zondag 13 augustus 2017

Life Changing Bracelets



“Mijn man en mijn schoonmoeder weten niet dat ik in Bamako ben”, zegt Tao, één van de armbandenvrouwen uit Djennee, een stadje in midden Mali. Zij is naar de hoofdstad gekomen samen met haar zoontje van twee jaar en vijf andere vrouwen uit Djennee, waaronder haar moeder Anya.

Alles liep deze keer namelijk anders dan we hadden gepland. Met 35 kilo kralen voor ons armbandenproject was ik gestrand in de hoofdstad waar bleek dat ik uit veiligheidsoverwegingen beter niet naar Here Bugu kon gaan, ons project en mijn huis in de buurt van Mopti, 650 kilometer landinwaarts.
Daar zou ik onder andere wederom werken met de vrouwen uit Djennee aan de nieuwe collectie en zij zouden de 1000 armbanden die ze de afgelopen maanden gemaakt hadden meenemen.

Mijn besluit om in de hoofdstad te blijven had niet alleen met mijn eigen veiligheid te maken. Het ging vooral over de veiligheid van alle medewerkers. De jihadisten die het gebied steeds meer bestoken hebben inmiddels veel infiltranten in Mopti en Sevaré rondlopen en ook rondom ons project. Zij spelen informatie door en de aanwezigheid van een blanke, of beter gezegd een vertegenwoordiger van het Westen, brengt het project en de veiligheid van de medewerkers in gevaar. Het was vooral dat gegeven dat me deed besluiten, hoe verdrietig ook, om na bijna negen jaar daar gewoond te hebben, niet te gaan. Voorlopig althans.

Een vriendin in Bamako met een klein hotel en galerie in het centrum bood genereus de oplossing. Haar hotel, Taxi Bamako, ging een maand dicht vanwege haar vakantie en we mochten gebruik maken van deze locatie om aan de armbanden te werken.




TAXI BAMAKO





Dus gingen de vrouwen op weg. Niet naar Here Bugu zoals de echtgenoten en schoonmoeders dachten maar de andere richting uit naar de hoofdstad. Twee keer ondernamen ze bepakt en bezakt een poging maar vanuit Djennee moet je eerst de rivier over en ze bleven steken in de modder veroorzaakt door de regentijd.

De derde keer lukte het. Met negen personen zaten ze in een taxi, een stokoude Peugeot 405. Om zeven uur ’s morgens schoof de taxi zonder remmen onder een bus uit de tegenovergestelde richting. De zakken met armbanden op het dak scheurden en de armbanden rolden over de weg, de plastic dozen met kraaltjes braken in duizend stukken. Butagasflessen, vastgebonden op het dak, schoven naar voren en vielen door de voorruit naar binnen op de hoofden van een paar vrouwen. Anderen zaten beklemd met hun voeten. De meesten waren bewusteloos en sommigen bloedden hevig. Het kleine jongetje van twee werd er het eerst uit gehaald, hij had niets. Maar Baba die telefonisch gewaarschuwd werd hoorde hem huilen en kon geen van de vrouwen aan de lijn krijgen.

Dat was het nieuws dat ik ’s morgens kreeg terwijl Baba in een auto stapte om naar de plek van het ongeluk te gaan, twee uur rijden verderop.

Het duurde uren voordat ik meer informatie kreeg en ik appte en telefoneerde erop los. Een bericht van Katja Schuurman van Return to Sender, vol medeleven en aanbod tot steun, brachten tranen in mijn eenzame wachten op meer nieuws.

