kijk op youtube:
http://www.youtube.com/watch?v=Zt_K1I9jmRI
zaterdag 23 januari 2010
woensdag 20 januari 2010
Alleen maar vrede
Ini sogoma......... goedendag
N se........ dank je wel
Here be......... is de vrede met jou?
Here doron......... alleen maar vrede !
Dit is het begin van het dagelijks vele malen terugkerende begroetingsritueel. En vrede is wat Here Bugu uitstraalt. Na drie maanden (ik verhuisde op 10 oktober), waarin onafgebroken een stroom van activiteiten plaatsvond, is de rust ingetreden. De gasten zijn vertrokken. De vaste ploeg van Here Bugu doet zijn dagelijks werk zoals de planten en vruchtbomen watergeven, de moestuinen bewerken, het stro van de rijstvelden verzamelen met ezel en kar voor diervoeder, de schapen met de lammetjes verzorgen en de kippen, duiven en eenden. En spelen met de energieke pup Tjakko die zich met alles bemoeit. Na de regentijd en de korte periode met dragelijke temperaturen bereid het land zich voor op de lange, hete zomer.
Omgekeerde verrekijker
Over 10 dagen vertrek ik naar Zuid Afrika om daar met het hele gezin aanwezig te zijn bij het huwelijk van mijn zoon Anne.
Baba maakte zich zorgen over mijn fysieke gesteldheid na dit jaar van enorme krachtsinspanning. Hij vindt me te mager en te moe.“Als je bij je familie komt wil ik dat je er sterk en gezond uitziet, anders laten ze je niet terugkeren’. Dus is dit mijn derde rustdag die ik doorbreng in de hangmat, wandelend over het terrein, keuvelend met de dieren en de planten. Koumba, een kokkin uit Mopti kookt elke dag de lekkerste hapjes voor me, Salie doet de was, Lamie houdt met Sedou het huis schoon, de dieselgenerator die voor elektriciteit zorgt gaat om negen uur uit zodat ik vroeg in bed lig. Vandaag heb ik de doos met fotoos bekeken die ik heb meegenomen uit Nederland en het afscheidsboekje van mijn werk. Alsof ik door een omgekeerde verrekijker tuur naar mijn leven hiervoor, op een andere planeet. Het Afrikaanse leven is een enorme verandering in mijn bestaan, in mijn verhouding tot het leven. Je leeft bij de dag, in het moment. Elke dag brengt nieuwe, onverwachte avonturen en ontmoetingen. Iets voorbereiden, organiseren, is bijna onmogelijk want het is de realiteit van het moment die telt. Is het eten om 3 uur klaar dan is dat de realiteit en een opmerking als: ”we hadden toch 1 uur afgesproken” klinkt als misplaatste onvrede, als een ontkenning van het nu, als een blijven hangen in je voorstelling.
Mousbaba kijkt vanaf de boot naar de trekvogels die aan de kant van het Lac Debo overwinteren
Zoveel werk
Zes maanden geleden begonnen we met de ontginning van Here Bugu. Het woonhuis werd uitgebreid met een groot, overdekt terras en een keuken, er kwamen een kamer voor Marjamma, een gastenkamer met badkamer, een extern plas- en washuis voor de Malinese bezoekers, 3 toiletten, riolering, een waterkasteel met 5000 liter water dat door een moderne pomp, aangedreven door de zonnepanelen, elk moment opgepompt kan worden uit de put die aangelegd is. Een dieselgenerator voor de stroomvoorziening, waterleiding over het hele terrein.Een woning voor de gardien met aanbouw voor de arbeiders, een magazijn voor opslag van gereedschap en diervoeder, een grote hangar die omgetoverd kan worden tot klaslokaal, een gastenhuisje met twee kamers, omheinde moestuinen, een stenen muur ( half af) om het terrein. Alles met de hand gebouwd, met emmertjes cement die doorgegeven worden, praktisch zonder gereedschappen. Gebouwd door een grote groep voornamelijk jongeren zonder uitzicht op werk die graag betrokken willen blijven en thuis vertellen over wat ze hier allemaal meemaken en hoe we met elkaar omgaan.Er was een opleiding in het bouwen van windmolens, de eerste staat te draaien en kan het begin worden van een oplaadcentrum voor accu’s. En er was de workshop met uiteindelijk 3 nederlandse gasten. Er was een gigantisch feest bij de oprichting van de windmolen dat tevens een soort inauguratie werd van Here Bugu. Toespraken, bedanken, zegeningen, 4 schapen geslacht en flesjes cola en fanta voor iedereen. Muziek met Mousbaba en vrienden die een Here Bugu song maakten en dansen tot in de nacht. Een oudejaarsavond met jongeren uit de buurt, spelletjes en echt vuurwerk dat ik uit Bamako had meegenomen Er waren ook gasten uit verschillende windrichtingen en over één ding waren ze het allemaal eens:
Here Bugu doet zijn naam eer aan.
gastenhuisjes
elke maand een zak rijst en een zak gierst van elk 100 kilo vormen het baisvoedsel voor de medewerkers
het woonhuis met magazijn en gastenkamers rechts
de hangar op de achtergrond die tevens dienst doet als klaslokaal
de magazijnen voor gereedschappen en diervoeder
Here Bugu, dat zijn wij
Op maandagochtend komen we samen met de vaste bewoners en maken een rondje over het terrein en vertellen elkaar over de voortgang en over wat er gebeuren moet. Daarna zitten we op het terras en praten over het werk: Baba, Sedou de gardien, Salie zijn vrouw, Bokar en Ali, de tuinmannen en ik. Here Bugu: dat zijn wij. Het is voor hen nieuw dat ze zich mogen uitspreken, dat ze voorstellen mogen doen en vragen stellen. Schoorvoetend begint het op gang te komen. We leggen uit hoe belangrijk het is dat we onderling respectvol zijn en werkelijk “ here doron”, vol van vrede, omdat je dat merkt wanneer je het terrein oploopt. Dat iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid heeft en een deel is van het geheel.We eindigen met een soort islamitisch gebed en daarna geven we elkaar een hand.
Nu ik tot rust kom en rondloop en alles bekijk en tot me door laat dringen realiseer ik me dat mijn droom aan het uitkomen is. Here Bugu is een plaats waar de Europese bezoeker zijn hoofd leeg kan maken en zich laven aan de harteklop van het leven zonder “ja maar” en zonder “ik vind dat”. Het is een plek waar de Europese en de Afrikaanse cultuur elkaar kunnen ontmoeten in gelijkwaardigheid en het is een oase in de smeltkroes van het Malinese leven waarin het doen en laten van alledag voornamelijk geregeerd wordt door de strijd om te overleven.

