vrijdag 20 februari 2015

Het groene goud van Here Bugu


Het is midden overdag, 42 graden. Ik zit in mijn werkkamer te worstelen met het doorsturen van bestanden. De ventilator boven mijn hoofd geeft enige verkoeling maar waait tegelijk alle papieren in de rondte zodat ik voortdurend mijn aantekeningen kwijt ben. Elke drie minuten komt er iemand binnen om iets te vragen. De schoolmeester komt oogdruppels halen voor de kinderen, de helft zit met dichtgeplakte ogen in de klas door een besmettelijke ooginfectie die rondwaart door de stofstormen. Een ander heeft etiketten nodig voor de moringa, de volgende cariteeboter voor de massage van een marabout uit Djennee die hier verpleegd wordt. Sedou komt de boodschappen laten zien die hij op de markt voor me gekocht heeft en hij gaat niet weg voordat ik in de vis geknepen heb ter goedkeuring. De telefoon gaat, de skype rinkelt en tussendoor probeer ik me telkens opnieuw te concentreren op adressenbestanden, dropbox en begrotingen.

Op de achtergrond hoor ik het luide gebrom van de generator die water uit de tweede put pompt. Meestal wordt er gesleuteld aan dat ding maar nu spuit fris water via een dikke slang de visvijver in. De karpers en meervallen maken vreugdesprongen en de eenden die na jaren eindelijk massaal begonnen zijn hun eieren uit te broeden plonzen snaterend met hun kroost het water in.


De tractor rijdt af en aan met nieuwe ladingen hooi, de kinderen van de school spelen krijsend tikkertje rondom de schommels, er wordt gehamerd, geschuurd, gelast, getegeld, gewied, bewatert, eieren verzameld, moringa gestampt, gekookt voor de werkploeg, kortom een doordeweekse dag op Here Bugu.
Inmiddels is Baba aangekomen en nemen we samen de activiteiten door als een witte Mercedes het terrein komt oprijden en voor de poort van mijn huis stopt. Twee mannen stappen uit met grote aktetassen gekleed in westerse pakken. Ze willen de directeur spreken!

Baba ontvangt ze op mijn terras.

Ze zijn van een landbouworganisatie gefinancierd door de regering en van de Assemblé Regionale. Ze hebben gehoord (en gezien op internet want de foto’s die ik in de blog plaats blijven niet ongezien en verschijnen op allerlei pagina’s) dat wij met succes moringa produceren. Ze spreiden grote pamfletten uit op tafel en een dik pak met papieren met draaiboeken over de opleiding in de moringa teelt. Ze geven opleidingen blijkt en financieren projecten in moringa.


Het groene goud
Al enige tijd zoemt het woord “moringa” door West Afrika. Er is wereldwijd vraag naar het groene poeder (niet te verwarren met het “witte poeder” of “witte sneeuw” waar hier veel geld mee verdient wordt maar daar heb je geen subsidies voor nodig!).
De boom die de prachtige, jonge groene blaadjes levert voor het poeder gedijt in deze zone. Na de hype over de jathropa struik waarvan de bessen biobrandstof leveren en waar veel mensen zich al rijk mee rekenden zitten we nu in de moringafase.
Dat brengt een hausse aan activiteiten met zich mee. Er zijn subsidies voor te krijgen! Naast de handelaren die plofkippen en legbatterijen promoten rennen er nu dus mannen rond gespecialiseerd in businessplannen en subsidieschema’s voor moringaplantages. Ze stralen een nerveuse geldkoorts uit. In de afgelopen 2 maanden zijn we al verschillende keren benadert en worden sommen geld geboden en/of beloofd.
Maar er ligt een grote afstand tussen de plannen op papier en de stugge realiteit van het platteland.
Op internet zie je ineens een reeks aan zogenaamde moringabedrijven in Mali verschijnen met een enkel fotootje. Ook wij staan daar tot onze verbazing tussen. Baba en ik zijn op zoek gegaan maar we kunnen ze niet vinden. In Mali is voorstelling en realiteit vaak hetzelfde.

