dinsdag 26 februari 2013

Alibaba met de gele auto....



foto van Baba: Tjakko bewaakt mijn werkkamer, niemand komt zomaar bij me in de buurt als ik daar ben.
“Ben jij Alibaba met de gele auto?” vroeg een bulderende stem door de telefoon aan Baba. Het was de burgemeester van Tonka, een plaatsje aan de andere kant van de Niger vlak voor Timbouctou. Of hij Here Bugu kon bezoeken want hij had erover horen praten en hij zocht inspiratie voor de wederopbouw van zijn dorp. Baba haalde hem op en gaf hem een rondleiding over het bedrijvige Here Bugu. In de Salle de Jip raakten we tenslotte met elkaar in gesprek. De man was van slag. “Dit hier, is een wonder”, zei hij. “Zoiets heb ik nog nooit gezien”. Dit lijkt in niets op een project van een ONG die in Afrika iets komt neerzetten. Hier leeft de Afrikaanse ziel en toch is het anders. Dit zouden we overal in Mali moeten hebben, dan is er geen kans op oorlog, dit is een vredesinitiatief ”.

Een groot en mooi compliment en niet het enige in zijn soort van de afgelopen weken.

We krijgen ineens meer bezoek van bevlogen, Malinese mensen die op zoek zijn naar andere vormen van samenwerking en op de een of andere manier over ons gehoord hebben. En dat terwijl het allemaal zo klein en bescheiden is.



de burgemeester van Tonka. Op de tafel de biografie van Ibrahim Abouleish van Sekem, ons grote voorbeeld dat we regelmatig lezen en aanprijzen

We kregen ook het volgende bericht van iemand die al jaren in het werk zit:

“Liefde: Ik zag je blog en ben toen naar je site gegaan en een paar films gekeken. Ik kreeg de tranen in mijn ogen. Wat ik meen te zien is de liefde voor die mensen daar, en van hen naar jou. Wat de rebellen ook kapot maken, dat kunnen ze jullie niet afnemen.”


Een groot verschil met de meeste projecten is dat ik er ben, door dik en dun, dat ik zelf de hark pak en het vuil opruim, de kwast pak en muren schilder, de schep neem en in de tuin werk, de kinderen en volwassenen bij de hand neem en speel.  Na hun eerste verbijstering en pogingen om me te stoppen gaan ze meedoen. Ze zien dat ik het echt belangrijk vind en om me een plezier te doen volgen ze me.

Met Morre het voorlopig bassin voor de eenden en ganzen schoonmaken

Juist dat nadoen brengt uiteindelijk echte veranderingen. Ik moet wel geduld hebben maar het komt. En het werk wordt met plezier gedaan. Tegelijkertijd hebben we elke maandag werkbespreking, iets ongekends. Heel langzaam durven ze iets te zeggen over de obstakels die ze tegen komen bij het uitvoeren van hun verantwoordelijkheid.
In de bespreking van het werk probeer ik steeds te laten zien dat het niet erg is als er fouten gemaakt worden (voor de Afrikaanse ziel iets verschrikkelijks dat ze koste wat het kost proberen te verdoezelen) en goedpraten met “ca va allez” of “Allah heeft het zo gewild”. Ze zijn gewend aan hiĆ«rarchie, bevelen, geen eigen initiatief tonen. Het is een moeizaam en langzaam proces waarbij ik soms mijn geduld verlies, maar het levert wat op en is voelbaar in de atmosfeer op Here Bugu. Op dit moment kunnen we niet alle mensen betalen maar sommige komen en helpen omdat ze gewoon hier willen zijn.




werkbespreking in de Salle de Jip
En jaar na jaar, maand na maand leer ik meer over de Malinese samenleving. Steeds weer ben ik verbaasd hoe ongelooflijk complex die is en dat je heel lang denkt dat je met elkaar communiceert maar dat de referentiekaders totaal verschillend zijn. Zij hebben een lange ervaring in het omgaan met blanken en hun manieren gevonden om te handelen op een manier dat de blanke denkt dat alles volgens plan verloopt terwijl de realiteit een andere is. "Hoe zorg ik dat de blanke tevreden is terwijl ik toch mijn eigen ding blijf doen ?" lijkt vaak het motto. Eigenlijk is dat heel grappig. Er wordt terecht veel gediscussieerd in het Westen over de paternalistische wijze van Ontwikkelings Samenwerking en de Afrikanen weten er op hun manier handig op in te spelen.

Een goed voorbeeld is dat ik er net ben achter gekomen dat Mopti twee bestuursvormen heeft. De bestuursvorm, overgenomen uit het westen met een gemeentehuis, een burgemeester, wethouders enz. (die overigens allemaal een andere functie hebben om hun geld te verdienen, ieder heeft hier verschillende petten en maakt daar uitgebreid gebruik van, corruptie, afpersing is hier heel gewoon) en een volledig traditioneel bestuur met een chef en zijn raadgevers. Dat is het bestuur dat gezien wordt en telt voor de bevolking. Het andere bestuur staat in contact met de officiƫle kanalen zoals de regering en het buitenland. Maar er kan geen besluit genomen worden, geen stap gezet zonder het traditionele bestuur. Het is voor de buitenstaander alleen niet zichtbaar.