euritmieoefeningen met de medewerkers

de windmolen gaat omhoog, Piet kijkt gespannen toe
de muziek op het feest
Peulen kijken toe
Marjamma
Marjamma was gekomen om hier het lyceum te bezoeken en om mee te doen in het hele bedrijf zodat zij in de toekomst daar ook deel van uit kon maken. In september bleek al dat er iets mis was met haar schoolpapieren. Mali is een land van bureaucratie en formaliteiten en alles wordt geregeld door Bamako. Met veel gedoe konden we haar toch op school krijgen maar begin januari waren de papieren er nog niet. Waar het precies aan ligt is nooit duidelijk geworden, Baba heeft er alles aan gedaan om de transfer van scholen geregeld te krijgen maar 1 januari werd zij opgehaald door haar oude schoolmeester, terug naar Segou, naar haar oude school en leven omdat zij anders haar school niet meer mag afmaken. Het was een droevig afscheid.
Tjakko
Tjakko jaagt op hagedissen en eet ze op. Hij vergiste zich een keer, een slang boog zich over zijn kop en beet hem in zijn nek precies onder zijn schedel. Hij kwam naar huis rennen, zijn kop helemaal zwart en zijn snuit zwol gevaarlijk op. De roze binnenkant van zijn bek donkerpaars. We wikkelden hem in een handdoek en reden met de kreunende pup naar een dierenarts in een hutje aan de kant van de weg. Hij kreeg een interveneuse injectie in zijn poot voor zijn hart en een shot antibioticum voor koeien uit Nederland in zijn bil. De arts had nog nooit een hond behandeld. Tjakko schreeuwde als een speenvarken en iedereen kwam kijken. Dit vreselijke ritueel moest drie ochtenden herhaald worden. Hij werd doodziek, zijn poot zwol enorm op en hij kon niet meer lopen. Sedou waste hem elke dag met warm water en belde regelmatig over de stand van zaken omdat ik inmiddels in Timbouctu was. Eenmaal opgeknapt stortte Tjakko zich vol overgave op het spelen met de lammetjes. Moeder schaap verkocht hem daarop zo’n oplawaai dat hij drie keer over de kop sloeg en een bult zo groot als een pingpongbal op zijn rug had. Sindsdien doet hij tikkertje met de schapen tot in huis aan toe, jaagt op de kippen van de buren, bevrijdt de ezel van zijn touw door het stuk te knagen, sleept met de schoenen van alle medewerkers en gasten en vermaakt iedereen met zijn fratsen behalve Baba die nog steeds vindt dat hij naar de hondenslager moet. Maar hij is de lieveling van Sedou die bij alles roept:
“het is nog maar een kind”.
Tjakko en Sedou spelen met zijn schoen. Een Afrikaan die speelt met een dier zie je hier niet vaak!
De workshop
Uiteindelijk was de groep drie dames groot met Baba, Mousbaba en ik als leiding. Na een rustige week op Here Bugu met djembeelessen, feesten, kalebaslopen en wat dies meer zij werd de canari gepakt voor het festival in de woestijn. Koemba, een waanzinnige Afrikaanse “leve de lol tante” ging mee als kokkin. Het festival was geweldig. Dit keer in de duinen naast Timbouctou vanwege de Alqaida dreiging. Daardoor waren er aanzienlijk minder toeristen wat verschrikkelijk is voor de organisatie. Maar de sfeer was opperbest en de muziek met de beste Malinese groepen ook. Rondom onze tenten ontstonden spontane muzieksessies met Mousbaba en zijn vriend Djigi Boembo als middelpunt. Daarna een tocht van 4 dagen per pinasse terug over de Niger. Volgend jaar organiseren we het weer. Het is een unieke kans om Mali op zijn allerbest mee te maken. Eén van de deelnemers zei: “het was grensverleggend en ik zal thuis nog vaak denken bij verschillende dingen “is dit nu werkelijk zo belangrijk”.
onderweg naar Timbouctou, wachtend op de pont. In het donker rijd je achteruit de pont op, een ingewikkelde klus vooral door de strijd met de touaregs die voordringen met hun vrachtautoos. We liepen dan ook een kleine schade op door een botsing met een Touareg, hetgeen voor het nodige tumult zorgde.
Baba kijkt waar de klap gevallen is
op het festival met links Yonne en Ankie, 2 van de deelnemers. Monique onbreekt op de foto
ons kampement
de kamelen liggen dichtbij
Touaregs op het festival
Koumba, de kokkin, in haar geimproviseerde keuken
muziek maken rondom de tent
de pinasse waarmee we terugvoeren naar Mopti
De toekomst
Even pauze. Maar dat betekent voor mij ook: jaarverslag, financieen, nieuwe plannen uitwerken en fondswerving. En daarna vakantie. Gek genoeg vlieg ik via Schiphol naar Kaapstad omdat intercontinentaal vliegen in Afrika heel ingewikkeld is.
Wens jullie allen een goed begin van het nieuwe jaar en Here doron, alleen maar vrede.
fotoos zijn van Monique, Mousbaba en Yvonne
woensdag 23 december 2009
Euritmie op Here Bugu en huilen met Marjama
Windmolens
Gedurende twee weken komen ’s morgens rond 8 uur acht mannen en twee vrouwen aan op Here Bugu voor de windmolenopleiding. Het is een mengeling van allerlei etnische groepen uit de samenleving. Twee mannen zijn Bella uit Dialangou. Bella worden in Mali behandeld als beesten, ze zijn degenen die niet meetellen, alleen nuttig voor slavenwerk. Verder zijn het Bozo, Moshi, Sonrai, Bambara. Er zijn allerlei onderlinge pikordes, “cousinages”, waar wij geen weet van hebben. Piet heeft zijn opleiding zó goed voorbereid dat iedereen voortdurend aan het werk is. Maar we zien ook dat de één gewoon het gereedschap van de ander afpakt, hem wegduwt en het werk overneemt. Mensen vallen soms uit de groep. In de afgelopen maanden heb ik al uitgebreid kennis gemaakt met de kwestie van “het respect”. Baba is chef de famille en dat betekent dat hij “respect” verdient. Dus kan hij niet samen eten met de anderen, kan hij niet meedoen in groepsactiviteiten want het is onmogelijk dat hij in aanwezigheid van anderen iets niet zou kunnen. Directe vragen kunnen niet aan hem gesteld worden, het gaat met neergeslagen blik en Baba’s wil is wet. Naast de vaardigheden die aangeleerd worden om de windmolens te bouwen moeten we ook zorgen dat er een stevige groep ontstaat die, als Piet weg is, het werk kan voortzetten. Een groep waarin iedereen er toe doet, die goed samenwerkt, waarin de mensen elkaar onderling steunen en aanmoedigen. We beginnen daarom de ochtend met oefeningen in de kring. Oefeningen die ik geleerd heb van de euritmielessen op de Vrije School. Deze oefeningen bevorderen coördinatie van hoofd en ledematen, samenwerking, concentratie, respect voor elkaar, respect voor de groepsdynamiek. Iedereen doet mee, ook Piet en Christian, Baba en de vaste medewerkers van Here Bugu. We doen klap en stampoefeningen in de kring, tellen met de voeten, lopen in een achtvorm waarbij je leert op de kruising iemand voor te laten gaan en vervolgens je zelf initiatief moet nemen en niet wachten totdat al de andere “respectvollere” voorbij zijn. Oefeningen in samentrekken van de kring en weer uit elkaar gaan als een regelmatige ademhaling. In het begin is het chaos, lachen, grappen maken. Maar langzaam ontstaat concentratie, iedereen is betrokken en begint te voelen wat er gebeurt. Iedereen zorgt dat hij erbij is. Mensen met ezelkarren die over de stoffige weg langsrijden kijken nieuwsgierig over de muur naar dit wonderlijke gebeuren. Baba zegt aan het eind van een ochtend met grote ogen: nu kun je voelen dat iedereen gelijk is. Sedou vergoelijkt Ali die het niet zo goed kan met: “hij is nog niet zo gecompliceerd in zijn hoofd”. Ze ontdekken dat je elkaar moet helpen en respecteren wanneer je samen een groep wilt zijn. Het windmolenproject lijkt een prachtig voorbeeld te worden van de wijze waarop we op Here Bugu met elkaar willen samenwerken. Dankzij Piet, die zich lang heeft voorbereid, financieel investeert en zijn vakantie hieraan besteed, dankzij de faciliteiten die we hier hebben kunnen opbouwen door de donaties uit Nederland, dankzij het bezoek aan Sekem in Egypte van Baba en mijzelf. Sekem heeft ons gesterkt in de opvatting dat economische ontwikkeling hand in hand moet gaan met sociale, culturele scholing en gemeenschapsvorming.
kinderen van de buren kijken nieuwsgierig toe
een deel van de kookdames

Piet aan 't werk
Marjamma
Iedere dag heeft zijn realiteit zegt Baba tegen me als ik ’s avonds uitgeput op een kruk zit. Vandaag was het extreem druk. Piet zei dat hij zich nooit had kunnen voorstellen dat het leven in Afrika zo enerverend is. Het is een komen en gaan op Here Bugu, de telefoon gaat voortdurend, de vrachtauto met zand en latheriet kiepert om, de een snijdt in zijn teen de ander in zijn hand, de vrouw van Sedou, 5 maanden zwanger, ligt op apegapen en heeft een dokter nodig, Ibrahim uit Dialangou komt voor een gesprek en microkrediet, Ali wordt ontslagen en een nieuwe Ali aangenomen, de kookdames komen met z’n zessen plus kinderen omdat het hier zo gezellig is, ze gooien de restanten van het eten in het perkje op het terras dat vervolgens vrolijk omgespit wordt door Tjakko, de auto’s rijden af en aan voor boodschappen en vervoer, Christian, één van de ingenieurs is doodziek en loopt koortsig tussen alles door met een thermometer in zijn mond, de financiën moeten op orde zijn voordat ik Baba geld geef voor nieuwe spullen, rapporten de deur uit, de diesel is op voor de generator dus geen elctriciteit voor Piet, het toilet is verstopt en veroorzaakt vreselijke stank en een vliegenplaag in het huis, de loodgieter hakt een groot ontluchtingsgat in de muur, de één wil suiker en thee, de ander een pleister en dan............. is het alweer zeven uur en pikdonker en heb ik vergeten Marjamma op te halen van school.
Marjama van zeventien, mijn mooie pleegdochter uit het dorpje Farako. Zij gaat naar het lyceum in Village Can. (de komst van de eventuele tweede pleegdochter is afgeblazen) Om 7.30 vertrekt zij, loopt 40 minuten over de zandweg naar school, komt tussen de middag thuis om te eten en loopt ’s middags weer op en neer. Op maandag eindigt de school om zes uur als het al donker is en ik heb beloofd haar op te halen want ze is doodsbang alleen in het donker op de weg hier naar toe. Ze heeft vandaag niet gegeten want de kookdames kwamen 2 uur te laat dus is ze zonder dat ik het in de gaten had weer vertrokken. Ze is heel bescheiden, vraagt niet om een extra deken als ze het ’s nachts koud heeft, klaagt nooit over vermoeidheid of de pijn in haar voeten van het lopen, zit elke avond uren te leren, houdt alle jongens op afstand omdat ze verder wil komen in haar leven, straalt zoals je zelden iemand ziet stralen als je iets liefs voor haar doet. En nu vind ik haar in het donker halverwege de weg hiernaar toe, helemaal overstuur. En ik ook natuurlijk want na deze dag zitten de tranen bij mij hoog. Met de armen om elkaar heen lopen we huilend naar huis.
een brommer
Vanmorgen heb ik een kloek besluit genomen. Er wordt een brommer gekocht voor Here Bugu, ook al is daar niet op gerekend in de begroting, zodat niet iedereen van mij afhankelijk is voor vervoer. Marjamma kan gehaald en gebracht worden door Sedou, hij kan ermee naar de markt voor de boodschappen voor het eten of als er andere dingen nodig zijn en gasten kunnen er ook gebruik van maken. Het geeft mij heel veel ruimte en als ik er niet ben kan het leven gewoon doorgaan hier.
Voor de kerstdagen, als ik onderweg ben naar Bamako om gasten op te halen, nodigt Marjamma een vriendin uit om hier te logeren en bij de komende workshop doet ze mee met de muzieklessen en helpt me als tolk tot de schoolvakantie voorbij is, Musbaba zal haar tijdens zijn verblijf hier computerles geven.
We halen allemaal opgelucht adem en Makan, de broer van Baba is al op brommerjacht.
en daar istie dan.....
Sedou heeft snoepjes uitgedeeld als "benediction" want een moter is een duivels ding dus dat moet afgekocht worden!
dinsdag 15 december 2009
windmolens en vrouwenbillen
Hoekijzers en plaatstalen
Er bestaat en televisieprogramma waar een groep mensen gedropt wordt op één of andere plek en daar een bijna onmogelijke opdracht zo snel mogelijk moet uitvoeren. Zo voelde ik mij de 4 dagen dat ik met Piet Willem Chevalier kris kras door Bamako toog op zoek naar de materialen voor zijn windmolens.
Piet, de ingenieur van Siemens die hier een cursus komt geven in het bouwen van windmolens, is in Mali aangekomen. Ik heb hem opgehaald in Bamako met de Canari. Piet heeft deze cursus een jaar voorbereid. Het gaat om professionele windmolens die te maken zijn van materiaal dat hier te krijgen is uitgezonderd de hars voor polyester. In Bamako is ook een container aangekomen met gereedschappen en onderdelen voor de voorbeeldmolen. Gewapend met lange lijsten met materialen die gekocht moeten worden en een laptop met foto’s trekken we rond door het knetter chaotische verkeer onder leiding van Musbaba en zijn broer Seriba die mecanicien is in het leger. Uren brengen we door op markten van auto-onderdelen, schrootijzer, ijzerwaren en houtopslag. Het zijn de zwartste, smerigste plekken stinkend naar vuil en pies. Op zoek naar hoekijzers, ijzeren platen, staven van verscheidene millimeters dik en breed, ijzeren pijpen, klemmen, bouten, moeren, spanningsregelaars, verwarmingelementen, ijzeren kabels en kettingen. En dan moeten er ronde schijven gezaagd worden uit de dikke ijzeren platen en gaten er ingeboord op de millimeter nauwkeurig. We belanden in de hallen van de mecaniciens van het leger en installeren ons tussen de machines met foto en filmcamera, worden er door een oververhitte sergeant uitgeknikkerd maar na een demonstratie van Piet weer binnengehaald. Iedereen raakt in de ban van de windmolens en wil de opleiding volgen om een windmolen te bouwen voor zijn moeder in een afgelegen dorp. Met een zwaarbeladen canari gaan we huiswaarts, 750 km over een asfaltweg met onverwachte gaten en hobbels. Eenmaal thuis op Here Bugu komt ook Christian, een Duitse ingenieur uit Kameroen aan die Piet, die voornamelijk engels spreekt, komt versterken. We hebben nog vijf dagen om alles klaar te maken en het blijkt te kort. Ik krijg een nieuwe aanval van malaria, dit keer met vreselijke spierpijn en Piet krijgt de bekende Mali buikloop nadat hij kip gegeten heeft in Bar Bozo. De hangar op de hof krijgt een rieten dak en wanden van rieten matten waardoor het een echt klaslokaal wordt met de beamer en een schoolbord. Er zijn drie grote houten werktafels getimmerd en de proefmolen is opgesteld. Mijn huis is vol met ingenieur, laptops, en alle stopcontacten vol met oplaadapparaten. Gisteren is de cursus begonnen. 10 cursisten, waarvan een aantal analfabeten, 2 jonge vrouwen, gedeeltelijk geen Frans sprekend, voornamelijk kansarme jongeren, arriveren om 8 uur ’s ochtends. We doen natuurlijk eerst een balspel in de kring en daarna theorielessen. De rest van de dag wordt getekend,gezaagd, gebeiteld, geboord, gelast, geschaafd en geschuurd. Er is een houtgroep en een ijzergroep die wisselen. Om 1 uur komen drie prachtige dames eten brengen en wordt er gezamenlijk gegeten. Dit alles is de start van een klein windmolenbedrijf dat in de toekomst afgelegen dorpen van windmolenenergie kan gaan voorzien. Er komen mensen op bezoek om te kijken, Tjakko, de herderpup rent er tussendoor, Sedou de gardien staat er met zijn neus bovenop en ook Ali en Bokar de twee Here Bugu arbeiders komen zoveel mogelijk kijken. Zij zijn intussen bezig met het aanleggen van de grote moestuin. Baba en ik rijden af en aan met mensen en materialen. Kortom Here Bugu in vol bedrijf.

