vrijdag 28 februari 2014

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…………..


 

Baba en ik zijn sinds 2 jaar lokale vertegenwoordigers van de PUM, senior experts Netherlands. Dat is een goede organisatie die over de hele wereld experts uitzendt. Deze experts zijn Nederlanders die hun sporen hebben verdiend op het een of andere werkvlak en na hun pensionering vrijwillig hun kennis en krachten inzetten om het midden en kleinbedrijf in ontwikkelingslanden met hun expertise te helpen. Voor Mopti en omstreken (inclusief de Dogon en t/m Douentza richting Timbouctou) is dit fenomeen nieuw en het kost ons best een investering aan tijd om het vertrouwen bij de kleine ondernemers te winnen. Toen we net op gang waren kwam de staatsgreep en de oorlog en werd het stopgezet zonder dat we een project hadden kunnen draaien.
Nu zijn de reisadviezen van het ministerie versoepeld en zijn we opnieuw begonnen.

Baba en ik bezoeken nu, vaak in het weekend als we wat tijd hebben in ons overvolle programma, bedrijven om hen te informeren over de mogelijkheden van Pum. Zo staan we nu in contact met een houtbewerkingsbedrijfje, een weverij, een metaalwerkplaats die landbouwapparaten fabriceert, een automonteursopleiding, een plaatstaal bedrijf dat oude auto’s sloopt, een bedrijf dat spirulina produceert, een vakschool voor vrouwen, een coöperatie voor irrigatie van rijstgronden.
Door de bezoeken aan deze bedrijven en de gesprekken krijg ik veel informatie over hoe het systeem in Mali in het binnenland werkt. We komen zoals we zijn, met onze oude auto, in onze dagelijkse plunje. Zonder chauffeur, bewakers, ijverige NGO medewerkers om ons heen (lokale hulpverleningsorganisaties). Er is geen ontvangstcomité, geen ceremonieel.

Wat meteen opvalt is de enorme afstand tussen het kleinbedrijf en het middenbedrijf. In het laatste geval hebben we meer te maken met mannen met ruimvallende boubous (jurken van gesteven en glanzende satijn), dure polshorloges, grote gebaren. Ze zijn wantrouwig omdat Baba en ik niet voldoen aan hun beeld van belangrijke mensen (ons visitekaartje en de mooie brochures van PUM helpen wel om binnen te komen), ze praten meteen over geld en concurrentie (gaat de expert ook naar het andere bedrijf?). Maar als ze vermoeden dat het hun wat kan opleveren (weliswaar aan expertise en niet aan grote sommen geld uit Nederland wat ze het liefst willen) dan gaat het gesprek meer de diepte in.

Maar dan het kleinbedrijf in Mopti en omstreken. Armoe troef! Veel kleine ondernemers zitten aan de grond omdat ze door de oorlog hun investering zijn kwijtgeraakt, hun reserves hebben opgebruikt en niets hebben om opnieuw op te bouwen. (door het wegvallen van toerisme hebben de toeleveringsbedrijven geen klanten meer, door veelvuldige uitval van elektriciteit functioneerden zagerijen, kleermakers, melkhouderijtjes enz. niet meer). PUM vraagt (begrijpelijk) een kleine bijdrage van de klant, overnachingen en maaltijden voor de expert. Zelfs dat is voor deze mensen vaak niet op te brengen. (PUM doet zijn best om daarin tegemoet te komen vanwege de moeilijke omstandigheden hier).

gesprek over de irrigatie van rijstvelden bij Mopti

Daar komt nog iets anders bij.Op dit moment zie je in het hele land met schrikbarende snelheid de kloof tussen arm en rijk groeien. Het wordt met de dag lastiger voor het kleinbedrijf en de kleine particulier om op de oude voet door te gaan. Je doet mee in de grootschalige corruptie, die plaatsvindt op alle terreinen, van onderneming tot lokale Ngo en verovert je plek op het toneel of je bent aangewezen op het leven van dag tot dag en het kleine gescharrel.
Fatsoenlijk een klein bedrijfje opbouwen is uiterst moeilijk en wordt tegengewerkt.
Het is niet zo dat Mali een land is met corruptie, de corruptie is het systeem.