Baba is degene die ons overal doorheensluist en zorgt dat we graag gezien zijn. Een absolute voorwaarde om als project deel uit te maken van deze samenleving.

Ondertussen wordt het weer Afrikaanse zomer, de hitte neem toe. De lekkerste uren van de dag zijn van 6 tot 9 ’s morgens. Maar het is anders dan de voorgaande jaren. Door het groen, de bomen, struiken, vruchten en bloemen begint de atmosfeer te veranderen. Als je mensen hebt, water en doorzettingsvermogen kun je van een woestijn een oase maken en daarmee de erosie een halt toeroepen, groente verbouwen en een gezonde veestapel opbouwen. Maar ook de schoonheid ervan heeft zijn invloed op de mensen. Iedereen geniet ervan en er komen prachtige vogels en vlinders.

Ooit was hier alleen maar zand dat rondstoof


En natuurlijk zijn er van die dagen zoals beschreven in de vorige blog, ademloos. Eigenlijk zijn er best veel van die dagen, (het glas water over de computer buiten beschouwing gelaten). Veel mensen die ergens in Afrika wonen zullen dat kunnen beamen en ook mijn zusje die vorig jaar hier een maand op bezoek was  en het reilen en zeilen in mijn kielzog meemaakte kan het volmondig bevestigen.
Maar het zijn eigenlijk gewoon “Afrikaanse dagen” en of je er ademloos van wordt hangt er helemaal vanaf hoe je op dat moment in je vel zit. Stoppen met roken, teveel op internet naar de ellende zitten kijken, een deadline voor het financieel jaaroverzicht en dat soort dingen maken dat het meegaan met de flow en het aanwezig zijn in het moment wat lastiger wordt.

Dank voor alle blijken van meeleven, al antwoord ik niet altijd, het helpt. Mijn computerproblemen zijn voor een deel opgelost. De laptop ligt nog in coma (ik hoop dat hij nog wakker wordt) maar ik heb de grote computer weer aan de praat gekregen en samen met de mobile Ipad weten we ons te redden.

Toen ik de vorige blog terug las realiseerde ik me dat ik weer gewoon rondrijd en het leven weer zijn normale gang begint te krijgen. En laten we hopen dat het zo blijft.
Na alle onzekerheid van afgelopen jaar en de energie die dat vreet wordt het tijd om weer volop verder te bouwen aan Here Bugu.