Piet legt in de kazerne uit hoe de gaten geboord moeten worden

overleg in de kazerne over de cursus

Musbaba en Piet eten tussendoor een Malinees hapje

eerste uitleg over het principe van de windmolen

echt aan het werk
Mannenbillen en vrouwenbillen
In de Islam mogen mannen en vrouwen niet gemengd bidden. Het gebeurt gescheiden of de vrouwen moeten achter de groep mannen plaatsnemen op hun matjes. Het gaat erom dat mannen anders erotisch afgeleid worden door de vrouwenbillen voor hen en dan niet meer goed kunnen bidden. Het wezen van de vrouw is dus dat zij de man verleidt en het wezen van de man dat hij zich laat verleiden. Als een vrouw zich laat verleiden door een man is ze slecht en als een man zich laat verleiden door een vrouw dan is dat zijn aard waar hij niets aan kan doen: dus moet de vrouw altijd op de achtergrond blijven. Tabaksi, het grote islamitische slachtfeest, wordt begonnen in het stadion van Mopti met een gezamenlijk gebed. Ik zat op de tribune tussen de vrouwen en keek neer op de duizenden mannenbillen op het grote gazon voor ons. Maar ja, dat kwam alleen maar omdat ik niet met mijn voorhoofd op de grond lag anders had ik ze niet gezien.

de erotiserende mannenbillen
De verneving van Bozoos en Dogons in het dagelijks leven
Casiem, zoontje van Sedou, loopt luidkeels jammerend rond. Hij heeft een pak slaag van zijn moeder gekregen. Hij was bovenop Ali gesprongen, een jonge knul van een jaar of 18, die één van onze vaste arbeiders is. Ali lag naast zijn hut te slapen toen Casiem bovenop hem is gesprongen als uitnodiging om te spelen. Maar, zegt Sedou geëmotioneerd, Ali is een Bozo en wij zijn Dogon. Als Casiem Ali bezeerd zou hebben dan wacht ons een groot ongeluk òf eeuwige armoede òf vreselijke ziektes. Het gezicht van Sedou staat bezorgd, hij zucht en zegt ik zal het je uitleggen. Mijn grand frère was op stap met een Bozo, (de vissers in Mali) en ze hadden al lang geen eten gehad en stierven bijna van de honger. En toen heeft de Bozo een stuk uit zijn kuit geneden, helemaal tot op het bot en dat heeft mijn grand frère opgegeten. Sindsdien is er een “verneving”, cousinage, tussen de Dogon en de Bozo. En een Dogon mag een Bozo nooit iets aandoen want dat heeft vreselijke gevolgen. Sedou vertelt het verhaal met grote heftigheid en doet alles voor zoals het moet zijn toegegaan. Ik probeer het geconcentreerd te volgen en hang aan zijn lippen. Sedou heeft geen school gehad, hij is een self made men en zijn frans is heel bijzonder. Zo spreekt hij elke “p” uit als een “f” en andersom en de grammatica is ook heel anders waardoor ik creatief moet luisteren. Langzaam dringt tot me door dat het verhaal zich niet heeft afgespeeld in zijn familie maar duizenden jaren geleden. Voor Sedou echter is het de realiteit van vandaag en zijn hele leven hangt aan elkaar van oorzaken en gevolgen die voortleven in de legendes van zijn volk. Tegelijkertijd is hij iemand die in alles geïnteresseerd is van het moderne leven. Vaak komt hij ’s avonds bij me op het terras zitten en leent een boek met foto’s die hij stuk voor stuk bestudeerd en er vragen over stelt. Skype vindt hij ook heel interessant. De avond voordat ik naar Nederland vertrok kwam hij binnenlopen en vroeg of hij met mijn zoon Anne kon spreken via skype. Op mijn vraag waarom zei hij gedecideerd dat het nodig was. Ik zette de skype aan en hij ging recht voor het beeld zitten. Toen Anne verscheen zei hij in zijn beste Frans tegen Anne dat mijn aanwezigheid in Mali heel belangrijk was en of Anne toestemming zou geven dat ik weer terug zou komen. “Ze moet terugkomen want ze is nu onze familie." Na het positieve antwoord van Anne kon hij gerustgesteld gaan slapen in de wetenschap dat hij zijn baan als gardien van Here Bugu zou behouden.
Sedou maakt 3 maal per nacht een ronde om mijn huis met een mes zo groot als een zwaard. Als ik ’s avonds iemand van het busstation moet halen is het ondenkbaar dat ik de tocht door de “brousse” alleen zou maken. Sedou zit naast me met zijn zwaard om me te verdedigen tegen iedere soort van bandiet die me maar zou kunnen bedreigen.

