maandag 2 mei 2011

Over de zwarte cobra en een terroristische aanval.......

Ode aan een boom
Er stond een grote boom op Here Bugu. Hij gaf veel schaduw en het was er goed toeven. Hij had twee leuke, afgeknotte zijstammen aan de voet, net een tafeltje en een stoeltje. De plek waar de boom stond voelde goed en als je er zat leek het of je opgenomen werd in de boom, met een heerlijk uitzicht over de omgeving.



Tijdens de regenperiode van september vorig jaar, met de enorme stormen, werd hij geveld. In zijn val raakte hij één van de waterkranen die afgesloten moest worden. Met zijn grote, knoestige stam en zijn takken vol met stekels en bladeren lag hij daar, de reus,terwijl zijn ontblootte wortels een hulpeloos gebaar hemelopwaarts maakten, zo kwetsbaar en aandoenlijk. De boom nam veel plaats in beslag maar we lieten hem liggen en de takken gingen voorzichtig door met leven.
Toen ontdekten we dat zich onder de warrige massa een slangenfamilie had gevestigd. Geen gewone slangen zoals we hier veel zien, maar de zwarte cobra, één van de gevaarlijksten. Ze vallen aan en spugen in de ogen van hun tegenstander. Hun beet is dodelijk.



Sedou haalde er een marabout uit de Dogon bij, een fetisjeur. Die brouwde van droge slangenhuiden en andere ( geheime) zaken een “medicijn” dat uitgestrooid werd en hij verzekerde ons dat de slangen zouden vertrekken, om niet meer terug te keren.
Inmiddels is de boom aan stukken gezaagd door mannen met een enorme motorzaag. De mooie plakken worden gebruikt om de toekomstige kinderspeelplaats te omcirkelen. We hebben nog één keer een hele grote cobra gevonden. Hij lag opgerold en dood op de plek waar de boom eens stond.

Ze horen er allemaal bij......
’s Morgens sta ik voor zessen op want van 6 tot uiterlijk 10 uur zijn de temperaturen prettig, hoewel deze periode steeds korter wordt. Boven de 40 a 45 graden zoals het de rest van de dag is, raken de hersens beneveld en wordt het moeilijker om echt actief te zijn, hoewel we de afgelopen maand desondanks heel veel werk verzet hebben.
Ik wilde graag een deel van het huis, dat nog steeds grijs cement was, een vrolijk kleurtje geven. Verf gekocht, ladder geleend en aan de slag. Zeer ongebruikelijk dat een vrouw, en dan nog wel de patron, in oude kleren de kwast hanteert en op een ladder staat.



Al gauw was er veel belangstelling en ik moest elke ochtend hard doorwerken voordat de zon te heet werd. Het duurde niet lang of iedereen kreeg de smaak te pakken. Sali klom met kwast en kind op de rug op de ladder, Sedou mengde kleurtjes en begon leuke randjes te schilderen, de kinderen kregen ook een hoekje en Idrissa die alles zwijgend gadesloeg smeerde om ons te verrassen op een onbewaakt ogenblik het ijzeren hek in met een pot witte latexverf. Eenmaal goed op gang voorzag Sedou de cementen trap naar het dak van een witte laag en nam alles wat hij onderweg tegenkwam op de trap, plantenpotten, kandelaars, asbak en bezem, ook mee in zijn ijver, hetgeen een bizar effect gaf. Vol trots liet hij me het resultaat zien. “Het wordt het huis van een koningin” zei hij stralend Een week lang waren we elke ochtend vanaf zes uur in de weer terwijl de werklui bezig waren met het bewateren van het land, een dagvullende taak in deze tijd van het jaar.
De mooie, smetteloze muren en de vrolijk randjes nodigden me uit tot verdere actie en ik besloot alle namen van vrienden donateurs, stichtingen en fondsen die financieel helpen, op de muur te schilderen. Velen kwamen kijken om mijn werk gade te slaan. “Dit zijn de mensen die het mogelijk maken dat we hier ons werk kunnen doen” vertelde ik, “allemaal geven ze iets van hun geld dat ze verdient hebben aan ons”.







Moeizaam lezend werden de namen door hun gespeld en uitgesproken.Steeds kwamen ze terug met weer andere vrienden om het te tonen en er met elkaar over te praten. Het ontroerd me om te zien hoe trots ze allemaal op Here Bugu zijn en dat de “namenactie” door hun heel serieus genomen wordt. Sedou zei: ” nu wonen al die mensen ook een beetje op Here Bugu”.



Donnez moi un fusil
De Fransen zijn lekker bezig in West Afrika, in hun voormalige koloniën. Voor Mali resulteert dat in een dramatische daling van het toerisme, door het negatief reisadvies dat ook door de andere ambassades wordt overgenomen. Maandenlang worden er waarschuwingen afgegeven maar afgelopen maand was wel de limit. Er zijn bijna geen Fransen meer te bekennen in Mali. In Mopti zijn er nog 7 waaronder een franse vriendin van mij met een hotel. Bovendien zijn er zwaar bewapende Franse militairen in het militaire kamp van Mopti. Nadat twee weken geleden de Fransen, waarschijnlijk zelf, een geënsceneerde en onschuldige actie uitvoerden in de richting van een franse hoteleigenaar in Mopti, sloegen ze daarna groot alarm. "Mopti was levensgevaarlijk, de terroristen bereidden zogenaamd nog in april een kidnapping voor van 4 blanken." Aanwezige Fransen werden persoonlijk opgebeld. Ook mijn vriendin, die al 20 jaar in Mali woont, raakte even in paniek.
Het opzettelijk verspreiden van boodschappen die mensen bang maken is een prachtige manier om mensen te manipuleren, een land te ontwrichten en te zorgen dat de boel hier in 2012, als er verkiezingen zijn, op zijn kop staat zodat er een legitieme reden is om te interveniëren en de boel weer onder Europese controle te krijgen.
Ik sprak er natuurlijk ook met Sedou, de gardien, over omdat er op de televisie over gesproken wordt en niemand snapt waarom dit Mali aangedaan wordt.
De volgende dag kwam hij enigszins geëmotioneerd naar me toe en zei: “ Yvonne, je moet een geweer voor me kopen. Alle gardiens hebben een geweer, en ik ben de enige gardien zonder geweer, niemand neemt me serieus”. Na een lang gesprek zijn we tot de conclusie gekomen dat een geweer niet past op Here Bugu en ook niet opgewassen is tegen een terrorist met een kalaschnikof. Maar in het geval er zo’n terrorist hier verschijnt hij meer kans maakt met zijn katapult. Als hij een klein vinkje uit de boom kan schieten met een steentje uit zijn katapult dan kan hij een terrorist uitschakelen door in zijn oog, en daarna in zijn kruis te schieten. Onderwerp gesloten, ...... dacht ik.

Een televisie van een terrorist
We zien allemaal op tegen mijn vertrek naar Nederland. Komende maanden is het zogenaamde “ dode seizoen”, te heet, te droog om veel te doen. De openlucht bioscoop op zaterdagavond zal niet plaatsvinden om afleiding te geven, Here Bugu slaapt in afwachting van de verlossende regen in juli. ’s Avonds als de generator aan gaat kijkt de familie met de omringende Peulen naar een kleine zwart/wit televisie die Sedou lang geleden gekocht heeft. Het beeld geeft geen contouren meer en sneeuwt voornamelijk, het geluid is snerpend. Hoewel ik zeer voorzichtig ben met het geven van cadeaus (donnez moi un cadeau) besloot ik voor mijn vertrek een nieuwe Here Bugu tv aan te schaffen en gelukkig was windmolen Piet, die hier een cursus geeft, bereid voor de helft aan de kosten mee te doen. Baba kocht de tv, een echte Samsung, en ik organiseerde in het geheim een speurtocht met briefjes over het hele terrein voor iedereen. Gister was het zover. Het liep echter, zoals alles hier, anders dan ik had verwacht.
Sedou werd opgebeld door de chef van het busstation van Mopti dat er een belangrijke brief voor hem was aangekomen (die ik daar met instructies had achter gelaten). In de grote enveloppe zat een officieel uitziende brief aan hem gericht van de Vereniging voor samenwerking tussen Toebabs (blanken) en Farafines ( zwarten). Hij vertok op de brommer en bleef heel lang weg. Toen hij terugkwam zag ik geen envelop maar hij werd vergezeld door zijn vriend uit het leger met een tijdschrift onder zijn arm waar, naar later bleek, de brief inzat. Toen namelijk op het busstation de brief aan Sedou werd overhandigd was hij in paniek geraakt. Nog nooit had hij een brief ontvangen, laat staan in zo’n grote envelop en dan ook nog zonder afzender. Dit zou wel eens van een terrorist kunnen zijn, dacht hij naar aanleiding van alle berichten. Hij weigerde de envelop maar de man van de bus wist hem te overreden. "Het was toch zijn naam die erop stond en hij was toch de gardien van Here Bugu, het stond allemaal op de envelop". Sedou belde ten einde raad zijn vriend in het leger die spoorslags op zijn brommer kwam aangereden en ze besloten de brief te verstoppen in een tijdschrift en zo mee te nemen naar Here Bugu. Samen kwamen ze aan en gingen onder een boom stilletjes zitten overleggen. Ze besloten dat de brief niet opengemaakt zou worden. Sedou zou eerst al zijn vrienden en familie bellen om te vragen of ze iets gestuurd hadden en morgen zou hij de brief aan Baba overhandigen. Ik moest er buiten blijven voor de veiligheid. Omdat het over een uur donker werd besloot ik in te grijpen en vroeg waarom hij naar Mopti moest. Aarzelend werd de brief uit het tijdschrift gehaald en voorzichtig om en om gedraaid. “Open maken” zei ik, we moeten weten wat er in zit. Sedou dronk de ene liter water na de andere om zijn zenuwen te bedaren en de militair opende omslachtig de envelop en vond de brief plus een sleutel. Woord voor woord werd de inhoud gespeld, waarin stond dat hij met alle bewoners van Here Bugu de deur moest vinden waar de sleutel op paste en de rest zou vanzelf volgen. Het kostte me veel overredingskracht om de boel in beweging te krijgen en Sedou, op van de zenuwen, kondigde aan dat hij met Tjakko ging wandelen. " Je moet hier blijven" zei ik streng onwetend over de angsten die hij uitstond. De kinderen begonnen het wel leuk te vinden en renden voorop. Sedou probeerde nog de groep verspreid te houden in verband met een mogelijke terrorischtische aanval maar volgde toch schoorvoetend met zijn vriend. En zo liepen we over Here Bugu en overal vonden ze brieven. In het magazijn, in een papajaboom, aan de staart van het paard, in een zeepdoos en tenslotte werd de logeerkamer geopend waar de televisie stond. Het duurde even maar toen ontlaadde de spanning zich in een uitzinnig gejoel en gedans van de hele familie. Sedou stond te trillen op zijn benen en vertelde me het hele verhaal. De verantwoording voor
" zijn patron" was hem bijna teveel geworden. De televisie staat nu op een tafeltje voor het huis op volle geluidsterkte tot de generator uitgaat en de sterren aan de hemel het beeld weer overnemen.