Iedereen overleefde als door een wonder het ongeluk. De vrouwen werden verbonden bij een lokale medische post. De armbanden werden verzameld en kwamen er, op een stuk of honderd na, onbeschadigd vanaf. Drie vrouwen arriveerden nog dezelfde nacht door mee te liften en een taxi in het hotel, de andere drie vrouwen, die zwaarder gewond waren en onderzoek in het ziekenhuis van Mopti nodig hadden, volgden twee dagen later met Baba.

de zieligeverzamelde resten van de bagage die op het dak zat zonder bagagedrager
 
Tao, moeder van zoontje van twee, die veel bloed verloor

Er werd niet veel gesproken over het ongeluk. Hier leeft men in het nu. Het leven hier brengt voortdurend extreme situaties met zich mee. De nieuwe extreme situatie was de aankomst in een klein, vriendelijk hotel, duidelijk westers, waar normaal de tuin gevuld is met “toubabs”, witten, die komen lunchen en o.a. over Mali praten. Het enige wat Malinees is voor de vrouwen zijn de “guardiens” voor ’s nachts en overdag en de schoonmaakster die “in dienst zijn”.

Er zijn matrassen voor de vrouwen om op te slapen, ventilatoren, een fornuis en een waterkoker, tafels, borden en bestek, echte glazen om uit te drinken, een wasmachine, een zwembad, douches en wastafels en poes Mous waar ze bang voor zijn.
Baba regelt een vrouw uit de straat die drie maal per dag maaltijden brengt in de bekende schalen ingepakt in een lap stof met een knoop erboven op. De eerste dag kijken ze vertwijfeld naar de tafels om tenslotte zoals gewend op de vloer te belanden waar ze zich naar gewoonte om de schaal met eten scharen. En Taxi Bamako verandert in Taxi Here Bugu. De “guardiens” eten al gauw mee, eerst nog mannen en vrouwen gescheiden, maar ook dat verwatert en het wordt hier een gezellige, niet traditionele, Malinese bedoening.


Halverwege de twee weken nemen we een rustdag en bezoeken het nationale park, museum, dierentuin en eten een ijs in de grote moderne ijssalon om de hoek.
in het park met 5 van de 6
Nana drinkt  uit een glas geserveerd door een ober



Fatou geniet van haar ijs
Na een week hoor ik Sekou voor het eerst lachen


Instructie door Baba
De rest van de tijd wordt er non stop aan de armbanden gewerkt om de zending van de eerste opdracht voor Return to Sender weer compleet te maken. Ik maak er ook drie en ontdek daardoor opnieuw hoe lastig het is wat we van ze vragen.





de balans wordt opgemaakt
Anya, de oudste, werd al jong weduwe en bleef achter met 5 kinderen. Ze wist het hoofd boven water te houden door armbanden te maken en te verkopen aan de toeristen want Djennee was een druk bezochte toeristenplaats met zijn beroemde moskee. Al jaren is het toerisme weggevallen en ligt ook Djennee onder directe invloed van de djihadisten die met hun sharia de wet willen voorschrijven.

Onze armbanden worden op dezelfde manier gemaakt maar met mooiere kralen, andere patronen, beter garen en zorgvuldiger. Anya en haar dochter Kouti hebben het werk verdeeld over zo’n 12 vrouwen waarvan de meeste hun familie-erf niet afkomen behalve om naar de markt te gaan. Kouti controleert of de armbanden aan onze eisen voldoen. Dat gaf in het begin veel problemen want in deze cultuur wijs je niet iets af, op zijn ergst kan dat aanleiding zijn tot een familie-vete. Maar Kouti heeft zich daar doorheen gevochten met steun van Baba die er soms een oud en wijs familielid op afstuurt om de ruzies te beslechten. Sommige vrouwen mogen niet zelf aan de armbanden werken maar sturen hun dochter om zo wat geld voor de familie te verdienen. Van alle vrouwen die meedoen zijn de gezinsomstandigheden door de inkomsten aanzienlijk verbetert.
Anya