Sedou op feestdagen met de buurman

en tot slot Tjakko, een stoute pup en toekomstige waakhond van Here Bugu
Er bestaat en televisieprogramma waar een groep mensen gedropt wordt op één of andere plek en daar een bijna onmogelijke opdracht zo snel mogelijk moet uitvoeren. Zo voelde ik mij de 4 dagen dat ik met Piet Willem Chevalier kris kras door Bamako toog op zoek naar de materialen voor zijn windmolens.
Piet, de ingenieur van Siemens die hier een cursus komt geven in het bouwen van windmolens, is in Mali aangekomen. Ik heb hem opgehaald in Bamako met de Canari. Piet heeft deze cursus een jaar voorbereid. Het gaat om professionele windmolens die te maken zijn van materiaal dat hier te krijgen is uitgezonderd de hars voor polyester. In Bamako is ook een container aangekomen met gereedschappen en onderdelen voor de voorbeeldmolen. Gewapend met lange lijsten met materialen die gekocht moeten worden en een laptop met foto’s trekken we rond door het knetter chaotische verkeer onder leiding van Musbaba en zijn broer Seriba die mecanicien is in het leger. Uren brengen we door op markten van auto-onderdelen, schrootijzer, ijzerwaren en houtopslag. Het zijn de zwartste, smerigste plekken stinkend naar vuil en pies. Op zoek naar hoekijzers, ijzeren platen, staven van verscheidene millimeters dik en breed, ijzeren pijpen, klemmen, bouten, moeren, spanningsregelaars, verwarmingelementen, ijzeren kabels en kettingen. En dan moeten er ronde schijven gezaagd worden uit de dikke ijzeren platen en gaten er ingeboord op de millimeter nauwkeurig. We belanden in de hallen van de mecaniciens van het leger en installeren ons tussen de machines met foto en filmcamera, worden er door een oververhitte sergeant uitgeknikkerd maar na een demonstratie van Piet weer binnengehaald. Iedereen raakt in de ban van de windmolens en wil de opleiding volgen om een windmolen te bouwen voor zijn moeder in een afgelegen dorp. Met een zwaarbeladen canari gaan we huiswaarts, 750 km over een asfaltweg met onverwachte gaten en hobbels. Eenmaal thuis op Here Bugu komt ook Christian, een Duitse ingenieur uit Kameroen aan die Piet, die voornamelijk engels spreekt, komt versterken. We hebben nog vijf dagen om alles klaar te maken en het blijkt te kort. Ik krijg een nieuwe aanval van malaria, dit keer met vreselijke spierpijn en Piet krijgt de bekende Mali buikloop nadat hij kip gegeten heeft in Bar Bozo. De hangar op de hof krijgt een rieten dak en wanden van rieten matten waardoor het een echt klaslokaal wordt met de beamer en een schoolbord. Er zijn drie grote houten werktafels getimmerd en de proefmolen is opgesteld. Mijn huis is vol met ingenieur, laptops, en alle stopcontacten vol met oplaadapparaten. Gisteren is de cursus begonnen. 10 cursisten, waarvan een aantal analfabeten, 2 jonge vrouwen, gedeeltelijk geen Frans sprekend, voornamelijk kansarme jongeren, arriveren om 8 uur ’s ochtends. We doen natuurlijk eerst een balspel in de kring en daarna theorielessen. De rest van de dag wordt getekend,gezaagd, gebeiteld, geboord, gelast, geschaafd en geschuurd. Er is een houtgroep en een ijzergroep die wisselen. Om 1 uur komen drie prachtige dames eten brengen en wordt er gezamenlijk gegeten. Dit alles is de start van een klein windmolenbedrijf dat in de toekomst afgelegen dorpen van windmolenenergie kan gaan voorzien. Er komen mensen op bezoek om te kijken, Tjakko, de herderpup rent er tussendoor, Sedou de gardien staat er met zijn neus bovenop en ook Ali en Bokar de twee Here Bugu arbeiders komen zoveel mogelijk kijken. Zij zijn intussen bezig met het aanleggen van de grote moestuin. Baba en ik rijden af en aan met mensen en materialen. Kortom Here Bugu in vol bedrijf.
Piet legt in de kazerne uit hoe de gaten geboord moeten worden
overleg in de kazerne over de cursus
Musbaba en Piet eten tussendoor een Malinees hapje
eerste uitleg over het principe van de windmolen
echt aan het werk
Mannenbillen en vrouwenbillen
In de Islam mogen mannen en vrouwen niet gemengd bidden. Het gebeurt gescheiden of de vrouwen moeten achter de groep mannen plaatsnemen op hun matjes. Het gaat erom dat mannen anders erotisch afgeleid worden door de vrouwenbillen voor hen en dan niet meer goed kunnen bidden. Het wezen van de vrouw is dus dat zij de man verleidt en het wezen van de man dat hij zich laat verleiden. Als een vrouw zich laat verleiden door een man is ze slecht en als een man zich laat verleiden door een vrouw dan is dat zijn aard waar hij niets aan kan doen: dus moet de vrouw altijd op de achtergrond blijven. Tabaksi, het grote islamitische slachtfeest, wordt begonnen in het stadion van Mopti met een gezamenlijk gebed. Ik zat op de tribune tussen de vrouwen en keek neer op de duizenden mannenbillen op het grote gazon voor ons. Maar ja, dat kwam alleen maar omdat ik niet met mijn voorhoofd op de grond lag anders had ik ze niet gezien.
de erotiserende mannenbillen
De verneving van Bozoos en Dogons in het dagelijks leven
Casiem, zoontje van Sedou, loopt luidkeels jammerend rond. Hij heeft een pak slaag van zijn moeder gekregen. Hij was bovenop Ali gesprongen, een jonge knul van een jaar of 18, die één van onze vaste arbeiders is. Ali lag naast zijn hut te slapen toen Casiem bovenop hem is gesprongen als uitnodiging om te spelen. Maar, zegt Sedou geëmotioneerd, Ali is een Bozo en wij zijn Dogon. Als Casiem Ali bezeerd zou hebben dan wacht ons een groot ongeluk òf eeuwige armoede òf vreselijke ziektes. Het gezicht van Sedou staat bezorgd, hij zucht en zegt ik zal het je uitleggen. Mijn grand frère was op stap met een Bozo, (de vissers in Mali) en ze hadden al lang geen eten gehad en stierven bijna van de honger. En toen heeft de Bozo een stuk uit zijn kuit geneden, helemaal tot op het bot en dat heeft mijn grand frère opgegeten. Sindsdien is er een “verneving”, cousinage, tussen de Dogon en de Bozo. En een Dogon mag een Bozo nooit iets aandoen want dat heeft vreselijke gevolgen. Sedou vertelt het verhaal met grote heftigheid en doet alles voor zoals het moet zijn toegegaan. Ik probeer het geconcentreerd te volgen en hang aan zijn lippen. Sedou heeft geen school gehad, hij is een self made men en zijn frans is heel bijzonder. Zo spreekt hij elke “p” uit als een “f” en andersom en de grammatica is ook heel anders waardoor ik creatief moet luisteren. Langzaam dringt tot me door dat het verhaal zich niet heeft afgespeeld in zijn familie maar duizenden jaren geleden. Voor Sedou echter is het de realiteit van vandaag en zijn hele leven hangt aan elkaar van oorzaken en gevolgen die voortleven in de legendes van zijn volk. Tegelijkertijd is hij iemand die in alles geïnteresseerd is van het moderne leven. Vaak komt hij ’s avonds bij me op het terras zitten en leent een boek met foto’s die hij stuk voor stuk bestudeerd en er vragen over stelt. Skype vindt hij ook heel interessant. De avond voordat ik naar Nederland vertrok kwam hij binnenlopen en vroeg of hij met mijn zoon Anne kon spreken via skype. Op mijn vraag waarom zei hij gedecideerd dat het nodig was. Ik zette de skype aan en hij ging recht voor het beeld zitten. Toen Anne verscheen zei hij in zijn beste Frans tegen Anne dat mijn aanwezigheid in Mali heel belangrijk was en of Anne toestemming zou geven dat ik weer terug zou komen. “Ze moet terugkomen want ze is nu onze familie." Na het positieve antwoord van Anne kon hij gerustgesteld gaan slapen in de wetenschap dat hij zijn baan als gardien van Here Bugu zou behouden.
Sedou maakt 3 maal per nacht een ronde om mijn huis met een mes zo groot als een zwaard. Als ik ’s avonds iemand van het busstation moet halen is het ondenkbaar dat ik de tocht door de “brousse” alleen zou maken. Sedou zit naast me met zijn zwaard om me te verdedigen tegen iedere soort van bandiet die me maar zou kunnen bedreigen.
Sedou op feestdagen met de buurman
en tot slot Tjakko, een stoute pup en toekomstige waakhond van Here Bugu
vrijdag 20 november 2009
Le grand frère de mon grand frère est mon grandfrère
Nederland
Eind oktober, drie dagen voor mijn vertrek naar Nederland, ben ik eindelijk verhuisd naar Here Bugu. De verhuizing was gepland in augustus en mijn vriendin Monique was gekomen om te helpen. Week in week uit werd de verhuizing verdaagd naar “morgen”. Er werd heel hard gewerkt, aan de watervoorziening, de elektriciteit via zonnepanelen en dieselgenerator, aan de behuizing van mens en dier, aan het muggendicht maken van het terras, kortom aan alles wat nodig was opdat een toebab hier kan overleven. Maar ik wilde verhuizen voordat ik vertrok dus leende ik een grote bus van Willem Snapper en op een ochtend kwam ik met de eerste lading vrolijk het terrein oprijden. De paniek was groot. Ik had wel steeds geroepen dat ik zou komen maar dat ik het echt zou doen! Dan moest er eerst een koe geslacht en feest gevierd. Maar toch iedereen zette alles op alles. Intussen lag Monique ter plekke aan een infuus vanwege malaria, poepte en plaste de pup vrolijk in het rond, bleek de dieselgenerator te hoog afgesteld en ging ‘s nachts alles bijna in de fik en vergat iemand de zonnepanelen aan te zetten waardoor er geen water was. En zo vertrok ik snikkend nadat ik met een zaklampje mijn spullen had gepakt en mijn paspoort gezocht want de bus naar Bamako vertrekt erg vroeg. Monique heeft het tijdens mijn afwezigheid niet makkelijk gehad om hier te overleven met het gecompliceerde malinese leven terwijl ze ook herstellend was..
Nederland was een drukke tijd en net of ik nauwelijks was weggeweest. Heerlijk om de kinderen, Bertram en familie te zien, spannend de vele gesprekken over de toekomst van Rondom Baba. Heerlijk om weg te kruipen onder de dekens en de frisse lucht op te snuiven. Terugkomen was gelukkig ook weer fijn. Je weet het tenslotte maar nooit. Bij terugkomst bleek ik me vertrouwder te voelen dan daarvoor, het is goed te merken dat ik me thuis voel.