met de nieuwe supersonische heggenschaar die Piet heeft meegebracht wordt de heg geschoren


bij de tweede put zijn ze de 10 meter genaderd, met de hand en een pikhouweel en een schep


tijdens de drukke periodes, kookcursussen voor 25 vrouwen van dialangou, windmolengroep van 10 personen met piet en zijn vriendin Isabel en de 3 puttengravers, wordt de keuken bemand door een kookploeg


Tjakka gaat vele malen per dag afkoelen in de visvijver


Moussa bezig met het maken van de tassen


de tas


het broertje van de Kanari. gekregen van Stichting Katalysator, gevuld met de oude wijze Bella uit Dialangou


de vaste arbeiders Idrissa en Oumar tussen de uien


Laja, de jongen van de buren die nu bij ons werkt, speelt


de rondom Baba's


Piet nam een vlieger mee


de windmolencursus


de oefeningen voordat het werk begint

woensdag 16 maart 2011

Zomaar 6 dagen.....

Donderdag 10 maart 2011
Sali, de vrouw van Sedou de gardien, komt buiten adem binnenhollen. “Je moet meekomen de burgemeester heeft een ongeluk” zegt ze in haar gebrekkige Frans. Ik loop met haar mee en buiten op het zandpad staat de auto met de chauffeur die ongelovig naar de verbrijzelde achterruit van de auto staart met een kleine steen in zijn hand. Burgemeester pappa Bathily heeft een tuin een eindje verderop en in zijn schaarse vrije tijd gaat hij daar vruchten halen en komt dan vaak ook even bij ons langs. Maar, hij zit niet meer in de auto.
Ik zie een groep mensen staan op de hof bij de buren en daar vind ik hem inderdaad. Pappa Bathily is een geliefde burgemeester. Hij is een slanke, rijzige man met prachtige handen, wars van opsmuk, zo gebruikelijk hier voor hoogwaardigheidsbekleders. Hij is sociaal bewogen, woont eenvoudig en traditioneel en na een zware werkdag liggen er altijd arme mensen op zijn hof op hem te wachten met hulpvragen. Ze weten dat hij er voor hun is en er is geen drempel om hem te benaderen.
Pappa Bathily op Here Bugu

Maar nu staat hij daar en is duidelijk van slag door de onverwachte knal van de exploderende autoruit. Het zoontje van de buren heeft met een katapult een steentje door de achterruit geschoten. Sedou, die inmiddels ook is gearriveerd doet nog een duit in het zakje. Hetzelfde jongetje probeert al een tijdje onze zonnepanelen te raken en heeft ook op onze auto, de kanari, gemikt. Terwijl Bathily de commandant van politie belt staat de vader met een grote knuppel te zwaaien in de richting van het struikgewas waarheen zijn zoontje verdwenen is. Ik neem Bathily mee naar Here Bugu, geef hem een stoel, een keteltje water, een paar plastic slippers en een matje. Ik weet inmiddels waar een man in Mali behoefte aan heeft als hij emotioneel uit zijn evenwicht is. Bidden! Inmiddels arriveren ook de opa, de oom, de neef en een broer van dezelfde melk op de hof, en niet te vergeten, gekke buurman Peul die altijd overal als de kippen bij is. Als Bathily is uitgebeden gaan ze op hun hurken om hem heen zitten. Bathily pakt zijn mobiel en belt de commandant om te zeggen dat hij niet meer nodig is. Opluchting want dat was een klopjacht geworden met gevangenis tot slot. Bathily wil dat ik blijf dus ga ik naast hem zitten. “De jongen moet gestraft worden opdat hij het nooit meer zal doen. Morgen kom ik terug”, zegt hij, “dan brengen de ouders de jongen hier en geef ik hem in aanwezigheid van iedereen een aframmeling met een stok.” Instemmend gemompel van de omgeving. Ik mompel niets dus Bathily kijkt me vragend aan.” Ik ben geen Afrikaan” zeg ik glimlachend maar met bonzend hart, “als je hem slaat doe je hetzelfde terug, daar wordt hij misschien bang van maar niet beter” en “ dan zou je zijn familie ook moeten slaan want die zijn medeplichtig aan het probleem dat die jongen heeft”. Dit keer luid en ongelovig gelach van de omgeving. “Dank je voor je advies Yvonne” zegt Bathily terwijl hij opstaat, “ik kom morgen terug.”

Ik rijd naar Mopti, er zit een pakje in mijn postbus met dropjes en een kaart van Nederlandse koeien.



Het is donker als ik thuiskom en nog steeds 35 graden.

De biogasgroep wil morgenochtend vertrekken en gaat voor de verandering vroeg naar bed. ’s Nachts breekt een onweer los met hevige wind en stortregens alsof de regentijd begonnen is. Het was te warm. Er wordt gesleept met matrassen naar veilige onderkomens, ik verhuis van dak naar terras waar de muggen me steken en kom slaap tekort. Het blijft warm.

Vrijdag
Bij het aanbreken van de ochtend is weer een biogasser aan de schijterij en wordt het vertrek uitgesteld.
Ik breng de ochtend slapend en lezend door. In het boek: “ Of water and the spirit” van Malidoma Some lees ik het adembenemende verhaal over de cultuur van de Dagara, een volk in het zuiden van Burkina Faso en de initiatie/ inwijding van de hoofdpersoon. Veel doet denken aan de verhalen die ik ken uit de Dogon. De beelden van de verschillende stadia van de initiatie en de ontmoetingen met de onderwereld en de bovenwereld zijn fascinerend, huiveringwekkend ontroerend en soms herkenbaar. De rest van de dag houd ik me bezig met het op orde brengen van het huis en de omgeving na een bezetting door een groep Nederlandse techneuten. Maar wel hele aardige.

De burgemeester arriveert, de vader staat al te wachten met een trillende jongen stevig in de houtgreep. De burgemeester verzinkt in gebed op een matje, de omgeving wacht, ik ben inmiddels op een stoel geïnstalleerd als getuige (zeer gebruikelijk in Mali) en bereid me voor op een moeilijke ervaring. Na het gebed wordt de jongen vastgepakt tussen de twee mannen, Bathily geeft hem een enorme klap voor zijn hoofd, gevolgd door de vader die in dit geval niet onder kan doen voor de burgemeester. Dit herhaalt zich en dan reikt iemand uit het publiek de vader een dikke stok aan. De jongen moet op de grond gaan zitten. De burgemeester kijkt mij kort aan en grijpt dan in. Hij houdt de inmiddels oververhitte vader in bedwang, pakt de stok af en gooit hem ver weg. Dan zegt hij tegen mij:” mijn straf heeft hij gekregen, als jij nog iets wilt doen op jouw manier, ga je gang”. De jongen is er ondertussen vandoor en ik zeg tegen de vader dat we op Here Bugu altijd proberen om iets moois te maken van iets dat fout gegaan is en dat hij morgen terug moet komen met zijn vrouw en zoon en dat we zullen bekijken wat we kunnen doen.
’s Avonds eten we met zijn allen in een restaurant in Sevaré met lifemuziek en dansen de mannen een klompendans op echte Nederlandse klompen.

Baba danst de klompendans

De volgende persoon wordt ziek. Kunnen ze morgen vertrekken?

Zaterdag
Ze vertrekken! Richting Ghana maar het is nog onzeker of ze een visum zullen krijgen. Ghana heeft zijn visumbeleid gewijzigd.
Ik zet mijn computer aan en vind een e-mail van de ambassade: “....... De Nederlandse overheid beschikt over indicaties dat ook de Nederlandse ambassade of Nederlanders een mogelijk doelwit kunnen zijn van acties (aanslagen, ontvoeringen) in Bamako en Mali.Wees daarom alert, en neem de nodige voorzorgsmaatregelen (rijd met gesloten portieren/ramen, houd uw deuren op slot, wees voorzichtig v.w.b. niet bekende/onaangekondigde bezoekers en let op uw omgeving etc)……….”
Er is gewaarschuwd voor een aanslag op de Amerikaanse ambassade en op de internationale school, die inmiddels gesloten is. De Nederlandse ambassade wordt zwaar beveiligd en verandert in onneembare vesting.