Fatou

















Koumba
met Baba


Kouti
Doordat we hier in ons tijdelijke paradijsje zo samen werken en leven in een veilige omgeving zonder kletsende buurvrouwen, hellevegen van schoonmoeders die hun schoondochter uitbuiten en als slaaf behandelen, krijsende kinderen, werkeloze mannen, lemen huizen die instorten door de regen (er wordt wel de hele tijd gebeld vanuit Djennee), stelende bandieten, schietende jihadisten, moestuinen die opgevreten worden door koeien, stervende mensen door malaria  en alles wat het Malinese leven zo complex maakt, ontstaat er een vertrouwelijke sfeer waarin er tussen ons vrouwenzaken op tafel komen, zeker als Baba een paar dagen bij zijn vrienden doorbrengt.
Ik luister naar hun verhalen in het gemeenschappelijke Frans, zij luisteren naar elkaar.

Er vloeit een enkele traan, niet van verdriet want dat tonen ze niet die sterke vrouwen die zich schikken naar hun lot, maar tranen van het lachen om mijn “domme” vragen.

Ze vertellen over de verstikkende tradities van hun cultuur, maar ook over de angst om dat los te laten, over verandering en de reactie van hun omgeving daarop. Ze vertellen over onderlinge jalouzie en het gebrek aan saamhorigheid. En over het belang van eigen inkomsten om een basis te hebben van waaruit ze hun eigen keuzes zouden kunnen gaan maken.

En terwijl ze vertellen zie ik in hun ogen dat ze wakker worden. Dat ze zich voor het eerst realiseren dat je niet verplicht bent om je te schikken naar het lot. Dat ze elkaar om steun vragen.

Het ontroert me want ik herken dat. Soms duurt het lang voordat je zover bent om je eigen situatie eerlijk onder de loep te nemen, ook in mijn leven. Het is een begin. Het wordt er niet makkelijker door maar wel veel existentieler. Ook dat bespreken we.

En dan vertrekken ze weer, uitgezwaaid op het busstation, met 35 kilo nieuwe kralen, een nieuwe opdracht voor nog eens 1200 armbanden die mogelijk meer vrouwen bij het project betrekt. En vol met nieuwe indrukken die helpen zich bewust te worden van hun situatie en een begin te maken met verandering.

En ik blijf achter en heb een slapeloze nacht in het broeierige Mali. Heb ik het goed gedaan? Wat heb ik losgemaakt? Kan ik het waarmaken dat de opdrachten voor werk en inkomen blijven doorgaan? Kan ik er voor ze zijn? Gaan de armbanden verkocht worden? Krijgen we nieuwe opdrachten?

Dat is niet in mijn handen alleen! Dat hangt mede af van de consument in Nederland. En daarbij gaat het niet alleen om het kopen van iets wat je mooi vindt en past bij je outfit maar ook om het besef dat je, wanneer je deze armbanden koopt, je iets om je arm draagt wat je verbindt met een vrouw in een dorp in Mali die haar eerste stappen zet op haar pad naar ontwaken.

Vanaf eind september zijn de armbanden van Return to Sender te koop, let op de publicaties en vanaf maart is een nieuwe, andere  collectie te koop via deMonchyBeads.

dinsdag 18 juli 2017

Waspitten en koffiepiksters

Monsieur le gouverneur proeft een kroket
“Monsieur le Gouverneur” is een vaste bezoeker van Here Bugu. Wij hebben hem die bijnaam gegeven omdat hij met zijn gezin woont op een ongebruikte hectare van de echte gouverneur. Een regeling die Baba voor elkaar kreeg. Volgens mij is Monsieur le Gouverneur stokoud. Zelf heeft hij geen idee hoe oud hij is. Hij mist zijn rechteroog en het andere doet het ook niet meer zo goed. Hij is meer dan broodmager maar loopt kaarsrecht en is altijd opgewekt. Vroeger was hij een rondtrekkend artiest die het volk vermaakte met zang en dans. Nu heeft hij zich echter gesetteld met een mooie jonge vrouw in een hutje zonder elektriciteit met een put op loopafstand. Ze wonen daar net zo lang als Here Bugu bestaat, zo’n negen jaar. Ze hebben inmiddels ook net zoveel kinderen als de jaren dat ze er wonen, negen in totaal. Mevrouw de Gouverneur heeft inmiddels geen tanden meer in haar mond. Ze klagen niet, ze bedelen niet maar ze trekken zich met hun kroost terug in hun hut als ze niet voldoende eten meer bij elkaar hebben kunnen scharrelen. En natuurlijk springen wij dan bij met rijst en gierst of medicijnen en Baba verzint een klusje voor hem op Here Bugu.