bijna de hele familie bij elkaar, Anne, Mans, Pam, Lisa, ikzelf, Alex, Kaarina en Bertram.(Tijs van Lisa ontbreekt)
Grand frères
Iedereen die hier op Here Bugu werkt zegt dat hij een grand frère of een petit frère van Baba is. Volgens Marjamma komt dat omdat Baba een bekende man is. Als je arm bent (en dat gaat hier niet alleen om geld) en weinig aanzien hebt, dan heb je niet zoveel broers en zussen. Het geeft iets aan over de verantwoordelijkheid van Baba want iedereen die tot je familie behoort moet je helpen. Vandaar dat op tijd komen voor Baba buitengewoon moeilijk is want op weg naar Here Bugu komt hij veel grand frères tegen. Het begroetingsceremonieel neemt al 5 minuten in beslag, intussen gaat 10 keer zijn telefoon en dat wordt allemaal beantwoord, er moet ook nog gebeden worden en dan kan het voorkomen dat hij de afspraak van 9 uur ’s ochtends die dag niet haalt. Zijn verbazing over mijn verontwaardiging is oprecht. “Waarom laat je mij wachten” roep ik gefrustreerd uit,”je kunt me toch even bellen dat het later wordt”. “Maar we hadden niet afgesproken dat je moet wachten” zegt hij, “je moet gewoon doen wat op dat moment voor jou aan de orde is”. “Ja maar dan kun je niks plannen, dan komen we nergens, ik moet je nu spreken”. Hij denkt na en zegt, ”ok morgen”.
Inmiddels ben ik er achter dat morgen in het malinees alleen maar ”niet nu” betekent.
Maar om op de broers terug te komen, wat wij een broer noemen is geen grand frère maar een frère du lait dwz hij heeft van dezelfde melk gedronken. Dit verschil lijkt overigens vooral voor mijn oriëntatie belangrijk te zijn. Vandaar dat ik voor de zekerheid vraag wanneer er weer een broer wordt voorgesteld ”van dezelfde melk....of...?”
Een malinees heeft ook een heleboel moeders, want de moeder van je vriend of vriendin is ook je moeder. Door dit uitbundige gevoel voor familieverbanden heb ik inmiddels een heel aantal broers en zussen erbij en ben ik maman, tanti of ouder van een respectabel aantal kinderen.
Het probleem doet zich daarbij wel voor, dat ze vergeten mij op de hoogte te stellen, zodat ik in de meeste gevallen mijn eigen familie niet herken.
Naast de grand frères heb je ook nog de “verneving”, lees verwantschap. De ene etnische groep kan ergens in het verleden “verneeft” zijn met een andere etnische groep. Wanneer een politieagent je op de bon slingert en hij ziet je achternaam in je papieren en constateert een “verneving” dan kan dat aardig in de boete schelen.
Tot slot speelt ook de slavernij nog een rol. Volgens mijn inschatting is de helft van de Malinezen ooit slaaf geweest van de andere helft. Zoals zoveel zaken hier omgekeerd zijn aan onze cultuur geldt dat ook voor het stempel slaaf, het blijkt in een aantal gevallen een eervolle vermelding. Er worden veel grappen over gemaakt in de dagelijkse omgang. Ben jij mijn slaaf vanuit de historie of ik de jouwe. Hoe dat tussen Baba en mij zit vanuit de historie is me nog niet helder.
Diaree
Volgens Baba bestaan er twee kwaliteiten van diaree. Eentje die je krijgt omdat je de verkeerde microben hebt binnengekregen en eentje die je krijgt omdat Allah het nodig vindt. Volgens Baba heb ik de laatste soort. “Je moter stond te hoog afgesteld toen je terugkwam uit Nederland”, zei hij “en dan wordt er ingegrepen.” Ik lag op het dak onder de sterren toen het begon. De sterrenhemels zijn hier weergaloos. Ik dommelde weg en werd wakker omdat recht boven me een halve maan zilverschoon stond te glimmen in een inktblauwe nacht. En toen begon het. Ik kon mijn zaklamp niet zo gauw vinden, moest me onder het muskietennet uitwurmen dat goed zat ingestopt onder mijn matras, waar ik op zat, met mijn blote voeten over het onafgewerkte beton rennen, de deur vinden, de trap af, Tjakko, de nieuwe pup, die zich dol enthousiast over dit onverwachte nachtelijk pretje in mijn nachthemd vastbeet en niet los liet, meeslepen, op de tast door het huis de badkamer vinden ('s nachts is er geen electriciteit en dus pikkedonker), om me tenslotte op de toiletpot (geen gat dus) te storten, die bijna omviel omdat hij nog niet goed vast zit. Daar heb ik ongeveer twee en een halve dag doorgebracht met uitstapjes naar mijn bed of de hangmat op het terras, die ik dankzij mijn hoogafgestelde motor intussen toch maar even eigenhandig had opgehangen met een 10 mm boor.
Allah vond kennelijk dat ik een grote schoonmaak nodig had. Elke slok met zout en suiker (ORS, op aanraden van de GGD) om uitdroging te voorkomen, kwam er als een liter onder hoge druk door het verkeerde gat uit. Ik heb dit nog nooit meegemaakt, tenminste niet onvrijwillig en gratis. Een vastenweek bij verwencentrum de Schouw in Zeeland kostte veel geld en dan moet je nog maar afwachten of met die darmspoelingen de boel wel goed doorgespoeld wordt. Maar toch, op de derde dag , was ik inmiddels aardig afgeslankt maar erg slap en vond Sedou, de gardien, dat het welletjes was. Hij leende de brommer van een aanwezige timmerman en haalde twee flesjes tonic uit de stad en wat van die echte vieze Afrikaanse nescafee. Een paar lepels nescafe klopte hij in een glas tonic, deed er een poedertje doorheen gemaakt van een plaatselijk kruid waar hij absoluut de naam niet van wist maar dat we samen gaan opzoeken later, en liet het me opdrinken. Het was smerig, ..... echt smerig! " Over een uur kom ik terug, dan voel je je een stuk beter en heb je honger" zei hij. In dat uur ben ik niet meer naar de wc gerend. En ik dacht er over om een kommetje rijstwater klaar te maken. Sedou kwam terug, zette de koekenpan op het vuur, gooide er een flinke scheut olie in, bakte van 3 eieren een omelet, gooide er nog wat Goudse kaas over die in de koelkast lag, en beval me het op te eten. Mange, mange, il faut qu tu mange maintenant. En het wonder geschiedde. Het was heerlijk en ik ben een wandelingetje gaan maken. Daarna gaan slapen , alles bleef er in en ik voelde me rozig en schoon. Met een laag afgestelde moter.
Here Bugu
Bismillia, wees welkom, als je Afrika wilt leren kennen. Er zijn nog plaatsen vrij voor de workshop eind december. Eerst genieten op Here Bugu en dan de woestijn in naar het festival van de Toearegs.(zie babablog onder workshop)
Verder begint in december de opleiding in het maken van windmolens met Piet Willem Chevalier. Er wordt hard gewerkt aan de voorbereidingen voor dit alles.

voor de TU in Delft met Piet van de windmolens en 5 studenten die een marketingplan gaan schrijven als studieopdracht

de houtoven voor brood en pizza's.Gebouwd tijdens mijn afwezigheid. Ik had gevraagd om iets origineels te maken van de schoorsteen. Het bloed kruipt kennelijk waar het niet gaan kan, heb ik toch een soort kleine moskee op de hof staan.


het vooraanzicht van het huis. het moet nog in de roodbruine verf. Het muskietengaas omsluit een enorm terras waar het goed toeven is. Het seinwachtershuisje op het dak is een ontwerp van Baba en dient om de trap naar het dak te omsluiten. Vooral de dakpannen oogsten applaus van alle bezoekers. Baba heeft ze speciaal uit Bamako laten komen, met de bus. Halverwege de rit van 800 km, kreeg de buschauffeur een beter vrachtje en heeft ze uit de bus gezet. Het heeft vele dagen gekost voor ze weer gevonden waren. De ronde stenen voor op de nok zijn nog niet teruggevonden. De stokken op het dak zijn om muskietennetten aan te bevestigen wanneer ik op het dak slaap. Op de achtergrond het huis van de gardien.

