zaterdag 9 februari 2013

Wereldoorlog in Mali



Bij een kleine douanepost ergens halverwege de terugreis van Bamako naar Mopti gebaart een Malinese militair ons te stoppen. Baba draait het raampje naar beneden, de militair salueert en monstert de inhoud van de auto terwijl hij op zijn gemak met beide armen op de deurpost leunt.
“ je bent een Coulibaly (malinese familienaam)” zegt hij tegen Baba
“ hoe durf je me zo te beledigen, ik ben een Traore en jij bent een boneneter” zegt Baba
“ Aha een Traore” zegt de militair, “ dan ben jij mijn slaaf”
“En die vrouw naast je?”
“Zij is ook een Traore” zegt Baba.
“ dan is zij ook een slaaf en dus van mij” zegt de militair weer.
Lachend geven de twee elkaar een hand en de militair gebaart dat we door kunnen rijden.

Als twee Malinezen elkaar voor de eerste keer ontmoeten vragen zij naar elkaars familienaam en dan beginnen de schermutselingen die ze “beledigingen” noemen en bedoeld zijn om elkaar te plagen waarna ze beginnen te lachen, elkaar omhelzen of uitvoerig de hand schudden. Al naar gelang de familienaam schelden ze elkaar uit voor boneneter, eter van honden of paarden of pinda’s, je hebt een ziekte in je hoofd of je bent mijn slaaf.
Dit fenomeen wordt “cousinage” genoemd. Op de een of andere manier zijn alle Malinezen familie van elkaar (verneefd). Dit prachtige sociale “spel” dat bij een ontmoeting wel tot een half uur kan duren en waarbij de meest grappige beledigingen geuit worden, heeft eeuwenlang oorlogen weten te voorkomen.
“In oorlog zijn we allemaal hetzelfde”, zegt Baba, “ wij zeggen: leg je wapens neer en kom praten met je “parents”, de ouderen.”
Een paar jaar geleden was er een ernstig conflict in de Dogon. De regering stuurde militairen maar daarmee liep het direct uit de hand. Vervolgens werd er een delegatie Bozo (vissers) naar toegestuurd. Vanuit de “cousinage” kunnen zij tegen de Dogon zeggen dat ze moeten stoppen en met de dialoog beginnen.
Zelfs een paar maanden geleden nog is een delegatie van Dogonezen naar het Noorden gereisd om daar de Sonrai die zich hadden aangesloten bij de rebellen toe te spreken. “ jullie zijn beesten” was de belediging, “leg de wapens neer”. Een aantal hebben daar gevolg aan gegeven maar de meesten waren al teveel onder invloed van de rebellen en verblind door de wapens. De Dogonezen keerden terug en zeiden tegen de Bozo van Mopti: “nu is het jullie beurt om de Sonrai te gaan “beledigen”.

bij Sevare, niet ver achter Here Bugu, wandelen met de honden was even heel gevaarlijk (foto van internet)


Inmiddels is Mali een land in oorlog. Negen duizend militairen,  waarvan 4000 Fransen en nog eens 5000 militairen uit de omringende Afrikaanse landen, naast militaire steun op gebied van logistiek en strategie uit Amerika en goedkeuring van de acties door bijna de hele wereld.
Een oorlog tegen terroristen, tegen “ de gekken van God” , waarbij drugshandel, wapenhandel en mensenhandel een rol speelt, niet speciaal een oorlog van de Malinezen.
“WERELDOORLOG IN MALI” schrijft een van de burgemeesters van Bamako in een interessant artikel over de situatie. “….. de Malinezen moeten zich er op voorbereiden in hun land veel buitenlandse legereenheden te zien met nog andere erbij horende zoals diplomaten, paramilitairen enz. ….. daar is moeilijk mee te leven  voor veel van ons die trots zijn op onze onafhankelijkheid en onze soevereiniteit……maar we hebben geen keus want we hebben onze talrijke zwakheden voldoende getoond , we zullen het ermee moeten doen.”

Onderweg uit Bamako kwamen we in een konvooi van 150 franse militaire voertuigen terecht.

eerst zagen we deze door het stof opdoemen

en toen bleken het er, naar we later hoorden,  wel 150 te zijn. de fransen zijn volledig selfssupporting. op sommige opladers lagen complete badkamers.

overal kwamen de mensen uit hun huizen om naar de "bevrijders" te zwaaien en te juichen.en omdat we er tussen reden werden wij ook toegejuicht en we zwaaiden terug, het was onverwacht ontroerend en emotioneel.