In mijn vorige blog beschreef ik een voorbeeld hoe moeilijk het ook voor ons is om aan voorraden diervoeder te komen, wat we nodig hebben om de commerciële kant van Here Bugu op te bouwen. Dat was vroeger niet zo volgens Baba. De groothandelaren uit de hoofdstad worden op dit moment snel rijker, zij kunnen de voorraden opkopen, de prijzen gaan omhoog en is er niet meer voldoende op de lokale markt te koop. En of het nu over koeien gaat, eieren, veevoeder, vis, cement, zand…. voor de armen wordt het moeilijker om aan de basis mee te kunnen blijven doen.

Rondom Baba bekleed hierin een bijzondere positie. Wij werken met de armen, Baba is er zelf een. Hij gaat de markt op, doet de onderhandelingen, speelt ten dele mee in het spel maar heeft natuurlijk de garantie van de Stichting achter de hand. Daardoor kan hij dingen die een arme zonder die garantie en het geld niet kan, (met geld alleen komt een beginnend bedrijfje dus ook moeilijk aan de bak, daar heb ik voldoende voorbeelden van).

Gezien vanuit ons standpunt aan de onderkant van de samenleving, lijkt het erop of na de staatsgreep en de oorlog ondanks of dankzij de “goede” bedoelingen van de armoedebestrijding vanuit het Westen de situatie van de armen slechter wordt.

Ik had een keer een telefoongesprek met een medewerkster van een bekende Nederlandse hulporganisatie over een donatie aan onze Stichting. Het probleem was dat zij alleen doneren aan lokale organisaties om bevoogding en corruptie tegen te gaan. Ik vroeg haar of zij op de hoogte was van de corruptie in de wereld van de lokale NGO’s. Haar antwoord was dat het een principe van haar organisatie was om alleen aan lokale organisaties te doneren, en ja, ze waren op de hoogte van die problemen maar zelfs als het geld in de verkeerde handen kwam dan stimuleerde het in ieder geval de economie. Het is een visie op armoedebestrijding die ik wel vaker hoor.

Als groentje levend tussen en met de arme bevolking in de derde wereld was ik de eerste jaren totaal verbijsterd over wat ik te zien kreeg. Ik wist niet dat corruptie op zo’n grote schaal en op zoveel gebieden zelfs maar te verzinnen was. En argeloos als ik was ging ik er nog wel eens over in debat met mensen uit de ontwikkelings samenwerking.
In Mali zelf werd dat me niet in dank afgenomen en Baba kreeg zelfs een waarschuwing dat hij moest zorgen dat ik mijn mond hield.
In westerse groeperingen kreeg ik verschillende keren het verwijt: ”jij denkt zeker dat je het beter weet met je project”.
Ik vind het een onterecht verwijt. Ik ben er inmiddels wel achter dat het vaak niet echt botert tussen de grote organisaties voor Ontwikkelings Samenwerking en het zogenaamd Particulier Initiatief hoewel er vele, opbouwende pogingen ondernomen worden om dat te verbeteren. En natuurlijk moet ik oppassen dat ik in het vuur van het debat niet generaliseer of me laat meeslepen door mijn emoties.
Echter het probleem van de Ontwikkelingssamenwerking is zo complex en zo’n onderdeel van de strijd tussen arm en rijk in de hele wereld, er zijn zoveel boeken over geschreven, er wordt zoveel over nagedacht, er zijn zoveel goede projecten dat geen haar op mijn hoofd erover denkt dat ik het beter zou weten.

