zaterdag 23 januari 2016

Geld in een pot en werk in uitvoering

Vanochtend vroeg zijn ze vertrokken, de drie broers van Sedou, terug naar hun dorp in de Dogon. Drieëntwintig dagen lang hebben ze gebivakkeerd op Here Bugu wachtend op hun geld, of liever gezegd het geld van hun dorp, dat in een bank bij ons in de buurt, in  Sevare, door tussenkomst van Baba, werd geïdentificeerd.

Het gebied in de Dogon waar zij wonen wordt al maandenlang geteisterd door rondtrekkende bandieten die het gemunt hebben op reizigers en dorpen. Ze verplaatsen zich op motors, schieten vee dood, bedreigen en plunderen. Het Malinese leger doet zijn best, de noodtoestand is in Mali afgekondigd, hetgeen het leger de mogelijkheid biedt bandieten neer te schieten.

De oudste broer van Sedou die al het geld bewaarde dat het dorp de afgelopen jaren gespaard had voor een nieuwe watervoorziening ( zie mijn blog Een schot in de nacht en worstelen in .... http://rondombaba.blogspot.com/2011/01/een-schot-in-de-nacht-en-worstelen-in.html) maakte zich zorgen dat het geld gestolen zou worden. Hij nam dus een kloek besluit en begroef het geld, precies zoals zijn voorvaderen dat deden met de schelpjes, in een aardewerken pot in de grond van een akker van zijn vader. Veilig opgeborgen voor de bandieten, dacht hij.

tot in de 20 ste eeuw werden op het platteland kauri's gebruikt als geld tot de fransen het papieren geld introduceerden dat langzaam de overhand nam."Alle eigenschappen die een economie van geld verwacht, zoals duurzaamheid, handigheid, herkenbaarheid en deelbaarheid zitten vervat in deze kleine schelp"

Maar, het was het regenseizoen!

Toen de kust weer veilig leek na een actie van het leger groef hij de pot weer op. Zeven miljoen (omgerekend bijna 11.000 euro) aan papieren biljetten, bestemd voor een nieuwe watervoorziening voor het dorp, had hij er in gestopt. Een groot deel van de papiertjes bleek te zijn veranderd in een knoedel papier maché. Samen met twee van zijn vele broers ging hij naar een bank in het dichtstbijzijnde plaatsje maar daar werden ze weggestuurd. Dus ondernamen ze met zijn drieën de lange reis naar Here Bugu.

Door tussenkomst van Baba was een bank in Sevare bereid de klus op zich te nemen om de biljetten te identificeren en te vervangen. Dat kostte echter wel wat tijd.
Dus installeerden de drie broers zich in afwachting van de uitkomst van de bank op Here Bugu waar ze de dag zittend naast elkaar op drie stoelen doorbrachten, de uren tellend. Soms verplaatsten ze de stoelen en gingen voor de poort zitten, in contact met de “buitenwereld”, het langskomende verkeer op het zandpad; koeien, geiten, ezelkarren, mensen op weg naar de velden, peulmeisjes met de melk in kalebassen op hun hoofd.
Maar de meeste tijd brachten ze door op Here Bugu en bestudeerden de activiteiten, zo ook de opening van de werkdag ’s morgens met alle medewerkers.


We beginnen de dag op Here Bugu in een kring, een mooie kring, met gelijke afstand tussen iedereen en dan volgt er ongeveer een uur van spel en concentratieoefeningen, klap en ritme oefeningen (ook met muziek), oefeningen met stokken en vijfhoekverschuivingen. Allemaal oefeningen uit het pedagogisch euritmie-onderwijs op de Vrije School.

Er gaat veel fout en steeds meer goed en er wordt uitbundig gelachen en heel stil en geconcentreerd gewerkt. Iedereen is aanwezig, van hoog tot laag, tussen de 20 en 25 mensen, iedereen is hier gelijk en niemand wil het missen. Het legt de basis voor de manier van werken voor de rest van de dag.



De broers die nauwlettend kijken en applaudisseren als het goed gaat, hebben stof om over na te denken en te praten de rest van de dag. Er gebeurt hier iets bijzonders maar wat dat bijzondere nou precies is, dat is de grote vraag.

Om vier uur, als de werkdag erop zit, begint de alfabetisering les voor iedereen die eraan mee wil doen. Het is dringen voor de klas. Onze nieuwe vaste medewerker, Diarra, verantwoordelijk voor onderwijs en cultuur, geeft de lessen. Aan het eind van de les kan ik de klas niet in zo dik is de muur van zweetlucht die ontstaan is door het nadenken.


