren. (overigens niet te verwarren met een ander (vreselijk) gebruik waarbij jonge kinderen overgedragen worden aan een geestelijke en een tijdlang in erbarmelijke omstandigheden als bedelkinderen moeten leven zogenaamd voor de vorming van hun karakter, Talibee genoemd).

De bedoelde jongeren zijn afhankelijk van mensen die ze onderdak en te eten geven. Vroeger verspreidden zij ook het nieuws over de dorpen en vonden ze onderweg altijd wel ergens een familielid dat ze verder kon helpen. Veel dorpen waaruit deze jongens nu komen leven nog geïsoleerd van de wereld, zonder elektriciteit, dus ook geen tv De ouders hebben geen idee wat er zich in de wereld afspeelt. Direct na de oogsttijd worden ze op pad gestuurd met de hoop dat ze onderweg wat geld verdienen en opsturen en dat ze bij de oogsttijd van het jaar daarop weer terug zijn om te helpen, te trouwen en kinderen te maken.

Risico
Maar Mali is sterk verandert. Reizen is niet meer veilig. De jongens worden vaak geronseld door mensensmokkelaars met lokkende verhalen over 'Europa' of door terroristische bewegingen met gepassioneerde verhalen over de gewapende strijd tegen de decadentie van het Westen en de corrupte regering. Ze worden gelokt met beelden over rijkdom en geluk in het Westen aan de ene kant (nog nooit hier op tv films gezien over de ellende die hen te wachten staat) en van martelaarschap, eer en overwinning aan de andere kant. En de jongens die jaren later teleurgesteld en met hangende pootjes vrijwillig of gedwongen terugkeren worden niet meer geaccepteerd in hun dorpen, diepe schaamte voelen ze, het zijn 'losers'.

Here Bugu
Al zolang Here Bugu bestaat hebben we elk jaar een groep rond de zes tot acht van deze jongeren intern. Ze vinden ons vanzelf. Dit jaar hebben we een groep die hier gezamenlijk arriveerde uit hetzelfde dorp in het zuiden van de Dogon. Jaren geleden was ik daar een keer op bezoek bij familie van onze gardien Seydou. Toevalligerwijs kwamen zij en ik hier drie maanden geleden ongeveer gelijktijdig aan.
Ruwe bolsters, meestal met een blanke pit, zijn het en je weet direct: met deze jongens kan het elke kant opgaan.

Een kluwen ongeregeld
Ze zijn opgegroeid op het platteland van Mali in omstandigheden die wij ons nauwelijks kunnen voorstellen. Het zijn 'overlevers'. Zodra ze van de moederborst af zijn omdat het volgende kind zich aandient doen ze mee aan het werk. Sommigen van hen leven van jongs af aan enkel tussen de koeien, kamelen of schapen met één kom gierst per dag. Voor wat extra's jagen ze op ratten en katten maar ze kennen ook alle eetbare natuurproducten als honing van wilde bijen, wurmen, sprinkhanen e.d.
Ze communiceren nauwelijks verbaal maar wel door fysiek geweld. De 'lutte' of de 'strijd', een vorm van worstelen met strenge regels is gebruikelijk binnen hun milieu. Een douche of toilet kennen ze niet. Omgang met meisjes of vrouwen is agressief, (alleen voor hun moeder hebben ze respect), de mannen en de vrouwen leven bij hun in gescheiden werelden. Het platteland van Mali bestaat uit dit soort jongeren. Een normale kans hebben ze niet in het leven, als ze niet de ene of de andere kant uit vluchten keren ze terug naar hun dorpen en gaan door met 'overleven'.



en dit zijn ze deze keer: van boven naar beneden van links naar rechts:
Dramane, Illias, Sita, Salam, Souley, Hamma


In een beleidsnota van Sigrid Kaag las ik het volgende:

"Focus op instabiele regio’s
Het nieuwe beleid richt zich primair op het voorkomen van conflict en verminderen van armoede; bevorderen van duurzame inclusieve groei en klimaatactie; en het versterken van het internationaal verdienvermogen van Nederland. Één van de belangrijkste wijzigingen betreft een verschuiving in de focus van ontwikkelingssamenwerking naar instabiele regio’s: West-Afrika/Sahel, Hoorn van Afrika, Midden-Oosten en Noord-Afrika. De Minister wil daar gericht de grondoorzaken van armoede, migratie, terreur en klimaatverandering aanpakken."
"Mede daarom komt er jaarlijks extra geld beschikbaar voor ontwikkelingssamenwerking. Daarvan is €290 miljoen euro voor noodhulp en opvang van vluchtelingen in de regio en €60 miljoen voor nieuwe investeringen in (beroeps)onderwijs, werk, jeugd en jongeren."