Ik weet het echt niet beter. We zijn met Here Bugu iets aan het opbouwen waar we in geloven, we hebben een visie en een doel, we weten echter nog niet hoever we komen. Maar ik kan wel vanuit deze positie aan de onderkant heel veel zien en horen, veel meer dan vanuit een bureau of gedurende een werkbezoek mogelijk is. En ik ga met de jaren steeds beter onderscheiden wat klopt en wat onderdeel van het systeem is. Wat wij bedriegen, verleiden of liegen noemen is hier een deel van de cultuur, wordt anders benoemd en alom geaccepteerd en zelfs gerespecteerd. En ik zit er middenin, maak er als “allochtoon” deel van uit en leer er mee om te gaan.

Ik weet niet wat wijs is in deze problematiek. Ik weet wel dat we er allemaal onderdeel van uit maken, of we nu willen of niet. Het Westen verdient veel aan Afrika, verdient aan de armoede, in Afrika verdienen de rijkeren via het Westen aan de armeren.
Ik geloof in de methode van onderop. Zoals Kotlek zegt in zijn boek “Marketing tegen armoede”:

“De meest dringende en elementaire behoeft van de extreem armen is hoop. En hoop wordt werkelijkheid wanneer de doelgroep van extreem armen gelooft dat de leverancier van een bepaalde dienst naar hen geluisterd heeft, hun behoefte begrijpt, en volgens een plan een programma kan uitvoeren dat blijft draaien totdat het werk erop zit. Het begint allemaal met de klant-van onderop, niet van bovenaf.”

Bij de grote organisaties voor ontwikkelingssamenwerking zijn de klanten veelal niet de extreem armen of de armen. Het zijn de hogere en middenklasse die de donorgelden voor de bestrijding van de armoede binnenhalen en die ze vaak allereerst gebruiken voor de verbetering van hun eigen positie en die van hun familie. Er wordt door sommigen geschat dat uiteindelijk slechts 15% van de donorgelden bij de uiteindelijke doelgroep terechtkomt. (Koltek,blz 29).
En de armeren, die arm blijven zonder uitzicht op verbetering, vooral de jongeren, worden vervolgens een toegankelijke doelgroep voor de extremisten, verbitterd, vol haat tegen het systeem.

Je kunt van dit alles moedeloos of verdrietig worden. Maar gek genoeg zijn het de arme mensen hier die me elke keer weer opbeuren en troosten. En gek genoeg zijn het niet de grote fondsen bekend van televisie en rijke particulieren uit Nederland die Rondom Baba steunen.

H
et zijn de mensen en fondsen die, net zoals wij, geloven dat we een keuze hebben.
Dat we kunnen en mogen kiezen aan welke kant we willen staan bij de armoedebestrijding en aan welke kant we willen bijdragen.

zondag 16 februari 2014

De strijd om het bestaan



Het is weer behoorlijk onrustig in het Noorden.
Berichten over doden bij verschillende partijen sijpelen binnen.

Aan de ene kant is er de "oorlog" tussen Mali met haar "bondgenoten" waaronder Nederland  en de extremistische partijen in het Noorden.

Maar in deze tijd van het jaar zijn er ook de oplaaiende conflicten tussen etnische partijen in hun strijd om het bestaan. 
Het is niet altijd duidelijk wat bij wat hoort en het vermengd zich ook.

De Peulen 
lopen met hun duizenden koeien over het land om ze te laten grazen op de vlaktes waar de rijst, gierst en andere gewassen al geoogst zijn. Arme gezinnen lopen er ook om de laatste strohalmen te vergaren. De wegen zijn vol met paardekarren, ossenkarren, ezelkarren en mensen te voet, onderweg  met grote lasten graan en stro.

de arenlezers van Millet









de Peulen tussen Mopti en Sevare

onderweg
Here Bugu hooit ook en maakt een hooistapel
De koeien van de Peulherders grazen en grazen ook op de stukken die nog niet geoogst zijn. Elke nacht is het een komen en gaan van herders met hun kudden op het zandpad onder mijn slaapkamerraam. Ik hoor het sloffen van hun hoeven door het mulle zand en adem het fijne stof in dat dwars door beschermende rietmatten, muskietenhorren en muskietennet over me neerdaalt. 
De herders kunnen ’s nachts hun koeien ongestoord laten grazen en drenken in de nog resterende waterplassen.
Overdag wringt soms onverwachts een kudde grote koeienlijfen met hun enorme horens  zich door de poort en loopt Here Bugu op waar ze in korte tijd een ravage kunnen aanrichten.