De ene man aan onze tafel praat over een moringaplantage in de buurt van Sikasso waar enorme resultaten geboekt zouden worden. Hij is in Sevare in verband met een landbouwmarkt de volgende dag waar hij de resultaten wil tonen. Maar het lijkt erop, hoewel het verhaal verwarrend is, dat hij een probleem heeft. Hij heeft geen poeder om daar te laten zien en wil dat wij op de markt gaan staan om de resultaten van de geweldige draaiboeken en plannen te laten zien.

Bovendien wil hij weten wat ons “geheim” is!!!

Het geheim van Here Bugu.
Baba zegt op zijn Baba’s: “nou gewoon, we plukken de takken en stampen de bladeren tot poeder”.
De mannen slaan de draaiboeken open en wijzen op de instructies en de foto’s over moringa-teelt. 
Die instructies kennen wij ook maar die zijn niet gemaakt voor de extreme omstandigheden in het Malinese klimaat is ons gebleken en ook niet voor de mentaliteit en cultuur van het platteland in Mali. Wij hebben na meer dan een jaar experimenteren onze eigen methodes gevonden en ontdekt dat die op essentiële punten afwijken van de draaiboeken.

De boeken gaan over de teelt in koelere, vochtigere gebieden. In de extreme droogte hier moet je andere maatregelen nemen.  Maar onze bomen, die het hier in dit klimaat redden, zijn sterk en onze met de hand gestampte moringapoeder is van hoogwaardige kwaliteit. 

 Onze methode van telen is echter maar een klein deel van het succes tot nu toe. De weg van zaadje naar poeder is lang en daar zijn veel verschillende activiteiten bij betrokken en dus mensen, Malinese mensen. Samenwerken, coördineren, organiseren, discipline, aandacht,  continuïteit  en dat alles met hart én hoofd zorgen voor succes.
Een voorbeeld: Baba geeft opdracht aan 2 mensen om de takken te oogsten van één perceel bomen. Als hij na een uur terugkomt heeft de “hele” ploeg “alle” takken van “alle” moringa bomen gerukt en staan ze stralend naast het resultaat. “Patron!, het is gelukt!” Er zijn die dag drie vrouwen aanwezig om de blaadjes te strippen, we kunnen niet meer drogen dan 2 kamers, resultaat een verlies van meer dan 3 maanden werk in slechts één uur tijd. Reactie:"Il n'y a pas de problemes".

Baba nodigt de mannen uit voor een rondleiding zodat ze ons geheim kunnen ontdekken. Hij geeft een Here Bugu rondleiding waar de moringa een onderdeel van is. Met hun mooie schoenen en hun zware tassen sjokken ze tussen de hooistapels door naar de grote kippenrennen waar de kippen onder de moringa’s scharrelen, ze worden begroet door de kinderen, Baba laat ze handen schudden met onze experts, de medewerkers, ze zien de school, de visvijver en de hele bedrijvigheid op Here Bugu.

Hebben ze het geheim gezien?

Ik denk het niet. Velen zien het geheim niet.
Want het geheim zit in het concept van Here Bugu.
Het geheim zit in het creëren van een veilige plek, een oase, middenin een vijandige wereld. Een plek waar alle aspecten van het leven aan bod komen en waar mensen zich zo veilig voelen dat ze veranderingsprocessen aan durven te gaan. Een plek waar mensen beginnen samen te werken en daardoor hun levensomstandigheden beginnen te verbeteren.
Waar geld niet het doel is maar een middel dat terugvloeit in de gemeenschap.
De droom van Baba en mij begint stapje voor stapje werkelijkheid te worden.