Als de colonne bij de grote brug over de Bani aankomt wordt er gestopt. Zwaarbewapende militairen springen eruit en gaan aan de linkerkant van de weg staan, hun vervaarlijke wapens gericht op de bosjes. Wij vragen ons af of we informatie gemist hebben. Zouden er dan hier toch nog jihadisten zitten?
Na enige aarzeling passeren we het konvooi en ontdekken dan dat de auto's slechts 1 voor 1 de brug over gaan. Er wordt geen enkele risico genomen en ik bedenk me dat ik me altijd afvraag, als ik in de bus over de brug ga, of een Malinese brug dat wel kan houden. De Fransen nemen het zekere voor het onzekere.

we kijken onze ogen uit

net zoals deze kinderen

We overnachten onderweg bij Segou in Hotel Faro van een franse vriendin Nathaly.
Zij deelt met ons haar zorgen over de toekomst. Volgens haar profiteren de NGO's en de militairen van de situatie. De arme bevolking lijdt en moet veel betalen om aan eten en papieren te komen.
Haar hotel ligt aan de Niger. Langs het water gaat het Malinese leven gewoon zijn gang.

de waterjongen
de visser
de punter



De Fransen hebben met hun geavanceerde oorlogsmateriaal en specialisten het Noorden bevrijd. Het lijkt op een schone oorlog. Precisie bombardementen zonder burgerslachtoffers,  de Jihadisten op de vlucht. Er zijn een paar honderd gedood. Maar er waren duizenden. Waar zijn die gebleven? Ze hebben ordentelijk het strijdtoneel verlaten om zich voor te bereiden op de volgende fase. Die lijkt inmiddels te zijn begonnen. Aanvallen met zelfmoordenaars en  autobommen. De laatste dagen zijn hier en daar zwaarbewapende jihadisten opgepakt.


 En de Malinese bevolking? Ik heb inmiddels de stad Bamako verruild voor het platteland rond Mopti, 800 km. verder. Mijn eerste indruk was of ik een stad binnenreed die nog in shock was. Het is stil, veel winkels gesloten, opgeruimd en leeg. In de oude volkswijk van Mopti zijn de lemen straten leeg, de mensen zitten binnen. In Mopti en omgeving heeft tussen de 70 en 80% van de mensen geen identificatiebewijs. De militairen pakken iedereen zonder bewijs op en er zijn voorbeelden dat onschuldige mensen door het leger zijn gefusilleerd op verdenking een jihadist te zijn omdat ze geen identiteitsbewijs hadden. De mensen zijn bang. 
Een deel van de rijstoogst heeft niet kunnen plaatsvinden omdat de rijstoogst gedaan wordt door dagloners uit de wijde omgeving die nu niet kunnen komen werken bij gebrek aan papieren. Datzelfde geldt voor vissers, voor mensen op de markt, voor transporteurs. Het openbare leven ligt voor een groot deel stil. De mensen verdienen niet en hebben ook geen eten. Er zijn families die leven op tomaten met een beetje zout. De medewerkers van lokale ontwikkelingshulporganisaties zijn ook gevlucht naar Bamako en nog niet terug. Bovendien is het de vraag of zij met hun ambtenaren en hun administratieve rompslomp in staat zijn om te helpen.

En Here Bugu? 
Here Bugu is gedurende de hele spannende periode doorgegaan. Het werk, de school, de bijeenkomsten, alles. Een speciale patrouille van het leger heeft gesurveilleerd, Here Bugu is niet lastig gevallen. Een paar van onze Peul buren en ook Bella zijn gearresteerd maar gelukkig weer vrijgelaten. De medewerkers zonder papieren verlaten Here Bugu niet. 
Het is een oase met bloemen en planten en dieren waar elke dag de mensen komen werken en gelukkig zijn dat ze hun dagloon verdienen waarmee ze hun familie te eten kunnen geven. Met de graanbank kunnen we nog steeds in de allerergste situaties een aantal families van eten voorzien. Iedereen was dolblij dat ik terug ben gekomen. 

iedereen duikt in de auto om de bagage te lossen en te zien wat er dit keer meegekomen is.