het hooien met de tractor en aanhanger


de schapen krijgen likzout van Raoul



Here Bugu tafereel tussen de nog tengere Moringaboompjes 

donderdag 21 februari 2013

Ademloos

Gisteravond ging er een glas water over mijn macbook. Hij heeft de hele nacht onder een ventilator gestaan en vanochtend in de zon. Ik heb hem wel kunnen opladen maar hij gaat niet aan. Een Ipad heb ik ook maar toen ik de laptop probeerde te redden viel die op de grond (glas aan de randen een beetje gebarsten) en mijn externe schijf met backup viel ook. I pad moet ik nu opladen via de Imac (grote computer), want mijn rechtstreekse oplader ligt nog in Bamako, maar daarvoor is de stroom niet sterk genoeg dus die laadt niet op.Verder gebruikt de grote IMac  teveel stroom van de zonnepanelen en trekt de accu;s leeg waardoor de stroom soms helemaal afslaat en ik hem alleen kan gebruiken als de zon schijnt, overdag. Kortom flink ingewikkeld want zit midden in alle jaarverslagen e.d.. Ben ook al gestopt met roken, een maand inmiddels,  hetgeen me al eenzaamheidsgevoelens bezorgd en dan ook nog zonder mijn gebruikelijke communicatiemiddelen. o o o Maar dat is nog niet alles. De afgelopen dagen hebben we gezinnen bezocht die betrokken zijn bij Here Bugu om 50 kilo zakken rijst langs te brengen. De stille honger is hier groot, schrijnende gevallen. Mensen die het anders altijd redden, die een eigen rijstveldje hebben dat nu echter door de grote regenbuien vlak na het zaaiseizoen mislukt is, mensen die nooit aan de bel zullen trekken, die huilen als we de rijst afgeven omdat ze bang zijn voor de toekomst, waar enkele familieleden al niet meer op hun benen kunnen staan, het was onthutsend. Het werk op Here Bugu hebben we voor een groot deel van de dagloners moeten stoppen om 2 redenen. We hebben geen geld meer om nieuw bouwmateriaal te kopen, cement, hout enz (daarvoor moeten gauw de aanvragen bij fondsen de deur uit maar de halve rapporten zitten in mijn macbook) en materiaal wat al besteld is kan niet gebracht worden in verband met de noodtoestand al snap ik niet helemaal hoe dat zit.Na onze rondritten heeft Baba gister een flinke angina gekregen en ligt in bed.  Hamsa, de jongste broer en opzichter, zou de laatste zakken rondbrengen maar de Nissan pickup heeft het begeven en het is niet duidelijk of hij te redden valt, in ieder geval hebben we daar nu de middelen niet voor. Hamsa besloot dus een zak van 50 kilo rijst op zijn brommer naar een  gezin te brengen  maar hij gleed uit op een olievlek met de brommer, de zak rijst viel op zijn voet en die ging uit de kom. Toen ik hem met de Kanarie ging ophalen bleek de zandweg naar Here Bugu ineens geblokkeerd. Iemand heeft kennelijk een stuk land gekocht en vannacht daar een hek omheen gezet terwijl de zandweg daar midden doorheen loopt. Niet alleen voor ons een probleem maar ook voor alle ezelkarren die daar met hooi en andere spullen en de mensen te voet die naar Sevare lopen overheen moeten. Via andere zandweg naar gote weg en had toen een oponthoud doordat de een of andere hoogwaardigheidsbekleder met een escorte met zwaailampen over de weg scheurde. In Afrika moet iedereen dan onverwijld de berm in duiken hetgeen ik weiger, ik rij langzaam een beetje aan de kant door. Werd dus aangehouden dit keer door de controlepost ter plekke. Ik zei dat ik w.s. hoger in rang was dan die meneer met de escorte want dat ik sinds kort weet dat mijn kinderen rechtstreekse afstammelingen zijn van de koning van Nederland. Het bleef bij een reprimande, maar Baba zegt dat ze me nog een keer in de gevangenis stoppen. Eindelijk onderweg met Hamsa naar ziekenhuis voor een foto staat Sedou zwaaiend op de weg bij de politiepost van Sevare.   Sedou werd  aangehouden door de politie en zijn motor werd in beslag genomen omdat hij het bewijs voor de belasting voor 2013 niet had,  maar dat hebben we wel betaald maar door de toestand hier zijn er nog geen bewijsjes gedrukt bij de gemeente, de politie weet dat wel maar wil geld verdienen. De agent eiste of smeergeld betalen of brommer in beslag. Sedou was razend en weigerde alles, ook om zijn sleutels af te geven. Toen hij de grote gele Kanarie zag aankomen sprong hij de weg op. Op Here Bugu hebben we last van ratten, to's, die zo groot zijn als de dikke kater van mijn moeder. Ze zwerven 's nachts rond mijn huis en stelen en maken dingen kapot en ze maken heel veel lawaai. We kunnen ze niet vergiftigen want als ze gevangen worden, worden ze geroosterd en opgegeten als lekkernij. Het gezicht van die politieagent dus deed me een beetje denken aan de kop van zo'n to, een rat. Hij was niet voor de poes en vastbesloten geld uit dit akkefietje te slaan. Maar ik heb een principe, ik betaal niet! Ik stuurde de briesende Sedou weg en ging op mijn gemak naast hem zitten in zijn uitkijkhokje. Door alle stress van alles wordt ik heel stoicijns, de reactie komt pas later en meestal op het hoofd van Baba om een futiliteitje.  De rat zei dat Sedou   hem onrespectvol behandeld had door te weigeren zijn sleutels af te geven. "Pas de problemes", zei ik, ik zal me even voorstellen, ik ben Yvonne van Here Bugu en Sedou is mijn gardien, wat is uw naam? U kent ons kennelijk niet maar ik zal u even verbinden met onze directeur en ik belde Baba. Ik legde Baba uit dat we een probleempje hadden met een politieagent  genaamd huppelepup dat op een misverstand berustte en gaf de telefoon aan de rat. Een kolfje naar Baba's hand, die speelde mee en na 5 minuten kon Sedou zijn moter starten en gingen wij door naar het ziekenhuis. Dat nam enige uren in beslag maar je verveelt je er niet want er is heel wat te zien, de voet was niet gebroken maar 2 weken rust voor Hamsa. Op de terugweg werd ik gebeld door de AMPPF (een ONG voor gezinsplanificatie) dat ze vandaag tot 15 uur, nieuw beleid, een gratis dag hadden voor het inplanteren van een schijfje dat 5 jaar beschermt tegen zwangerschap. Dus Sedou gebelt dat Sali moest klaarstaan zodat ik haar kon oppikken en meenemen. Je moet het ijzer smeden als het heet is want ze hadden na de geboorte van Piet (de zesde spruit) aangegeven dat het doopfeest toch wel een hele financiele belasting was geweest, die Here bugu overigens had moeten voorschieten, en dat zes kinderen wel genoeg was. Dat vonden ze ook bij de geboorte van de 5e maar toen was ik er niet snel genoeg bij. Terwijl Sali behandeld werd en ik met blerende Piet rondliep had ik een interessant gesprek met AMPPF waarin we besloten dat als Here Bugu arme mensen binnenbrengt die behandeling willen maar niet kunnen betalen, zij gratis behandelen. Eindelijk terug op Here Bugu waar ik de dierenarts aantrof die gebeld was door Sedou omdat Toubab (de hond) het touwtje eruit getrokken had waarmee zijn balletjes dichtgenaaid waren na de castratie ( nodig omdat hij anders wegloopt en door de hondenvangers gepakt  en geslacht wordt) en wat nu twee maal per dag gedesinfecteerd moet worden, Toen dat achter de rug was  eindelijk rust, lekker emails lezen met een glas water en een zakje geroosterde lever in een papiertje van de slager langs de weg. 

en toen gebeurde het dus, glas water over de laptop!