de buurman
Tjakko zit voor het huis, zijn neus in de lucht, zijn ogen dicht, geconcentreerd te luisteren naar alles wat er op Here Bugu gebeurt. Hij stuift ervan door als er weer eens geiten van de buren Peul door de omheining zijn gekropen om zich op onze moestuinen te storten en jaagt ze terug. Hij omsingelt blaffend de koeien tot de Peulherder ze met zijn stok weer de weg opslaat. Toubab, de tweede hond, doet voor spek en bonen mee. Als Tjakko vindt dat er ingegrepen moet worden rent, blaft en huilt hij een potje mee.

Ik bespeur bij mezelf soms ook een woede tegen de Peulen. Ze koken ’s nachts op vuurtjes van koeienstront wat afschuwelijk stinkt. Dit jaar heeft een familie die hier elk jaar komt hun afdakje, het is niet eens een hut te noemen, verplaatst op verzoek van Baba vanwege de stankoverlast voor mij. Ze piesen en poepen overal. Ze kappen de bomen half en scheuren de takken eraf als voer voor de geiten. De stekels blijven overal achter op de zandpaden en veroorzaken dagelijks lekke banden. De nachten rond volle maan rennen de kinderen gillend, krijsend en joelend rond, doen hun klapspelletjes en blazen de mannen urenlang eentonig melodieën op hun herdersfluitjes.
Baba, die vloeiend Peul spreekt, blijft geduldig en voorkomend en op zijn best als intermediair.

onze buren
Maar hun kinderen bezoeken onze school en leren schrijven. Om de dag koop ik 4 liter melk van ze om te koken en uit te delen als extra voeding aan de kinderen van Here Bugu. En op zaterdag komen ze met zijn allen  naar de bioscoop van Here Bugu om te genieten van de film. Sommigen staan daarbij de hele film met hun stok in de hand op 1 been gebiologeerd te kijken. Vooraf aan de hoofdfilm vertoon ik vaak natuurfilms. Peulen leven met de dieren en ze vinden het prachtig.

De grond gaat in de fik
Tussen Here Bugu en Mopti strekken de nu droge rijstvelden zich uit. En zoals elk jaar gaat de fik erin, de velden worden afgebrand. Dat is verboden maar een verbod werkt hier niet, alleen voorlichting en geduldige “sensibilisation” zoals Baba zegt.
De vuren worden o.a aangestoken door handelaren in veevoeder die aan het eind van het frisse seizoen grote voorraden hebben, hun opslag zit vol. De verkoopprijzen zijn gezakt tot het minimum. Als de koeien en geiten niet meer op de vlaktes kunnen grazen wordt het voer van de handelaren weer verkocht en kunnen de prijzen omhoog. Ook mensen die de Peulen weg willen hebben steken ze aan. En dan nog grondbezitters die willen besparen op onkruidbestrijding, met de hand of met gif, en het branden, onterecht, zien als middel. 
De arme gezinnen die hun kostje bij elkaar lezen zijn de dupe, je ziet ze nog rondschrrelen op de stukken die niet door het vuur zijn aangevreten. Ook de dieren en de mensen die moeten overgaan op het kopen van veevoeder lijden eronder. Bovendien is het vuur niet ongevaarlijk en de lucht is soms zwart en verzengend heet. 
Regelmatig vallen er doden tussen de strijdende partijen.