Mijn leven is niet zoals vroeger. Ook ik blijf voornamelijk op Here Bugu of ga alleen op afspraak of onder begeleiding ergens heen.
Baba en ik zijn bezig de balans op te maken van het afgelopen jaar en te kijken hoe we verder moeten. We missen de bezoekers die kunnen vertellen over het leven hier,
over de positieve energie die ondanks alles onder de mensen hier leeft.
Maar het motto van Here Bugu is en blijft: elk nadeel heeft zijn voordeel of hoe transformeer je het slechte in het goede!




er wilden maar geen zonnebloemen groeien op Here Bugu uit het zonnebloemenzaad van Jip. Maar tijdens mijn verblijf in Bamako werd de Salle de Jip helemaal vernieuwd en ik werd verwelkomt door deze zonnebloem van Jip.


de nieuwe Salle de Jip

de tuin bij het huis



donderdag 31 januari 2013

Ansichtkaarten


(foto van internet)
 Ik ben nog steeds in Bamako waar mijn vrienden mijn bed opmaakten toen ze hoorden dat Konna was gevallen en ik onderweg ging. Dat is nu 3 weken geleden.

Inmiddels zijn de grote steden in handen van Franse en Malinese militairen.
We weten niets over aantallen doden en gewonden, verwoestingen, water, elektriciteit, voedsel. Berichten komen mondjesmaat naar buiten door de enkele journalisten die zijn toegelaten en met de Franse militairen mee mogen. Andere journalisten zwerven rond, proberen dichterbij de bevrijde gebieden te komen maar stranden voorlopig omdat het om allerlei redenen te gevaarlijk is de gebieden in te gaan. Veel verhalen doen de ronde, veel wordt geschreven. Je kunt makkelijk de hele dag doorbrengen met het lezen van beschouwingen, verslagen, prognoses enz. Twitter is een bron maar nogal hijgerig: “de manuscripten in Timbuctou zijn verbrand”, “ze zijn gered” “ nee ze zijn verbrand”, “toch gered”. …..
Het lezen van Twitter en ook van veel andere berichten maakt me kortademig en als ik het teveel doe voel ik me aan het eind van de dag leeg en triest. Het werkt  op mijn zenuwen, van links naar rechts en terug alsof ik in een draaimolen zit.
Echt goede artikelen die ik zo hier en daar vind op internet , vertaal ik zo nodig  en stuur ze door naar Baba en de burgemeester om hun van goede informatie te voorzien.

Het leven in Bamako lijkt zijn normale gang te gaan. ’s Avonds horen we het gejuich van mensen die voor de televisies op straat zitten als er een doelpunt gescoord wordt in de Afrika Cup.
In Mopti lijkt het rustig, zegt Baba. Het leven herneemt langzaam zijn normale gang, winkels en banken zijn weer open. Militairen zijn natuurlijk overal aanwezig. Sedou wil dat ik terug kom, evenals veel anderen. Maar ik wacht tot Baba het groene licht geeft op basis van zijn vele contacten.

Abdoulai uit Mopti belt me. De jongen die vorig jaar met ons meereed naar Timbouctou om ons te helpen. Hij klinkt opgewonden. Hij belt namens Ablo.
Ablo is een grote, zware jongen van een jaar of 18, doofstom. Zolang ik in Mali woon kruist hij mijn pad. Als ik uit de auto stap, uit de bus, op een festival loop, ergens op een bankje zit, ja hoor, daar heb je hem. “Ung ung ung” roept hij luid en zwaaiend met zijn armen komt hij op me af gedenderd om zijn ansichtkaarten te laten zien. Altijd enthousiast, altijd vrolijk. Maar de laatste maanden was zelfs Ablo terneer geslagen. Geen toeristen, geen geld, geen vooruitzichten.
Hij hangt rond in de haven waar de boten stil aan de kant liggen en de pinassiers werkeloos op de kade zitten omdat ze door de oorlog geen vrachten hebben.
Hij wordt altijd vergezelt door Ã©Ã©n van zijn vele vrienden die hem helpen en beschermen, die kunnen liplezen en vertalen wat hij me wil vertellen. Eén van hen is Abdoulai.