Vanochtend ben ik eerst maar een muur gaan schilderen, daar wordt ik rustig van en daarna gaan lezen in de biografie van Ibrahim Abouleish van Sekem, helpt ook.
Maar verder weet ik het nog niet....

heb al een paar adviezen gehad: rijst erover heen gooien, in de zon laten staan, 2 weken laten slapen......


zaterdag 9 februari 2013

Wereldoorlog in Mali



Bij een kleine douanepost ergens halverwege de terugreis van Bamako naar Mopti gebaart een Malinese militair ons te stoppen. Baba draait het raampje naar beneden, de militair salueert en monstert de inhoud van de auto terwijl hij op zijn gemak met beide armen op de deurpost leunt.
“ je bent een Coulibaly (malinese familienaam)” zegt hij tegen Baba
“ hoe durf je me zo te beledigen, ik ben een Traore en jij bent een boneneter” zegt Baba
“ Aha een Traore” zegt de militair, “ dan ben jij mijn slaaf”
“En die vrouw naast je?”
“Zij is ook een Traore” zegt Baba.
“ dan is zij ook een slaaf en dus van mij” zegt de militair weer.
Lachend geven de twee elkaar een hand en de militair gebaart dat we door kunnen rijden.

Als twee Malinezen elkaar voor de eerste keer ontmoeten vragen zij naar elkaars familienaam en dan beginnen de schermutselingen die ze “beledigingen” noemen en bedoeld zijn om elkaar te plagen waarna ze beginnen te lachen, elkaar omhelzen of uitvoerig de hand schudden. Al naar gelang de familienaam schelden ze elkaar uit voor boneneter, eter van honden of paarden of pinda’s, je hebt een ziekte in je hoofd of je bent mijn slaaf.
Dit fenomeen wordt “cousinage” genoemd. Op de een of andere manier zijn alle Malinezen familie van elkaar (verneefd). Dit prachtige sociale “spel” dat bij een ontmoeting wel tot een half uur kan duren en waarbij de meest grappige beledigingen geuit worden, heeft eeuwenlang oorlogen weten te voorkomen.
“In oorlog zijn we allemaal hetzelfde”, zegt Baba, “ wij zeggen: leg je wapens neer en kom praten met je “parents”, de ouderen.”
Een paar jaar geleden was er een ernstig conflict in de Dogon. De regering stuurde militairen maar daarmee liep het direct uit de hand. Vervolgens werd er een delegatie Bozo (vissers) naar toegestuurd. Vanuit de “cousinage” kunnen zij tegen de Dogon zeggen dat ze moeten stoppen en met de dialoog beginnen.
Zelfs een paar maanden geleden nog is een delegatie van Dogonezen naar het Noorden gereisd om daar de Sonrai die zich hadden aangesloten bij de rebellen toe te spreken. “ jullie zijn beesten” was de belediging, “leg de wapens neer”. Een aantal hebben daar gevolg aan gegeven maar de meesten waren al teveel onder invloed van de rebellen en verblind door de wapens. De Dogonezen keerden terug en zeiden tegen de Bozo van Mopti: “nu is het jullie beurt om de Sonrai te gaan “beledigen”.

bij Sevare, niet ver achter Here Bugu, wandelen met de honden was even heel gevaarlijk (foto van internet)


Inmiddels is Mali een land in oorlog. Negen duizend militairen,  waarvan 4000 Fransen en nog eens 5000 militairen uit de omringende Afrikaanse landen, naast militaire steun op gebied van logistiek en strategie uit Amerika en goedkeuring van de acties door bijna de hele wereld.
Een oorlog tegen terroristen, tegen “ de gekken van God” , waarbij drugshandel, wapenhandel en mensenhandel een rol speelt, niet speciaal een oorlog van de Malinezen.
“WERELDOORLOG IN MALI” schrijft een van de burgemeesters van Bamako in een interessant artikel over de situatie. “….. de Malinezen moeten zich er op voorbereiden in hun land veel buitenlandse legereenheden te zien met nog andere erbij horende zoals diplomaten, paramilitairen enz. ….. daar is moeilijk mee te leven  voor veel van ons die trots zijn op onze onafhankelijkheid en onze soevereiniteit……maar we hebben geen keus want we hebben onze talrijke zwakheden voldoende getoond , we zullen het ermee moeten doen.”

