donderdag 6 februari 2020

Waar een condoom al niet goed voor is

Het is 17.00 uur. De werkdag zit erop. Aan tafel zit ik nog wat na te kletsen met twee van de meisjes. ( 20 jaar). De afgelopen week hadden we het samen niet makkelijk. Maar een crisis is altijd goed om nader tot elkaar te komen. Ze willen wat vragen aan me stellen. Intieme vragen. Het gesprek gaat al gauw over trouwen, kinderen krijgen, ongesteldheid, voorbehoedsmiddelen. Ik vraag of ze bekend zijn met condooms. Ja zegt Ami, condooms zijn heel goed voor je huid. Ik betwijfel of we het over hetzelfde artikel hebben. Omdat we vanuit Here Bugu ook aan familieplanning doen hebben we een voorraadje liggen. Ik pak er een paar uit de kast en leg ze op tafel. Ami scheurt een pakje open. Ze haalt het condoom eruit, steekt de wijsvingers van beide handen er in, draait het condoom om haar vingers, brengt het naar haar gezicht en begint op de tast puistjes uit te knijpen. Ik zit er sprakeloos naar te kijken als ik vanuit mijn ooghoek een beweging bij de deur waarneem.

We zitten in een overgangstijd wat de seizoenen betreft. Dat merk je aan de sterke stofwinden die uit alle richtingen komen. Zij kondigen het hete seizoen aan en leggen alles onder een laag stof. Tegelijk met de komst van de hitte verslechtert de algehele situatie. De rijstvelden zijn droog en geoogst nu. De weg tussen Mopti en Sevare is nog enigszins onder controle te houden maar nu de velden begaanbaar zijn met motoren en landcruisers valt die veiligheid weg. Dat is zorgelijk. Ondertussen vliegen delegaties van hulpverlenings-organisaties, vertegenwoordigers van de regering, militairen van Minusma (de blauwhelmen), dagelijks af en aan. Here Bugu ligt onder de aanvliegroute. Het vliegverkeer is niet toegankelijk voor gewone stervelingen zoals ik. Die moeten over de gevaarlijke weg. Het vliegveld van Mopti ligt op de grens tot waar je kunt komen. De aangrenzende provincie, de Dogon, is afgesloten voor blanken. Maar ook de lokale mensen op doorreis worden niet meer geaccepteerd door de heersende elite van de jihadisten. Elke dag bereiken ons berichten over moordpartijen en of platgebrande dorpen.
De Franse militairen hebben de enkele blanken die er nog woonden gedwongen geëvacueerd. Ze moesten naar Bamako, Sevare behoorde niet tot de mogelijkheden. Gaat mij dat hier ook overkomen vraag ik me een tijdje af. Maar ik laat de onzekerheid niet toe en concentreer me op het werk van de dag. 

Ik voel me redelijk veilig op Here Bugu. Het huis waarin ik werk en slaap ligt verscholen tussen bomen en struiken in het midden van het grote terrein. Het heeft een eigen erf en is ommuurd. Een ijzeren hek geeft toegang en dan is het nog een meter of 10 lopen naar mijn veranda waar ik meestal ben. Daar werk ik ook met de meisjes aan de sieraden. Overdag is Here Bugu bevolkt door alle werknemers, onze auto’s rijden af en aan. En dan is er nog de grote muur van 800 meter helemaal om Here Bugu heen met de grote toegangspoorten. Vreemdelingen vallen meteen op en komen niet zonder begeleiding bij mij in de buurt. Toch hebben we voor het eerst besloten de grote toegangspoort gesloten te houden. Er moet getoeterd worden om binnengelaten te worden. De tijd tussen 16 uur als de meeste medewerkers vertrekken en 18.30 uur als de duisternis invalt voel ik me het minst beschermd.