Abdoulai en Alex onderweg naar Timbouctou (jan.2012)
Abdoulai belt dus en vraagt of ik kan helpen met ansichtkaarten. “We hebben ansichtkaarten nodig” roept hij door de telefoon. Op de achtergrond hoor ik hoe Ablo opgewonden klanken uitstoot. “Het zit hier vol met journalisten, ze willen ansichtkaarten, we hebben al verdient en ze hebben me een telefoonkaart gegeven om ze te bellen als ik wat weet. Ik kan nu telefoneren. Geef het telefoonnummer van je zuster in Nederland, dan kan ik haar ook bellen, alles komt weer goed”.
Ik bel Baba om hem te vragen de laatste pakketjes ansichtkaarten van Stichting Rondom Baba die nog op mijn bureau liggen, aan hen te geven om te verkopen.
“Hoeveel journalisten zijn er in Mopti”, vraag ik aan Baba. Ik hoor hem glimlachen.
“Zes” zegt hij.
Voor sommigen is dat genoeg om er weer vol tegenaan te gaan.




maandag 21 januari 2013

Goethe en de Gekken van God en van Geld



Mijn opa, Hannes Huisman, was een Fries, twaalf broers waren er. Hij woonde in Zuid Limburg, in Eygelshoven om precies te zijn,  waar hij in de kolenmijnen werkte. Hij was een levenskunstenaar, een flierefluiter, hij hield van de natuur, schuwde een robbertje vechten niet en hij ging niet naar de kerk.
En…. hij had boeken in zijn huis. Boeken waarvan de pastoor tegen mijn oma zei: “Kind, die boeken zijn gevaarlijk, die zijn van de duivel, die moeten maar beter verbrand worden”.
Mijn oma maakte zich daar ongerust over en bad zich een ongeluk aan Ave Mariaatjes en Wees Gegroetjes. Want mijn opa,  die liet zich niets zeggen. Die ging op een kist staan voor het huis en droeg voor uit die boeken, hele stukken reciteerde hij uit zijn hoofd.  En daarna  kletste hij gezellig met de mensen over het leven en over de wereld of ging een eindje wandelen.

Die boeken, waarvan de pastoor vond dat ze van de duivel waren, waren boeken van Goethe en van Schiller.

Mijn opa, Hannes Huisman, werd al voor het uitbreken van de 2e wereldoorlog, opgepakt omdat hij een NSB burgemeester een optater verkocht en ook vanwege zijn communistische sympathieën. Meer dan 5 jaar van zijn leven zat hij in de ergste concentratiekampen ter wereld ooit.
Toen hij eruit kwam heeft hij er nooit een woord over willen zeggen. Hij was een gebroken man en kon niet meer slapen. Maar hij deed niet mee aan vergelding van verraders of aan wraakacties. Hij heeft ook nooit gezegd dat ze opgehangen moesten worden of gelyncht.
Met de pastoor kon hij bij wijze van spreken nog een borreltje drinken .

Hij heeft heel veel mensen gered in de kampen met zijn optimisme, zijn originele wijsheid en met de gedichten van Goethe en Schiller.

                                                  ****************************


Sedou, onze gardien van Here Bugu,  vraagt steeds maar om een geweer om ons te verdedigen tegen bandieten en tegen de Gekken van God, les Foux de Dieu, zoals hij de Jihadisten noemt. Baba en ik willen dat niet. Maar we begrijpen wel dat hij iets in handen moet hebben om zich niet zo verloren te voelen bij zijn nachtelijke rondgangen.

Vorige maand, toen ik incognito op Kerstbezoek was in Nederland, keek ik op een avond met de kinderen naar de allernieuwste James Bond film.
Toen ik na de film in bed naar het plafond lag te staren voelde ik de spanning in mijn hele lijf door mijn spieren trekken en ik dacht ineens: “ik laat me toch verdomme niet van Here Bugu afknallen, ik moet een goed pistool hebben en op schietles en als ze komen knal ik ze  Ã©Ã©n voor Ã©Ã©n voor hun kop, ik sleur ze aan hun baard door de stekels, ik sabel hun pik eraf ……. “. 
De meeste mensen die ik ken hebben waarschijnlijk nooit zulke gedachten. Ik schrok me dood. Zo dichtbij ligt het. Het wilde dier zit niet zo ver weg onder het laagje beschaving.
Zou mijn opa ooit zulke dingen gedacht hebben? Nelson Mandela? Thich Nath Han, de Dala Lama? 

Voor Sedou koop ik een professionele led zaklamp zoals die in Nederland ook door de politie gebruikt wordt. 150 meter helder zicht en je bent verblind als je erin kijkt. Hij is er heel blij mee en onze Peulen, de buren, ook.