Veestapel van Here Bugu
Ook op Here Bugu doen we mee in de strijd. Onze veestapel groeit. We hebben 15 schapen. Eenden, ganzen en konijnen. Er zijn 650 2dagskuikens gearriveerd uit Frankrijk. Baba heeft ze opgehaald van het vliegveld en is ’s nachts in 10 uur met ze teruggereden naar hier. De kuikens moeten op temperatuur blijven, 37 graden. Dat doen we dag en nacht met houtskoolstoven.
De andere kippen, grote ras kippen die uit de broedmachine komen, nadat we begonnen zijn met 30 eieren uit Frankrijk, groeien in aantal. 
Voor het voer hebben we grote hoeveelheden hooi, gierst, mais, vismeel en kalk van schelpen nodig. Dat is in grote hoeveelheden zodat we een voorraad kunnen aanleggen niet zomaar te koop. De handelaren uit de hoofdstad kopen het voor hoge prijzen weg bij de handelaren op het platteland. Daar kom je als particulier niet tussen zonder  dat je pakken papiergeld contant op tafel legt als voorschot (geen bonnetjes!) en je door connecties en gesjoemel je plek verovert zodat je gegarandeerd je deel krijgt als de vrachten op de pinasses de haven binnenvaren.
Ook hier is Baba met zijn enorme netwerk en charme weer de grote kunstenaar.

Baba met 1 van de kuikens
 Vanochtend, zondagochtend, had ik een speciale huiskamer bioscoopfilm ingelast voor de kleine kinderen. Zij vallen bij de zaterdagavondfilm  meteen in slaap, moe als ze zijn. Ze moeten allemaal werken in de huishouding, water putten, koken, vuren aanmaken, vegen, wassen naast de school waar ze wel of niet heengaan. Van Willem krijg ik mooie films, vanochtend was het Walt Disney met Sneeuwwitje en de zeven dwergen.
de ochtendbioscoop, hoeven ze even niet te werken

Hamsa nam vandaag de boodschappen voor me mee. Onder andere een doos mineraalwater. Hij was heel trots want hij had hem goedkoper gekregen.
Op de markt voor 3500 CFA = 5,33 euro in plaats van 4000 CFA = 6,09 euro. “Yvonne” riep hij, “heb je nog olie nodig, die is ook stukken goedkoper”.

Bestemd voor de UN staat er op de doos. Ik ben benieuwd wat er nog meer te verkrijgen is op de markt dat bestemd is voor de UN . Bestemd voor de UN medewerkers of bestemd om uit te delen aan de mensen in het Noorden zonder water en eten op kosten van het Westen, wie zal het zeggen. Hoeveel zou ervan op de markt terechtkomen?
De handelaren varen er wel bij. De lokale handelaren blijven met hun waar zitten. En wij pikken zo ook ons graantje mee.

Leve de corruptie! Of…….Eerlijk zullen we alles delen? 




en tot slot een vogeltje voor Willem

maandag 10 februari 2014

Waar zijn we in hemelsnaam mee bezig……….

nieuwe fase


Vorige week heb ik op de maandagochtend vergadering, die na lange aanloop nu echt functioneert, verteld dat Here Bugu een nieuwe fase ingaat, ik ga meer en meer verantwoordelijkheid bij hen leggen.


Bovendien willen we dat ze zelf beginnen na te denken over de toekomst en hun plek op Here Bugu. Ze moeten met elkaar gaan brainstormen. Het lokaal is de hele week open voor hen. Er ligt  tekenmateriaal, ik heb een kleine maquette gebouwd van Here Bugu, er ligt klei, papier enz.
Dit kwam natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen. Baba en ik zijn ons ervan bewust dat de eerste 5 jaar er bijna opzitten. Dat we heel hard gewerkt hebben om Here Bugu te brengen waar het nu is.
Er staan huizen, een school, stallen en magazijnen, er zijn tuinen, speeltoestellen, een visvijver en heel veel planten en bomen en struiken.