Ali vertrekt ook. Ali is 21 en heeft een jaar bij ons gewoond en gewerkt, hij hoort bij Here Bugu. Een paar weken geleden kwam hij met me praten. Met een zonnebril op, zijn hoofd naar beneden gericht, vertelde hij dat hij terug moest naar zijn dorp in Burkina Faso. Zijn ouders hebben een bruid voor hem en hij is verplicht terug te komen om te trouwen en zijn ouders te helpen op het land. Hij wil niet maar als hij niet gaat komen ze hem halen. Bij ons kan hij leren en verdienen, hij heeft het naar zijn zin er ligt toekomst voor hem maar hij heeft geen keus. Tegen zijn ouders ingaan is geen optie, het staat gelijk aan een breuk met de familie en daar valt niet mee te leven. We schrijven een mooie referentie brief voor hem en als hij zijn ouders kan ompraten mag hij terugkomen.



Laja, de 8 jarige jongen van de katapult, verschijnt met zijn vader en zijn oom. Laja gaat niet naar school in tegenstelling tot zijn vriendjes, de kinderen van Sedou, die door ons toedoen nu wel de school bezoeken. Hij moet de hele dag mest verzamelen, hout kappen, water putten, schapen hoeden enz. Hij heeft een tot op de draad versleten t shirt aan waar de kleur niet meer van te herkennen is en geen onderbroek. Zijn vader heeft 11 kinderen, niemand gaat naar school, daar is geen geld voor. We spreken af dat hij een maand lang ’s morgens op Here Bugu komt werken onder leiding van Oumar, één van de vaste werkkrachten en een goede man die heel veel van planten weet. Voor elke ochtend krijgt hij 500 cfa. 100 is voor hem, 400 stoppen we in een potje en als de maand om is brengen we dat naar de burgemeester als bijdrage voor de ruit. Ik zal hem dan ook schone kleren aantrekken en als dit goed gaat moeten we eens kijken of hij naar school kan, maar dat heb ik er nog niet bijverteld.

‘s Avonds is het filmavond. Al een paar weken Lord of the Ring (9 uur) in delen, frans gesproken, geprojecteerd en met geluid als in een echte openluchtbioscoop. De hier en daar angstaanjagende beelden komen soms tot in de finesses overeen met de verhalen over de initiatie die ik lees in het boek van de Dagara en het toegestroomde publiek herkent, geniet en joelt als het goede overwint.


Na de film vertrek ik naar het dak voor een paar uur slaap. Maar de buren, Peulen, hebben een bruiloft tussen hun hutjes. Het geroffel op de kalebassen, handgeklap en zang gaat gestaag door en Tjakko slaat voortdurend alarm.

Zondag
Om 5 uur ’s morgens brengt Sedou me met mijn koffer slingerend en slippend over het zandpad naar de hoofdweg. Daar wordt ik opgepikt door de luxe zwarte en geblindeerde mercedes van de burgemeester met chauffeur. Ik kan meerijden naar Bamako waar ik een conferentie ga bijwonen die is georganiseerd door de Nederlandse ambassade voor vertegenwoordigers uit het Noorden ( de Touaregs) en Nederlandse ontwikkelingswerkers in Mali over de veiligheid. Goede gelegenheid om te netwerken. In 7 uur rijden we in hoge snelheid, het is net een koelkast op wielen, naar Bamako waar ik met een ijskoude neus de hitte intuimel en de rest van de dag slapend doorbreng op mijn kamer met airconditioning.

Maandag
De eerste dag van de conferentie vindt plaats in een vergaderruimte van één van de duurste hotels van Bamako.

Maar het is dan ook een initiatief van de ambassade op hoog niveau. Glazen deuren die openschuiven als je aan komt lopen, alles glanzend en schoon. Het bruinzwarte zebradessin van het tapijt is in perfecte harmonie met de satijnen goudbruine rokken van de lange vergadertafels die gedekt zijn met smetteloos witte tafelkleden waarop glanzend witte koppen en schotels voor de koffie. De airconditioning staat zo hard dat ik er een beginnende oorontsteking aan overhoud. Aan tafel een bont gezelschap van ongeveer zestig mannen en vrouwen. Leden van de Nederlandse ambassade, vertegenwoordigers van de Touaregs uit het Noorden, een minister en adviseur van de president, vertegenwoordigers van ICCO, Oxfam Novib, SNV. Moderne apparatuur, laptops, beamer en microfonen, ik zit ineens niet meer in het Afrika dat ik ken. Mooie boubou’s, Touaregs met hun wijde jurken en gesluierde hoofden, grijze kostuums, blazers met overhemden met gouden manchetknopen.
De Malinezen spreken over het verband tussen veiligheid en ontwikkeling, tussen gebrek aan werk en terrorisme en het verschil tussen criminaliteit en Alquada. De Nederlandse ambassade spreekt over het gebrek aan ingrijpen van de Malinese overheid, over angst, angst voor kidnapping en aanslagen. Wie is Alqaida vraag ik me af, kennen we de vijand, voor wie zijn we bang, waar vechten we tegen, voor wat verdedigen we ons?
Beelden van de Lord of the Ring, de afstraffing van de jongen en de initiatie in de Dagara schuiven door mijn hoofd terwijl ik mijn best doe te begrijpen waar het allemaal over gaat. De voertaal is Frans.

Dinsdag
De tweede dag van de conferentie vindt niet plaats in de ambassade zoals gepland. De ambassade is niet meer zomaar toegankelijk door de uitgebreide veiligheidsmaatregelen en de blokkades eromheen. We vergaderen met een kleinere groep in het gebouw van Oxfam in een relaxte, informele atmosfeer. Het gaat over de veranderingen in Nederland t.o.v. ontwikkelingshulp, over samenwerking van de organisaties, omgaan met veiligheid en met corruptie. Het voelt goed om hier te zijn en contacten te leggen. Op de ambassade ligt post voor me van de PUM. Netherlands Senior Experts. Ik word vertegenwoordiger voor de regio Mopti en ga met Baba kleine bedrijven selecteren die in aanmerking komen voor expertise uit Nederland. De experts, die een bedrijf gedurende een paar weken begeleiden, en dat kan op heel veel gebieden zijn, zullen een onderkomen vinden op Here Bugu gedurende hun verblijf.

Maurits van der Ven, landencoordinator PUM Mali overlegt met Baba

Op de ambassade heb ik ook nog een gesprek over een programma voor geboortebeperking bij de Bella, uitgevoerd door een Malinese ONG die gefinancierd wordt door Nederland.Mooi om aan te haken bij al bestaande programma's.

‘s Middags loop ik door de grote supermarkt van Bamako om wat etenswaren te kopen. In Bamako kun je leven als een Europeaan, ook wat eten betreft, als je geld hebt tenminste want het is heel duur. Als ik sta te peinzen welke koffie ik zal kiezen voel ik dat er iemand naar me staat te kijken. Het is Esther die me in Nederland vertelde dat ze naar Bamako zou komen voor een dansproject op de hogeschool voor dans. In de wereldstad Bamako lopen we elkaar tegen het lijf. We drinken kletsen en ik eet chocoladetaart!!!!!
Bij terugkomst op mijn vaste stek in Bamako is er een nieuw bericht van de ambassade in mijn mailbox:

“Beste landgenoten,
Afgelopen donderdag, 10 maart 2011 heb ik u geïnformeerd over een verhoogde dreiging in Bamako in verband met ontvoeringsgevaar en gevaar voor terroristische aanslagen.
Het doet me plezier u te kunnen meedelen dat het dreigingsgevaar is achterhaald en dat de waarschuwing voor Bamako is ingetrokken. …………..”


Morgen vertrek ik weer naar Mopti, met de bus deze keer, 10 uur in de hitte.

Dit waren zomaar wat gebeurtenissen uit 6 achtereenvolgende dagen van een toebab in Mali. De hitte neemt weer toe, onze ambitie blijft onverminderd van kracht: werkverschaffing, ontwikkeling, sociale en culturele gemeenschapsvorming.

dinsdag 15 maart 2011

Here Bugu

het nieuwe bord langs de kant van de weg levert veel belangstelling en naamsbekendheid op

Ondergedompeld als ik ben in het Malinese leven en in alle activiteiten en ontmoetingen die plaatsvinden op Here Bugu schrijdt de tijd ongemerkt voort en bevinden we ons ineens weer in het begin van de heetste periode van het jaar.
De intense regentijd, l’hivernage’ in augustus, september en oktober richtte veel schade aan. Bomen werden ontworteld, delen van de oogst mislukten. De mais en de hibiscus daarentegen hebben er juist van genoten en we hebben de eerste zakken hibiscusblaadjes en mais in de opslag staan. De pinda’s vonden het minder leuk en de kleine hoeveelheid die we konden redden zijn gebrand en de planten, die dienen als voer voor de schapen en het paard, zijn inmiddels al opgegeten. De lemen gasthuizen stortten in terwijl de termieten zich tegoed deden aan de houten deuren, kozijnen en bedden. De lemen magazijnen hadden ook veel te verduren van het water en een deel van de voorraad cement die er in opgeslagen lag is verloren gegaan. Het prachtige huis van de gardien en de werklui is gespaard omdat we juist voor de regentijd een cementen jas hadden aangebracht die het beschermde.
De kanarie, onze gele 4wheel drive had een zware periode. Drie maanden lang zwoegen door de zware klei en het water op en neer naar Here Bugu tastten veel van de onderdelen aan. In de afgelopen maanden brachten gasten 70 kilo aan onderdelen mee geleverd door Rijk van rv4wd die me steunt met alles wat de auto betreft. De mecanicien van Mopti, gespecialiseerd in 4wheeldrives nam de auto onderhanden. Ook de versnellingsbak had het begeven en uit vier verschillende plaatsen in Mali arriveerden tweede hands versnellingsbakken op het busstation van Mopti waar ze gedemonteerd en gekeurd werden door de mecanicien tot hij de juiste gevonden had. Op een leeg plekje tussen de schroothoop van Mopti, waar de autowrakken en delen van vrachtauto’s liggen te verroesten, verrichtte de mecanicien met een minimum aan sleutels zijn werk en de kanari rijdt weer als een zonnetje. Het busje dat Baba tot zijn beschikking heeft was een ander verhaal. Niet geschikt voor het zand en het water moest de totale motor gereviseerd worden en zuchtend en steunend verricht hij zijn werk. Maar inmiddels hebben we er een 4wheeldrive bij, gekregen van Stichting Katalysator die hier tevens een biogasproject kwamen doen.