                                                     *****************************

In Mali is het nu oorlog. Het is al negen maanden aan de gang. Maar nu zijn de Fransen gekomen met hun spectaculaire wapens, en goed getrainde militairen.
De meeste spullen die ze hebben heeft de gemiddelde Malinese militair nog nooit van zijn leven gezien. Die heeft niet eens zo’n zaklamp als Sedou nu heeft.
Velen die ik gezien heb hebben slechts  een deel van een pak, vaak een rammelende maag en een paar oude gympen. Toen de vijand kwam moesten ze het op een lopen zetten. 
Maar de meesten hebben wel een kalasjnikov en daarmee kun je aan de bevolking goed laten zien hoe sterk je bent en zeker geen doetje die je voor de gek kunt houden. Het is een goede actie en nodig om de bevolking door te kammen op infiltranten, mar gaat het goed, dat is de vraag. Van deur tot deur gaan ze in Mopti. De putten bij het kerkhof liggen al vol lijken.
Als het Noorden bevrijd is dan gaan de Malinese militairen daarnaar toe. En daar zullen ze de bevolking ook doorkammen. Veel Peulen en Touareg, schuldig en onschuldig, zullen gewogen en te licht bevonden worden. Allemaal in de put.

Achter de Franse militairen komen de journalisten aan, vliegtuigen vol. Die rijden nu door het land. Voor life verslagen van mensen die het echt zelf hebben meegemaakt en achtergrondinformatie. De Malinese militairen laten ze nog niet voorbij Samabugu, 25 km voor Sevare,  komen. Ik denk dat ze niet graag pottenkijkers willen hebben bij hun werk met de bevolking.

Ik hoop dat ze blijven de journalisten, dat ze blijven kijken en niet wegrennen naar de volgende nieuwsplek waar ook ter wereld. Ik hoop dat ze blijven en dat de mensen durven te vertellen wat er gebeurt. Ik hoop dat er goede militairen zijn die durven te praten over wat ze meemaken in hun kamp. Ik hoop dat die journalisten tijd hebben en niet de hele tijd de vragen stellen van het antwoord dat ze al kennen, maar dat ze naast de mensen gaan zitten, en luisteren en verbazen,
en dat ze dan iets te horen krijgen hoe het is om te leven in zo’n armoede en met zoveel angst en met zo weinig eten terwijl je toch 5 keer per dag bid. Maar dat er allemaal corruptie is van mensen die vroeger bij je familie hoorden maar die nu ineens in grote autoos rijden, die leven als de blanken en die de rijst verkopen die eigenlijk als hulp voor jou bedoeld was. Dat je elke avond op televisie kijkt naar allemaal mensen die in het paradijs leven en alles hebben, soaps of feuilletons heten dat. Dat je kinderen alleen nog maar hard op een brommer willen rijden en niet meer geloven in de traditie van het respect. Dat als je genoeg gespaard hebt je kinderen naar school toe kunnen maar dat ze dan thuiskomen  en er geen werk voor ze is en ze ook niet meer op het land willen werken. Kortom dat ze niet meer weten hoe het verder moet.
Ik hoop dat de journalisten naar hun verhalen luisteren.

En in het Noorden hoe moet het nu verder in het noorden.
Binnenkort zullen zij  voorlopig wel gevlucht zijn,  de Gekken van God in het Noorden en hun broers, de Gekken van het Geld, de  drugshandel, wapenhandel, mensenhandel, die er hetzelfde uitzien, en die net zoals onze pastoors, ook roepen dat ze het in naam van God doen,

Maar wie blijft er achter en wat gebeurt er met de mensen als de malinese militairen komen om de bevolking te beschermen? Fatimata en haar man, die gestenigd werden omdat ze niet getrouwd waren maar daarna door diezelfde Gekken van God verzorgd werden in het ziekenhuis, een bedrag in handen kregen wat ze nog nooit bij elkaar hadden gezien en een huis.
Of Daouda die zijn hand werd afgehakt maar er een bedrag en een brommen voor terug kreeg. En al die mensen die dagelijks geld kregen van die Gekken  waar ze hun familie mee konden voeden. Wat gaat er met hun gebeuren?

Ik hoop zo dat de journalisten blijven en dat ze blijven kijken en blijven luisteren.
En dat ze niet de vragen stellen waarvan ze de antwoorden al weten.

Ik hoop zo dat ze blijven en proberen te luisteren en te begrijpen wat er gebeurt. 

Want die Gekken, daar komen we niet vanaf, we kunnen ze niet uitroeien als we niet weten wie het zijn.