Regelmatig heb ik hem er op aangesproken dat hij moet stoppen met kinderen maken en oplossingen voorgesteld. Vorig jaar bleek ze toch weer zwanger en kwam ze trots langs met haar dikke buik. Ik liet merken dat ik het niet leuk vond. Toen zei ze, terwijl ze haar hand voor haar tandeloze mond hield, dat het mijn schuld was.

Bij mijn vorige aankomst uit Nederland, die in het koelere seizoen viel, had ik voor een aantal gezinnen een deken meegebracht. Giechelend zei ze: “We hadden nog nooit onder een deken geslapen” en “het was erg gezellig!”.

De dochter van de gouverneur met haar zusjes
Ik ken in de directe omgeving van Here Bugu nog twee vergelijkbare gezinnen.
Onze oude buurman die al een hele stoot kinderen heeft, heeft nu een derde vrouw erbij genomen, een jong meisje. Hij vertelde verlegen dat hij er niets aan kon doen, het meisje was gewoon bij hem op zijn matje komen liggen. Gestuurd door haar ouders die vonden dat het tijd was voor haar om kinderen te krijgen. En dat vond ze zelf ook want als vrouw zonder kinderen door het leven gaan is in deze cultuur geen pretje.
De derde man is onze plantenleverancier. Dat hij, zijn vrouwen en kinderen nog leven begrijpen we niet. De omstandigheden waarin ze leven zijn verschrikkelijk. Met zijn toestemming hebben we zijn vrouwen naar het spreekuur van een NGO gestuurd die zorgt voor gezinsplanning. Op woensdag zetten ze gratis anticonceptie implantaten voor de allerarmsten die zorgen voor vijf jaar bescherming. De vrouwen zijn er geweest maar na later bleek waren ze niet geholpen omdat de implantaten “op” waren terwijl zij zelf dachten dat het bezoek op zich al voldoende was. Al gauw bleek dus van niet.

Bij alle drie de gezinnen is kinderarbeid heel normaal en broodnodig en de hoeveelheid kinderen is een garantie voor de oude dag.

Een journalist vroeg onlangs aan de nieuwe Franse president Macron of hij iets voelde voor een “Marshall Plan voor Afrika” (materieel hulpplan). Zijn antwoord was dat ‘Afrika vooral een beschavingsprobleem’ heeft. “Zolang vrouwen in Afrika nog zeven tot acht kinderen krijgen, is met geld smijten nutteloos.”

Vorige week was ik in het Haagse Gemeentemuseum naar de prachtige tentoonstelling “Rumoer in de stad; de schilders van tachtig”.
De schilders van tachtig verbeeldden vaak de lelijkheid en de beestachtigheid van het bestaan van de arbeidersklasse. Een heel zwaar leven was het en ook toen waren de gezinnen groot en kinderarbeid normaal.
Een aantal schilderijen gaan over de “waspitten en koffiepiksters”.
In 1887 vind een onderzoek plaats naar de arbeidsomstandigheden:



Wij zijn nu 130 jaar verder. Of beter, we hebben er 130 jaar over gedaan om van toen naar nu te komen.
Elke keer als ik naar het platteland van Mali ga heb ik het gevoel dat ik in een tijdmachine stap met een tussenstop in Bamako. Aangekomen op Here Bugu roep ik soms vertwijfeld tegen Baba: “ze kunnen toch nadenken, ze snappen toch ook wel dat het niet helpt om maar door te gaan met kinderen maken, kan de Imam er dan niet eens wat van zeggen!” Die laatste toevoeging had ik natuurlijk achterwege moeten laten. Anno 2017 zegt Paus Franciscus hier het volgende over:

“Anticonceptie blijft voor katholieken verboden, er zijn ook natuurlijke manieren om zwangerschap te voorkomen”, 

maar, voegt hij eraan toe:

“Katholieken moeten zich niet verplicht voelen om zich voort te planten als konijnen” .

Baba heeft jarenlang seksuele voorlichting gegeven op het platteland. Met een tas gevuld met condooms en een houten model van een piemel trok hij van dorp naar dorp. Ook op Here Bugu deed en doet hij dit voor de jeugd. Mijn uitbarsting à la Macron laat hij gelaten over zich heen komen.
Dat werkt het beste en dan kom ik altijd weer terug bij die ene zin van Yunus die op de eerste bladzijde van onze website staat:



           Het is de moeite waard om erover na te denken hoe je zelf behandelt zou willen worden.

foto's van Here Bugu

de meest recente google earth foto. rechts de 2e hectare met de moringa. nog niet te zien alle papajabomen die daar nu staan

Maquettevan Here Bugu gemaakt dor mijn kleinzoon
Verbroedering
In de afgelopen maanden waren er oplaaiende conflicten tussen Dogon en Peul, tussen landbouwers en veehoeders. Dit jaar waren ze extra hevig omdat extremistische elementen zich ermee verbinden en de boel opstoken. Er vielen veel doden. Ook de Peul en Dogon om Here Bugu heen begonnen zich te bewapenen met stokken en machetes. Sedou is een Dogon en kon niet anders dan zijn familie-eer redden. Hij smeekte om een wapen.
We gaven hem een ander wapen dan hij verwachtte. Bij de rijst-actie rondom de jaarwisseling kwam meer geld binnen dan begroot voor de twee ton graan. We kochten er twee jonge stieren van die de afgelopen zes maanden werden opgefokt. Een werd verkocht en van de opbrengst werd een nieuwe jonge stier gekocht, voer en een ram voor het tabakskifeest eind augustus. De andere stier werd geslacht voor het suikerfeest, het einde van de ramadan afgelopen juni. Hij werd geslacht op Here Bugu en leverde 400 kilo vlees op. Dat werd verdeeld in 140 grotere en kleinere porties. Op het feest werd de hele buurt van alle gezindten uitgenodigd en deelde Sedou de paketten uit plus nog wat rijst en gierst voor de feestdagen. Het was een verbroederingsfeest!

De namen van de mensen worden voorgelezen en de zakken uitgedeeld


Sedou met zijn vrouw Sali en twee dochters op zijn (paas) best

de grote visvijver krijgt een opknapbeurt, de eenden wachten gelaten in hun hok op water.

De moringaproductie gaat gestaag door.
Here Bugu produits
Om de verkoop van de moringa, armbanden, tassen en later nog andere producten te legaliseren hebben we een onderneming opgezet: Here Bugu produits. In een land als Mali is dat niet makkelijk. Tussen de stakingen van de rechtbank en de griffie door kon Baba bij het hof deze onderneming legaliseren. Later bleek dat weer ongeldig omdat de ambtenaar die het papier gemaakt had er niet meer werkte en moest het overnieuw. Daar zijn natuurlijk kosten aan verbonden want iedereen pikt zijn graantje mee.
Vervolgens moet er een nummer van de Kamer van Koophandel komen wat ook moeilijk was omdat de Kamer van Koophandel van Mopti geen directeur meer had. En tenslotte een nummer van de belasting. Vooral dit laatste blijkt lastig zonder een behoorlijke som geld op tafel te leggen als smeergeld. Baba is er nu bijna een jaar mee bezig. tot nu toe weigert hij smeergeld te betalen en probeert via zijn netwerk het voor elkaar te krijgen. Volgende week zitten we in Bamako en zal blijken of er schot in de zaak zit.