En nu is het dus 17.00 uur en terwijl ik naar de demonstratie van Ami over de nuttige functie van een condoom kijk, zie ik in de deuropening twee stevige mannen staan, beide in uniform en zwaar bewapend. 
Waar komen die vandaan? Ik heb ze niet horen aankomen. Geen enkele medewerker is in de buurt. Alleen de twee honden die als gekken tekeer gaan.
Ami, met haar vingers nog in het condoom, laat haar beide handen in haar roze handtas zakken en glijdt daarmee geluidloos van haar stoel af naar de grond onder de tafel. Ik sta op en schuif tegelijkertijd met één hand de andere condooms in de Rondom Baba nieuwsbrief die toevallig voor me op tafel ligt.
“Dit is het dus, ze komen me halen” gaat  het door me heen. Ik loop op ze af en ik zeg "Goedendag heren, wat kan ik voor U doen?" terwijl ik mijn hand uitsteek om ze te begroeten.
“We doen onderzoek in de omgeving", zeggen ze en "we willen graag weten wat hier plaatsvindt. Er is een gerucht dat hier kamers per uur verhuurd worden. We zijn officieren van de Minusma”. “Ok” zeg  ik enigszins opgelucht. “Zouden jullie een rondleiding willen?” Ja, dat willen ze wel.
Ik kijk naar de grote revolvers op hun heupen en vraag ze vriendelijk of het mogelijk is om de wapens af te leggen. Op Here Bugu willen we liever geen gewapende mensen zeg ik. Ik vind mezelf redelijk assertief en dat helpt me om mezelf onder controle te krijgen. Tot mijn verrassing gaan ze direct akkoord. We lopen naar hun witte landcruiser die voor het hek van mijn erf staat. Ze zijn dus gewoon helemaal het terrein opgereden en niemand hield ze tegen constateer ik. Ze willen niet dat ik dicht bij de auto kom. Ze leggen hun wapens erin maar spreken ook door een portofoon. Ik realiseer me dat ze niet alleen zullen zijn en dat dit voorbereid is. Later hoor ik dat er een paar andere auto’s om Here Bugu heen staan en er over de muur wordt meegekeken.Dat verklaart ook waarom iedereen ineens verdwenen lijkt te zijn.
De rondleiding duurt ongeveer 3 kwartier. En zoals altijd met bezoekers worden ze totaal verrast door alles wat ze zien. Eén van de twee komt uit Congo, de ander uit Kerala in India. Daar was ik een half jaar geleden voor een ayurvedische massage kuur. Hij gaat uit zijn dak als we tussen de moringabomen lopen, hij is opgegroeid met moringa. Hij is al 3 jaar gestationeerd in Mopti, de gevaarlijkste plek ooit in de geschiedenis van de blauwhelmen.  Hij heeft een tuin voor zichzelf aangelegd waar hij met zaden van thuis een grote variëteit aan groente kweekt. Ze maken foto’s en spreken met enkele medewerkers die voorzichtig uit  hun schuilplaatsen tevoorschijn komen. Als we terugkomen bij m’n huis beginnen ze met de honden te spelen. Ze komen in m’n keuken waar Sedou bezig is met mijn kruidenthee. Jullie hebben er twee vrienden bij zeggen ze tegen ons. Mogen we nog eens terugkomen, maar dan in burger en met een andere auto in onze vrije tijd. Het is niet goed voor jullie als we op deze manier hier komen. En dan brengen we zaden mee, misschien kunnen we ruilen. Ze vragen of we documentatie hebben van dit project. Ja natuurlijk en ik pak de engelstalige nieuwsbrief die op tafel ligt. Net op tijd weet ik te voorkomen dat de condooms die ik tussen de bladzijden had geschoven eruit vallen of, erger nog, met ze meegaan. Dat kan ik nooit meer rechtzetten. Ik geef ze een ander exemplaar. Vrolijk zwaaien we ze uit. En dan voel ik pas de adrenaline die door mijn lijf giert.

Een uur later word ik opgehaald. Het is al donker.De eerste keer dat ik Here Bugu in het donker verlaat. Ik heb een eetafspraak in een eenvoudig hotel in Sevare. Dit hotel wordt zwaar bewaakt. Hier logeren en dineren de delegaties, mensen van Ngo’s, kortom alle mensen die voor hun werk een reden hebben om kort in de buurt van Mopti te verblijven. Voor de ingang staat een luxe reisbusje. Eén voor één stappen er 20 spierwitte Amerikaanse toeristen uit in vakantietenu. Eén voor één worden ze gefouilleerd voordat ze naar binnen mogen. Sommige vrouwen dragen grote strooien hoeden en hebben de Gucci zonnebrillen nog op hun neus. Ze zijn allemaal ouder dan ik. Sommige echtparen houden elkaar overeind als ze het restaurant in schuifelen waar een lange tafel gedekt staat. Voor de tweede keer deze dag ben ik sprakeloos. Ik kan het niet laten om naar het gezelschap toe te gaan en een mevrouw aan te spreken. Ze maken een rondreis. Ze waren in Timbouctou, Gao, Djennee en staan nu op het punt om naar de Dogon te gaan. Overal waar al jaren geen blanke zonder risico meer rond kan reizen. Hun reis gaat gedeeltelijk per vliegtuig, gedeeltelijk per bus. Ik vraag haar of ze weet dat we ons in oorlogsgebied bevinden, dat mensen geëvacueerd worden, dat het hier gevaarlijk is, dat we in de rode zone zitten waar verzekeringen niet meer gelden.  O wat interessant roept ze tegen haar vriendinnen. Kijk eens, deze vrouw woont hier. Nee hoor wij weten van niets en ze gooit haar handen in de lucht in een niet-schieten gebaar. Ze giechelt. We komen niet voor de oorlog en we hebben gewoon een hele goeie gids, die zorgt echt voor alles. Later die avond horen ze dat de Dogontrip jammer genoeg toch niet doorgaat. Er is een brug ingestort, er liggen lijken langs de route en er liggen mijnen. Net iets teveel van het goede. Nu reizen ze door naar Burkina Faso!!!!

Ik blijf met de vragen zitten. Hoe is het mogelijk dat een groep toeristen van rond de 80 op deze manier door Mali reist, dwars door jihadistengebied, zich met vliegtuigen verplaatst terwijl er geen burgervliegtuigen zijn en hun kennelijk geen strobreed in de weg wordt gelegd. Ik kan het antwoord wel raden maar hou mijn mond. Diplomatiek als ik ben!!