Het paard Nicolas, dat zijn diensten moest bewijzen voor de trekkar van Dialangou om de vrouwen met hun zakken rijst en gierst naar de marktplaatsen te vervoeren bleek niet geschikt voor het zware werk voor de kar. Hij blijkt een rijpaard te zijn en geen trekpaard en was bovendien ondervoed. Een paard heeft veel graan nodig en de Bella, die nauwelijks genoeg eten voor zichzelf hebben konden dit niet voldoende opbrengen. Naar een oplossing voor dit probleem wordt gezocht. Voorlopig is hij bij ons en wordt er elke dag op hem gereden door de werklui. Het alternatief om hem naar de slager te brengen kan ik niet opbrengen. Ik ben nooit een paardenmens geweest maar Nicolas is een bijzonder zachtmoedig paard en ’s avonds lopen we stapvoets door de gerooide rijstvelden met Tjakko die vrolijk om ons heen dartelt terwijl de zon ondergaat in het westen en de maan in het oosten boven de horizon verschijnt. Dat zijn intense momenten waarop ik me verbaas over de wending die mijn leven genomen heeft.



De afgelopen 4 maanden waren druk. Een aaneengesloten stroom van gasten bezocht Here Bugu. Een klein gedeelte vrienden die langskwamen om kennis te maken met Mali en Here Bugu als uitgangspunt namen, maar ook mensen uit Europa, Amerika en Mali die een kijkje kwamen nemen of daadwerkelijk een bijdrage leverden aan ons werk. Ook een delegatie van de Nederlandse ambassade bezocht ons, groepen toeristen die rondreisden met een reisbureau en musici die op festivals speelden en daarna met lokale muzikanten uit de regio Mopti op Here Bugu voor spontane feestjes zorgden. De positieve reacties en verwondering van de gasten over het vele werk dat we verzet hebben en wat we in korte tijd bereikt hebben is een belangrijke ondersteuning voor onze wil om door te gaan en vol te houden.
November tot en met februari zijn wat het klimaat betreft de beste maanden en dus ook de drukste. Er zijn gasten, er moet hard gewerkt worden in de tuinen, er wordt geoogst en gehooid, geplant, gewied, gebouwd en gegraven. Steeds meer mensen raken betrokken, het groeit.

Twee van de negen Nederlanders die zijn aangekomen van Stichting Katalysator willen een biogasinstallatie aanleggen en mensen opleiden. Zij hebben afgelopen week met behulp van 8 Malinezen, vier gravers en 4 leerlingen, het begin opgezet van een biogasinstallatie.

Jelmer en Coen in het reservoir

Twee reservoirs geplaatst onder een toiletgebouwtje. In het ene reservoir worden menselijke uitwerpselen opgevangen, aangevuld met dierenmest en ander organisch afval, in het andere reservoir wordt het vrijgekomen biogas verzameld dat middels een lange slang verbonden wordt aan een kooktoestel. Een manier om de houtkap tegen te gaan door het koken op biogas. Bovendien wordt het afval omgezet en 1 maal per week afgetapt en kan gebruikt worden als mest op planten en bomen (niet op groenten). Het komende jaar zal 1 van de leerlingen elke week de resultaten meten en per mail in contact staan met Nederland. Als er geld is zullen er een paar proefprojecten op andere plaatsen geïnstalleerd worden. We hebben de sanitatie en riolering in Mopti bestudeerd. Op grote schaal toegepast zouden dergelijke installaties in de huishoudens van Mopti ook kunnen zorgen voor een aanzienlijke verbetering van gezondheidsproblemen omdat de uitwerpselen niet meer rondom Mopti worden uitgegooid waar ze verdrogen en zich vermengen met het stof dat door de wind voortdurend ingeademd wordt of zich vermengd met het regen- en grondwater.
We hebben een demonstratie bijeenkomst op Here Bugu gehad voor belangstellenden en in Dialangou in het net geopende schoolgebouwtje.

de diplomauitreiking



presentatie in Dialangou

Het was een zware week vooral omdat de hitte begonnen is, oplopend tot 45 graden. De groep hield zich kranig al gingen ze om de beurt aan de schijterij en de spugerij
Nu staan ze op punt van vertrek naar Ghana waar ze de andere auto’s gaan afleveren bij diverse projecten. Mamman, de kokkin, heeft daarom een feestmaal bereid, cola, bier en water is ingeslagen voor een bonte avond.

Voorafgaand aan hun bezoek waren er 3 studenten, uit Amerika, Canada en Zweden die in Zweden een training volgen in social entrepreneurship, YIP. Hun begeleiding gedurende 3 weken eiste al mijn aandacht op. Ze kwamen met grote verwachtingen over wat ze in drie weken allemaal konden doen. Uiteindelijk hebben ze lemen stenen gebakken samen met onze medewerkers en daar het begin mee gemaakt voor een eendenhuis aan de rand van de vijver. Heel veel ervaring en levenslessen wijzer zijn ze tevreden vertrokken.

werken aan het eendenhuis

Voor de komende maand staan naast het gewone doorgaande werk drie cursussen koken op zonne-energie voor 60 vrouwen in Dialangou op het programma.

woensdag 2 februari 2011

Bamanankan, de taal der Bambara



Bamanankan is één van de 13 nationale talen van Mali. Het is een taal die door meer dan 80% van de bevolking gesproken wordt en zelfs in delen van Burkina Faso, Guinee, Cote d’Ivoire, Senegal en Mauritanië.
Daarnaast worden door andere etnische groeperingen dan de Bambara ook bomu (Bobo), bozo (Bozo), dogonais (Dogon), fulfulde (Peul), hasanya (Maure), mamara (Miniyanka), maninkakan (Malinké), soninke (Sarakolé). sonjoy (Songhoï), syenara (Sénoufu), tãmãsãyt (Tamasheq) en xaasongaxanjo (Khassonké) gesproken. Het is maar een weet.
Op Here Bugu en in Dialangou spelen Bambara, Dogon, Peul en Tamasheq een rol. Baba spreekt ze allemaal. De talen zijn echt verschillend dus niet te vergelijken met dialecten en inmiddels kan ik ze op de klank uit elkaar halen.
Eigenlijk spreek ik alleen maar Frans met de mensen die het verstaan en anders met behulp van iemand die vertaald. Dat is lastig. Njaga, de vrouw van Baba spreekt geen Frans, Sali van Sedou ook niet, op de markt spreken ze slechts enkele woorden, de werklui spreken het niet en ga zo maar door.
Ik had een boekje aangeschaft; “je parle bien bamanan” maar geen woord bleef langer dan een paar dagen in mijn geheugen hangen. En nu, na twee jaar, begint het ineens te komen. Maar het komt van een andere kant dan ik verwachtte hoewel ik beter had kunnen weten.

Ik hou van taal, voordrachtskunst is tenslotte 20 jaar mijn vak geweest. Ik hou van de smaak en de kleur van woorden, hoe ze door je mond rollen, hoe ze in je lichaam voelen. Hoe een zin loopt; zwevend of direct, dribbelend of marcherend. Een andere taal spreken verandert je een beetje. Als ik Frans spreek (wel het echte Frans in Frankrijk) dan is het alsof ik op hoge hakken loop met aangetrokken billen, bij Duits heb ik meer stevige wandelschoenen aan en worstel me door de zinnen heen. In het Engels leef ik in de bovenkant van mijn gehemelte en drijf op de lucht. En nu ik lang genoeg in Mali ben, begin ik de taal in mijn lijf te voelen en de woorden nestelen zich in mijn geheugen vanuit de beweging.

In het Bamanan zijn de zinnen direct, geen poespas, gebiedende wijs, gewoon platvoeten, maar de woorden………! De woorden zijn sappig en kleurrijk en verrukkelijk om te spreken, ze tuimelen en rollen door je mond en je gaat er vanzelf bij lachen.
Natuurlijk heet een citroen een “lenburukumu” en een sinasappel een “lenburuba”. Een eend, zo’n beest dat duikelt in het water, een ”tonkono”, een zacht konijn een “sonsan”, een hond een “wulu” en een geit “ba”.
Maar ik spreek de taal nog niet, ik ben nog in het stadium van de woorden, zoals een kind de wereld leert verkennen door hem te benoemen in de taal van zijn moeder en tegelijk met het benoemen zijn wereldbeeld begint te vormen gezien door de taal van zijn geboortegrond.