En het geheim?
Daarvoor moet je willen geloven in de droom dat een andere samenleving en een andere ontwikkelings-samenwerking mogelijk is.

de bloeiende mangobomen
Nicolas graast het laatste groen
de kolen onder de vruchtenbomen

de moringa wordt gewogen en verpakt, nu nog in mijn werkkamer totdat het "moringahuis" is afgebouwd


op verzoek van de gemeente traden we voor het eerst naar buiten met een stand op de markt die gehouden werd met het Festival van de Caravane culturelle du Paix. We stonden er met moringa, cookits en de windmolen
de trotse equipe in de Here Bugu t-shirts
Sedou (links) de welbespraakte vertegenwoordiger van de "mirakels" van Here Bugu

een van de beeldjes van Dramane die over het hele terrein te vinden zijn

en er is altijd wel iemand die over de muur staat te kijken 

woensdag 11 februari 2015

Cartoons op Here Bugu

foto Daniel Maissan

De gebeurtenissen in de wereld gaan op Here Bugu niet aan mij voorbij. Ik hou me via internet uitgebreid op de hoogte. Maar ook het leven in Mali en de Malinese bezoekers die langskomen verschaffen me een inkijkje in het  reilen en zeilen in dit land en dat verschilt nogal van de dingen die ik in de pers lees.
Ik onthoud me in mijn blogs van commentaar, niet alleen uit veiligheidsoverwegingen. Ik doe ook mijn best om er geen energie in te steken want ik heb al mijn energie nodig om dit werk te doen maar het kost me vaak moeite.

Zo verbaas ik me regelmatig over de feestelijke, opgewonden toon waarmee journalisten en t.v. presentatoren verslag doen over de drama’s in de wereld. Het lijkt wel of al dat praten over de ellende energie geeft.
Het verslag gaat overigens altijd over “de anderen”, over “de slechteriken”.
En “de slechteriken” kunnen mensen zijn maar ook natuurrampen, ziektes, machines. 
Zelden wordt in dat opgewonden nieuws aangekaart dat wij het zelf zijn die de kloof tussen arm en rijk vergroten, de natuurrampen veroorzaken, de ziektes doen ontstaan door onze collectieve manier van leven.
Youp van ‘t Hek zei: als geweld het antwoord is, wat is dan de vraag?

Gala’s op t.v om geld in te zamelen voor de ellende is  verdienen en genieten. Voor de kijkcijfers van journaals en praatprogramma's voor de oplagecijfers van kranten, de luistercijfers van de radio is drama nodig. De drama's volgen elkaar snel op dus er wordt veel verdiend aan de ellende van anderen. 

Tegelijkertijd met het zien van al dat drama neemt ook de angst  epidemische vormen aan want  angst verkoopt ook goed en is heel besmettelijk. Steevast is de belangrijkste vraag van een journalist als het hier weer eens spannend is: bent u bang? Niet bang zijn verkoopt niet.

Op de website van Stichting Rondom Baba staat een quote van Yunus: 
“Om armoede op te lossen moet je beginnen anders te denken,  je moet arme mensen behandelen zoals je zelf wilt worden behandelt”.

Hoe wil je behandelt worden? Het eerste wat bij mij opkomt is dat ik met respect behandelt wil worden. Maar ja, wonend in Mali, blijkt respect sterk cultuurgebonden en heeft mijn omgeving  mij al menig maal gewezen op mijn schijnbare gebrek aan respect en andersom overigens ook.

Wat  een gemeenschappelijk gebaar is gebleken in de afgelopen jaren is  humor.
Humor werkt bevrijdend, samen lachen verbindt. Zelfs in de grootste ellende blijkt er altijd nog plaats voor te zijn, al is het dan soms hele tere humor.

De humor heeft me de afgelopen jaren gered en heeft ons gered. Wij zijn  met  humor door heel wat lastige situaties gezeild die anders ook wel eens de voortgang hadden kunnen blokkeren.

Ik ben gelukkig van huis uit gezegend met een behoorlijke portie Amsterdamse humor en er valt hier veel te lachen. Maar spot, de schaduwzijde van de humor, zat jammer genoeg ook in mijn pakket.