♦️♦️♦️

zondag 2 februari 2020

Vreselijke dingen met een goudglanzend randje

De jongen van het pannetje soep heet Sekou en is 12 jaar. Hij woonde met zijn ouders en pasgeboren zusje in een dorpje in de Dogon. Ze leefden van wat vee in een Peuldorp. Het leven was simpel en zwaar. Ze hadden nog nooit in een auto gereden, nog nooit TV gekeken, nog nooit een kraan gehad waar water uitkwam, geen elektriciteit, nog nooit in een gebouw gelopen. 
Vanaf vorig jaar waren ze hun leven niet meer zeker door de gewapende strijd in het gebied. Er was er bijna niets meer te eten. Hun dorp werd aangevallen, voorraden en vee gestolen of verbrand. Toen ze tenslotte met hun allerlaatste bezittingen lopend op de vlucht sloegen hadden de ouders al lang niet meer voldoende gegeten. Sekou wilde hun dorp niet verlaten maar hij moest mee. De tocht was gevaarlijk door de aanwezige milities en landmijnen. De twaalf jarige Sekou weigerde vanaf dat moment te eten. Wel ging hij bij elke tussenstop tot ontzetting van de ouders op pad om eten te zoeken voor zijn vader, moeder en zusje, vertelde de moeder. Een keer kwam hij in het donker terug en huilde. Hij was andere vluchtende mensen tegengekomen. Verder wilde hij niets zeggen. Vanaf dat moment sprak hij niet meer. Uitgeput kwamen ze uiteindelijk in de buitenwijken van Sevaré aan. 

Op een braakliggend land vonden ze een plek waar de vader een hut bouwde. De jongen werd ziek. Hij ijlde en zijn dijbeen zwol op, de huid ging open. Hij weigerde te vertellen wat hem onderweg overkomen was. De moeder liep elke dag urenlang met haar naakte baby op de rug over de geoogste rijstvelden om rijstkorrels te verzamelen maar de jongen at niet. Hij verloor zijn kiezen en het been zag er steeds erger uit. De vader ging met hem naar een gezondheidspost. Hij moest geld op tafel leggen. Ze bekeken de wond niet maar gaven hem een injectie en stuurden ze weg. De eigenaar van het veld ontdekte de Peulfamilie op zijn grond  en toen hij de zieke jongen zag zei hij dat ze meteen moesten vertrekken. Hij kwam elke dag terug maar ze wisten niet waarheen te gaan, zeker niet met de jongen. Uiteindelijk kwam de vrouw van de eigenaar. Zij sommeerde hun om onmiddellijk weg te gaan. De moeder smeekte haar maar de vrouw hield vol en zei: Ga, jullie God zal heus wel voor jullie zorgen. 
De vader maakte een soort houten kruk voor de jongen en zo trokken ze over de zandpaden. Ze kwamen bij een muur. Door de poorten zagen ze peulhutten binnen de muur. Ze spreiden een mat uit aan de buitenkant van de muur en legde de jongen erop. De moeder zat er naast, verdoofd en in shock. De vader ging hulp halen en kwam een blanke vrouw tegen en dat was ik. 

Ik ging naar buiten en hurkte naast de jongen neer. Ik gebaarde dat ik hulp ging halen en kwam later terug met Malinese hulpverleners die hem, met zijn moeder, naar het ziekenhuis brachten en dezelfde avond terug. Zij spraken daar echter geen Peul. En de moeder dacht dat ze in het paleis van de president waren geweest, dat moest er ongeveer zo uitzien zei ze.
Het ziekenhuis liet weten dat ze niet veel meer voor de jongen konden doen, hij was te zwak, maar ze zouden het verband elke dag verschonen. 
De volgende dag begonnen wij met het brengen van de soep. De eerste dag deed ik het zelf. Ik ging naast hem op de grond zitten met de hond naast me en hielp hem voorzichtig met de eerste lepels warme bouillon die hij gulzig opnam. Ondertussen staarde hij intensief naar me met zijn grote ogen. Toen ik vertrokken was sprak hij sinds lange tijd en zei tegen zijn moeder: “God is echt gekomen om ons te helpen.”

Elke dag brengen we eten en elke dag wordt hij opgehaald om de grote open wond die zijn hele dijbeen beslaat te behandelen. Hij leek sterker te worden wordt me verteld. Na 14 dagen is hij weg en horen we dat hij is opgenomen in het grote ziekenhuis van Sevaré. Ze gaan hem opereren. Een amputatie lijkt onvermijdelijk. Communicatie met het ziekenhuis en de Malinese organisatie verloopt moeizaam en moet van onze kant komen.
We begrijpen dat de Malinese organisatie de ziekenhuiskosten op zich neemt en elke dag een bakje lever en een kan koffie laat brengen, daar moet hij het mee doen en voor de vader kunnen ze niets doen. In Mali moet je familie voor het eten zorgen. Op de buiten gangen van het ziekenhuis slapen de familieleden en koken er. 