Op de markt doe ik nu mijn boodschappen in het Bamankan. Namassa kilo kele, (bananen kilo een), lenburukumu tan ni saaba (citroenen 13) en ik voel me als een kind zo blij als ze me snappen, en de marktvrouwen……, ze omarmen me omdat ik met de taal één van hun wordt. En het levert me ook nog voordeel op want ineens krijg ik de producten tegen lokale prijs en niet de prijs voor toeristi.
Daar kleeft overigens nog wel een moeilijkheid aan. Ik kan tellen tot duizend maar op de geldmarkt wordt elk getal verdubbeld. Dus als iets 200 cfa kost dan zeggen ze 400 enz. Heeft te maken met de Fransen zeggen ze. Sinds ik in Mali leef weet ik niet meer zo zeker of ik wel van ze hou, van de Fransen!
Kambe, tot de volgende keer…

op de markt

vrijdag 28 januari 2011

Een schot in de nacht en worstelen in Koba

Deze blog is bedoeld om te schrijven over de avonturen die ik meemaak bij mijn werk voor de Stichting en het leven op Here Bugu. Met de anekdotes probeer ik de lezers een beeld te geven van het leven dat hier zo anders is. Het leven dat hier inspirerend, onmogelijk, hilarisch, ontroerend, en uitdagend is en dat de maat slaat voor de voortgang van ons project.
De blog is niet bedoeld als verslag van de voortgang van het werk al komt dat wel ter sprake. 1 maal per jaar verschijnt er een beknopt jaarverslag dat te vinden is op de site, www.rondombaba.nl onder menu Stichting Rondom Bab
a

Buurman Peul
Als de rijstvelden geoogst zijn komen de Peulen na een half jaar van afwezigheid weer terug. Dit jaar aan de late kant, omdat de oogst laat was na de zware regentijd. Op een nacht rollen de ezelkarren met hun schamele bezittingen over het zandpad langs mijn huis, gevolgd door enorme kuddes koeien, schapen en geiten. Het land rondom Here Bugu wordt weer in bezit genomen. Overdag worden de staketsels gebouwd van hun ronde hutjes en de vrouwen verzamelen palm en maïsbladeren om ze dicht te maken. De nachten zijn nu vervuld van het gesteun van koeien, geblaat van lammeren en geiten en overdag lopen er weer heel veel kinderen rond met dunne beentjes en grote ogen in de magere gezichtjes. 's Avonds en 's morgens wordt er gemolken, komen mensen melk kopen en lopen de vrouwen met hun zwart getatoeëerde monden met de kalebassen met melk op hun hoofd naar de markt. Na een lange, warme dag met veel onverwachte gebeurtenissen lig ik eindelijk doodmoe in bed. Midden in de nacht wordt ik opgeschrikt door het geluid van een enorme explosie onder mijn slaapkamerraam. Ik spring mijn bed uit en ren met mijn zaklamp, die meestal onder handbereik ligt, het dak op waar Tjakko met zijn haren recht overeind vanaf de rand in het donker staat te turen. Ik ruik een brandlucht en hoor geritsel in het struikgewas aan de andere kant van de muur. Sedou komt ook onder zijn muskietennet vandaan met zijn zwaard, dat altijd onder zijn kussen ligt, in de aanslag. Dan zien we in het schijnsel van de lampen buurman Peul met een groot antiek geweer. Hij ligt 's nachts op de loer voor veedieven en was er zeker van dat hij een rover over de muur had zien klimmen. Dus niet geaarzeld, zijn geweer met dynamiet geladen en een schot gelost dat klonk alsof het biogas in de tank van mijn riolering spontaan ontplofte. "Die komt niet meer terug" zei hij in het Peuls tegen Sedou waarna hij voor de zekerheid toch nog even zijn schapen ging tellen. Ik ging weer naar bed en Baba zei de volgende dag toen hij het hoorde "toch wel handig zo'n buurman in de buurt met al dat zogenaamde gevaar voor terrorisme en kidnapping, ik weet nu zeker dat jij veilig bent".

de buurman showt de volgende dag zijn geweer

Het dorp Koba
Sedou, de gardien, komt uit Koba, een geïsoleerd dorpje in het uiterste zuiden van de Dogon, op de grens met Burkina Faso, hier zo’n 250 km. vandaan. We gaan zijn dorp bezoeken met de gasten die op Here Bugu aanwezig zijn. Sinds lang heb ik de wens om in de Dogon de bekende worstelwedstrijden mee te maken. Wedstrijden die sinds mensenheugenis na de oogsttijd tussen de dorpen onderling plaatsvinden, altijd ’s nachts. Als het dorp Koba op de hoogte wordt gebracht van onze komst besluiten ze speciaal voor ons een wedkamp te organiseren. Sedou is lang niet in zijn dorp geweest en is al dagen bloednerveus, hij telt de nachten op zijn vingers. De ochtend van vertrek verschijnt hij in een driedelig, bruinwollen dubblebreasted kostuum met wit overhemd en das en daar overheen een cape uit de Dogon, op zijn hoofd een bruine gleufhoed en op zijn neus een bril, die later een leesbril blijkt te zijn. Hij ziet eruit alsof hij zo uit een bar in New Orleans komt gelopen.
Omdat hij de weg weet zit hij naast mij, voorin de auto. In zijn zak een voorraad kolanoten, (de grote rode bonen die hier door mannen worden gegeten en licht roesverwekkend zijn), waarvan hij de een na de ander opeet met als gevolg dat ik al snel geen touw meer kan vastknopen aan zijn franse vocabulaire. Na 150 km. draaien we de asfaltweg af en rijden de brousse in. Geen wegen meer maar zandsporen en zoekend, Sedou haalt inmiddels de franse woorden voor links en rechts door elkaar waardoor we soms rondjes draaien en door greppels en struiken moeten om weer op het goede spoor te komen, vervolgen we urenlang onze weg. Het is olifantengebied, de dieren waarmee Sedou is opgegroeid, maar ze zijn net weggetrokken tot opluchting van de bewoners omdat ze veel vernielen. Wij vinden het jammer.

onderweg komt Sedou al bekenden tegen

We komen Bella tegen met grote kuddes ezels, elk met een zak gierst van 100 kilo op de rug op weg naar de stad, kamelen ook beladen met zware zakken graan, prachtige Peuldorpen met hun ronde huisjes van palmblad op houten poten waaronder de dieren beschutting vinden tegen de zon en grote kuddes koeien en schapen. Kinderen met ezelkarren vol met watertankjes kilometers onderweg om water voor hun dorp te halen.


Om 4 uur arriveren we in het dorp en worden direct omstuwd door een grote meute schreeuwende mannen, vrouwen en kinderen. Veel kinderen hebben nog nooit of zelden een blanke in het echt gezien. Ze dringen en dringen om ons van dichtbij te bekijken en deinzen met grote angstogen terug als we een beweging in hun richting maken of worden hardhandig met stokken op afstand gehouden door de mannen die zich ongevraagd opwerpen als onze beschermers.


Geen water, maar wel heeel veel kinderen
Sedou neemt, bij afwezigheid van Baba, zijn rol als beschermheer van “zijn patron” serieus en houdt mijn arm goed vast terwijl we door de opdringende menigte van de ene plek naar de andere bewogen worden en de mannen onophoudelijk indringend op hem inschreeuwen. De bedoeling wordt al gauw duidelijk. Het arme dorp, verstoken van iedere vorm van hulpverlening, heeft zich buiten zichzelf van vreugde voorbereid op de komst van “een blanke engel en patron van één van zijn onderdanen”, die al hun problemen gaat oplossen. Wat ben ik toch weer eens een dom westers gansje. Ik had me voorbereid op een leuk uitstapje maar dit is werken met een hoog “Maxima op koninklijk bezoek-gehalte”. Zij hoeft echter alleen te glimlachen en laat de rest aan de stoet adviseurs over die achter haar lopen, ik moet me hier op de een of andere manier uit zien te redden.
zo worden we voortbewogen

Het probleem waarmee het dorp kampt is gebrek aan water voor mens en dier. De windmolen voor een waterpomp werkt niet meer, de generator voor een put van 80 meter diepte heeft geen kracht meer en van de 120 zonnepanelen om de pomp in een andere put aan te drijven werken er nog maar 28.
deze doet het dus ook niet meer

Na deze trieste rondgang vervolgen we onze route inclusief het hele gevolg langs het huishouden van de vader en moeder van Sedou en daarna langs de huishoudens van alle andere vrouwen van de vader van Sedou en hun respectievelijke omvangrijke groep kroost. Aan kinderen in deze armoe totaal geen gebrek. In elk huishouden dienen biljetten achtergelaten te worden die achteloos in een hand worden gedrukt. Het net verkregen salaris van Sedou slinkt snel en achter een boom telt hij steels hoeveel er nog is.
Sedou met zijn vader

Fietsen en de 24 broers van Sedou
De zon begint al te zakken en we arriveren aan de rand van het dorp waar de woestijn begint. Hier is een wielerwedstrijd voor de jeugd georganiseerd ter onzer ere. Deze kan echter pas beginnen als de gasten, via bemiddeling van Sedou, betaald hebben voor de benzine die nodig is voor de grote crossmotors die de fietsers moeten begeleiden, anders is het niet echt. Het dorp heeft voor de gelegenheid 5 nieuwe stoelen aangeschaft, van die ijzeren, bespannen met plastic waslijn, die de rest van de avond achter ons aan gedragen worden zodat we tenminste regelmatig kunnen zitten. Gelukkig maar want bij de meeste familiebezoeken in Mali zit je uren op een stoel waar nog slechts twee draden op zitten hetgeen vele malen erger is dan een dag op het strand zitten met een 3 maten te kleine string onder je spijkerbroek ........
De wielerwedstrijd gaat van start, mannen slaan hardhandig met grote takken op de menigte in om het zanderige parcours vrij te houden, de motors brullen, de fietsers hebben bij elkaar vergaarde fantastische outfits aan, iedereen schreeuwt en joelt, niemand trekt zich ook maar iets van het startschot aan maar vertrekt op zijn eigen moment, de belangrijke mannen van het dorp schreeuwen elkaar organisatorische bevelen toe, de meisjes, met ringen in hun neus, een kalebas op hun hoofd en een kind op de rug, gillen en na de tweede ronde kunnen we niets meer zien door de mist van zand die is opgetrokken en langzaam over ons neerdaalt.