Onderweg uit Bamako kwamen we in een konvooi van 150 franse militaire voertuigen terecht.

eerst zagen we deze door het stof opdoemen

en toen bleken het er, naar we later hoorden,  wel 150 te zijn. de fransen zijn volledig selfssupporting. op sommige opladers lagen complete badkamers.

overal kwamen de mensen uit hun huizen om naar de "bevrijders" te zwaaien en te juichen.en omdat we er tussen reden werden wij ook toegejuicht en we zwaaiden terug, het was onverwacht ontroerend en emotioneel.

Als de colonne bij de grote brug over de Bani aankomt wordt er gestopt. Zwaarbewapende militairen springen eruit en gaan aan de linkerkant van de weg staan, hun vervaarlijke wapens gericht op de bosjes. Wij vragen ons af of we informatie gemist hebben. Zouden er dan hier toch nog jihadisten zitten?
Na enige aarzeling passeren we het konvooi en ontdekken dan dat de auto's slechts 1 voor 1 de brug over gaan. Er wordt geen enkele risico genomen en ik bedenk me dat ik me altijd afvraag, als ik in de bus over de brug ga, of een Malinese brug dat wel kan houden. De Fransen nemen het zekere voor het onzekere.

we kijken onze ogen uit

net zoals deze kinderen

We overnachten onderweg bij Segou in Hotel Faro van een franse vriendin Nathaly.
Zij deelt met ons haar zorgen over de toekomst. Volgens haar profiteren de NGO's en de militairen van de situatie. De arme bevolking lijdt en moet veel betalen om aan eten en papieren te komen.
Haar hotel ligt aan de Niger. Langs het water gaat het Malinese leven gewoon zijn gang.

de waterjongen
de visser
de punter



De Fransen hebben met hun geavanceerde oorlogsmateriaal en specialisten het Noorden bevrijd. Het lijkt op een schone oorlog. Precisie bombardementen zonder burgerslachtoffers,  de Jihadisten op de vlucht. Er zijn een paar honderd gedood. Maar er waren duizenden. Waar zijn die gebleven? Ze hebben ordentelijk het strijdtoneel verlaten om zich voor te bereiden op de volgende fase. Die lijkt inmiddels te zijn begonnen. Aanvallen met zelfmoordenaars en  autobommen. De laatste dagen zijn hier en daar zwaarbewapende jihadisten opgepakt.


 En de Malinese bevolking? Ik heb inmiddels de stad Bamako verruild voor het platteland rond Mopti, 800 km. verder. Mijn eerste indruk was of ik een stad binnenreed die nog in shock was. Het is stil, veel winkels gesloten, opgeruimd en leeg. In de oude volkswijk van Mopti zijn de lemen straten leeg, de mensen zitten binnen. In Mopti en omgeving heeft tussen de 70 en 80% van de mensen geen identificatiebewijs. De militairen pakken iedereen zonder bewijs op en er zijn voorbeelden dat onschuldige mensen door het leger zijn gefusilleerd op verdenking een jihadist te zijn omdat ze geen identiteitsbewijs hadden. De mensen zijn bang. 
Een deel van de rijstoogst heeft niet kunnen plaatsvinden omdat de rijstoogst gedaan wordt door dagloners uit de wijde omgeving die nu niet kunnen komen werken bij gebrek aan papieren. Datzelfde geldt voor vissers, voor mensen op de markt, voor transporteurs. Het openbare leven ligt voor een groot deel stil. De mensen verdienen niet en hebben ook geen eten. Er zijn families die leven op tomaten met een beetje zout. De medewerkers van lokale ontwikkelingshulporganisaties zijn ook gevlucht naar Bamako en nog niet terug. Bovendien is het de vraag of zij met hun ambtenaren en hun administratieve rompslomp in staat zijn om te helpen.

En Here Bugu? 
Here Bugu is gedurende de hele spannende periode doorgegaan. Het werk, de school, de bijeenkomsten, alles. Een speciale patrouille van het leger heeft gesurveilleerd, Here Bugu is niet lastig gevallen. Een paar van onze Peul buren en ook Bella zijn gearresteerd maar gelukkig weer vrijgelaten. De medewerkers zonder papieren verlaten Here Bugu niet. 
Het is een oase met bloemen en planten en dieren waar elke dag de mensen komen werken en gelukkig zijn dat ze hun dagloon verdienen waarmee ze hun familie te eten kunnen geven. Met de graanbank kunnen we nog steeds in de allerergste situaties een aantal families van eten voorzien. Iedereen was dolblij dat ik terug ben gekomen. 

iedereen duikt in de auto om de bagage te lossen en te zien wat er dit keer meegekomen is.