Wij beschouwen onszelf inmiddels onvermijdelijk als familie. Elke dag gaat iemand van ons erheen en brengt een schaal rijst met groente en vis of vlees. We zorgen voor kleren voor de jongen. Samen met Baba ga ik er ook tweemaal heen. Het ziekenhuis ligt vol. Gewonde slachtoffers van de oorlog, kinderen, mannen en vrouwen worden binnengedragen. Kinderen die op mijnen zijn gelopen. De mensen die tegen elkaar vechten en elkaar verwonden liggen hier naast elkaar op de ijzeren bedden, ernaast en eronder. Ik ben de enige blanke en loop hier dwars door het strijdveld op neutraal terrein. Als we bij het bed van de jongen komen en hij naar me kijkt, en van mij naar zijn moeder, naar zijn vader, naar Baba en weer terug naar mij realiseer ik me dat hij werkelijk denkt dat ik God ben, of Allah, ik weet het niet. De stilte in het kamertje wordt oorverdovend. Vanaf de andere bedden staren de patiënten en hun familieleden ook naar mij.  De moeder zet de schaal met eten die ze op haar hoofd droeg nu op het bed. Ik knik en lach naar de jongen om de magie te doorbreken maar hij blijft me onafgebroken aanstaren. Ik denk na. Wat is beter voor zijn herstel? Blijf ik God en verdwijn achteruit de kamer uit? Ik besluit van niet. Ik heb een kadootje voor hem meegenomen uit de speelgoedkist van Here Bugu en dat haal ik uit mijn tas. Het is een prachtig wit paard. Ik loop naar hem toe en leg het in zijn handen. Tranen rollen over zijn wangen. Ik praat tegen hem en Baba vertaalt. Ik zeg: “beloof me dat je eet en drinkt. Jullie zijn veilig nu en wij zorgen dat je vader en moeder ook genoeg te eten hebben”. Dan nadert er een grote man op krukken die in de deuropening van de kamer stond mee te kijken, wijst naar mij en zegt lachend tegen de jongen: “Hé, we willen allemaal wel zo iemand hebben, kun je haar niet een tijdje uitlenen?” Iedereen begint opgelucht te lachen en de ingehouden stemming is hiermee gelukkig verbroken. 

De volgende avond staan twee Peulvrouwen voor me. De moeder en een vriendin. Ze vertellen dat mensen van het ziekenhuis zijn langs gekomen. Ze gaan opereren maar hebben bloed nodig. Ze constateren dat alle aanwezige mannen ondervoed zijn en geen bloed kunnen geven. Ze zeggen tegen de moeder dat ze voor bloed moet zorgen anders zal de jongen sterven. En nu staan ze voor mij. Ik bel Baba. Hij kent de kanalen. Ook bloed is handel en onderhevig aan de lokale gebruiken. Niet bestemd voor de armen. Het wordt geregeld.

Twee dagen geleden is hij geopereerd. Zijn moeder en wij hoorden het gister. Ze hebben het weefsel en het bot, dat niet gebroken bleek maar wel aangetast, schoongemaakt.
Vandaag waren Baba en ik met de moeder op bezoek. Hij zag er een stuk beter uit en lachte toen hij me zag. En zijn been zat er nog aan. We hebben in aanwezigheid van de jongen gezegd dat we één dezer dagen een hut voor hen laten neerzetten binnen de muren, een beetje in de luwte van de anderen.  Here Bugu adopteert het gezin. Daarmee voorkomen we spanningen tussen hen en de anderen. We verzekeren ze tot nader orde van een dagelijkse portie rijst en gierst en wat geld zodat ze op verhaal kunnen komen. Dat kunnen we doen door de rijstactie. Zo geven we deze jongen die zo bezorgd is voor zijn familie de rust om beter te worden.

De andere Peulen kunnen af en toe zakken noodhulp ophalen in Sevaré. Ze krijgen zakken mais en spliterwten. Ze hebben nog nooit spliterwten gezien en hebben geen idee hoe je daar iets eetbaars van kunt maken. Een recept voor erwtensoep wordt er, bij nadere inspectie door mij, niet bijgeleverd. De vrouwen lopen dag in dag uit over de velden op zoek naar rijstkorrels. De jihadisten zijn begonnen de velden in brand te steken.

Natuurlijk vraag ik me af of het goed is om een enkeling te helpen. Ik heb er soms slapeloze nachten van. Maar dan zie ik hoe er op gereageerd wordt door de omgeving. Het brengt glans in de ogen en blijdschap dat er ook goedheid is. Goedheid tussen mensen geeft hoop. En hoop geeft moed.
De twee pijlers van Here Bugu zijn:
Gemeenschapsvorming enerzijds en steun aan het individu om zich te ontwikkelen anderzijds.
Samen vormen ze onze kracht. 

Mijn dochter, die met haar gezin in een blokhut op een berg in Portugal woont, appte me laatst: “vreselijke dingen krijgen bij jullie een goudglanzend randje mam”.
Ja, dat is zo. Het goud komt van al onze donateurs, wij geven er de glans aan. 