Die Gekken, de gekken van God en van Geld dat zijn wij zelf ook een beetje.
Gooi er nog een bom op, uitroeien allemaal, quantanamo bay, behoud van onze koopkracht, wapenwet,
de wereld vergaat in 2012, nee gelukkig toch niet we kunnen weer met vakantie, toch maar een nieuwe auto, het vaticaan met een groot aandeel in de wapenindustrie,  .........................  waar moet je beginnen ??????????????


Begin bij Goethe zou Johannes zeggen, mijn opa,   begin bij Goethe

"De kunst is de bemiddelaar van het onzegbare..................... "

Mali, het land van muziek komt in actie nu tegen het kwaad
Op hun manier, met hun wapen :de  muziek
zie de link http://bridgesfrombamako.com/2013/01/21/united-voices-of-mali/

en voor de liefhebber een gedicht van Goethe dat ik vaak voorgedragen heb en dat ons allemaal tot steun kan zijn

Eins und alles

Im Grenzenlosen sich zu finden,
Wird gern der einzelne verschwinden,
Da löst sich aller Überdruß;
Statt heißem Wünschen, wildem Wollen,
Statt lästigem Fordern, strengem Sollen
Sich aufzugeben ist Genuß.

Weltseele, komm, uns zu durchdringen!
Dann mit dem Weltgeist selbst zu ringen,
Wird unsrer Kräfte Hochberuf.
Teilnehmend führen gute Geister,
Gelinde leitend höchste Meister
Zu dem, der alles schafft und schuf.

Und umzuschauen das Geschaffne,
Damit sichs nicht zum Starren waffne,
Wirkt ewiges, lebendiges Tun.
Und was nicht war, nun will es werden
Zu reinen Sonnen, farbigen Erden;
In keinem Falle darf es ruhn.

Es soll sich regen, schaffend handeln,
Erst sich gestalten, dann verwandeln;
Nur scheinbar stehts Momente still.
Das Ewige regt sich fort in allen:
Denn alles muß in Nichts zerfallen,
Wenn es im Sein beharren will.

Johann Wolfgang von Goethe












woensdag 16 januari 2013

Wat is nieuws.....

Here Bugu, een wegwijzer

Dinsdag 15 jan.
Gister, dinsdag is Baba met de bus naar Mopti vertrokken. Ik loop de hele dag met een knoop in mijn maag. Ondertussen rij ik met de grote, opvallende Kanari naar het huis van mijn vrienden in Bamako. Zelfs in Bamako zijn er altijd mensen die me groeten omdat ze de auto kennen. In Bamako lijkt de situatie nog steeds normaal behalve dat je overal groepjes mensen ziet rond televisies op straat om het nieuws te volgen.
Ik ben nu in een fijn huis, een grote muur erom heen, comfort en hele lieve vrienden. Vermoeidheid van de afgelopen tijd overvalt me.
Baba belt om zes uur ’s avonds. Hij is veilig thuis aangekomen. Maar hij is van streek. De controles onderweg, vooral het laatste stuk tot Mopti, hebben hem flink aangeslagen. Het is te begrijpen. De Malinese militairen doen hun werk, maar ze zijn ook bang en nerveus en behandelen de lokale bewoners met groot wantrouwen, alsof ze de potentiele vijand zijn.

In een land (vooral in de provincie) waar de traditie nog leert dat je elkaar met groot respect behandelt,  waar elke ontmoeting bijna een ceremoniële begroeting  is, een uitwisseling van beleefdheden, werkt dat als een grote schok.

Mali is nu een land in oorlog met alle vreselijke dingen als mensenrechten schendingen die daarbij horen. Er wordt een diepe wond geslagen in harten van mensen van verschillende etnische groeperingen die tot nu toe vreedzaam met elkaar leefden.

Woensdag 16 jan.
De situatie in Mopti is rustig zegt Baba nu. Een rustige spookstad omdat de mensen binnenblijven en veel mensen vertrokken zijn. Maar de eerste bank opende weer haar deuren  en sommige scholen zijn weer begonnen.

Vanochtend had ik een klein interview met de radio, eergister met RTL4.
Ik heb er altijd een gemengd gevoel bij.

Wat is nieuws?
Nieuws blijkt te zijn: 
vertellen over angst, over oorlog, over verwoesting, over islamitische  terroristen (waarbij iedereen direct aan Islam denkt en minder aan terroristen).

Armoede is geen nieuws. Maar daar ligt wel de oorzaak van alles wat er hier gebeurt. Armoede!

Op onze website staat:
 “Om armoede op te lossen moet je beginnen anders te denken, je moet arme mensen behandelen zoals je zelf wilt worden behandeld.”