de hangar op de hof voor bijeenkomsten e.d. er komt een rieten kap op
Eind oktober, drie dagen voor mijn vertrek naar Nederland, ben ik eindelijk verhuisd naar Here Bugu. De verhuizing was gepland in augustus en mijn vriendin Monique was gekomen om te helpen. Week in week uit werd de verhuizing verdaagd naar “morgen”. Er werd heel hard gewerkt, aan de watervoorziening, de elektriciteit via zonnepanelen en dieselgenerator, aan de behuizing van mens en dier, aan het muggendicht maken van het terras, kortom aan alles wat nodig was opdat een toebab hier kan overleven. Maar ik wilde verhuizen voordat ik vertrok dus leende ik een grote bus van Willem Snapper en op een ochtend kwam ik met de eerste lading vrolijk het terrein oprijden. De paniek was groot. Ik had wel steeds geroepen dat ik zou komen maar dat ik het echt zou doen! Dan moest er eerst een koe geslacht en feest gevierd. Maar toch iedereen zette alles op alles. Intussen lag Monique ter plekke aan een infuus vanwege malaria, poepte en plaste de pup vrolijk in het rond, bleek de dieselgenerator te hoog afgesteld en ging ‘s nachts alles bijna in de fik en vergat iemand de zonnepanelen aan te zetten waardoor er geen water was. En zo vertrok ik snikkend nadat ik met een zaklampje mijn spullen had gepakt en mijn paspoort gezocht want de bus naar Bamako vertrekt erg vroeg. Monique heeft het tijdens mijn afwezigheid niet makkelijk gehad om hier te overleven met het gecompliceerde malinese leven terwijl ze ook herstellend was..
Nederland was een drukke tijd en net of ik nauwelijks was weggeweest. Heerlijk om de kinderen, Bertram en familie te zien, spannend de vele gesprekken over de toekomst van Rondom Baba. Heerlijk om weg te kruipen onder de dekens en de frisse lucht op te snuiven. Terugkomen was gelukkig ook weer fijn. Je weet het tenslotte maar nooit. Bij terugkomst bleek ik me vertrouwder te voelen dan daarvoor, het is goed te merken dat ik me thuis voel.
bijna de hele familie bij elkaar, Anne, Mans, Pam, Lisa, ikzelf, Alex, Kaarina en Bertram.(Tijs van Lisa ontbreekt)
Grand frères
Iedereen die hier op Here Bugu werkt zegt dat hij een grand frère of een petit frère van Baba is. Volgens Marjamma komt dat omdat Baba een bekende man is. Als je arm bent (en dat gaat hier niet alleen om geld) en weinig aanzien hebt, dan heb je niet zoveel broers en zussen. Het geeft iets aan over de verantwoordelijkheid van Baba want iedereen die tot je familie behoort moet je helpen. Vandaar dat op tijd komen voor Baba buitengewoon moeilijk is want op weg naar Here Bugu komt hij veel grand frères tegen. Het begroetingsceremonieel neemt al 5 minuten in beslag, intussen gaat 10 keer zijn telefoon en dat wordt allemaal beantwoord, er moet ook nog gebeden worden en dan kan het voorkomen dat hij de afspraak van 9 uur ’s ochtends die dag niet haalt. Zijn verbazing over mijn verontwaardiging is oprecht. “Waarom laat je mij wachten” roep ik gefrustreerd uit,”je kunt me toch even bellen dat het later wordt”. “Maar we hadden niet afgesproken dat je moet wachten” zegt hij, “je moet gewoon doen wat op dat moment voor jou aan de orde is”. “Ja maar dan kun je niks plannen, dan komen we nergens, ik moet je nu spreken”. Hij denkt na en zegt, ”ok morgen”.
Inmiddels ben ik er achter dat morgen in het malinees alleen maar ”niet nu” betekent.
Maar om op de broers terug te komen, wat wij een broer noemen is geen grand frère maar een frère du lait dwz hij heeft van dezelfde melk gedronken. Dit verschil lijkt overigens vooral voor mijn oriëntatie belangrijk te zijn. Vandaar dat ik voor de zekerheid vraag wanneer er weer een broer wordt voorgesteld ”van dezelfde melk....of...?”
Een malinees heeft ook een heleboel moeders, want de moeder van je vriend of vriendin is ook je moeder. Door dit uitbundige gevoel voor familieverbanden heb ik inmiddels een heel aantal broers en zussen erbij en ben ik maman, tanti of ouder van een respectabel aantal kinderen.
Het probleem doet zich daarbij wel voor, dat ze vergeten mij op de hoogte te stellen, zodat ik in de meeste gevallen mijn eigen familie niet herken.
Naast de grand frères heb je ook nog de “verneving”, lees verwantschap. De ene etnische groep kan ergens in het verleden “verneeft” zijn met een andere etnische groep. Wanneer een politieagent je op de bon slingert en hij ziet je achternaam in je papieren en constateert een “verneving” dan kan dat aardig in de boete schelen.
Tot slot speelt ook de slavernij nog een rol. Volgens mijn inschatting is de helft van de Malinezen ooit slaaf geweest van de andere helft. Zoals zoveel zaken hier omgekeerd zijn aan onze cultuur geldt dat ook voor het stempel slaaf, het blijkt in een aantal gevallen een eervolle vermelding. Er worden veel grappen over gemaakt in de dagelijkse omgang. Ben jij mijn slaaf vanuit de historie of ik de jouwe. Hoe dat tussen Baba en mij zit vanuit de historie is me nog niet helder.
Diaree
Volgens Baba bestaan er twee kwaliteiten van diaree. Eentje die je krijgt omdat je de verkeerde microben hebt binnengekregen en eentje die je krijgt omdat Allah het nodig vindt. Volgens Baba heb ik de laatste soort. “Je moter stond te hoog afgesteld toen je terugkwam uit Nederland”, zei hij “en dan wordt er ingegrepen.” Ik lag op het dak onder de sterren toen het begon. De sterrenhemels zijn hier weergaloos. Ik dommelde weg en werd wakker omdat recht boven me een halve maan zilverschoon stond te glimmen in een inktblauwe nacht. En toen begon het. Ik kon mijn zaklamp niet zo gauw vinden, moest me onder het muskietennet uitwurmen dat goed zat ingestopt onder mijn matras, waar ik op zat, met mijn blote voeten over het onafgewerkte beton rennen, de deur vinden, de trap af, Tjakko, de nieuwe pup, die zich dol enthousiast over dit onverwachte nachtelijk pretje in mijn nachthemd vastbeet en niet los liet, meeslepen, op de tast door het huis de badkamer vinden ('s nachts is er geen electriciteit en dus pikkedonker), om me tenslotte op de toiletpot (geen gat dus) te storten, die bijna omviel omdat hij nog niet goed vast zit. Daar heb ik ongeveer twee en een halve dag doorgebracht met uitstapjes naar mijn bed of de hangmat op het terras, die ik dankzij mijn hoogafgestelde motor intussen toch maar even eigenhandig had opgehangen met een 10 mm boor.
Allah vond kennelijk dat ik een grote schoonmaak nodig had. Elke slok met zout en suiker (ORS, op aanraden van de GGD) om uitdroging te voorkomen, kwam er als een liter onder hoge druk door het verkeerde gat uit. Ik heb dit nog nooit meegemaakt, tenminste niet onvrijwillig en gratis. Een vastenweek bij verwencentrum de Schouw in Zeeland kostte veel geld en dan moet je nog maar afwachten of met die darmspoelingen de boel wel goed doorgespoeld wordt. Maar toch, op de derde dag , was ik inmiddels aardig afgeslankt maar erg slap en vond Sedou, de gardien, dat het welletjes was. Hij leende de brommer van een aanwezige timmerman en haalde twee flesjes tonic uit de stad en wat van die echte vieze Afrikaanse nescafee. Een paar lepels nescafe klopte hij in een glas tonic, deed er een poedertje doorheen gemaakt van een plaatselijk kruid waar hij absoluut de naam niet van wist maar dat we samen gaan opzoeken later, en liet het me opdrinken. Het was smerig, ..... echt smerig! " Over een uur kom ik terug, dan voel je je een stuk beter en heb je honger" zei hij. In dat uur ben ik niet meer naar de wc gerend. En ik dacht er over om een kommetje rijstwater klaar te maken. Sedou kwam terug, zette de koekenpan op het vuur, gooide er een flinke scheut olie in, bakte van 3 eieren een omelet, gooide er nog wat Goudse kaas over die in de koelkast lag, en beval me het op te eten. Mange, mange, il faut qu tu mange maintenant. En het wonder geschiedde. Het was heerlijk en ik ben een wandelingetje gaan maken. Daarna gaan slapen , alles bleef er in en ik voelde me rozig en schoon. Met een laag afgestelde moter.
Here Bugu
Bismillia, wees welkom, als je Afrika wilt leren kennen. Er zijn nog plaatsen vrij voor de workshop eind december. Eerst genieten op Here Bugu en dan de woestijn in naar het festival van de Toearegs.(zie babablog onder workshop)
Verder begint in december de opleiding in het maken van windmolens met Piet Willem Chevalier. Er wordt hard gewerkt aan de voorbereidingen voor dit alles.
voor de TU in Delft met Piet van de windmolens en 5 studenten die een marketingplan gaan schrijven als studieopdracht
de houtoven voor brood en pizza's.Gebouwd tijdens mijn afwezigheid. Ik had gevraagd om iets origineels te maken van de schoorsteen. Het bloed kruipt kennelijk waar het niet gaan kan, heb ik toch een soort kleine moskee op de hof staan.
het vooraanzicht van het huis. het moet nog in de roodbruine verf. Het muskietengaas omsluit een enorm terras waar het goed toeven is. Het seinwachtershuisje op het dak is een ontwerp van Baba en dient om de trap naar het dak te omsluiten. Vooral de dakpannen oogsten applaus van alle bezoekers. Baba heeft ze speciaal uit Bamako laten komen, met de bus. Halverwege de rit van 800 km, kreeg de buschauffeur een beter vrachtje en heeft ze uit de bus gezet. Het heeft vele dagen gekost voor ze weer gevonden waren. De ronde stenen voor op de nok zijn nog niet teruggevonden. De stokken op het dak zijn om muskietennetten aan te bevestigen wanneer ik op het dak slaap. Op de achtergrond het huis van de gardien.
de hangar op de hof voor bijeenkomsten e.d. er komt een rieten kap op
zondag 13 september 2009
woensdag 2 september 2009
eenden, vasten en sterven
Kwik, Kwek en Kwak
Ook op het gebied van de eenden bestaan er in Mali twee kwaliteiten. Eenden met de staart omhoog en eenden met de staart naar beneden. Wij hebben op Here Bugu nu drie eenden met de staart omhoog want dat is de beste kwaliteit volgens Baba. Ze spetteren in de grote regenplas, waggelen over het land, knabbelen aan het gras en ’s avonds slapen ze onder de veranda bij Sedou, de gardien. Baba heeft er nog eens 5 besteld, mannetjes en vrouwtjes, want dan leggen de vrouwtjes elke dag een ei. Die zijn voor de consumptie. Als we kleine eendjes willen dan moeten we volgens Baba ook kippen kopen en die gaan dan op de eendeneieren zitten om ze uit te broeden. Ik kan maar niet bedenken hoe die kippen nou weten of ze wel of niet op een bevrucht eendenei zitten.