♦️♦️♦️

Saskia op weg voor de 200 km alternatieve Elfstedentocht, gesponsord voor Here Bugu

een nieuw ambacht, de smid voor de reparaties aan al het gereedschap


hooien

een ander nieuw ambacht, de wever



aankomst van een deel van de gierst

een ernstig gesprek met de chefs van onze Peulen over hun vee

kippengaas loopt goed

bouw van de toiletblokken met beerput

de tijdelijke watervoorziening voor de peulen tot de toiletten en wasplaatsen klaar zijn

de spliterwten

donderdag 9 januari 2020

Florence Nightingale en haar pannetje soep


Ik liep met stevige pas over Here Bugu richting de muur aan de zuidzijde. In mijn handen een pannetje krachtige vissoep, op mijn verzoek klaargemaakt door Aminata. Ik was op weg naar een tienjarige zwaar ondervoede en gewonde Peuljongen die op een matje op het zand lag, buiten de muur van Here Bugu, waar hij met z’n familie was neergestreken. Ik zag de hoofden van de medewerkers die ik passeerde zich naar me omdraaien, ik voelde hoe hun ogen me volgden en tegelijk met hen zag ik mezelf ook, lopend met m’n pannetje, en ik zag ook mijn moeder in mezelf en ik wist dat het niet goed was. Maar ik kon niet meer terug. Eén van onze drie jonge honden die mijn erf bewaken was mee geglipt door zijn geheime opening in de omheining en volgde me op de voet als een volleerde waakhond. Hij was ongewoon blind voor elke kip, kuiken, eend en hollend kind dat ons pad kruiste en lette alleen op mij. Honden zijn bijzonder.

Binnen de muren van ons grote terrein zijn 50 Peulfamilies neergestreken met hun hele hebben en houden. De bekende ronde hutten met een geraamte van buigzaam hout, soms op een vlonder, overtrokken met gebladerte en tegenwoordig ook met muskietennetten en grote zeilen die ze krijgen via de aanwezige noodhulp voor vluchtelingen van de VN. Om elke hut heen ontstaan al gauw kralen omheind door takken met scherpe dorens om hun kalfjes, geiten en ezels in onder te brengen en kookplaatsen met rekken voor hun kookgerei. Ook buiten, tegen de muur, bouwen ze afdakjes en omheiningen want hun koeien mogen ze niet mee naar binnen nemen. Ondertussen werken onze medewerkers hard om wc-blokken aan te leggen en wasplaatsen (iets wat ze niet kennen overigens) om uitbraak van ziektes te voorkomen. 

In de afgelopen elf jaar heb ik de Peulen enigszins leren kennen. Het zijn halfnomaden en gedurende een half jaar per jaar nestelden veel families zich met hun enorme kudden koeien onder andere op de landbouwgrond om ons heen die dan braak ligt. Hun koeien graasden de geoogste akkers kaal, werden verkocht en als de regentijd en de zaaitijd aanbrak trokken ze weer terug naar hun dorpen op de uitgestrekte vlaktes in het Noorden van Mali, om na de oogst weer terug te komen.
Ze zijn anders dan de andere Malinezen. Ze hebben een eigen taal. Ze vermengen zich niet. Je herkent ze direct aan hun punthoeden en lange gewaden in helder blauw of groen. De mannen staan vaak op één been met een lange stok met knop in de hand tussen het vee. De vrouwen lopen in rijen met een kind op de rug over het veld met hun witte kalebassen gevuld met yoghurt die ze verkopen. Ze zijn overal geliefd als kapster vanwege hun ingenieuze vlechttechnieken strak op het hoofd. Ze leven veel ’s nachts, vooral als de maan licht geeft. De kinderen spelen dan eindeloos hun luidruchtige spelletjes, er wordt getrommeld op kalebassen en op fluiten gespeeld. Jarenlang sliep ik in op het gerikketik van hun trommelende vingers. Hun eten koken ze op vuurtjes van koeienstront waardoor ik soms wakker werd door de verstikkende lucht. De mannen leven met hun dieren, de moeders leven met hun zuigelingen die ze proberen in leven te houden, de oudere kinderen worden afgestoten, voeden elkaar op en werken mee. Met sommige families raakten we op vertrouwelijke voet. Hun kinderen bezochten onze school. Ik kon ze zelfs overhalen om de kinderen ’s nachts te laten slapen om te voorkomen dat ze op school sliepen. Ik herinner me een meisje, Aisha. Een stralende leerling. Zij vertelde dat Here Bugu licht bracht in de duisternis (l’obscurité) van hun bestaan. Dit meisje is vorige maand overleden na de geboorte van haar eerste kind. Wij wisten van niets. Ze is doodgebloed in één van de hutten. Ze was veertien. Dat hoort ook bij de Peulen. Ziek zijn bestaat niet, dood gaan gebeurt. Ze hebben een 'harde ziel' volgens Baba.