Vrede lijkt geen nieuws te zijn. Opbouwwerk is geen nieuws.  Het werk van Stichting Rondom Baba, waarvoor ik hier ben, is geen nieuws.


lessen in bouwen van windmolens met Piet Willem Chevalier

de landbouwmachine van de Bella in Dialangou

overleg in Dialangou



biologische sla van Here Bugu

de Kanari met voer voor de dieren


Ons werk gaat gewoon door, Here Bugu ( plaats van Vrede) gaat door. Het is nog niet eens een druppel op een gloeiende plaat maar wel een kaars in de duisternis waar mensen zich aan kunnen oriënteren, een wegwijzer.

Daarom blijf ik, dat is wat ik kan bijdragen!

Wil je ook bijdragen dan kan dat met een kleine donatie vanaf 5 euro per maand, daarmee kunnen we doorwerken ......
Of stuur rechtstreeks een mail aan yvonne@rondombaba.nl

voor een structurele, positieve ondersteuning van een  probleem dat ons allemaal aangaat.

maandag 14 januari 2013

De baarden moeten eraf!!!!!




We hebben gelukkig weer internet en volgen de gebeurtenissen op de voet op televisie, internet en per telefoon.
We hadden contact met Biba uit Gao. Zij vertelde ons dat er steeds bombardementen zijn op plaatsen waar de jihadisten zich ophouden. Deze sommeren ook de bevolking om de straat op te komen maar de bevolking verstopt zich in de huizen en de straten zijn leeg op de jihadisten na. Tot nu toe zijn ze veilig.

We maakten ons zorgen over onze groep Bella bij Sevare. Deze groep heeft al zoveel te leiden door de hongersnood. De meeste hebben geen identiteitspapieren en om eten te zoeken zwerven zij steeds rond wat nu heel gevaarlijk is. Bovendien zijn zij extreem bang voor de jihadisten, een deel daarvan waren hun vroegere slaveneigenaren. Zij zijn bang om onder hen weer in de slavernij terecht te komen.
Maar, vorig jaar februari maakten we met de groep van de windmolens van Here Bugu een excursie naar Segou en zorgden ervoor dat de twee Bella uit deze groep, Zin en Haruna, papieren kregen. Dat heeft ze nu gered.
Zin, de zoon van de chef vertelde ons het volgende:  “Vlak na jullie vertrek uit Mopti hebben Haruna en ik de moed opgevat om naar het hoofdbureau van politie te gaan en we hebben onze hulp aangeboden. We hebben gezegd dat we in de wijk van de Bella’s zullen surveilleren en alle eventuele infiltranten meteen melden. De militairen bezoeken ons nu regelmatig maar er zijn geen moeilijkheden en tot nu toe behandelen ze ons fatsoenlijk.”

De militairen zoeken nog steeds naar infiltranten, ook rondom Here Bugu, maar ze zijn niet het terrein opgekomen en vandaag, maandag is het werk hervat en zijn alle werkers met de pickup uit Mopti naar Here Bugu (10km) gekomen.
Wel hebben de militairen alle mannelijke inwoners opgedragen hun baard af te scheren. Ook onze metselaar Ben Laden, bijnaam voor Aligui, een schat van een man die door het werk op Here Bugu de strengere vorm van de islam had afgezworen, heeft zijn baard eraf gehaald.
De vraag is natuurlijk of de infiltranten nu ook hun baard afscheren.

Aluigi
buurman peul met zijn koetjes

Duidelijk is wel dat de gevolgen van de oorlog voor de bevolking onderling nog voor grote problemen gaan zorgen.
Baba vertrekt morgen met de bus, het zal geen makkelijke tocht zijn. Ik blijf nog hier en wacht af wat de komende dagen gaan brengen.
Here bugu, plaats van vrede, gaat door, mede dankzij alle mensen uit Nederland die helpen. 
geboorte van lammetjes gaat gewoon door