Mijn leven is niet zoals vroeger. Ook ik blijf voornamelijk op Here Bugu of ga alleen op afspraak of onder begeleiding ergens heen.
Baba en ik zijn bezig de balans op te maken van het afgelopen jaar en te kijken hoe we verder moeten. We missen de bezoekers die kunnen vertellen over het leven hier,
over de positieve energie die ondanks alles onder de mensen hier leeft.
Maar het motto van Here Bugu is en blijft: elk nadeel heeft zijn voordeel of hoe transformeer je het slechte in het goede!




er wilden maar geen zonnebloemen groeien op Here Bugu uit het zonnebloemenzaad van Jip. Maar tijdens mijn verblijf in Bamako werd de Salle de Jip helemaal vernieuwd en ik werd verwelkomt door deze zonnebloem van Jip.


de nieuwe Salle de Jip

de tuin bij het huis



donderdag 31 januari 2013

Ansichtkaarten


(foto van internet)
 Ik ben nog steeds in Bamako waar mijn vrienden mijn bed opmaakten toen ze hoorden dat Konna was gevallen en ik onderweg ging. Dat is nu 3 weken geleden.

Inmiddels zijn de grote steden in handen van Franse en Malinese militairen.
We weten niets over aantallen doden en gewonden, verwoestingen, water, elektriciteit, voedsel. Berichten komen mondjesmaat naar buiten door de enkele journalisten die zijn toegelaten en met de Franse militairen mee mogen. Andere journalisten zwerven rond, proberen dichterbij de bevrijde gebieden te komen maar stranden voorlopig omdat het om allerlei redenen te gevaarlijk is de gebieden in te gaan. Veel verhalen doen de ronde, veel wordt geschreven. Je kunt makkelijk de hele dag doorbrengen met het lezen van beschouwingen, verslagen, prognoses enz. Twitter is een bron maar nogal hijgerig: “de manuscripten in Timbuctou zijn verbrand”, “ze zijn gered” “ nee ze zijn verbrand”, “toch gered”. …..
Het lezen van Twitter en ook van veel andere berichten maakt me kortademig en als ik het teveel doe voel ik me aan het eind van de dag leeg en triest. Het werkt  op mijn zenuwen, van links naar rechts en terug alsof ik in een draaimolen zit.
Echt goede artikelen die ik zo hier en daar vind op internet , vertaal ik zo nodig  en stuur ze door naar Baba en de burgemeester om hun van goede informatie te voorzien.

Het leven in Bamako lijkt zijn normale gang te gaan. ’s Avonds horen we het gejuich van mensen die voor de televisies op straat zitten als er een doelpunt gescoord wordt in de Afrika Cup.
In Mopti lijkt het rustig, zegt Baba. Het leven herneemt langzaam zijn normale gang, winkels en banken zijn weer open. Militairen zijn natuurlijk overal aanwezig. Sedou wil dat ik terug kom, evenals veel anderen. Maar ik wacht tot Baba het groene licht geeft op basis van zijn vele contacten.

Abdoulai uit Mopti belt me. De jongen die vorig jaar met ons meereed naar Timbouctou om ons te helpen. Hij klinkt opgewonden. Hij belt namens Ablo.
Ablo is een grote, zware jongen van een jaar of 18, doofstom. Zolang ik in Mali woon kruist hij mijn pad. Als ik uit de auto stap, uit de bus, op een festival loop, ergens op een bankje zit, ja hoor, daar heb je hem. “Ung ung ung” roept hij luid en zwaaiend met zijn armen komt hij op me af gedenderd om zijn ansichtkaarten te laten zien. Altijd enthousiast, altijd vrolijk. Maar de laatste maanden was zelfs Ablo terneer geslagen. Geen toeristen, geen geld, geen vooruitzichten.
Hij hangt rond in de haven waar de boten stil aan de kant liggen en de pinassiers werkeloos op de kade zitten omdat ze door de oorlog geen vrachten hebben.
Hij wordt altijd vergezelt door Ć©Ć©n van zijn vele vrienden die hem helpen en beschermen, die kunnen liplezen en vertalen wat hij me wil vertellen. EĆ©n van hen is Abdoulai.

Abdoulai en Alex onderweg naar Timbouctou (jan.2012)
Abdoulai belt dus en vraagt of ik kan helpen met ansichtkaarten. “We hebben ansichtkaarten nodig” roept hij door de telefoon. Op de achtergrond hoor ik hoe Ablo opgewonden klanken uitstoot. “Het zit hier vol met journalisten, ze willen ansichtkaarten, we hebben al verdient en ze hebben me een telefoonkaart gegeven om ze te bellen als ik wat weet. Ik kan nu telefoneren. Geef het telefoonnummer van je zuster in Nederland, dan kan ik haar ook bellen, alles komt weer goed”.
Ik bel Baba om hem te vragen de laatste pakketjes ansichtkaarten van Stichting Rondom Baba die nog op mijn bureau liggen, aan hen te geven om te verkopen.
“Hoeveel journalisten zijn er in Mopti”, vraag ik aan Baba. Ik hoor hem glimlachen.
“Zes” zegt hij.
Voor sommigen is dat genoeg om er weer vol tegenaan te gaan.