fietsen voor je leven

De winnaars mogen ons een hand komen geven en dan gaan we naar het huis waar de bewoners voor de duur van ons bezoek zijn uitgegooid, de boel is aangeveegd en voorzien van schone matten. Daar zitten we in een kring met de ongeveer 24 broers van Sedou, die niet allemaal van dezelfde melk hebben gedronken (vertaal: van verschillende moeders zijn maar van dezelfde vader); de meeste hebben baarden, van die islamitische. Hoeveel dochters er zijn weet niemand.
een deel van de broers, Johanna, Jip, Mark en Edwin

Dan voegen de belangrijke mannen van het dorp zich bij de kring en terwijl één van onze groep een macaronimaaltijd voorbereid op het meegebrachte gaspitje horen we stukje bij beetje het trieste verhaal van het dorp dat later, bij navraag aan Baba, exemplarisch blijkt te zijn en één van de redenen waarom hij niet meer voor een Malinese NGO (lees: Malinese ontwikkelingshulporganisatie die werkt met geld uit het Westen) wil werken.


Toebab, help ons!
In de streek waar het dorp Koba deel van uit maakt hebben alle dorpen problemen met water. In Koba staat een onttakelde windmolen die dateert van vóór de tweede wereldoorlog en die er ooit door de Duitsers geplaatst is. Hij heeft lang gefunctioneerd om het water op te pompen maar toen hij kapot ging kon niemand hem repareren. Er is een put van 80 meter diepte waarop een zware generator staat maar die heeft al lang niet voldoende kracht meer om het water op te pompen. Tien jaar geleden hebben de dorpelingen besloten, geadviseerd door een Malinese NGO, een nieuwe put te graven en middels een lening van 9 miljoen CFA (13.740 euro) 120 zonnepanelen aan te schaffen. Even buiten het dorp staan ze opgesteld met een groot hek erom heen. 10 jaar lang was er water en heeft het dorp elke maand hutje bij mutje gelegd om de lening af te betalen, 16 miljoen (24.430 euro) hebben ze terug moeten betalen aan de NGO (die zich op deze manier verrijkt aan de armen). Dat hebben ze trouw gedaan, maar nu alles is afbetaald werken er van de 120 panelen nog maar 28, onvoldoende om het water op te pompen. Dat zonnepanelen een beperkte levensduur hebben heeft niemand ze verteld. Ze beschuldigen elkaars kinderen ervan dat ze er met stenen naar hebben gegooid, dat het de boze geesten zijn die ’s nachts de panelen onklaar maken enz. En nu voelen ze zich zwaar bedrogen en zijn ten einde raad. Ze zijn bereid te betalen voor water maar hebben geen idee wat voor een systeem het beste is en maken alleen maar ruzie met elkaar. Of ik niet een nieuwe generator voor ze kan kopen......

Allah
De mannen schreeuwen allemaal door elkaar, het is niet duidelijk wie de leiding heeft of verantwoordelijk is, bijna allemaal zijn ze analfabeet, ze weten niet tot wie ze zich kunnen richten en wie ze kunnen vertrouwen. Bidden doen ze allemaal, eindeloos want ze zijn hier nogal van de leer, wat moet je anders.
Ik trek de stoute schoenen aan en zeg dat Allah kennelijk niet besloten heeft een oplossing naar beneden te gooien en dat ik dat ook niet zomaar kan.
Gemompel in de baarden. Ik stel ze voor een watercomité te vormen van 5 mannen, en niet meer. We geven ze een vragenlijst met duidelijke vragen over de situatie van het dorp, hoeveel water er nodig is, hoeveel ze bij kunnen dragen enz. en vragen ze samen deze lijst in te vullen en naar mij op te sturen zodat ik er een rapport van kan maken dat ik met deskundigen kan bespreken. Ik beloof te antwoorden.
Dan kijk ik ze allemaal aan, die muzelmannen, en zeg dat het probleem niet alleen water is maar ook de communicatie tussen hun. Dat ze allemaal door elkaar schreeuwen, dat niet duidelijk is wie de verantwoording heeft en krijgt. Dat er teveel kinderen zijn. Dat ik geen muzelvrouw ben maar wel de Koran ken (een beetje...) en dat ik gelezen heb dat Mohammed, de Onvolprezene, heeft gezegd dat één uur nadenken beter is dan 1000 uur bidden. (heb ik gehoord....). De baarden kijken elkaar aarzelend aan, knikken dan instemmend en applaudisseren. De zitting wordt opgeheven. We eten onze macaroni en drinken onze meegebrachte biertjes terwijl de jeugd en masse over de muurtjes hangt om ons te bekijken.
“De strijd”, het volgende onderdeel van het programma kan gaan beginnen.

De voorbereiding voor de strijd
Het is inmiddels aardedonker, geen maan maar een grote flonkerende sterrenhemel. We rijden, met de stoelen bovenop, en zoveel mogelijk mensen in de Kanarie over een zandspoor naar een ander dorp. Nieuw ontvangstcommittee. Op onze stoelen zitten we in het donker twee uur op een zandplein met een kring toeschouwers er om heen. Sedou zit twee meter verderop op een boomstam met de organisatoren van het worstelcomité onafgebroken te onderhandelen. Op de oudejaarsavond op Here Bugu hebben Jip, Edwin en Mark een spelletjesavond georganiseerd waarbij voor de estafette-onderdelen alle deelnemers verdeeld werden in groep A en groep B. Dat heeft Sedou onthouden en hij wil dat nieuwerwetse systeem nu introduceren bij de leiding voordat de strijd begint. De wedstrijden vinden gebruikelijk plaats in categorieën, kinderen, jongeren, volwassenen en elke categorie produceert een winnaar. Maar groep A en groep B voegt een nieuwe dimensie toe vindt Sedou. De organisatoren stribbelen wat tegen maar gaan tenslotte overstag, Sedou leent een schrift van mij en schrijft triomfantelijk A aan de ene kant en B aan de andere op het eerste blaadje (niet iedereen kan hier schrijven). We zijn twee uur verder en kunnen bijna niet meer ademhalen van het ingeademde stof en zand. Geen nood, Sedou heeft speciaal voor de gelegenheid een doosje mentholzalf gekocht en die moeten we flink in onze neus smeren. Hij doet het zelf voor en steekt daarna in elk neusgat een rolletje witte tissue zodat hij er uitziet als een klein olifantje. In zijn oor stopt hij een microfoontje van zijn telefoon zodat hij goed bereikbaar blijft en nadat er nog even flink onderhandelt is over de prijs die we aan de organisatie moeten betalen voor de wedstrijd kunnen we eindelijk, met de stoelen bovenop, vertrekken naar het volgende dorp.

“ La Lutte”
In het donker ontwaren we honderden mensen, voornamelijk mannen, rondom de piste. Alles is hier zand dus dat komt goed uit. Het orkest trommelt op boomstammen en een enkele trommel, de strijders lopen met ontbloot bovenlijf ritmisch door het midden van de piste beschenen door een paar zaklampen. Wij worden op de stoelen gezet, zo dus........

een alfabeet krijgt het schrift met groep A en B en een pen om de score bij te houden onder toezicht oog van Sedou.
Het is prachtig en doet erg denken, zoals ik gehoopt had, aan het klassieke grieks worstelen. De worstelaars planten hun schouders tegen elkaar, slaan de armen om elkaar heen en dansen op het geroffel van de drummers door de zandpiste tot er één door de lucht vliegt en onderuit gaat. Als ze lang in eenzelfde positie blijven vastzitten komt er een buddy uit het publiek die ze zacht uit elkaar haalt, dit om te voorkomen dat iemand lijdt en er blessures ontstaan. De scheidsrechter, die er bovenop staat, gilt als de strijd is beslist: “Groupe A” of “groupe B” maar ik geloof niet dat het iets uitmaakte.



De uiteindelijke winnaar van een categorie wordt steeds aan ons voorgesteld. Er wordt urenlang in het donker prachtig geworsteld, zonder agressiviteit terwijl er hele families en delen van dorpen tegen elkaar worstelen. Iedereen zit onder een laag zand inclusief de toeschouwers.Terwijl het publiek gilt en joelt, de trommels steeds opzwepender worden, blijven de worstelaars beheerst of worden tot de orde geroepen als ze de regels overtreden. Je kunt hier, letterlijk, in het zand bijten maar je wordt niet uitgejouwd.







Even na middernacht wordt gestopt en rijden we door de nacht, over het zand, terug naar Koba waar we met zijn allen als een blok omvallen en slapen tot de volgende ochtend de nieuwsgierige dorpelingen ons weer komen wekken.
Op de hof staan een schaap en een geit aan een paaltje, cadeau van het dorp met nog twee kippen.