Here Bugu is een klein, groen paradijs in een land in moeilijkheden.
Het wordt tijd dat dat ook eens op... de voorpagina komt van de kranten die over Mali schrijven!!!!
Het bestaat…


De aanwezigen op de vergadering zijn allemaal betrokken bij de opbouw en werken nu bij ons. Alles moet onderhouden en verzorgd worden.
Zij zijn allen onderdeel van het “sociale kapitaal” dat we in die vijf jaar hebben opgebouwd. Het  “sociale kapitaal” dat nodig is om Here Bugu “duurzaam” te maken.
Het gaat niet zonder slag of stoot zoals te lezen valt in de blogs. Het is een "éducation permanente" maar het maakt Here Bugu tot Here Bugu.

En nu is dan de nieuwe fase aangebroken. Alles komt in het teken te staan van de commercialisatie. We moeten gaan verdienen. Hoe doe je dat met een groep extreem arme, gedeeltelijk analfabeten in een door en door corrupt land en in zo'n bar klimaat?

Vandaag was de 2e maandagvergadering voor iedereen en ik had besloten er niet bij te zijn. Baba bracht naderhand verslag uit en daar heb ik, om een idee te geven van de gang van zaken, voor de blog het volgende verslagje over geschreven.

Maandagochtend-vergadering op Here Bugu

Wanneer: 10 februari
Waar: handenarbeidlokaal Yvonny
Aanwezig: Baba, Sedou, Idrissa, Zjan, Morre, Nianfoo, Aliba, Gaspy, Hamza, Bamoi, Aligui, Zien, Haruna, Dramaan, Jacouba, Papys, Bon Apetit, Ada, Hamidou, Sedou 2.

Afwezig: Yvonne

Baba: goedemorgen. Vandaag is Yvonne niet bij de vergadering, heeft iemand een idee waarom niet.

Morre: ze is boos
Bon Apetit: ze slaapt nog
Aliba: ze moet hard werken in haar kantoor
Baba: ze legt stukje bij beetje de verantwoordelijkheid bij ons neer, dat heeft ze vorige week uitgelegd. Verder laat ze weten dat ze erg tevreden was met de goede stemming afgelopen week en ze heeft gezien dat iedereen zijn best deed en hard werkte.

De Afrikaanse aaaaaa’s en iiiiii’s schallen door het lokaal

Baba: het allereerste punt is de verantwoordelijkheid voor de materialen. Er mogen geen spullen meer verloren gaan. Er slingert teveel gereedschap rond.

Bamoi: er zijn 2 waka waka lampen verdwenen uit het kippenhok.

Baba: hoe lossen we dat op?

Idrissa: we zoeken de dief en slaan hem dood, niemand mag iets stelen van Here Bugu!

Zien: dat is verboden op Here Bugu

Gaspy: dan binden we hem vast zonder te slaan tot we de lampen hebben.

Baba: waarschijnlijk heeft iemand die de lampen nodig had ze gestolen. Iedereen die een goede reden heeft om een lamp te bezitten bespreekt dat met mij, Yvonne of Hamza. Als de reden goed is krijg je een lamp.

Baba: nogmaals, er slingert teveel gereedschap rond. Wat doen we eraan.
Hamza (jonge opzichter): als ik er wat van zeg wordt ik beledigd.

(noot yv.:groot probleem bij etnies onder elkaar, hetgeen samenwerking verhindert)

Stilte

Baba: wie beloofd zijn gereedschap op te ruimen?

Alle handen gaan omhoog.

Baba: hebben jullie nagedacht over de toekomst

En ja hoor, er komen allemaal papieren op tafel met ideeën. Die worden uitgebreid besproken. Baba legt uit dat ze daarmee verder moeten gaan, van de duizend ideeën zijn er misschien 3 haalbaar.

De rest van de vergadering wordt besteed aan het verdelen en bevestigen van verantwoordelijkheden. Verantwoordelijkheden voor het omgaan met de kippenstallen, de sloten op de deuren van de magazijnen, het gereedschap enz. enz.
                              