maandag 21 januari 2013

Goethe en de Gekken van God en van Geld



Mijn opa, Hannes Huisman, was een Fries, twaalf broers waren er. Hij woonde in Zuid Limburg, in Eygelshoven om precies te zijn,  waar hij in de kolenmijnen werkte. Hij was een levenskunstenaar, een flierefluiter, hij hield van de natuur, schuwde een robbertje vechten niet en hij ging niet naar de kerk.
En…. hij had boeken in zijn huis. Boeken waarvan de pastoor tegen mijn oma zei: “Kind, die boeken zijn gevaarlijk, die zijn van de duivel, die moeten maar beter verbrand worden”.
Mijn oma maakte zich daar ongerust over en bad zich een ongeluk aan Ave Mariaatjes en Wees Gegroetjes. Want mijn opa,  die liet zich niets zeggen. Die ging op een kist staan voor het huis en droeg voor uit die boeken, hele stukken reciteerde hij uit zijn hoofd.  En daarna  kletste hij gezellig met de mensen over het leven en over de wereld of ging een eindje wandelen.

Die boeken, waarvan de pastoor vond dat ze van de duivel waren, waren boeken van Goethe en van Schiller.

Mijn opa, Hannes Huisman, werd al voor het uitbreken van de 2e wereldoorlog, opgepakt omdat hij een NSB burgemeester een optater verkocht en ook vanwege zijn communistische sympathieƫn. Meer dan 5 jaar van zijn leven zat hij in de ergste concentratiekampen ter wereld ooit.
Toen hij eruit kwam heeft hij er nooit een woord over willen zeggen. Hij was een gebroken man en kon niet meer slapen. Maar hij deed niet mee aan vergelding van verraders of aan wraakacties. Hij heeft ook nooit gezegd dat ze opgehangen moesten worden of gelyncht.
Met de pastoor kon hij bij wijze van spreken nog een borreltje drinken .

Hij heeft heel veel mensen gered in de kampen met zijn optimisme, zijn originele wijsheid en met de gedichten van Goethe en Schiller.

                                                  ****************************


Sedou, onze gardien van Here Bugu,  vraagt steeds maar om een geweer om ons te verdedigen tegen bandieten en tegen de Gekken van God, les Foux de Dieu, zoals hij de Jihadisten noemt. Baba en ik willen dat niet. Maar we begrijpen wel dat hij iets in handen moet hebben om zich niet zo verloren te voelen bij zijn nachtelijke rondgangen.

Vorige maand, toen ik incognito op Kerstbezoek was in Nederland, keek ik op een avond met de kinderen naar de allernieuwste James Bond film.
Toen ik na de film in bed naar het plafond lag te staren voelde ik de spanning in mijn hele lijf door mijn spieren trekken en ik dacht ineens: “ik laat me toch verdomme niet van Here Bugu afknallen, ik moet een goed pistool hebben en op schietles en als ze komen knal ik ze  Ć©Ć©n voor Ć©Ć©n voor hun kop, ik sleur ze aan hun baard door de stekels, ik sabel hun pik eraf ……. “. 
De meeste mensen die ik ken hebben waarschijnlijk nooit zulke gedachten. Ik schrok me dood. Zo dichtbij ligt het. Het wilde dier zit niet zo ver weg onder het laagje beschaving.
Zou mijn opa ooit zulke dingen gedacht hebben? Nelson Mandela? Thich Nath Han, de Dala Lama? 

Voor Sedou koop ik een professionele led zaklamp zoals die in Nederland ook door de politie gebruikt wordt. 150 meter helder zicht en je bent verblind als je erin kijkt. Hij is er heel blij mee en onze Peulen, de buren, ook.

                                                     *****************************

In Mali is het nu oorlog. Het is al negen maanden aan de gang. Maar nu zijn de Fransen gekomen met hun spectaculaire wapens, en goed getrainde militairen.
De meeste spullen die ze hebben heeft de gemiddelde Malinese militair nog nooit van zijn leven gezien. Die heeft niet eens zo’n zaklamp als Sedou nu heeft.
Velen die ik gezien heb hebben slechts  een deel van een pak, vaak een rammelende maag en een paar oude gympen. Toen de vijand kwam moesten ze het op een lopen zetten. 
Maar de meesten hebben wel een kalasjnikov en daarmee kun je aan de bevolking goed laten zien hoe sterk je bent en zeker geen doetje die je voor de gek kunt houden. Het is een goede actie en nodig om de bevolking door te kammen op infiltranten, mar gaat het goed, dat is de vraag. Van deur tot deur gaan ze in Mopti. De putten bij het kerkhof liggen al vol lijken.
Als het Noorden bevrijd is dan gaan de Malinese militairen daarnaar toe. En daar zullen ze de bevolking ook doorkammen. Veel Peulen en Touareg, schuldig en onschuldig, zullen gewogen en te licht bevonden worden. Allemaal in de put.

Achter de Franse militairen komen de journalisten aan, vliegtuigen vol. Die rijden nu door het land. Voor life verslagen van mensen die het echt zelf hebben meegemaakt en achtergrondinformatie. De Malinese militairen laten ze nog niet voorbij Samabugu, 25 km voor Sevare,  komen. Ik denk dat ze niet graag pottenkijkers willen hebben bij hun werk met de bevolking.