Gister kwam dan voor de broers het verlossende bericht dat het grootste gedeelte van het geld kon worden geteld en vervangen. Het staat nu op de bank en ze zijn vertrokken, terug naar hun dorp. We zullen ons publiek missen.



                  ************************************************************

zondagmiddag is spelletjesmiddag voor de bewoners. Puzzelen en vlechten met paracord meegenomen uit NL is favoriet met een lekker muziekje erbij

kaalslag op de 2e hectare ter voorbereiding van de moringaplantage
de zaaibedden met op de achtergrond de nieuwe windmeetmast voor het windmolenproject
Baba toont de improvisatorische waterleiding
veel bomen moeten gekapt worden zoals de eucalyptus die veel water onttrekt en vervangen door anderen, een gevaarlijk en zwaar werk

voor Sedou is een grote wens in vervulling gegaan, ik kon een camera voor hem meenemen uit Nederland. Hier is hij begonnen aan de eerste portretten. De volgende foto's zijn ook van hem.
voorlopige watertorens waarin het water uit de put opgeslagen wordt om het land te bevloeien
en natuurlijk mag de thee niet ontbreken


de tuinen van Morre, de kunst is om de sla op het juiste moment op de markt en verkocht te krijgen

tomaten, paprika en pepers

en tot slot: na zes jaar koken op een gasfles heb ik nu eindelijk een tweedehands gasfornuis voor mezelf gekocht in Bamako, een "cuisiniere". Een grote nieuwigheid op Here Bugu. Ik heb doodsangsten uitgestaan toen de medewerkers een voor een hun hoofd in de oven staken om te onderzoeken hoe het werkt. Hij brandt namelijk nog te hard, op een grote gasfles. Nadat de eerst probeersels verbrand waren heeft iemand me aangeraden om handgebakken tegels op de bodem te leggen die de warmte temperen. We gaan het proberen!!












zaterdag 9 januari 2016

Witte zwanen ... Zwarte zwanen


Het is een stuk comfortabeler om met Air France naar Bamako te vliegen dan met Air Maroc. De tijden liggen gunstiger, de vliegtuigen zijn minder oud, de catering beter. De prijs van een retourticket bepaalt met welke maatschappij ik vlieg en dat was de laatste twee keer Air France.

Maar of ik nu overstap in Casablanca of in Parijs, het Malinese leven begint bij de gate naar Bamako, al is de groep passagiers verschillend per maatschappij.

In Casablanca hebben we het Westen al achter ons gelaten. Mekkagangers, kralenketting in de ene en koran in de andere hand zitten op de witte tegelvloer, op de grond, zoals ze gewend zijn, hun vergulde thermoskan met mekkawater naast zich. Op de banken enorme vrouwen kleurrijk uitgedost met kinderen aan de borst, zwarte mannen zwetend in westerse kostuums met flessen whisky in de bekende gele vliegveldtassen en nieuwe smartphones in de hand.

In Parijs is het anders. De Afrikanen zijn veelal westers gekleed, ook de vrouwen. En, minstens de helft van de passagiers zijn tegenwoordig blanken, expats, uit de hele wereld, werkend voor buitenlandse diensten en de ontelbare N.G.O. ’s die op Mali afkomen en verder militairen van de UN vredesmissie, in burger of in uniform, allemaal op weg naar Bamako, de “place to be”, het bruisende bolwerk met veel voorzieningen in een groot gevaarlijk en arm land.

Inmiddels is Bamako ook een beetje “mijn stad” geworden. Het is een overstap tussen de twee extreem verschillende werelden waarin ik leef. De laatste jaren, sinds de problemen in Mali begonnen zijn, is de grote stad Bamako verandert. Als ik nu in Bamako ben bevind ik mij met witten onder mekaar in een grote zwarte stad. Enerverend en leuk om zoveel blanken te ontmoeten uit de hele wereld, zoveel verhalen te horen en ervaringen te delen, meestal in de Engelse of Nederlandse taal. Heerlijk om lekker te eten met een glaasje wijn, te ontspannen en ’s avonds een warme douche te nemen zonder kakkerlakken aan mijn voeten en een bed met schone witte lakens zonder stof en zand.

Soms komt Baba me hier ophalen en overnacht dan ook bij mij in de witte wereld. Hij is niet meer zo verlegen als in het begin maar voelt zich het meest op zijn gemak bij zijn zwarte “broers” en “zussen”, het personeel.
En dan rijden we naar Here Bugu en kost het me minstens een week om als witte weer in de zwarte wereld onder te duiken en te pogen het beste van onze cultuur te delen met het beste van hun cultuur.