Soms, als ik het niet meer aankan, als ik geen innerlijke ruimte meer heb, kan ik reageren met spot, bijtende spot. Het levert me nooit wat positiefs op, ik krijg het als een boemerang terug met  ongelukkige en/of boze mensen om me heen, niet goed voor Here Bugu.
In spot zit agressie, het bevrijd niet. Als Baba goed in zijn vel zit is zijn stoïcijnse antwoord: ”Yvonne, hou op met je ongenoegen in de rondte te spugen, ga slapen” en dat doe ik dan pruttelend, in het beste geval met enige zelfspot.

Tijdens de ebola-crisis riepen Baba en ik de mensen op Here Bugu bij elkaar om te praten over de gevolgen  en de te nemen maatregelen. Ik vroeg wie van hen, bij een eventueel geval van ebola in zijn omgeving, zou afzien van de rituele wassing van de gestorvene. De meesten riepen dat ze daar nooit vanaf zouden zien,  zelfs niet als dat zou betekenen dat hun hele gezin aan de ebola zou sterven. 
Het was een kwestie van geloof, van oude regels, van zo hoort het en zo moet het, zeiden ze
Ik keek ze peinzend aan en vroeg: ”wie van jullie heeft een mobiele telefoon van Here Bugu gekregen?” Vingers gingen de lucht in. Ik zei streng: “ik wil dat jullie je telefoon bij deze weer inleveren!” “Als jullie willen vasthouden aan oude regels en je niet wilt aanpassen aan andere omstandigheden dan moeten we bij deze alle moderniteiten op Here Bugu verbieden, we moeten keuzes maken”. 
Ongeloof op de gezichten, verbijstering tot ze de pretlichten in mijn ogen zagen. Daarna was er ruimte voor een ander gesprek waarbij de woorden Allah en Mohammed niet meer de boventoon voerden. 
Ik had van tevoren een cartoon uitgeprint en die liet ik aan het einde van het gesprek rondgaan. Met een beetje uitleg en vertaling in het Frans en Bambara snapten ze hem en hebben hem opgehangen in de werkplaats.
En ik weet zeker dat het gesprek thuis en in de mannengroepen is voortgezet.



En toen kwam het drama in Parijs. 
Ik vond dat we het er in de maandagvergadering over moesten hebben. Tenslotte waren er hier in Bamako en Mopti ook demonstraties tégen de cartoons en vóór de profeet. Ik printte een tiental cartoons op A4 formaat uit maar besloot om het er, vanwege de gevoeligheid van het onderwerp, eerst met Baba over te hebben. 
De cartoons lagen uitgespreid op de grote tafel toen hij binnenkwam. Hij bestudeerde ze één voor één aandachtig. Er waren ook een paar erg grappige bij. Maar hij glimlachte niet.
Ik vroeg of hij ze beledigend vond.
Hij zei dat hij dat niet wist omdat hij ze niet begreep.
Samen keken we naar de plaatjes en ik begon ze uit te leggen. 
“Zie je die harige vinger hier die op het hoofd van een terrorist drukt en zegt dat de profeet zichzelf wel kan verdedigen als het moet?” vroeg ik. 
“Is dat de vinger van de profeet?” vroeg Baba. 
“Ja” zei ik. 
“Dan is het erg beledigend”, zei hij.  
En terwijl ik de ene na de andere spotprent aan het uitleggen was ontdekte ik dat samen met de uitleg het grappige eraan verdween. Wat overbleef was een vreemd leeg gevoel.