Alles is anders geworden. Er is een etnische, lang smeulende strijd losgebarsten tussen landbouwers en veetelers, onder andere door de klimaatveranderingen, door gebrek aan weidegrond en water. Maar ook tussen Peulen onderling die gedeeltelijk hun eigen kalifaat willen en Peulen die dat niet willen. Tussen criminelen die hun smokkelroutes van drugs, wapens en mensenhandel willen veiligstellen, tussen corrupte overheidsdiensten die hun slaatje daaruit willen slaan. Er zijn buitenlandse legers en het zwakke leger van de Malinezen zelf. En er zijn verschillende milities. Eigenlijk is het een grote, oncontroleerbare gevaarlijke kluwe geworden die via de ‘social media’ nog eens flink wordt opgestookt. En er zijn grote stromen vluchtelingen, vooral Peulen, naast de vluchtelingen van Touareg en andere bevolkingsgroepen uit het Noorden, die nergens meer heen kunnen. In onze contreien ontstaan vluchtelingenkampen waar de angstige mensen bijeen gedreven worden. 
En zo hebben wij nu ook onze Peulen die ons al kenden en die gevraagd hebben of ze bij ons mogen wonen. En wij hebben ‘ja’ gezegd maar wel op een aantal voorwaarden. Namelijk dat ze zich gaan houden aan de basisregels van samenwerking en gedrag van Here Bugu. Maar Peulen komen ‘van ver’ en er is een lange weg te gaan. Toch geloven we dat het mogelijk is en we hiermee de goede weg inslaan voor een toekomstige Malinese maatschappij. Maar ondertussen strijken er natuurlijk ook nieuwe Peulen neer, maar dan aan de buitenkant van onze muren.

Mijn rol op Here Bugu is veranderd van leidinggevend naar ondersteunend. Bovendien is Here Bugu nu de enige plek geworden in deze streek waar ik relatief veilig kan verblijven. Buiten Here Bugu kom ik zelden meer en zeker niet zonder begeleiding. Ik wandel elke dag over het terrein en nu dus ook tussen de hutten van de Peulen. We begroeten elkaar en mijn aanwezigheid kan ook wat druk zetten achter de handhaving van de regels. Baba maakt daar ook gebruik van zo nu en dan. Maar hij waakt er ook streng voor dat ik niet te veel direct betrokken raak bij de mensen in de huidige situatie. Dit in verband met mijn veiligheid, maar ook in verband met mijn gemoedstoestand, zoals uit het volgende verhaal zal blijken. Maar, hij heeft het druk en hij is er niet altijd en er gebeuren soms dingen die om direct ingrijpen vragen. Voor de helderheid, dat vind ík met mijn westerse doeltreffendheid. ‘Direct ingrijpen’ is echter bepaald niet Malinees!

Toen ik dus gister over Here Bugu liep, wenkte een peulman me. Hij gebaarde me dringend dat ik naar buiten moest gaan maar ging zelf niet mee. Zonder na te denken stapte ik door een opening in de muur naar buiten en vond daar op een matje naast een afdakje, de jongen. Een eindje verder zat een jonge vrouw met een naakte, pasgeboren baby aan de borst, ook in het zand. Het rechter bovenbeen van de jongen was aan de binnenkant en de buitenkant zwaar ontstoken. Pus stroomde er uit, grote stukken huid en vlees waren weg. Hij was vel over been. Zoiets had ik nog nooit gezien. Ik gebaarde dat ik terug zou komen. Ik belde met een Malinese vrouw van een grote hulporganisatie die ik onlangs had ontmoet en die Here Bugu kort daarvoor had bezocht. Ze  kwam, ongelooflijk maar waar, een uur later met een vrouwelijke arts in een 4 wheeldrive met chauffeur en ik bracht ze naar de jongen. Het was vlak voordat de schemering inviel. Na wat getelefoneer namen ze de jongen mee samen met een vrouw die zijn moeder zou zijn en beloofden hem terug te brengen. De Peulmannen die zwijgend stonden toe te kijken accepteerden het omdat ik erbij was. Ze vertrouwen geen ziekenhuizen, daar kom je niet levend uit. Niemand van de hulpverleners sprak Peul en Baba was er niet. Mijn God, dacht ik nog, wat als het misgaat met hem in het ziekenhuis. ’s Avonds, in het donker, hebben ze hem echter nog teruggebracht, hetgeen best opmerkelijk dapper is in de huidige omstandigheden. De volgende ochtend werd ik gebeld dat de toestand van de jongen heel zorgwekkend was bevonden in het ziekenhuis. Zijn been bleek al vele maanden geleden gebroken te zijn boven de knie, hij was totaal ondervoed en at al lang niet meer, ze deden nog onderzoek naar zijn bloed. Ze zouden hem elke dag komen halen voor onderzoek, medicijnen en nieuw verband. 
Op dat moment kwam mijn plan voor het pannetje soep, gewoon, zoals ik dat voor mijn kinderen als ze ziek waren ook gedaan zou hebben. Hapje voor hapje de maag weer op gang brengen. De alarmbellen rinkelden nog niet en Baba en ik hadden het beide druk, tijd om tussendoor met hem te overleggen was er niet.