Careme
We hebben nu drieeneenhalve week ramadan, careme , achter de rug. Het werk gaat gewoon door. Om drie uur ‘s nachts staan ze op, drinken en eten bouille, gierstepap, dan naar de moskee. Om vijf uur einde gebed en tot acht uur slapen. Dan allemaal naar het werk. In de hitte op Here Bugu sjouwen, timmeren, cement mengen, stuken, ploegen, rusten, bidden, graven, ijzerbuigen, op richels balanceren, sjouwen, emmers cement doorgeven, stenen bakken, bidden enz. Baba rijdt af en aan door de modder met hout, ijzer, gereedschap en extra mensen zoals de elektricien, de schilder, de plantenkweker, de puttenbouwer, de leidingenlegger, de ijzerbuiger, de cementen stenenbakker, de watercontroleur, de betongieter enz. Er wordt veel minder gelachen, de stemming is zwijgzaam, ieder doet zijn best om het vol te houden en valt ondertussen kilo’s af en de fysieke weerstand zakt behoorlijk. Er wordt niet alleen niet gegeten en niet gedronken, ook medicijnen worden niet genomen, geen aspirientje tegen de hoofdpijn, geen medicijnen tegen malaria. Maar ’s avonds om 18.40 wordt de careme in familiekring en met vrienden erbij gebroken. Een glas helder water gaat rond en er wordt een dadel gegeten. Een diep doorvoeld moment van grote saamhorigheid en trots dat het gelukt is, weer een dag. Dan naar de moskee en om half negen tenslotte een stevige maar eenvoudige maaltijd met rijst en saus.Vanaf het begin doe ik mijn best om mee te doen op mijn manier. Uit solidariteit, om het zelf te ervaren. Ik stond in de nacht op, dronk en at wat en deed daarna wat meditatieve oefeningen, daarna sliep ik als een blok. Overdag niet eten en drinken. Maar ik wil mijn gezondheid niet schaden hier waar mijn lichaam het toch al zwaar heeft. En bovenal merk ik dat ik geen onderdeel ben van deze traditie en niet de kracht ervaar van de saamhorigheid, de traditie, de enorme diepe verbondenheid in het delen van deze krachtsinspanning. Nu slaap ik gewoon door en ontbijt ik op de gewone tijd. Overdag eet en drink ik niet of stiekem een beetje. Maar de jongens vinden het geweldig. Ze voelen zich gerespecteerd en het geeft een opening om er over te praten. Waarom ze het doen? “Omdat er zoveel mensen zijn die helemaal niets te eten hebben en die nog armer zijn dan wij” en “het is goed om dat een maand per jaar aan den lijve te ervaren”, zeggen ze. “, “Je wordt er gezonder van en je leert discipline”, “Allah houdt meer van je”, “we bidden samen met alle moslims over de hele wereld voor geluk en vrede”. Het valt me op dat het irritante geschreeuw van de muezzin deze tijd zachter is, milder, er hangt een bijzondere stemming. De mensen geven elkaar kleine cadeautjes, een paar citroenen, een kom melk, een bord rijst. Zou er ook echt minder ruzie gemaakt worden? Wordt er meer vergeven? Zijn de harten milder en wordt er minder geslagen op mens en dier? Ik weet het niet....


Medicijnkist
Bij de apotheek heb ik een grote Eerste Hulp Kist gekocht voor op Here Bugu. Hij wordt bewaard door Sedou maar eerst hebben we met z’n allen de inhoud bestudeerd.
De volgende dag kwam een jongen schoorvoetend naar me toe met een grote, lelijke wond op zijn scheenbeen waar een vies lapje omheen zat.Gelukkig had ik net Christian de verpleger bij me en onder toeziend oog van Sedou, de gardien, werd de wond schoongemaakt en verbonden. En deze jongen werd uitgelachen en bespot, wat een mietje. Maar sindsdien komt de ene na de andere langs met een sneetje, een kneuzing enz. en ze krijgen aandacht en een verband. De kist moet al bijna weer worden aangevuld.

Sterven
Leven en doodgaan ligt hier dicht bij elkaar, letterlijk. Sterf je ’s morgens dan lig je om vier uur ’s middags in de klei. Na 40 dagen is er een herdenking, vooral ook voor alle mensen die de bewuste dag er net niet waren. Gister zat ik met Baba in de auto toen hij gebeld werd dat zijn buurman onverwacht het loodje had gelegd. Baba zuchtte, vanmiddag een begrafenis. Ik vroeg of de man al oud was. Ja, zei hij, behoorlijk oud, hij was al zestig.
Palu
Ondertussen zelf ten prooi gevallen aan malaria, of palu. Ik slik geen medicijnen tegen malaria. De GGD doet daar bijna hysterisch over. Maar ik ken niemand van de mensen die langer in malariagebied zijn die het slikken. Kijk maar eens naar de lijst van bijverschijnselen. Daar wil je jezelf niet lang aan blootstellen. Hier zijn ook goede medicijnen om te nemen als je het krijgt. Maar kijk je op internet dan schreeuwt de farmaceutische industrie moord en brand over deze pillen. Niet omdat ze niet goed zijn maar omdat Afrika zelf ze op de markt brengt en ze niet langs de meetlat van de farmaceutische industrie gaan. Maar ze zijn wel te betalen i.t.t melarone dat 2 euro per dag kost. Je kunt je niet aan de indruk onttrekken dat de wereldwijde machtspositie van de farmaceutische industrie ons allemaal voor de gek houdt en de wereld bestuurt.Er zijn goede alternatieven voor de bestrijding van malaria maar die mogen niet op de markt gebracht. De overdosis aan vaccinaties die ondertussen ook de kinderen hier krijgen zijn echt niet omdat “men” zo te doen heeft met de gezondheid van de mensen hier. De farmaceutische industrieën moeten hun spullen kwijt en regeringen stellen onder hun supervisie programma’s samen en daar zitten echt wel heel wat leuke bonussen aan vast. Ach, laat ik hier maar over ophouden..
Ik ben inmiddels weer beter en hoop ondertussen niet door de volgende besmette vrouwtjesmug gestoken te zijn.Elke keer als ik een mug zie probeer ik te onderscheiden of ze borsten heeft, een extra reden om haar hardhandig dood te slaan.
Peulen
De lange, magere mannen met een gekleurde wijde jurk aan, de typische punthoed op hun hoofd, staan soms urenlang op één been rustig naar hun grazende kudde te kijken. Ze hoeden koeien, schapen en geiten. Het zijn nomaden, soms met een semi vaste plek zoals de peulen rond Here Bugu. De vrouwen met hun zwart getatoeëerde monden lopen met stapels kalebassen op hun hoofd en verkopen boter en melk. Soms staan de koeien aan de verkeerde kant van de Niger en moeten ze over de brede rivier zwemmen om op de markt verkocht te worden. Ze worden het water ingedreven begeleidt door twee kano’s met Peulen die met stokken op het water slaan en roepen en de zes Peulen aanmoedigen die in het water tussen de koeien zwemmen. Er wordt altijd een enkele koe aan zijn staart omlaag getrokken zodat de zwemreflex ontstaat en de andere koeien doen meteen mee. Zo zwemt de groep naar de overkant. Soms rust een verzwakte koe uit tegen de zijkant van de kano. Als de koeien niet verkocht worden zwemmen ze ’s avonds weer terug met hun herders.

de kano begeleidt de zwemmende koeien en herders

de buurman Peul
Verhuizing
Monique is gekomen, een goede vriendin van mijn eerste kamelenreis in de Sinai. Zij helpt me met verhuizen en met het ordenen van de stapel informatie die binnenkomt en het uitzoeken van dingen want het administratieve gedeelte en het onderhouden van contacten loopt ook door. Zij maakt ook veel van de prachtige fotoos.
Maar ik ben nog niet verhuisd. De vorderingen van het werk gaan langzamer maar er is ook veel meer te doen voordat ik er kan gaan wonen dan voorzien. Gister kwam de enorme dieselmachine uit India voor de electriciteitvoorziening. Hij werd gebracht op een grote vrachtauto en wordt ingegraven i.v.m. het lawaai. De waterleidingen zijn ingegraven over het hele land, er staan 9 kranen. De muskietenhorren zijn bijna klaar zodat we veilig op het grote terras kunnen zitten. Op het dak is een verhoging gebouwd zodat de trap naar het terras beschut is voor de regen. Toen het bijna klaar was sloeg ’s nachts de bliksem erin en zijn alle stenen in het rond gesprongen en van de trap gerold. In het waterbassin, op 7 meter hoogte kan 5000 liter water en de put kan 15.000 liter per dag leveren, sinds gister stroomt er water uit de kranen, een wonder lijkt het. .Er komt een nieuwe pomp in de put en zes grote zonnepanelen op het dak die de energie voor de pomp moeten leveren die dan het water 7 meter omhoog de watertoren in pompt waardoor er druk op de leidingen staat.


Door de regenbuien is het heel groen op Here Bugu, ik moet door de groene planten waden, die soms tot mijn middel komen. Daartussen staan de sinasappelboompjes, citroenboompjes, bananen, guaves, mango’s die we geplant hebben. Er zijn veel vogels, hele mooie en grote, kleurrijke vlinders. De schapen lopen te grazen er scharrelen kippen, de ezel Iejoor staat te slapen.Het werk gaat onafgebroken door, de geluiden van het zagen en hameren, cement aanmaken en storten worden opgenomen in de vredige stilte die op het terrein hangt. ’s Middags komen de koeien thuis van de buurman peul. Ze lopen loeiend en mummelend schuin over Here Bugu op de groep kleine kalfjes af die de hele dag heeft liggen slapen onder de bomen. Ik zit op een aarden wal naast de koeien. De peulherder komt met een houten kom, bindt een kalfje aan de voorpoot van een koe voor het toeschieten van de melk en begint te melken. Een peulmeisje zingt een liedje. Ik zit daar en voel de zware, rustige hartenklop van het Afrikaanse land, diep, warm, waarin ik vanzelfsprekend opgenomen word, verbonden met de aarde, verbonden met het universum, het is een genade hier te zijn.
De peul geeft me een kom warme, schuimende melk om mee naar huis te nemen