Ik vroeg: “ als jouw profeet bespot wordt, voel jij je dan beledigd?” 
Baba zei: “ja, als iemand mijn “parent” (mijn naaste) beledigt, dan beledigt hij mij en  dan moet ik hem verdedigen, dat is mijn plicht, toch?” 
“Tja”, zei ik, “jij beledigt mij soms erg en soms beledig ik jou, maar meestal is het onwetendheid,  dan vergeven we het elkaar meestal, toch?” 
En ik vroeg hem: ”Als ik tegen jou een grap maak over de profeet, ben je dan beledigd?”  
Baba zei: “Als het een goede grap is ben ik niet beledigd, wij maken vaak grappen maar als je een rare tekening maakt van de profeet, dan moet ik er niet om lachen!”. 
“Waarom worden sommige islamieten zo boos om die cartoons?” vroeg ik. 
“Omdat de meesten niet snappen dat het een grap is, er zit altijd iets van nare spot in, het is agressief. “
“En verder heeft hun boosheid niet zoveel met die cartoons te maken maar met wanhoop en onvermogen. De meesten hebben de cartoons niet eens gezien. Geweld is een antwoord van ooit trotse mensen op uitbuiting, honger, armoede. Op de groeiende ongelijkheid. Terreur is  de manier die ze gevonden hebben om aandacht te krijgen en die krijgen ze nu jammer genoeg volop terwijl er onvoldoende aandacht is voor het probleem. "

We hebben de cartoons niet aan de groep laten zien. Baba zei dat ze er niets van zouden begrijpen. En dan kunnen ze er ook niet met hun omgeving over spreken. Bovendien zou het gevaarlijk kunnen zijn voor Here Bugu als maar één iemand de verkeerde dingen erover naar buiten zou brengen. Ik heb de cartoons opgeborgen.


In plaats daarvan  hier nog een keer de ontroerende  tekening van één van onze kinderen als reactie op een vechtpartij op Here Bugu vorig jaar die eindigde in verzoening. De bloeiende liefde als antwoord op de machete (klein zwaard) waarmee gevochten werd.





woensdag 4 februari 2015

" LE TROC ", een oude en nieuwe manier van leven






De hitte komt hier altijd met een klap. Tot gister was het aangenaam, de nachten lekker fris op het dak, ingepakt in mijn dikke slaapzak inslapen onder de heldere sterrenhemel. Overdag aangenaam warm.

Maar nu met volle maan komt de hitte ineens met volle kracht en ik moet wennen. Ondertussen zijn de Peulen weer in grote getale om ons heen neergestreken. ’s Nachts sloffen de meutes koeien over het zandpad op weg naar de laatste waterplassen. Het fijne, vuile zand veroorzaakt een dichte zandmist die zelfs tot op het dak reikt en door mijn muskietennet heen dringt.

De Peulen leven ’s nachts. Overal ruik je hun vuurtjes van gedroogde koeienstront en hoor je hun gekwebbel, hun fluitmuziek en klapspelletjes vermengd met het gesteun van de koeien, het gillen van een enkele vastgebonden ram, het geblaf van de honden.

De rijst en gierstvelden zijn geoogst. Over blijven de grenzeloze goudgele vlaktes met dorre stengels. Overal zie je grote koeien en schapenkuddes met hun herders die over het land trekken om te grazen. Ook heel veel mensen die verspreid als kleine stipjes in de zinderende velden de hele dag stro of de rijst- en gierstkorrels die zijn overgebleven verzamelen. De weg tussen Mopti en Sevare is vol met zwoegende paarden en ezels die de volgeladen karren met stro en zakken rijst trekken. Maar ook veel mensen die lopen met de enorme vrachten op hun hoofd.


Het is een race tegen de klok. De pakhuizen van de veevoederhandelaren raken vol. Binnenkort zullen de handelaren ’s nachts stiekem de velden in brand steken en zie je overal de lage vuren branden. De lucht die je inademt wordt zwart en verstikkend. Dat doen ze om de boeren en herders te dwingen hun voorraden veevoeder te gaan kopen. Het is een trieste aanblik om de herders te zien die hun koeien over een enkele niet verbrandde strook tussen de zwartgeblakerde velden leiden. (men zegt ook wel dat het verbranden gebeurt om het onkruid weg te branden maar de eigenlijke reden is het veevoeder en het levert fikse spanningen op tussen de boeren en de handelaren).