En zo arriveerde ik weer buiten de muur, dit keer als Florence Nightingale met mijn pannetje. Ik zag de jongen liggen maar moest me eerst een weg banen tussen  de rotzooi. Ik zag de huilende naakte pasgeboren baby weer, die nu door elkaar gerammeld werd door een ouder zusje van een jaar of twee alsof het een levenloze pop betrof. De moeder zag ik niet. Nieuwsgierige mannen en vrouwen volgden me meteen maar bleven op gepaste afstand vanwege de hond die aan mijn been gekleefd bleef. Ik hurkte neer naast de jongen, gaf hem een lepel en hielp hem met kleine hapjes. Zijn ogen waren voortdurend strak op me gericht. Peilloze diepte. Geen contact. Geen verdriet, geen boosheid, geen angst, geen pijn  te herkennen op zijn gezicht, alleen maar die ogen. Om ons heen een kring van kleine kinderen in lompen, ook ondervoed, ook die ogen. Eén van de peuters gooide ineens een flinke steen naar de hond, zoals ze gewend zijn. De hond reageerde er niet op, hij bleef naast me liggen en keek naar de jongen op het matje. Maar één van de mannen pakte toen een stok en begon de peuter die gegooid had daarmee te slaan. Gekrijs, tumult en ik stond op en legde m’n hand op de arm van de Peul, die ik al wat langer ken. Hij keek me vertwijfelt aan en toonde me de steen. En meteen wist ik het. Ze waren gewaarschuwd dat er op Here bugu niet met stenen naar onze honden gegooid mag worden omdat ze onze beschermers zijn en niet vals mogen worden. Hij toonde mij dat hij de Here Bugu regels handhaafde. We waren nog niet toegekomen aan de regel dat kinderen op Here Bugu niet afgeranseld worden. Er kwamen steeds meer mensen om ons heen staan.  de moeder van de baby bedelde om een handdoek om haar naakte kind in te wikkelen, anderen raakten me aan of trokken aan mijn kleren om mijn aandacht te trekken. De hond bleef stoïcijns naast me. Ik plukte een lap van een hutje en legde die over de jongen heen die geplaagd werd door hordes vliegen. Ik liet het pannetje bij hem en baande me een weg terug met de hond op mijn hielen.

Baba stond me op te wachten bij mijn huis. Hij was natuurlijk inmiddels op de hoogte gesteld want iedereen wist er van. We keken elkaar aan. "Sorry", zei ik meteen," ik ben er weer eens ingestonken. Ondanks alle lessen en alle ervaringen van 11 jaar Here Bugu".

Baba glimlachte. "Misschien gaat hij het redden door jou" zei hij. "Wie weet hoe belangrijk dat is en wat dat betekenen zal. En denk vooral niet dat ik niet alles zie. Alle ellende, al het vreselijke leed, ik leef ermee, dag en nacht, mijn hele leven. Maar ik ben ermee opgegroeid en weet hoe ik mezelf moet beschermen. Wat we samen doen op Here Bugu is stap voor stap een nieuwe realiteit creëren. Dat is wat we doen. En we geven ook noodhulp aan onze medewerkers en familie. Daar ligt onze grens. De rest moet je liefdevol verdragen, hoe moeilijk dat ook is".

                      *********************************************************
Het is mensenwerk wat we hier doen. Het is maatwerk, meesterschap, vakwerk.
Dat mag ik nooit vergeten anders breng ik mezelf en de ander in gevaar. Daarvoor ben ik niet hier.
Sommige lessen kan ik niet vaak genoeg leren.

p.s.
Mijn vader zaliger zei altijd: Wie A zegt moet ook B zeggen. Aminata maakt dus wéér soep en één van onze kinderen brengt hem naar de jongen, en ook een deken en een handdoek en wat kleertjes voor de naakte baby.

♦️♦️♦️

donderdag 2 januari 2020

2020, Here Bugu gaat ervoor!

we hebben koeien, geiten en schapen, maar deze 'hertjes' zijn zooo lief
Here Bugu heeft in de loop der jaren zo zijn eigen tradities ontwikkelt. Het goede daarvan is dat die traditionele momenten een soort ijkpunten zijn waarop we kunnen voelen hoe Here Bugu ‘in zijn vel’ zit, wat de kwaliteit of het levensgevoel van Here Bugu op dat moment is. 

En ondanks dat deze regio geteisterd wordt door oorlog, honger, werkeloosheid, vluchtelingenstromen en alle ellende die daarbij hoort, kan ik alleen maar concluderen dat Here Bugu prima ‘in zijn vel’ zit. Natuurlijk, daar werken we hard en bevlogen voor. 
Maar zonder onze donateurs, trouwe vrienden en  particuliere fondsen die allemaal in ons geloven zou hier niets tot stand zijn gekomen. Wanneer ik mijn dagelijkse ronde loop over de vier hectare, is de energie tastbaar op elke vierkante meter. Vanaf 2012 komen er nauwelijks bezoekers meer en mijn grootste wens is het telkens weer om te kunnen delen en te laten voelen wat er mogelijk is, wat er gerealiseerd kan worden, met een relatief kleine som ‘warm’ schenkgeld. Dat het mogelijk is om de wereld te veranderen ondanks wat alle cynici daarover denken en beweren. 
Wij prijzen ons gelukkig met het schenkgeld en ik ben intens dankbaar dat we dit geld kunnen transformeren in de ontwikkeling van Here Bugu, een project van en voor de mensen die het nodig hebben.