zondag 13 januari 2013

Een soort van vluchteling

weg uit Mopti
onderweg zien we deze bloeiende bomen, prachtige bloemen uit schijnbaar dood hout
Zaterdag rijden we per taxi door Bamako. We kunnen de Kanari niet gebruiken. Overal mensen en verkopers met Franse en Malinese vlaggetjes. De Fransen zijn van het ene op het andere moment van verguisd, geliefd geworden. 's Avonds kijken we naar het nieuws. Animaties van franse elitetroepen die de jihadisten aanvallen. Het lijkt of ik naar de nieuwste James Bond kijk maar het is op 50 km. van Here Bugu. De meeste mensen om me heen kunnen geen onderscheid maken tussen werkelijkheid en animaties. Er wordt gejuicht en geklapt. De Fransen hebben ons gered en dat is wel waar voor dit moment, denk ik. 
In Mali kan de opinie van de ene seconde op de andere van links naar rechts schieten en terug. De emoties zijn direct en fel. Wat je op de tv ziet is waar. In een analfabetisch land is het gesproken woord waar. Zelfs na vier jaar moet ik nog steeds wennen aan wat ik als  naïviteit van de mensen beschouw. Als Westerse is het helemaal niet makkelijk om je te verplaatsen in een cultuur als deze en in te schatten hoe de processen gaan. Baba is daarbij een voortdurende tolk voor mij.

Zondagochtend. Gek idee dat ik ineens, onder velen, de status van vluchteling heb. Een luxe vluchteling, dat wel. Omdat ik in het eenvoudige hotelletje geen internet heb ga ik naar Hotel Mende. Een oord voor de elite. Ik zit op een aangenaam terras met een cappuccino en krijg straks een avocado salade met gamba's, luxe dingen die normaal niet tot mijn dagelijkse kost horen. Ik probeer te genieten, dat hoort bij het leven in het nu. En het is waar, op die manier tank je elke keer weer bij op de momenten dat het kan. Een zacht briesje strijkt langs mijn gezicht en ik heb een mooi uitzicht over de Niger. 
B is vandaag stappen met vrienden, hij maakt van de gelegenheid gebruik om oude vrienden te ontmoeten en zoekt ook een veilige plek om de Kanari voorlopig te stallen. Onder de noodtoestand kunnen goede 4wheel drives, vooral van O.N.G.'s in beslag genomen worden en de Kanari is nogal opvallend en van zwaar kaliber.

De komende week blijf ik in Bamako en kijk de situatie aan. B. probeert dinsdag terug te gaan met de bus.

De berichten uit Sevare en Mopti zijn gemengd. Sevare is een vesting geworden. In Mopti en rondom Here Bugu zijn militairen nog steeds aan de slag om mensen op te pakken, mee te nemen of ter plekke te doden. Mopti is een stad waar veel verschillende stromingen van de Islam samenleven. De helft behoort tot de zogenaamde "Islam modere", de gematigde Islam. Maar daarnaast is een grote groep Wahab. Zij leven volgens de strenge Islamitische wetgeving, beschikken over veel financiële middelen uit het buitenland en sympathiseren met het fundamentalisme. Onder hen worden nu ook mensen opgepakt, de militairen gaan van huis tot huis. Omdat zij gewoon gemengd onder de bevolking leven en ook met de gematigden bevriend zijn levert dat veel woede op. 

Bij al deze berichten die ons onafgebroken per telefoon bereiken over het arresteren en doden van mensen maakt Baba zich grote zorgen over de problemen die dat onder de bevolking voor de nabije toekomst gaat opleveren. 
Er wordt in de media vooral gesproken over het front, over de oorlog. Natuurlijk zijn we blij dat de vijand is teruggedrongen en Mopti tot nu toe gespaard is gebleven door de interventie. Maar de bijverschijnselen van de oorlog die direct onder de bevolking merkbaar zijn zullen lang voor grote problemen zorgen en de opbouw van de toekomst bemoeilijken.

Op Here Bugu is het rustig. De militairen rijden over de zandpaden, gaan huizen binnen maar zijn niet komen kijken op Here Bugu. We staan bekend als een vreedzaam initiatief, misschien helpt dat.
Morgen gaat het werk weer gewoon door. Het is belangrijk dat we gewoon doorgaan. Baba en ik maken zelfs weer plannen over komende scholingsactiviteiten voor volwassenen. We kunnen niet genoeg benadrukken hoe belangrijk het is dat ons werk door kan gaan.
Bij mijn vertrek bleek hoe bezorgd en begaan iedereen was voor mijn veiligheid. Dat ik tot nu toe niet gevlucht ben en steeds laat zien dat het werk doorgaat hebben we een grote vertrouwensbasis opgebouwd. Daar maken we gebruik van. Mensen uit Mopti bellen Baba voortdurend om advies en we proberen ze voortdurend te overtuigen van vreedzame oplossingen en reacties zelfs in de moeilijkste omstandigheden.