Ook wij zijn onderweg om het stro te verzamelen voor het komende jaar. Met de tractor met aanhanger. We hebben een nieuw apparaat gekocht om blokken te maken van het stro. Die blokken kunnen we makkelijk opslaan in de magazijnen tegen de tijd dat de regen begint en we pas door de helft van het stro heen zijn. Als we genoeg hebben kunnen we ook blokken tegen een redelijke prijs verkopen aan de mensen om ons heen. Ook lenen we straks het apparaat uit aan de buren zodat ze blokken van hun eigen hooiberg kunnen maken.




Alle Bellavrouwen zijn ook op de velden. De hele dag werken ze in de brandende zon om hun rantsoen voor het komend jaar te vergaren. Ze hebben alleen een grote bidon water bij zich. Eten doen ze maar 1 keer per dag, meestal ’s avonds.



Januari is voor mij een drukke maand. Het afhandelen van de financiële administratie van het afgelopen jaar, nadenken over het nieuwe jaarverslag en dan vooral de hele organisatie van Here Bugu dat inmiddels een heel bedrijf aan het worden is.
En dat valt niet mee. De meeste van onze medewerkers zijn analfabeet. En nu moeten ze bijhouden, plannen en verantwoording afleggen. Hoeveel kroppen sla zijn er verkocht, hoeveel kippen, eieren enz.
Maanden geleden hadden ze allemaal schriftjes gekregen en een kleine kas met uitgebreide instructies.
Baba had de leiding samen met een nieuwe medewerkster, Fatoumata. Zij heeft jaren in Bamako gestudeerd aan de universiteit en zou alles volgen en bijhouden op de laptop.
Toen het moment was aangebroken om mij de resultaten te laten zien bleek er niets van haar werk te zijn terechtgekomen. Fatoumata had de computer voornamelijk gebruikt om soaps te kijken, via facebook te chatten met haar vriendinnen en te skypen. Elke ochtend kwam ze binnen sloffen als een groot gevaarte, in kleurige gewaden opgedirkt met nep goud, overgoten met parfum en glanzende make-up op haar gezicht. Het prototype van de Malinese vrouw die hogerop geklommen is. Ze had bij grote ontwikkelingshulp organisaties gewerkt en op een advocatenkantoor. Ze was oprecht stomverbaasd dat ik geen genoegen nam met deze situatie. “Niemand werkt”, zei ze. “Zo doen we het allemaal hier als je een kantoorfunctie hebt” zei ze. Ik wilde haar ontslaan maar Baba haalde me over het nog een keer te proberen met haar omdat we met iemand anders hetzelfde probleem tegen zouden komen. Zelf bekende ze snikkend dat ze graag wilde veranderen en leren hoe ze het wel moet doen.

Fatou, na de crisis al meer een Here Bugiaan

Maar ik wilde toch cijfers zien. (het gaat hier dus om de opbrengst van wat verkocht is, geen hele grote bedragen). Maar ook Baba had de cijfers niet en zwijgend zat de hele meute met hun beduimelde schriftjes waar geen wijs uit te worden was voor mij aan tafel. Dat herhaalde zich een paar dagen, de spanning steeg. Zodra ze weer buiten stonden barsten de onderlinge gesprekken los.

En toen kwam Baba met het verlossende woord.
“Yvonne”, zei hij, “het is de troc, niet makkelijk om uit te leggen”.
En in een ongekend lange monoloog heeft hij geprobeerd om me geduldig uit te vertellen wat “de troc” is en ik was onder de indruk van wat ik hoorde.
Bamoi, verantwoordelijk voor de kippen, heeft elke dag een paar kartonnen platen met eieren en soms wat vleeskippen. Die gaan ’s avonds met de Kanari en de werklui mee naar Mopti. Zo gaan er ook kroppen sla mee, wortelen of uien uit de tuin van Morre, papaja’s, mango’s en andere vruchten via Sjan, moringa in zakjes via Baba enz. In Mopti worden ze overgedragen aan een marktvrouw, een werkloze jongere of de moeder van Baba die ze zelf verkopen of weer overdragen aan iemand anders. De verdiende muntjes gaan van hand tot hand. Maar er moet ook ingekocht worden. Vispoeder, schelpen voor de kalk, mais voor de kippen, allerlei soorten kaf voor visvoer, konijnenvoer. Dat voer moet gemalen worden door iemand met een machientje, gestampt, gezeefd. Het inkopen gebeurt bij bevriende handelaren (Baba heeft een enorm netwerk van mensen die allemaal kleine neringdoenden zijn). Zij worden in natura betaald, dus met de eieren en de kippen enz. Bij “de troc” (ruilhandel) is een enorme groep mensen betrokken, niets wordt op papier gezet, geen bonnetjes, maar iedereen heeft alles precies in zijn hoofd, ook de analfabeten. Dit systeem zorgt er voor dat in de grote groep van extreem arme mensen niemand uit de boot hoeft te vallen. Want iedereen heeft zijn aandeel in het gezamenlijke overlevingssysteem en gunt elkaar ook om daar zijn aandeel in te hebben.