Gister, oudejaarsdag, was er dus, conform de traditie, vóór zonsondergang het kinderfeest met spelletjes voor jong en oud. Georganiseerd door de jongeren. De organisatie, de communicatie, (alles met Baba op de achtergrond) het liep als een trein, iedereen deed wat hij doen moest. Ongeveer 200 kinderen: uit Mopti en Sevare van onze medewerkers en een hele nieuwe lading van onze vluchtelingenfamilies de Peulen. (50 families met veel kinderen). De stoere jonge binken waren ontroerend lief met de kinderen en het uitdelen van de verrassingen. En alle kinderen accepteerden dat de nieuwe Peulkinderen, die er in eerste instantie met verbijsterde koppies bijzaten, werden uitverkoren bij de spelletjes en ze werden luid toegejuicht. Dit is wat ik bedoel als ik zeg “Here Bugu zit goed in zijn vel”. Verschillende etniciteiten, verschillende religieuze stromingen, jongens en meisjes, kinderen en volwassenen en het was een geweldig feest met eten en drankjes toe voorbereid door de moeders.
Ondertussen loopt onze Rijstactie goed, we gaan het halen hopen we, de uitslag komt volgende week. En de tekeningen zijn zo mooi dat er misschien nog wel een staartje aan te maken is: Kinderen tekenen voor vrede op de muren van Mopti...een project dat ik graag op gang zou willen zetten...wie weet!

Het oudejaarsfeest


de equipe van Here Bugu die hielp bij de organisatie van de spelletjes


de peultjes


de keuken werkt op volle toeren
de rijstactie
we zitten helemaal op koers en met een beetje geluk gaan we het halen, d at is een enorme ondersteuning voor al ons werk.

welke vind jij de mooiste?
\


De Peulen,
Ongeveer 50 gezinnen met veel kinderen hebben zich binnen onze muren genesteld. ze worden langzaam geïntegreerd en we hopen dat we over niet al te lange tijd kunnen beginnen met de school voor deze kinderen. 





We zijn bezig wc blokken en wasplaatsen voor ze te bouwen, hier de gedeeltes onder de grond, aangesloten op onze eigen waterleiding. En dan moeten we ze leren er gebruik van te maken en te onderhouden. Nu piesen en poepen ze zoals altijd overal.

heel zwaar werk
Nadat de wanden verstevigd zijn door bakstenen muren  komt er een bewapening met beton.
Ze kunnen niet wachten om naar school te gaan
We mogen een kijkje nemen met een bezoeker
spelen kunnen ze




maar met plastic omgaan niet terwijl hun eigen vee en het onze er regelmatig aan sterft

Vandaag ben ik met een kruiwagen, zakken en harken en wat mensen gaan rondlopen en heb het goede voorbeeld gegeven. Dat maakt echt wel indruk, Yvonne met een kruiwagen. de kinderen deden enthousiast mee. Drie dagen doen we dit en dan moeten ze het zelf doen.



een mannenhutje

De meiden
We hebben nu even vakantie maar volgende week beginnen we aan de tweede helft van de opleiding. Ze zijn ook aardig lid van de Here Bugu club geworden. Zoals ik al schreef hebben ze allen minstens negen jaar school achter de rug maar we beginnen hier gewoon overnieuw.





een puzzel voor vierjarigen levert heel wat gepuzzel op


ook voor de fotograaf overigens


en begrijpen wat je leest is ook nog een hele kunst


soms worden ze zo moe en warm van het werk dat ze hun pruik maar aan de stoel hangen


op de 10 daagse markt van Mopti ter ere van het 100 jarig bestaan hadden we een kraam met tassen, oorbellen, armbanden, moringa, kippengaas, gevlochten stoelbekleding en informatie over Here Bugu. Het liep storm en de meiden draaiden wisseldiensten




Ondertussen op Here Bugu

de sla verkoopt goed en is ook voor de eigen vitaminen, maar er zijn ook nog andere moestuinen en  veel vruchtenbomen
teveel hooi op de vork in de koeienstal


Onze ijzerbuiger voor de bewapening van beton heeft zijn eigen werkplaats op de achterkant van zijn brommer.

De oefeningen
Een volgende keer wil ik proberen iets over de oefeningen te vertellen die we 's morgens doen en de impact daarvan op heel Here Bugu.



tenslotte voor deze keer, het is onmogelijk om alles te laten zien

200 meter muur van natuursteen langs de oostzijde is bijna klaar

200 meter muur aan de zuidzijde is bijna klaar


Met een grote toegangspoort

Noord was al klaar en west is ook bijna gepiept. 800 meter selfmade muur ter bescherming en omhulling.


❤️