Ik hoop dat ze blijven de journalisten, dat ze blijven kijken en niet wegrennen naar de volgende nieuwsplek waar ook ter wereld. Ik hoop dat ze blijven en dat de mensen durven te vertellen wat er gebeurt. Ik hoop dat er goede militairen zijn die durven te praten over wat ze meemaken in hun kamp. Ik hoop dat die journalisten tijd hebben en niet de hele tijd de vragen stellen van het antwoord dat ze al kennen, maar dat ze naast de mensen gaan zitten, en luisteren en verbazen,
en dat ze dan iets te horen krijgen hoe het is om te leven in zo’n armoede en met zoveel angst en met zo weinig eten terwijl je toch 5 keer per dag bid. Maar dat er allemaal corruptie is van mensen die vroeger bij je familie hoorden maar die nu ineens in grote autoos rijden, die leven als de blanken en die de rijst verkopen die eigenlijk als hulp voor jou bedoeld was. Dat je elke avond op televisie kijkt naar allemaal mensen die in het paradijs leven en alles hebben, soaps of feuilletons heten dat. Dat je kinderen alleen nog maar hard op een brommer willen rijden en niet meer geloven in de traditie van het respect. Dat als je genoeg gespaard hebt je kinderen naar school toe kunnen maar dat ze dan thuiskomen  en er geen werk voor ze is en ze ook niet meer op het land willen werken. Kortom dat ze niet meer weten hoe het verder moet.
Ik hoop dat de journalisten naar hun verhalen luisteren.

En in het Noorden hoe moet het nu verder in het noorden.
Binnenkort zullen zij  voorlopig wel gevlucht zijn,  de Gekken van God in het Noorden en hun broers, de Gekken van het Geld, de  drugshandel, wapenhandel, mensenhandel, die er hetzelfde uitzien, en die net zoals onze pastoors, ook roepen dat ze het in naam van God doen,

Maar wie blijft er achter en wat gebeurt er met de mensen als de malinese militairen komen om de bevolking te beschermen? Fatimata en haar man, die gestenigd werden omdat ze niet getrouwd waren maar daarna door diezelfde Gekken van God verzorgd werden in het ziekenhuis, een bedrag in handen kregen wat ze nog nooit bij elkaar hadden gezien en een huis.
Of Daouda die zijn hand werd afgehakt maar er een bedrag en een brommen voor terug kreeg. En al die mensen die dagelijks geld kregen van die Gekken  waar ze hun familie mee konden voeden. Wat gaat er met hun gebeuren?

Ik hoop zo dat de journalisten blijven en dat ze blijven kijken en blijven luisteren.
En dat ze niet de vragen stellen waarvan ze de antwoorden al weten.

Ik hoop zo dat ze blijven en proberen te luisteren en te begrijpen wat er gebeurt. 

Want die Gekken, daar komen we niet vanaf, we kunnen ze niet uitroeien als we niet weten wie het zijn.

Die Gekken, de gekken van God en van Geld dat zijn wij zelf ook een beetje.
Gooi er nog een bom op, uitroeien allemaal, quantanamo bay, behoud van onze koopkracht, wapenwet,
de wereld vergaat in 2012, nee gelukkig toch niet we kunnen weer met vakantie, toch maar een nieuwe auto, het vaticaan met een groot aandeel in de wapenindustrie,  .........................  waar moet je beginnen ??????????????


Begin bij Goethe zou Johannes zeggen, mijn opa,   begin bij Goethe

"De kunst is de bemiddelaar van het onzegbare..................... "

Mali, het land van muziek komt in actie nu tegen het kwaad
Op hun manier, met hun wapen :de  muziek
zie de link http://bridgesfrombamako.com/2013/01/21/united-voices-of-mali/

en voor de liefhebber een gedicht van Goethe dat ik vaak voorgedragen heb en dat ons allemaal tot steun kan zijn

Eins und alles

Im Grenzenlosen sich zu finden,
Wird gern der einzelne verschwinden,
Da löst sich aller Überdruß;
Statt heißem Wünschen, wildem Wollen,
Statt lƤstigem Fordern, strengem Sollen
Sich aufzugeben ist Genuß.

Weltseele, komm, uns zu durchdringen!
Dann mit dem Weltgeist selbst zu ringen,
Wird unsrer KrƤfte Hochberuf.
Teilnehmend führen gute Geister,
Gelinde leitend hƶchste Meister
Zu dem, der alles schafft und schuf.

Und umzuschauen das Geschaffne,
Damit sichs nicht zum Starren waffne,
Wirkt ewiges, lebendiges Tun.
Und was nicht war, nun will es werden
Zu reinen Sonnen, farbigen Erden;
In keinem Falle darf es ruhn.

Es soll sich regen, schaffend handeln,
Erst sich gestalten, dann verwandeln;
Nur scheinbar stehts Momente still.
Das Ewige regt sich fort in allen:
Denn alles muß in Nichts zerfallen,
Wenn es im Sein beharren will.

Johann Wolfgang von Goethe