Uitdagingen zijn het. Allemaal uitdagingen!

Witte zwanen, zwarte zwanen
Wie gaat er mee naar Engel-land varen?
Engel-land is gesloten
De sleutel is gebroken
Is er dan geen smid in het land
Die de sleutel maken kan?

Lang doorgaan, lang doorgaan
Wie achter is moet voor gaan 

zaterdag 19 december 2015

Wees niet bang......


Telkens overnieuw wordt me de vraag gesteld of ik niet bang ben. En vaak wordt 
“niet bang” zijn verward met overmoedig zijn, met onverantwoord bezig zijn. Ik kan me zo langzamerhand voorstellen dat “niet bang zijn” ooit strafbaar zal worden.





Angst paraliseert, haalt het leven eruit, verstart. Je durft niet meer te kijken, je trekt naar binnen.

Angst wordt overwonnen door weer van binnen naar buiten te kijken, te ervaren, te genieten, te delen, de positieve kanten te zien, elkaar in de ogen te kijken en van elkaar te genieten.

Het motto van Here Bugu is: deel het beste van je cultuur met het beste van de cultuur van de ander of misschien nog beter gezegd: deel het beste van jezelf met het beste van de ander.

Daar gaan we mee door met dank aan alle fantastische mensen die in ons geloven, ons helpen en nog gaan helpen.

We wensen jullie allemaal veel moed toe en een bevlogen 2016 met de onsterfelijke woorden van John Lennon in zijn lied IMAGINE :

 I hope someday you'll join us
And the world will be as one

Imagine no possessions
I wonder if you can
No need for greed or hunger
A brotherhood of man
Imagine all the people
Sharing all the world...

You may say I'm a dreamer
But I'm not the only one
I hope someday you'll join us

And the world will live as one



dinsdag 1 december 2015

Vrede oefenen


door Agnes de Vos

Terwijl oorlog en angst de nieuwsberichten beheersen kwam er onlangs een groepje heel gewone mensen samen op een boot in Amsterdam. We kwamen praten en luisteren naar verhalen over Here Bugu, ‘plaats van vrede’. Die plaats ligt in Mali, niet ver van het stadje Sévaré, waar in augustus in een hotel dood en verderf werd gezaaid door gewapende strijders die de naam van Allah misbruiken.
Here Bugu ligt daar een beetje als het dorpje van Asterix in het door Romeinen bezette Gallië, al gaat die vergelijking niet helemaal op. Deze vredes-plek is in 2007 gesticht door Yvonne Gerner, een Nederlandse vrouw, en Baba Traoré, een Malinese man. Zij ontmoetten elkaar min of meer toevallig in het straatarme land, en raakten in gesprek over de vraag hoe je deze bevolking nou echt zou kunnen helpen.

Dat gesprek duurt voort tot op vandaag, want een pasklaar antwoord op die vraag is er niet. De Nederlandse vrouw en de Malinese man wortelen elk in zo verschillende culturen dat ze alleen al moeite hebben om elkaar te begrijpen, laat staan een algemeen geldende ‘waarheid’ overeen te komen waaraan hulp aan medemensen zou moeten voldoen. Baba had al flink wat jaren ervaring opgedaan als medewerker en voorlichter voor verschillende westerse hulporganisaties, maar was in dat werk zwaar teleurgesteld geraakt. De geboden hulp had nogal eens het karakter van opgedrongen spullen en denkbeelden, die totaal niet aansloten bij de tradities en gewoontes van uiteenlopende bevolkingsgroepen, nog afgezien van hun behoeften.

Here Bugu werd opgericht onder een Afrikaans motto: ‘Neem het beste van je cultuur en deel het met de cultuur van de ander.’ Alleen dat motto al is een les in vrede, en het is ook een les die je niet zomaar leert. Op de bijeenkomst op die boot in Amsterdam vertelde Yvonne dan ook dat zij en Baba elkaar nog bijna dagelijks verbijsterd aankijken over het onbegrip dat ze in de ander waarnemen. Telkens weer moeten ze leren dat mijn waarheid niet jouw waarheid is, dat wat voor jou ‘nu eenmaal zo is’, voor mij een vreemde, buitenaardse gang van zaken lijkt.
Geld bijvoorbeeld. ‘Het slijk der aarde.’- ‘Money makes the world go round.’ Dat spul, dat voor ons Nederlanders een realiteit van elke dag is, is voor veel mensen in Afrika nog steeds een vreemd verschijnsel, waarvan ze niet precies weten wat je ermee moet of wat je ermee kunt. Ze hebben het ook helemaal niet nodig, want als ik jou geef wat jij nodig hebt, dan krijg ik, desnoods op een ander moment, iets van jou dat ik nodig heb. In een cultuur waar die waarde nog recht overeind staat, is geld een bijna overbodig hulpmiddel, iets voor mensen die niet kunnen onthouden wat ze van wie hebben gekregen.