Het schaap en de geit worden op het dak gebonden, lekker tussen de spaken van het bagagerek met de neus naar achter tegen het stof inademen, de kippen gaan onder de bank, en zo vangen we de urenlange terugreis aan door het prachtige landschap met afwisselend zand en zilvergrijs golvende graslanden tot het oog reikt.
Als we op de asfaltweg aankomen en net binnen telefonisch bereik zijn, houdt de Kanarie ermee op. Problemen met de versnellingsbak en daar staan we dan.



Elk half uur komt er een ezelkar voorbij maar dat is het dan ook. Telefoneren met Rijk, de mecanicien in Holland, met Oumar, de mecanicien in Mopti om uiteindelijk door een ingewikkelde constructie door Baba, met de grote bus van Jip, Mark en Edwin naar huis gesleept te worden. Heerlijk onder de douche!

woensdag 22 december 2010

Mee met de stroom .....................


Over moeiteloosheid
“ de vraag is eigenlijk hoeveel moeiteloosheid je aankunt – hoe veel van je masker je durft af te leggen.” Dit was het motto voor een artikel “ Mee met de stroom” in de Happinez nr. 8 uit 2008 van de schrijfster/publiciste Lisette Thooft
( www.lisettethooft.nl ) Voorafgaand aan een interview met mij over mijn besluit om in Mali iets te gaan opbouwen schrijft ze:
“Overgave – dat is “ja” zeggen tegen de situatie waarin je je bevindt, hoe zwaar of lastig die ook is. Je weerstand opgeven tegen de realiteit. Het wil niet zeggen dat je passief wordt, of lui. Het wil alleen maar zeggen dat je meegeeft met de werkelijkheid, dat je het idee dat je de controleur van je eigen leven bent laat gaan. Vaak moeten mensen door een diep dal om dat te kunnen.”
Inmiddels is het twee jaar verder en kwam ik het artikel weer tegen omdat het geplaatst is in een nieuw verschenen Duitse uitgave van het blad.
Twee jaar waarin ik worstelde en speelde met het toelaten van “ moeiteloosheid” in het dagelijks leven, het accepteren, het meegaan met de stroom. Ik had tijdens mijn reizen door Mali al de ervaring opgedaan dat je in een klimaat als hier geen andere keuze hebt dan je overgeven aan de realiteit, anders red je het niet. Sommige mensen kunnen dat van nature, kinderen kunnen het vaak. Maar ik moest het bewust doen, geen energie gebruiken voor verzet, instappen en meegaan anders wordt je ziek.
Wanneer je op het vliegveld in Bamako staat te wachten en een vliegtuig stroomt leeg met passagiers uit het Westen dan zie je het grote verschil tussen de aankomende westerlingen en Afrikanen. De Afrikanen doen het op een dieselmotor, de Westerlingen op een benzinemotor. In het begin gaat het heel goed, lekker kwiek en alert, snel accelereren. Maar elke Malinees kent het probleem van de Toebab, de blanke, die van het ene moment op het andere in huilen uitbarst, hysterisch wordt, ziek en misselijk. Musbaba zegt dan: “ je ziet het toch, ze zitten niet in hun vel maar in hun hoofd”. “ Ze denken aan wat ze allemaal gaan doen, hoeveel mooie foto’s ze zullen maken, of alles wel goed zal lopen, of ze niet bedrogen worden, hoeveel werkafspraken ze hebben” .“Ze zijn er helemaal niet”.
Bij ons in het Westen kun je het lang volhouden op een benzinemotor, zelfs als die te hoog is afgesteld, de consequentie merk je vaak pas vele jaren later. Hier heb je meteen een kokende motor en je moet het zelf oplossen.

Ontwikkelingssamenwerking
Het fenomeen wat ik hier beschrijf heeft alles te maken met één van de problemen van ontwikkelingssamenwerking. Wanneer je “samen wilt werken” dan moet je de superioriteit van je eigen cultuur met zijn waarden en normen, je diep gewortelde gewoontes, durven laten vallen, met andere woorden je masker durven laten vallen. Daarom hangt ontwikkelingssamenwerking zo nauw samen met de bereidheid tot persoonlijke ontwikkeling. Binnen en buiten staan in regelrecht verband met elkaar, wat zich in jouw microkosmos afspeelt weerspiegelt zich in de macrokosmos om je heen en andersom. Verander de wereld, begin bij jezelf is het motto. Ontwikkelingssamenwerking is mensenwerk, het mooiste wat er is, de puurheid ontvouwen van het wezen mens, kunnen leven in de schoonheid van het moment.

Hoofd
Maar, hoe vertaal je dat in cijfers, in ondernemingsplannen, in verantwoording over elke euro die besteed wordt, in rapporten en tabellen. Ziedaar mijn probleem. In mijn samenwerking met Baba vertegenwoordig ik die kant en doe mijn best en mijn gymnastiekoefeningen om het een met het ander te verbinden. Dat resulteert zo af en toe in een aanval van frustratie die ik projecteer op degene die het dichtst in de buurt is: Baba.

Hart
Hij ondergaat het gekweld en stuurt me een sms: “ lieve Yvonne, hou op met het rondstrooien van je ontevredenheden, draag en verdraag, ga slapen” of “ lieve yvonne, hou op met het bedenken van oplossingen voor problemen die we nog niet hebben”. Ik print ze uit op A4 formaat en hang ze boven mijn bureau. Dan komt Baba binnen, leest met gefronst voorhoofd de teksten en zegt:” Wat is dat?” Ik antwoord lachend: “ Dat heeft mijn goeroe me gestuurd, ik heb het opgehangen om het niet te vergeten”. Baba kijkt me aan, het dringt langzaam tot hem door wat ik zeg. Ik moet het dus uitprinten, ophangen en herlezen om het niet te vergeten! Hoe lang duurt de weg van mijn hoofd naar mijn hart? Hij slaat zijn handen om zijn hoofd dat schud van ongeloof al uitroepend: “Al Hamdalalay” en vertrekt naar het terras om op zijn matje te verzinken in gebed.

Doen
Als datgene wat je denkt, wat je voelt en wat je doet in perfecte harmonie in het moment aanwezig zijn, als het ware op één lijn zitten, dan zit je “ in de stroom”. Dat zijn van die genade-momenten die we allemaal kennen en waarop je het gevoel hebt dat je vleugels hebt.

Hart en hoofd verbinden in het doen: ontwikkelingssamenwerking biedt een ultieme mogelijkheid om dit te leren en het mes snijdt aan twee kanten. Er wordt ontwikkeld door alle betrokkenen mits de maskers afgaan.

“Vrede in elke situatie dat is overgave als ultieme levenskunst”

Vanuit Here Bugu wensen wij iedereen een Goede Kersttijd en een Gevleugeld 2011

woensdag 1 december 2010

"Waar ga jij heen? Ik ga naar - Here Bugu- toe"

God heeft de mens slechts geschetst, het is op aarde dat een ieder zich creëert. (Bambara spreekwoord)


Tijdens het schoonmaken van de maïskolven verloochent Kaziem zijn Dogon achtergrond niet, hij verkleedt zich spontaan als een Dogondanser met de bladeren.

"De ochtendstond heeft goud in de mond"
Als kind hield ik ontzettend van spreekwoorden en gezegden. De taal van mijn vader was er mee doorspekt. “Wie het onderste uit de kan wil, krijgt het lid op de neus”, “in zeven sloten tegelijk lopen”, “de pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet”. Ik had een levendige fantasie en stelde het me allemaal voor. Welk lid, hoe doe je dat, in zeven sloten tegelijk lopen, waarom verwijt de pot de ketel? In onze huidige taal zijn de spreekwoorden schaars geworden. Het intellect houdt niet zo van beelden en metaforen. Wie schetst mijn verrukking om te ontdekken dat in de Malinese maatschappij en zeer eenvoudige (doch moeilijk te leren) taal de spreekwoorden en gezegden nog een grote rol spelen. “Wie de ander ontmoet moet de ogen openen, niet de mond”, “hoe lang een stuk hout ook in het water ligt, nooit wordt het een kaaiman”. ( Mijn vader: “wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje”). “De mond is klein, maar zijn lucht, het woord, draagt ver”. “Ieder woord klopt aan je deur met zijn raadsel, als je er voor openstaat overlaadt het je met rijkdom”. “Als je rijk maar niet gul bent, is het alsof je niets hebt”


"hij zoekt het lid"

“Geld is goed, de mens is beter want die antwoordt als je hem roept”
Mijn allereerste bezoek aan Mali, april, mei 2006. Met Baba bezoek ik de nederzetting van de Bella in de buurt van Mopti. We zitten onder het afdakje van zwart plastic en oude rieten matten van de chef Adjoda. Ik voel verzet, het is te heet, te vies, nooit eerder zag ik zo’n armoede. Baba vraagt me te luisteren en vertaalt. Adjoda vertelt het verhaal van de Bella, de voormalige slaven van de Toeareg, mensen zonder eigen familienaam, zonder geboortepapieren, verschoppelingen in de maatschappij, vogelvrijen. En dan zegt de chef: ”ik vraag niet om geld, ik vraag om verwanten”. Dat raakt bij mij een snaar en Stichting Rondom Baba wordt geboren.