De muren worden gerepareerd
Drie jaar geleden begonnen we met het maken van armbanden. We leveren aan "De Monchy Beads" van Laura de Monchy, grote vriendin van stichting Rondom Baba. Zij maakt de ontwerpen en verkoopt via haar website en ook verkoopt ze aan winkels..
De eerste jaren waren vooral een zoektocht naar kwaliteit en de goede vrouwen. De eerste die we opgeleid hadden, Beity, ging trouwen en mocht niet meer werken.
Maar nu hebben we een flinke groep vrouwen uit Djenné waar ik vertrouwen in heb. En we hebben een opdracht van Return to Sender om speciaal voor hen een serie van acht banden te maken. In september zal de coming out daarvan zijn.

Nana wast het palmblad dat in de binnenkant van de armbanden zit

Koeti voor de graanvoorraad

De armbanden voor Return to Sender

Anya, 51 jaar en de chef van de vrouwen


Nana
De oude trouwe Kanari heeft een opknapbeurt nodig. Motorisch is hij onverslijtbaar maar de bodem was er uitgerot door de jaarlijkse regenperiode waarin de dikke modder alles kapotschuurt en wegvreet.
Ze hebben de onderkant gesloopt van een andere landcruiser en die in de Kanarie gelegd en als een soort origami om de buitenkant gevouwen. Binnenkort is hij weer rijklaar.






Tot slot een triest bericht: Diarra, het hoofd van de school en leraar alfabetisering is plotseling overleden. Waarschijnlijk aan een hersenbloeding. Dat hij rust in vrede.

zaterdag 15 april 2017

De bubble van Cosi fan Tutte


de drie armbandendames uit Djenne in hun mooiste kleren vlak voor hun vertrek naar de lokale kapper die vlechtjes invlecht. Zo´ willen ze graag gefotografeerd worden.


Het is vrijdag, vrijdag is rustdag in Mali. De armbandenvrouwen hebben net aangekondigd dat ze naar het dorp willen om hun haren te laten vlechten, ook zij nemen pauze na 2 weken non stop kralen rijgen.
Terwijl ik op het terras van mijn huis dit zit te schrijven luister ik naar Maria Callas. Of eigenlijk luister ik naar de trillers die uit de keeltjes komen van honderden kleine tropische vogeltjes die zich in de bamboe, in de struiken, planten en bomen om me heen nestelen. Af en toe stijgt er één boven zichzelf uit en geeft een solo tierelier van jewelste. 
Volgens Sedou zijn alle vogels op Here Bugu gelukkig wanneer ik er weer ben en ze vanaf de eerste rang mogen meezingen met het Ave Maria, Erbarme Dich of  met de aria's uit Cosi fan Tutte. 
Mij maakt het in ieder geval heel gelukkig en de tranen lopen soms over mijn wangen. De extremen tussen de Westerse en de Afrikaanse cultuur maar ook de extremen binnen de Malinese die soms zo schuren en knarsen in mijn ziel worden even gladgestreken. 
De schoonheid en de troost van de trillers en zachte fluitjes in de warme lucht om me heen maken me zacht.




hier zitten ze dus onder andere, soms met wel tien tegen elkaar op een twijgje van de bamboe, maar je ziet ze niet op de foto want als ik mijn pink beweeg vliegen ze op, laat staan mijn camera in de aanslag breng


De zielige ezel
Gisteren stond ik stil op een kruispunt omdat vóór mij een ezeltje struikelde en zielig op de grond bleef liggen tussen de bomen van een kar met halfplatte banden en een zware landbouwmachine er op. 