Het evenwicht van dit overlevingssysteem wordt echter compleet verstoord op het moment dat individuele handelaren, vaak door middel van corruptie of doordat ze beslag weten te leggen op instromend westers geld, monopolies veroveren. En een probleem ontstaat ook wanneer ik probeer op mijn westerse wijze een overzichtelijke Here Bugu administratie te maken van onze handel. Want ze laten zich terecht hun leef en denkwijze waarbij ze zich veilig voelen niet zomaar afpakken. Desnoods maken ze een soort imitatie-boekhouding zoals het westen dat wil zoals bij N.G.O’s gebeurt want Malinezen zijn er ook heel goed in om het westen voor te spiegelen wat ze willen, maar de werkelijkheid daarachter is heel anders.






Het hele leven in de groep mensen om Here Bugu heen is echter nog gebaseerd op dit “troc” systeem en Baba is er een meester in. Zand opgehaald bij de bootjes in de haven, cement, ijzer, de mecanicien van de auto’s, noodfonds, welke kinderen hebben een plekje op school,  alle overleg gaat op deze manier. Bovendien zijn een groot aantal van de mensen uit dit netwerk inmiddels "vrienden" van Here Bugu. En zij niet alleen. Het aantal mensen om ons heen, van hoog tot laag in de samenleving dat komt kijken en zich verwondert en bewondert groeit. (er zijn natuurlijk ook vijanden maar daar spreek ik niet over) 

Ik voel  een groot respect voor de "troc"en voor de wijze waarop de mensen met elkaar omgaan. Ik ben er inmiddels ook in opgenomen. Tegelijk is het moeilijk om zicht te krijgen nodig voor het uitstippelen van beleid. De grote uitdaging voor Here Bugu  is het nu om "onze" manier te vinden en vooral een manier waarmee Baba en zijn omgeving verder kan.

Het wakker worden binnen dit overlevingssysteem zonder het te verwerpen lijkt zijn vruchten af te werpen. Er is nieuwe energie voelbaar. Met zweet, huilen en lachen  komt er structuur en er ontstaat langzaam van binnenuit een organisatiemodel dat vormend werkt op de medewerkers.

Speerpunten zijn moringa, pluimvee (met konijn en vissen), moestuin en het armbandenproject.
Daarnaast de ontwikkeling van de school,
De cursussen en bijscholingen,
En… tenslotte al de vele kleine dingen die het leven op Here Bugu zo bijzonder maken.

het rijgen van de armbanden

400 armbanden voor de Antropologist in New York, over een tijdje ook te koop in Nederland
tassen in Nederland te koop via info@rondombaba.nl
de nieuwe droogmachine voor de moringablaadjes


moringa aanplant
na lang aandringen is de familie Sedou een eigen moestuin begonnen met hulp van Morre
eindelijk is de bus van Jip die hier al twee jaar stond weer in beweging en is door de douane en wordt opgeknapt en omgebouwd tot transportbus.


volgende week: Here Bugu verdubbeld en het Here Bugu schooltje

dinsdag 23 december 2014

zaterdag 13 december 2014

film

Er is een recente filmpje van 6 minuten over Here Bugu:  https://vimeo.com/98215115