Opvang in de regio
Als er in Nederland gesproken wordt over 'opvang in de regio' dan zouden deze mensen van het platteland de doelgroep moeten zijn. Deze mensen zijn echter niet geholpen met programma's die bedacht zijn in het Westen en hier uitgevoerd moeten worden door lokale mensen die opgeleid moeten worden door ....wie? In Bamako ontmoet ik voornamelijk mensen uit de rest van de wereld die universitair geschoold zijn en echt goed in het schrijven en interpreteren van rapporten maar ik mis de skills om hier, binnen de doelgroep, vakmensen op te leiden. De meeste Malinezen die tot nu toe de kans hebben gekregen zich te ontwikkelen zijn niet bepaald 'gepassioneerd' om samen te werken (ontwikkelingssamenwerking is het woord) met een doelgroep waar ze zichzelf net met moeite aan hebben ontworsteld. Zij focussen zich altijd op de leefwijze en het niveau van hun opleiders, omhoog dus.

We moeten werken met de doelgroep!! Bottum-up.

Ondertussen
De cultuurschok voor deze jongens in de ontmoeting met Here Bugu is altijd enorm.
Uit de vechtende, schuwe kluwen die met stenen naar de dieren gooiden, de meisjes uitscholden en duwden en sloegen, overal hun behoeftes deden en de vogels uit de bomen schoten kwamen langzaamaan 6 jongens te voorschijn.
bij alles wat op Here Bugu gebeurt zitten ze met hun neus vooraan

Hamza, de opzichter met Souley en Dramane
Here Bugu heeft inmiddels een stevig fundament en ervaring opgebouwd waarmee we de integratie van zo'n stel aankunnen. Elke jongen heeft een oudere mentor gekregen die al jaren gevormd is door onze manier van werken. Ze gaan elke dag een uur naar school, worden ingezet beurtelings bij alle verschillende activiteiten, krijgen voldoende te eten, een eigen plek om te slapen met een mat, een deken en muskietennet. Ze krijgen elk € 30,- per maand waarvan ze het meeste naar huis sturen. Maar het hoogtepunt zijn de oefeningen 's morgens waar iedereen aan meedoet. Deze oefeningen creëren onder anderen het gevoel dat ze ergens bij horen en dat ze er in de kring toe doen.

Nieuwe werelden gaan open voor deze jongens.

in de klas, niet altijd makkelijk, soms heeft de leraar een oppas nodig
om ze in het gareel te houden










bij de film op zaterdagavond, mooie natuurfilms om ze respect voor de natuur bij te brengen (dierenmishandeling is hier normaal) en Laurel en Hardy daar wordt lekker in gemept

begint er al beter uit te zien

land klaarmaken voor de aardappels met Morre
leren een band te verwisselen
leren metselen
leren vergaderen, zonder onderscheid des persoons, bijzonder voor iedereen in Mali!!

leren samenwerken bij de ochtendoefeningen




om ze te stimuleren laat ik filmpjes op internet zien die ze aanspreken, hier de training van een voetbalelftal onder het motto: voor resultaat moet je oefenen, het komt niet uit de lucht vallen
Elke vrijdag komt er een jonge mannenkring op Here Bugu vergaderen en elkaar ontmoeten. Het zijn oud-leerlingen die werk hebben gevonden in de omgeving en van onze Salle de Jip gebruik maken om elkaar te ontmoeten. We hebben drie oud-leerlingen die na jaren terugkwamen en hier nu werken.
Als ik aan de mensen van Here Bugu, uit de regio dus, vraag welke oplossing zij zien voor Mali en voor de 'opvang in de regio' dan lachen ze.
"Niemand wil toch vrijwillig naar Europa en we willen allemaal vrede" zeggen ze. " Als er een Here Bugu in elk dorp zou zijn dan komt het goed met Mali!".
onlangs, na drie maanden



Hamidou, een oud leerling, geeft les aan Salam




uitleg aan Hamma en Allaissan bij het aardappelen poten onder toezicht van Morre