Twee jongetjes  sprongen van de kar af en begonnen voor mijn ogen ongenadig met een dikke stok op de zielige ezel te rammen, die al grote wonden op zijn lijf had.

Zonder na te denken zet ik de motor uit, trek aan de handrem en spring uit de auto.  

Wat is dat toch, dat geweld tegen dieren nog veel dieper naar binnen slaat dan geweld tegen mensen? 

Ik schreeuw tegen de jongens dat ze ermee op moeten houden. De jongste van de twee, een jaar of acht, komt overeind, kijkt me ongelovig aan en begint dan uitdagend tegen me te lachen. Een paar minuten blijven we tegenover elkaar staan in het stof en de zinderende hitte. 
Ik zie een kind, om zijn magere lijf een paar oude vodden, korsten op zijn hoofd, aan zijn vuile voeten kapotte, veel te grote slippers. 
En wat ziet hij? Een blanke vrouw die met haar armen staat te zwaaien en staat te schreeuwen en achter haar staat een hele grote, glanzende, gele auto.

Hij denkt misschien wel: “ Zou die witte toubab  nou schreeuwen omdat mijn kar met de ezel in de weg ligt?”
of misschien: “Heb je weer zo’n witte die denkt dat ze hier de baas is!” of misschien nog wel iets anders …… 
De jongen buigt zich weer over de ezel en begint nog harder te slaan zodat dat rotbeest op zal staan  en ze bevrijd zullen zijn van dat witte monster.

Sedou die naast me had gezeten is inmiddels ook uitgestapt en duwt me richting de auto. Het voorval trekt de aandacht, mensen komen aangelopen. Er knippert, een beetje laat,  een waarschuwingslampje in mijn hoofd: 
“VERMIJD OPSTOOTJES”. 
Een advies van de Nl. ambassade. Ik kan me niet herinneren dat ze vermeld hebben wat je moet  doen als je het opstootje zelf veroorzaakt hebt. 
Als ik weer achter het stuur zit en de auto start, staat de ezel weer op zijn poten en vervolgt met gebogen kop sjokkend zijn weg. Ik geloof niet dat hij veel gehad heeft aan mijn interventie. In dit land weet je het eigenlijk nooit met interventies, in sommige  gevallen bewerkstelligen ze het tegendeel van wat je intentie was.


Le Maître
Wat later op de dag zit ik samen met Baba tegenover een notaris in Mopti. De Maître”, zoals Baba hem steevast in elke zin aanspreekt, zit in een kamer met gesloten ramen en luiken onder neonverlichting achter een groot bureau dat vol ligt met stapels documenten. De airconditioner die achter hem hangt stort golven ijskoude vrieslucht over ons heen. Door het kunstlicht en de kou lijkt het of we per ongeluk in een vriescontainer van de visindustrie zijn terechtgekomen. 
Hij, de Maître, is gekleed in een driedelig donkerblauw pak, op zijn neus een leesbril met metalen montuur, het plakkertje van de sterkte zit nog op het linkerglas. Hij vouwt zijn handen voor zijn borst en kijkt ons door de vergrotende glazen van zijn bril ernstig aan zoals een man van zijn postuur behoort te doen. Hij zit klaar voor een intellectuele ontmoeting. 

Baba en ik zijn bij hem op bezoek om ons te laten informeren over de verschillende rechtspersonen die in Mali mogelijk zijn in verband met de lokale juridische organisatie van ons project. 
Baba opent het gesprek maar doet dat zo Malinees omslachtig dat ik al gauw voorstel of ík het even zal uitleggen. Zonder op zijn toestemming te wachten schuif ik mijn bloknoot, dat al klaar ligt in mijn schoot, tussen de documenten door over het spiegelgladde bureau heen naar de notaris toe en begin te tekenen. 
“Dit rondje is Stichting Rondom Baba, dit rondje is Here Bugu en hier hebben we een op te zetten onderneming” zeg ik. Met pijlen geef ik aan hoe de communicatielijnen zullen moeten gaan lopen. 