Als je die denk-stap kunt maken als leerling-vredesmens, kun je misschien nóg een stapje zetten, en dan nóg een. Het vraagt moed, geduld, en vooral veel oefenen om elkaar te blijven zien als volwaardige wereldburgers. In Here Bugu zijn ze dan ook nog lang niet klaar. Maar het initiatief van Yvonne en Baba verdient aandacht en navolging, al benadrukken zij dat iedere gemeenschap zijn eigen vrede moet oefenen.

woensdag 11 november 2015

de ROZE BRIL


een duur project, opgezet met buitenlands geld bij ons in de buurt.
het staat er al twee jaar, er zitten bewakers voor maar het werkt niet.
Als ik kijk naar grote dure reclames van projecten voor Ontwikkelings Samenwerking, als ik hun stukken lees, als ik hoor hoeveel successen de ambassade of regeringen weer hebben in Afrika, dan vraag ik me steeds weer af, wat ze eigenlijk willen laten zien en voor wie ze het eigenlijk doen. Als ik in Bamako steeds meer en meer  dure auto’s zie rondrijden, dure villa's zie verrijzen dan vraag ik me af waar dat geld toch vandaan komt. En als ik op een terras in Bamako groepjes Westerse deskundigen druk met elkaar in gesprek zie, terwijl ze in elke taal behalve in het Frans, de problematiek van Mali bespreken , dan vraag ik me af hoe zinvol dat kan zijn wat ze bespreken en voor wie het dan zinvol is.

En dan komt weer het moment dat ik zelf mijn blog ga schrijven, of de tekst voor de jaarlijkse nieuwsbrief. Ik selecteer de foto’s, ik vertel mijn verhaaltjes en dan gebeurt het, ... soms.
Ik word stil, krijg niets op papier en ik vraag me af waarvoor ik het doe en voor wie.  Goeddoen is zo ingewikkeld.

De BaBaBlog is nooit bedoeld geweest om donateurs te trekken of om reclame te maken voor Stichting Rondom Baba. Hij is bedoeld om iets te delen van de bijzondere dingen die ik meemaak en die mijn leven en mijn ideeën over het leven in deze wereld ingrijpend hebben verandert. Hij is ook bedoeld om uiting te geven aan de dankbaarheid die ik voel ten opzichte van de mensen hier  die ons veel kunnen leren. Hij is bedoeld om te ontroeren en te verbazen, te ontharden en te verzachten, meningen te ontkrachten en angst weg te nemen, precies zoals dat met mij gebeurt.

Maar natuurlijk beïnvloedt mijn wens voor het voortbestaan van Here Bugu ook de inhoud. We hebben tenslotte donateurs nodig. Hoe eerlijk kan ik zijn?  En wat laten de foto’s in mijn blog zien? Het mooie schooltje, de spelletjes, het geluk dat ik zogenaamd creëer? Ik fotografeer net zo goed de mislukkingen niet, de dode kippen, de ingestorte nieuwe duiventil, de lege geldkist van Morre die ik tussen de struiken vind,

laat staan een foto van mezelf als ik vind dat alles weer fout gaat. 


Er wordt me wel eens verweten dat ik alles teveel door een roze bril zie. De romantiek van het ontwikkelingswerk, het “goeddoen” voorspiegel.


Door te pendelen tussen twee extreem verschillende werelden, zoals ik de laatste zes jaar doe, wordt de shit waar we met zijn allen inzitten, zo pijnlijk zichtbaar en dagelijks voelbaar, dat zelfs de beste roze bril dat niet zou kunnen verhullen.

De tsunami van haat tegen het leven is al lang ingezet, overal, op alle fronten, dat kunnen we met zijn allen niet meer ontkennen noch tegenhouden. De vraag is alleen: hoe gaan we ermee om?
Focussen we ons op het licht of op het duister?



uit de nieuwe kerstcollectie