                                      **********************************
Bij een van mijn vroegere werkgevers, een Hogeschool,  sloeg de directeur tijdens de vergaderingen regelmatig in wanhoop zijn handen om zijn hoofd en riep:
"Waar zijn we in Hemelsnaam mee bezig en waar gaan we in Godsnaam naar toe!"

Iets dergelijks kan je ook bevangen bij het lezen van dit bericht. Maar dan weet je niet waar we vandaan kwamen:

Dat een dergelijke vergadering mogelijk is, dat ze zich durven uitspreken en vragen stellen, dat de etnische hiërarchieën overboord gegooid zijn (tenminste voor een groot deel), dat ze Baba antwoord geven en hem daarbij aankijken, dat ze op een stoel zitten, dat ze zelfs op het puntje van hun stoel zitten en niet op hun stuitje hangen, dat ze op een heel andere manier werken, dat ze er in de wijde omgeving over vertellen, dat ze gelukkig zijn, dat ze elkaar onderling helpen, dat er gelachen wordt en ... dat er heel veel gebeurt


de moringa aanplant, de wonderboom levert ons al heel veel moringapoeder op, een belangrijk middel tegen ondervoeding


de nieuwe kuikens worden gevaccineerd door ze met hun snaveltjes onder te dompelen
kleiwerk van het schooltje




een spelletje tussendoor


maandag 3 februari 2014

Klein verhaaltje voor het slapen gaan…...

Lang geleden waren we eens op voorjaarsvakantie met het gezin in een oud houten chalet in de bergen van Zwitserland. Onze drie kinderen waren tussen de 8 en 12 jaar oud. De lente kondigde zich al aan maar het was nog koud, de grond bevroren en overal lagen nog resten sneeuw.
's Avonds voor het slapen gaan zaten we kneuterig bij de kachel met chocolademelk en las ik voor uit “De scheepsjongens van Bontekoe” van Fabricius. Over drie arme jongens die grote avonturen meemaken, helemaal zonder vader of moeder. Het verhaal ging er in als koek.


Toen we op een ochtend de oude houten voordeur open duwden lagen er drie verkleumde, zielige  vogeltjes op de stoep. We keken omhoog en zagen een vogelnest onder de  nok. 
“Ooo wat erg, ze zijn uit het nest gevallen”, riepen we. 
Bertram nam de vogeltjes voorzichtig in zijn hand en in colonne klommen we naar de zolderkamer en openden het dakraam. Bertram ging in de raamopening staan en terwijl wij zijn benen vasthielden reikte hij ver uit om de vogeltjes  weer in het nest te laten glijden.
Voldaan over onze goede daad liepen we naar beneden om daar te ontdekken dat ……… de vogeltjes alweer op de stoep lagen. Nog een volgende poging gaf hetzelfde resultaat.

Een boer uit de buurt vertelde ons dat het altijd zo gaat. Het nest is te klein voor de uitgebroede vogels die alsmaar dikker worden en de moedervogel smijt de zwakste exemplaren het nest uit om ruimte te creëren voor het overleven van de rest.
Hoe leg je dit uit aan kinderen?
De verontwaardiging van onze oogappels was zo groot dat ze er volledig door  in beslag werden genomen en  de rest van de vakantie stond in het teken van de verstoten vogeltjes. 
“Wat is dat voor een stomme moeder”, schreeuwde Anne,”een moeder  die haar eigen kinderen het nest uit gooit. Een moeder moet haar zwakke kinderen  juist beschermen!
Ik haat zo'n moeder!"






zjan
Sinds een week hebben we Zjan, een nieuwe knecht die Abou, de jongen met de epilepsie, gaat vervangen. Abou verhuist naar Mopti waar hij met een mikrokrediet van ons een tafeltje met suiker, koffie en sigaretten gaat beginnen. Hij kan het leven in de groep niet aan en gaat nu zelfstandig verder.