“We willen de lijnen zo kort mogelijk houden want we willen geen tussenkomst van  verschillende corrupte ambtenaren en we willen ook dat al het geld direct bij de doelgroep komt dus geen structuren die daarvan afleiden”. Al pratend ga ik door met tekenen en uitleggen. 
“We willen graag uw advies welke juridische vormen hierbij goed passen” zeg ik als ik klaar ben met mijn betoog en kijk hem over mijn papier heen aan.
De Maître lijkt inmiddels als bevroren tegen de achterkant van zijn stoel aan geplakt te zitten. Zijn ogen kijken mij door de vergrotende glazen van zijn bril aan en zijn zo groot dat ze buiten de randen van de brillenglazen zijn gekomen. Hij mompelt iets over N.G.O en Association als Baba tussenbeide komt en de  Maître redt uit deze voor hem zo overweldigende aanpak van een Westerse assistente van zijn compatriot. 
Baba port me in mijn zij en zegt: " de Maître gaat hier nu even over nadenken, over een paar dagen komen we terug”. 
Het onderhoud lijkt ten einde te zijn gekomen. 
Na een lichte buiging in de richting van de notaris duwt Baba me zachtjes door de deur naar buiten.
We worden begroet door een muur van 43 graden bruin-rode hitte in oogverdovend zonlicht. Ik kijk opzij en zie iets wat ik nog nooit gezien heb: 
Baba heeft de slappe lach!

De Bubble 
Een paar dagen eerder had ik Baba verslag gedaan over een boekje dat ik net gelezen had van Joris Luyendijk: “Kunnen we even praten”. Hij beschrijft in dit steengoede, kleine boekje onder andere hoe we allemaal in een “bubble” leven,  en hoe dit bijvoorbeeld door facebook versterkt wordt. Je krijgt steeds vooral die berichten doorgespeeld die overeenkomen met de waarden en normen maar vooral meningen en overtuigingen  die gelden voor jouw ”bubble” : “bubble-versterkend” dus en daarmee ook polariserend want jouw “bubble” is natuurlijk de juiste.

Als Baba uitgelachen is kijkt hij me aan en zegt triomfantelijk: 
“Alles wat je gezegd hebt bij de notaris heb ik woord voor woord begrepen, alles”. 
Na een korte pauze vervolgt hij: 
“ Maar de Maître, de Maître heeft er helemaal niets, maar dan ook helemaal niets van gesnapt”. 
“Hoe bedoel je” vraag ik korzelig.
Na een korte aarzeling zegt hij:
“ Hij zit in een hele andere bubble dan jij!” en weer schiet hij in de lach. 
“Ja”, zeg ik een beetje beledigd, “ hij zit zeker in de bubble van de ijscomannen, het vroor daarbinnen”. 

Baba antwoord: “Ik moet ineens denken aan de bubble van de airconditioningmensen. De mensen van de N.G.O.’s in hun kantoren die zitten te vergaderen over het oplossen van de armoede. Af en toe komen ze even uit hun bubble om te kijken hoe het er daarbuiten uitziet. Sommige, zoals de directeuren van N.G.O.'s en bijvoorbeeld jullie aardige ambassadeur, komen op bezoek op Here Bugu waar geen kantoor is.  Maar dan rennen ze gauw weer terug naar hun eigen bubble  en proberen ze weer oplossingen te bedenken voor onze bubble, de hete bubble van de armoede.  Maar dat kunnen ze niet  want ze willen niet “echt” uit hun bubble komen om het te snappen”.

Ondertussen zijn we aangeland bij onze auto, de gele Canard.
Onze eerste auto met airconditioning.
We stappen eensgezind in onze eigen, welverdiende bubble.
En we zijn tevreden!



 Baba legt uit aan de ambassadeur hoe het zit met onze moringa


mango-tijd