Ook op het gebied van de eenden bestaan er in Mali twee kwaliteiten. Eenden met de staart omhoog en eenden met de staart naar beneden. Wij hebben op Here Bugu nu drie eenden met de staart omhoog want dat is de beste kwaliteit volgens Baba. Ze spetteren in de grote regenplas, waggelen over het land, knabbelen aan het gras en ’s avonds slapen ze onder de veranda bij Sedou, de gardien. Baba heeft er nog eens 5 besteld, mannetjes en vrouwtjes, want dan leggen de vrouwtjes elke dag een ei. Die zijn voor de consumptie. Als we kleine eendjes willen dan moeten we volgens Baba ook kippen kopen en die gaan dan op de eendeneieren zitten om ze uit te broeden. Ik kan maar niet bedenken hoe die kippen nou weten of ze wel of niet op een bevrucht eendenei zitten.
Careme
We hebben nu drieeneenhalve week ramadan, careme , achter de rug. Het werk gaat gewoon door. Om drie uur ‘s nachts staan ze op, drinken en eten bouille, gierstepap, dan naar de moskee. Om vijf uur einde gebed en tot acht uur slapen. Dan allemaal naar het werk. In de hitte op Here Bugu sjouwen, timmeren, cement mengen, stuken, ploegen, rusten, bidden, graven, ijzerbuigen, op richels balanceren, sjouwen, emmers cement doorgeven, stenen bakken, bidden enz. Baba rijdt af en aan door de modder met hout, ijzer, gereedschap en extra mensen zoals de elektricien, de schilder, de plantenkweker, de puttenbouwer, de leidingenlegger, de ijzerbuiger, de cementen stenenbakker, de watercontroleur, de betongieter enz. Er wordt veel minder gelachen, de stemming is zwijgzaam, ieder doet zijn best om het vol te houden en valt ondertussen kilo’s af en de fysieke weerstand zakt behoorlijk. Er wordt niet alleen niet gegeten en niet gedronken, ook medicijnen worden niet genomen, geen aspirientje tegen de hoofdpijn, geen medicijnen tegen malaria. Maar ’s avonds om 18.40 wordt de careme in familiekring en met vrienden erbij gebroken. Een glas helder water gaat rond en er wordt een dadel gegeten. Een diep doorvoeld moment van grote saamhorigheid en trots dat het gelukt is, weer een dag. Dan naar de moskee en om half negen tenslotte een stevige maar eenvoudige maaltijd met rijst en saus.Vanaf het begin doe ik mijn best om mee te doen op mijn manier. Uit solidariteit, om het zelf te ervaren. Ik stond in de nacht op, dronk en at wat en deed daarna wat meditatieve oefeningen, daarna sliep ik als een blok. Overdag niet eten en drinken. Maar ik wil mijn gezondheid niet schaden hier waar mijn lichaam het toch al zwaar heeft. En bovenal merk ik dat ik geen onderdeel ben van deze traditie en niet de kracht ervaar van de saamhorigheid, de traditie, de enorme diepe verbondenheid in het delen van deze krachtsinspanning. Nu slaap ik gewoon door en ontbijt ik op de gewone tijd. Overdag eet en drink ik niet of stiekem een beetje. Maar de jongens vinden het geweldig. Ze voelen zich gerespecteerd en het geeft een opening om er over te praten. Waarom ze het doen? “Omdat er zoveel mensen zijn die helemaal niets te eten hebben en die nog armer zijn dan wij” en “het is goed om dat een maand per jaar aan den lijve te ervaren”, zeggen ze. “, “Je wordt er gezonder van en je leert discipline”, “Allah houdt meer van je”, “we bidden samen met alle moslims over de hele wereld voor geluk en vrede”. Het valt me op dat het irritante geschreeuw van de muezzin deze tijd zachter is, milder, er hangt een bijzondere stemming. De mensen geven elkaar kleine cadeautjes, een paar citroenen, een kom melk, een bord rijst. Zou er ook echt minder ruzie gemaakt worden? Wordt er meer vergeven? Zijn de harten milder en wordt er minder geslagen op mens en dier? Ik weet het niet....
Medicijnkist
Bij de apotheek heb ik een grote Eerste Hulp Kist gekocht voor op Here Bugu. Hij wordt bewaard door Sedou maar eerst hebben we met z’n allen de inhoud bestudeerd.
De volgende dag kwam een jongen schoorvoetend naar me toe met een grote, lelijke wond op zijn scheenbeen waar een vies lapje omheen zat.Gelukkig had ik net Christian de verpleger bij me en onder toeziend oog van Sedou, de gardien, werd de wond schoongemaakt en verbonden. En deze jongen werd uitgelachen en bespot, wat een mietje. Maar sindsdien komt de ene na de andere langs met een sneetje, een kneuzing enz. en ze krijgen aandacht en een verband. De kist moet al bijna weer worden aangevuld.
Sterven
Leven en doodgaan ligt hier dicht bij elkaar, letterlijk. Sterf je ’s morgens dan lig je om vier uur ’s middags in de klei. Na 40 dagen is er een herdenking, vooral ook voor alle mensen die de bewuste dag er net niet waren. Gister zat ik met Baba in de auto toen hij gebeld werd dat zijn buurman onverwacht het loodje had gelegd. Baba zuchtte, vanmiddag een begrafenis. Ik vroeg of de man al oud was. Ja, zei hij, behoorlijk oud, hij was al zestig.
Palu
Ondertussen zelf ten prooi gevallen aan malaria, of palu. Ik slik geen medicijnen tegen malaria. De GGD doet daar bijna hysterisch over. Maar ik ken niemand van de mensen die langer in malariagebied zijn die het slikken. Kijk maar eens naar de lijst van bijverschijnselen. Daar wil je jezelf niet lang aan blootstellen. Hier zijn ook goede medicijnen om te nemen als je het krijgt. Maar kijk je op internet dan schreeuwt de farmaceutische industrie moord en brand over deze pillen. Niet omdat ze niet goed zijn maar omdat Afrika zelf ze op de markt brengt en ze niet langs de meetlat van de farmaceutische industrie gaan. Maar ze zijn wel te betalen i.t.t melarone dat 2 euro per dag kost. Je kunt je niet aan de indruk onttrekken dat de wereldwijde machtspositie van de farmaceutische industrie ons allemaal voor de gek houdt en de wereld bestuurt.Er zijn goede alternatieven voor de bestrijding van malaria maar die mogen niet op de markt gebracht. De overdosis aan vaccinaties die ondertussen ook de kinderen hier krijgen zijn echt niet omdat “men” zo te doen heeft met de gezondheid van de mensen hier. De farmaceutische industrieën moeten hun spullen kwijt en regeringen stellen onder hun supervisie programma’s samen en daar zitten echt wel heel wat leuke bonussen aan vast. Ach, laat ik hier maar over ophouden..
Ik ben inmiddels weer beter en hoop ondertussen niet door de volgende besmette vrouwtjesmug gestoken te zijn.Elke keer als ik een mug zie probeer ik te onderscheiden of ze borsten heeft, een extra reden om haar hardhandig dood te slaan.
Peulen
De lange, magere mannen met een gekleurde wijde jurk aan, de typische punthoed op hun hoofd, staan soms urenlang op één been rustig naar hun grazende kudde te kijken. Ze hoeden koeien, schapen en geiten. Het zijn nomaden, soms met een semi vaste plek zoals de peulen rond Here Bugu. De vrouwen met hun zwart getatoeëerde monden lopen met stapels kalebassen op hun hoofd en verkopen boter en melk. Soms staan de koeien aan de verkeerde kant van de Niger en moeten ze over de brede rivier zwemmen om op de markt verkocht te worden. Ze worden het water ingedreven begeleidt door twee kano’s met Peulen die met stokken op het water slaan en roepen en de zes Peulen aanmoedigen die in het water tussen de koeien zwemmen. Er wordt altijd een enkele koe aan zijn staart omlaag getrokken zodat de zwemreflex ontstaat en de andere koeien doen meteen mee. Zo zwemt de groep naar de overkant. Soms rust een verzwakte koe uit tegen de zijkant van de kano. Als de koeien niet verkocht worden zwemmen ze ’s avonds weer terug met hun herders.
de kano begeleidt de zwemmende koeien en herders
de buurman Peul
Verhuizing
Monique is gekomen, een goede vriendin van mijn eerste kamelenreis in de Sinai. Zij helpt me met verhuizen en met het ordenen van de stapel informatie die binnenkomt en het uitzoeken van dingen want het administratieve gedeelte en het onderhouden van contacten loopt ook door. Zij maakt ook veel van de prachtige fotoos.
Maar ik ben nog niet verhuisd. De vorderingen van het werk gaan langzamer maar er is ook veel meer te doen voordat ik er kan gaan wonen dan voorzien. Gister kwam de enorme dieselmachine uit India voor de electriciteitvoorziening. Hij werd gebracht op een grote vrachtauto en wordt ingegraven i.v.m. het lawaai. De waterleidingen zijn ingegraven over het hele land, er staan 9 kranen. De muskietenhorren zijn bijna klaar zodat we veilig op het grote terras kunnen zitten. Op het dak is een verhoging gebouwd zodat de trap naar het terras beschut is voor de regen. Toen het bijna klaar was sloeg ’s nachts de bliksem erin en zijn alle stenen in het rond gesprongen en van de trap gerold. In het waterbassin, op 7 meter hoogte kan 5000 liter water en de put kan 15.000 liter per dag leveren, sinds gister stroomt er water uit de kranen, een wonder lijkt het. .Er komt een nieuwe pomp in de put en zes grote zonnepanelen op het dak die de energie voor de pomp moeten leveren die dan het water 7 meter omhoog de watertoren in pompt waardoor er druk op de leidingen staat.
Door de regenbuien is het heel groen op Here Bugu, ik moet door de groene planten waden, die soms tot mijn middel komen. Daartussen staan de sinasappelboompjes, citroenboompjes, bananen, guaves, mango’s die we geplant hebben. Er zijn veel vogels, hele mooie en grote, kleurrijke vlinders. De schapen lopen te grazen er scharrelen kippen, de ezel Iejoor staat te slapen.Het werk gaat onafgebroken door, de geluiden van het zagen en hameren, cement aanmaken en storten worden opgenomen in de vredige stilte die op het terrein hangt. ’s Middags komen de koeien thuis van de buurman peul. Ze lopen loeiend en mummelend schuin over Here Bugu op de groep kleine kalfjes af die de hele dag heeft liggen slapen onder de bomen. Ik zit op een aarden wal naast de koeien. De peulherder komt met een houten kom, bindt een kalfje aan de voorpoot van een koe voor het toeschieten van de melk en begint te melken. Een peulmeisje zingt een liedje. Ik zit daar en voel de zware, rustige hartenklop van het Afrikaanse land, diep, warm, waarin ik vanzelfsprekend opgenomen word, verbonden met de aarde, verbonden met het universum, het is een genade hier te zijn.
De peul geeft me een kom warme, schuimende melk om mee naar huis te nemen
Abonneren op:
Posts (Atom)