Dialangou toen


Adjoda de chef

“Delen! Dat is het sleutelwoord, het kernwoord!”
Ik ben ongeduldig. De beelden die ik in mijn hoofd heb wil ik direct omzetten in realiteit. Maar Afrika is anders. “Hij die geduld heeft kan een steen laten koken, mits degene die het vuur onderhoudt ook geduldig is”. De traditionele gemeenschap is hier de drager van de ontwikkeling. De sociale verplichtingen hebben altijd prioriteit boven de economische. Het klimaat en de ziektes, geboorte en dood regeren het leven. De eerste jaren hebben we kunnen werken en bouwen door grote bijdragen van fondsen. Here Bugu is ontstaan, een oase waar mensen van verschillende etnische groeperingen samenleven en werken, waar nieuwe samenwerkingsvormen ontstaan zonder de oude te schenden. Steeds meer mensen sluiten zich aan. Het is een gewaagde onderneming. De opbouw van een gemeenschap die de ontwikkeling van kleine bedrijfjes met kansarme mensen kan dragen. Voor dit proces, dat stapje voor stapje gaat en dat alle aspecten van het leven omvat, is geduld nodig, vertrouwen en...... geld. “Haast doet de bestemming niet dichterbij komen”
Fondsen betalen voor projecten, een school, een put, een generator enz. Vrienden hebben we nodig voor de zaken die het proces ondersteunen. De salarissen van de medewerkers, het onderhoud van de behuizing en de auto’s, de dieselgenerator voor stroom, het eten, het onderhoud van de dieren en planten, de opbouw van de gemeenschap. In Nederland stuurde ik een brief aan naaste vrienden met de vraag mee te doen met een kleine bijdrage per maand. Zie: vriendenbrief Here Bugu in de mail.

“Er bestaat geen groter geluk dan de komst van een gast in vrede en vriendschap”
Verschillende gasten passeerden de afgelopen maand Here Bugu en een aantal zullen nog volgen. Sommigen bleven korter, andere langer, sommigen komen weer terug. Roy, Jip, Edwin en Mark van Road to Nigeria kwamen langs met hun grote bus om te helpen en bleven 10 dagen.
Veel gesprekken, veel ervaringen uitwisselen met Roy, die lang in Afrika woonde en werkte, heerlijk om ze rond te leiden op Here Bugu en in de omgeving, bezoeken aan Dialangou, uitstapjes op de Niger en naar Djennee, samen koken en eten. Uit de bus kwamen allerlei verrassingen. Een pak franse informatieve boeken over het leven op het Afrikaanse platteland, over het houden van kippen, eenden, konijnen, schapen en nog veel meer van Agromisa/Wageningen o.a. voor een documentatiecentrum in Sevaré. Twee dozen met 3000 condooms. Medicijnen en verbandmiddelen. Dropjes!
Ze hielpen met het repareren van de auto samen met de mecanicien uit Mopti,

met het pellen van de maïs, ze leerden goocheltrucjes aan Baba en lezen aan Sedou.
Wat de condooms betreft hadden we twee voorlichtingsbijeenkomsten, één voor de jongeren om Here Bugu en één op Dialangou. Baba bleek, vanuit zijn jarenlange ervaring, een meester in het voordoen van condoomgebruik met behulp van een houten penismodel, Jip en Edwin deden een theaterstukje als man en vrouw over het gebruik. In Dialangou was het heel spannend want behalve de jongeren waren ook de oude mannen, de imam (die wegliep), heel veel kinderen en vrouwen aanwezig. Achteraf bleek het toch een groot succes en de condooms vinden hun bestemming.


Jip en Edwin doen het voor...


Baba doet het voor.....

een deelnemer doet het voor.....

“Verfijnde gebaren verraden verfijnde gevoelens”


“Wat wij dansen? Het leven!”
65 Dogonvrouwen uit de naaste omgeving van Here Bugu die wekelijks een bijeenkomst hebben, kondigden aan dat ze ook bij Here Bugu horen en dat wilden komen vieren met een dansfeest. Overdag werden schalen met gembersap klaargemaakt en in het ijs gezet. Ze kwamen met twee mannen die opzwepend speelden op de “talking drums” terwijl twee vrouwen op de kalebas het ritme aangaven. Steeds treden een paar vrouwen in de danskring en de dansen zitten vol verborgen betekenissen. Baba eindigde het feest met een verhaal over Here Bugu en de Stichting.


Dogondansen. het bovenlijf stil, de voeten trappelen, om de slappe lach van te krijgen

"Als je echt wilt aankomen heb je de helft van de weg al afgelegd"
Soms twijfel ik. doen we het wel goed, gaat het snel genoeg, gaan we het halen, hou ik het vol! Maar dan komen er gasten. En die zijn onverdeeld diep onder de indruk, ze zeggen het en ik zie het aan ze. Ze schrijven lovende woorden in het gastenboek, beloven erover te vertellen in Nederland, voelen zich direct thuis en opgenomen in de omgeving en onder de mensen, geloven in het concept van gemeenschapsvorming om van daaruit en op basis daarvan kleine bedrijfjes op te bouwen. Dat geeft moed en vertrouwen.
De regentijd was zwaar dit jaar, het heeft bouwactiviteiten vertraagd, sommige bomen omgevallen, de pindaoogst vernield, cementvoorraad aangetast en het gastenhuisje ingestort. Veel gierstoogst in de omgeving is mislukt. Wij oogsten voor het eerst hibuscus, de rode blaadjes waarvan je heerlijke bisap kunt maken en mais. De voorbereidingen zijn bezig voor een grote vijver voor viskweek, een grote kippenstal.

het plukken van de hibiscusblaadjes, een tijdrovend werk


bij de buren wordt de gierst gestampt met zijn vieren in een houten vijzel

De tuinen worden opnieuw omgespit en voorzien van kompost. Daarna het zaaien van uien, sla, sperziebonen, wortelen, enz. Het verzorgen van alle aanplant, veel papaja's, medicinale kruiden. Het gaat heel langzaam want er is geen geld om mankrachten te betalen. De schapen hebben hun injecties tegen allerlei ziektes gehad en zijn gewassen, evenals Nicolas het paard. We zoeken nu ook naar fondsen in Mali, niet eenvoudig. De auto heeft erg geleden door het water en de modder, er moeten nieuwe onderdelen komen uit Nederland waar Rijk en Jolanda van RV4wheeldrive uit Harderwijk me bij helpen.
Er komen nog veel meer gasten de komende maanden. Musbaba was er een week en we maakten samen muziek. Kortom het is een levendig geheel. Jip Keijzer schreef een bericht over zijn bezoek op zijn blog: http://roadtonigeria.wordpress.com/

Carly, Nol,Ineke en Fred uit Castricum

"Wat in het vat zit verzuurt niet"
Drie jaar geleden ontmoetten Baba en ik Pieter Ploeg in Nederland en maakten we een ambitieus plan voor een theatertoer op een boot over de Niger. Het ging niet door, Pieter ging een jaar YIP doen in Zweden. The international Youth Initiative Program, a new social entrepreneur training for youth (18-25) who want to create a positive social change in the world. Nu is er overleg of er een groep internationale studenten binnenkort hier een maand stage komt doen. Via Pieter. Hoop dat het doorgaat.

Baba was afgelopen week in Bamako. Hij was uitgenodigd deel te nemen aan een werkgroep die onder andere ging over de samenwerking en problemen tussen de donateurs (grote fondsen uit het westen, deze werkgroep was gefinancierd uit de pot van nederlands geld van onze regering) en de lokale N.G.O.'s (niet gouvermentele organisaties) die het geld moeten besteden. Aan beide kanten zijn frustraties. Baba had een aparte rol. Hij kan ook niet goed overweg met de werkwijze van de N.G.O's
maar ziet ook dat de eisen die het westen aan het geld verbind vaak niet passen bij de afrikaanse mentaliteit. Een van de problemen bij N.G.O.'s is de status waarvan zij vinden dat die hoort bij een werknemer van een N.G.O. Een goed salaris, een auto, een kantoor enz. enz. Dan worden Malinese, gestudeerde experts uitgenodigd, die veel geld kosten en vanachter hun bureau de plannen maken en vaak ook helemaal niets snappen van de praktijk. Baba bezocht ook een project, gefinancierd door Amerika, en was enigszins geschokt door de grote hoeveelheid geld in verhouding tot wat er mee gedaan werd en de manier waarop. Rondom Baba heeft een totaal andere manier van werken. Wij zijn de experts en we trekken mensen aan uit de praktijk, de gewone man/vrouw met de levenservaring van de praktijk. We leven onder de bevolking. We staan open voor wie wil komen kijken, meewerken, leren, bijdragen. Onze cementen watertoren is ter plekke gemaakt, met vier kruiwagens, houten planken voor de bekisting en wat houtklemmen en trekt alom de aandacht. Gemaakt door kansarme jongeren die wat verdienen en leren. En ze leren niet alleen hoe te bouwen maar ook hoe je kunt samenwerken en leven op een humane en mensvriendelijke manier. Dat is de kracht van Here Bugu. Dat is de kracht van kleine particuliere initiatieven.



Zo, na deze laatste kleine uitwijding die niet mijn gewoonte is, rest ons iedereen in Nederland te groeten, een mooie decembermaand toe te wensen en
veel dank aan allen die reeds doneren. Maar ook een verzoek aan allen die deze blog lezen en het nog niet doen. De Bambara zegt:"geld is als een neushaar, als je hem uittrekt springen de tranen in je ogen".
maar een kleine bijdrage aan Here Bugu valt wel mee. En vind je het teveel gedoe met het uitprinten en zo: stuur me een mailtje en ik kom helpen!
yvonne

"Waar ga jij naar toe? Ik ga naar Here Bugu toe!" zingt Musbaba begeleidt door zijn nieuwe prachtige ngoni, jammergenoeg lukt het niet de video op mijn blog te krijgen, komt misschien nog.

de gebruikte spreekwoorden en gezegden komen uit:Sahara, stad en savanne van J.K.van de Werk en Wijsheid uit Afrika,365 dagen