Zjan lijkt een aardige jongen van een jaar of 16 (hij heeft geen idee hoe oud hij is) hier uit de buurt. Het was al lang zijn grote wens om deel van de Here Bugu familie te worden en nu is het hem gelukt.
Eind januari komt hij zijn opwachting maken. Geen bagage, dat heeft hij niet, alleen de kleren die hij aan heeft. Hij krijgt een slaapplek op een mat met een deken en muskietennet in de kamer van de knechten.
Als ik hem de volgende dag over het terrein zie lopen denk ik meteen dat we hem niet moeten hebben. Er gaat geen enkele energie van hem uit, hij sleept zich voort. De tweede dag vind ik hem slapend op de ping pong tafel. Ik roep Morre en ontdek dat hij niet meer overeind kan komen door een snerpende pijn van zijn navel tot dwars door zijn penis. Bilharzia in een vergevorderd stadium denken we meteen. (bilharzia is een wurm die in stilstand water leeft, onder de huid gaat en langzaam de organen aantast, vooral blaas en darmen).
Baba  stuurt hem met Sedou, achterop de brommer!!, over de zandpaden naar de katholieke ziekenpost.

Daarna slaat Baba op zijn onzichtbare  tam tam ( geen idee hoe hij dat zo snel voor elkaar krijgt) en even later komt een groep arme sloebers in de Salle de Jip bij elkaar. Het blijken zijn vader, opa, moeder en broers te zijn. Allemaal werken ze hier ergens in de omgeving.

Of ze nu arm en vuil zijn of niet, in Mali betoon je altijd respect aan “les parents”, de ouderen en vraagt hun goedkeuring. Dus Baba zet de situatie uiteen.
"Wij hebben een knecht nodig en zo kan hij hier niet werken. Hij is doodziek" zegt hij.
De ouders mompelen wat onderling en de vader neemt het woord: 
“we sturen hem terug naar zijn geboortedorp, daar kan hij bij de oude mensen blijven”.

Eigenlijk een doodvonnis, iedereen weet dat maar er is geen emotie te zien of te voelen.
Baba zegt hun dat Zjan zelfs de bustocht erheen waarschijnlijk niet zal overleven zonder medische behandeling. De familie blijft halsstarrig. Medicijnen, dokters, gezondheidsposten bestaan in hun leven niet.
Baba doet een voorstel. We betalen de kosten voor de dokter (w.s. nooit meer dan 40 euro alles bij elkaar). Als hij beter wordt mag hij blijven en trekken we de helft van de kosten de eerste maanden van zijn salaris af. De “parents” knikken.
De zitting wordt beëindigd.

Ik blijf wat wezenloos achter. Zoo alleen kun je hier dus zijn als 16 jarige jongen. Niemand die in je geïnteresseerd is, geen aai over je bol omdat je ziek bent. Erger nog, je wordt eruit gesmeten.

Adama komt langs, onze zonnepaneeldeskundige. Hij ziet mijn verwarring. “Yvonne”, zegt hij, “bij de extreme armoede hier moeten ouders kiezen. Als ze medicijnen betalen voor de zwakste hebben de andere kinderen niet te eten en kunnen niet sterk worden om te helpen bij het overleven. De zwakkeren overleven hier daarom vaak niet. Denk niet dat dat geen pijn doet. Het doet pijn maar dat laat je in onze cultuur niet toe”.

Zjan ligt intussen weer op zijn mat, zijn hoofd onder een lap.  Hij kreeg medicijnen en pijnlijke injecties. Elke week moet hij terug voor de injecties. We hebben hem uitgelegd dat hij ziek mag zijn en te eten krijgt. Een broertje komt elke dag helpen om een deel van het werk te doen na zijn eigen werk.


Wat de vogeltjes betreft. We hebben ze in een kartonnen doos naast de kachel gezet waar ze de hele dag schreeuwden met opengesperde snavels. We hakten in de bevroren grond op zoek naar wurmen en konden niet genoeg aanslepen. Toen de vakantie voorbij was waren ze een stuk steviger en hebben we ze op een plekje in de zon in het gras gezet. Ze deden meteen vliegoefeningen. 
Of ze het overleefden? ……